Tekst om te onthouden: “En bedroeft de Heilige Geest Gods niet, door Welke gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing”
Efeze 4:30
“Het geweten is de stem van God, die gehoord wordt te midden van het conflict van menselijke hartstochten; wanneer deze wordt weerstaan, wordt de Geest van God bedroefd.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 101.
Aanvullende studie :: –De Wens der Eeuwen, blz. 465-470 .
A. Aangezien allen gezondigd hebben en de heerlijkheid van God missen (Romeinen 3:23), verdient iemand het dan om gerechtvaardigd te worden?
Job 25:4-6.
B. Hoe kunnen we gered worden, als wij het niet verdienen?
Psalm 55:17;
Handelingen 2:21.
C. Hoe is het mogelijk, dat ik in mijn zondigheid Gods heilige naam kan aanroepen?
Psalm 55:18;
2 Kronieken 6:36-39;
Romeinen 8:26;
1 Johannes 1:7, 9.
“Uit deze geschriften is het duidelijk, dat het niet Gods wil is, dat u wantrouwend bent en uw ziel kwelt met de angst, dat God u niet zal aannemen, omdat u zondig en onwaardig bent. ‘Nadert tot God, en Hij zal tot u naderen’ (Jakobus 4:8). Leg uw zaak Hem voor en pleit op de verdiensten van het bloed, dat voor u vergoten is op het kruis van Golgotha. Satan zal u ervan beschuldigen een grote zondaar te zijn, en u moet dit toegeven, maar u kunt zeggen: ‘Ik weet, dat ik een zondaar ben en dat is de reden, waarom ik een Verlosser nodig heb. Jezus kwam in de wereld om zondaars te redden… Ik heb geen verdienste of goedheid, waardoor ik aanspraak kan maken op redding, maar ik presenteer voor God het allesverzoenende bloed van het vlekkeloze Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Dit is mijn enige smeekbede. De naam van Jezus geeft mij toegang tot de Vader. Zijn oor, Zijn hart, staat open voor mijn zwakste smeekbede, en Hij voorziet in mijn diepste behoeften’.” –Faith and Works, blz. 105-106.
A. Waarvoor moeten we bidden?
Handelingen 3:19;
Psalm 51:1-3.
B. Wij hebben vergeving van zonden ontvangen, nadat wij berouw erover hadden. Maar hoe komen we op het punt van berouw?
Handelingen 5:30-31;
Johannes 16:78.
“Evenals Nicodémus moeten we gewillig zijn het leven binnen te gaan op dezelfde wijze als de voornaamste zondaars. ’Want er is ook onder de hemel geen andere naam de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden’ (Handelingen 4:12) dan Christus. Door het geloof ontvangen we de genade van God; maar het geloof is niet onze Heiland. Het verdient niets. Het is de hand, waardoor wij Christus vastgrijpen en ons Zijn verdiensten, het geneesmiddel voor de zonde, toe-eigenen. En we kunnen zelfs geen berouw hebben zonder de hulp van de Geest van God.” –De Wens der Eeuwen, blz. 138. C. Het is waar, dat de Heer Zijn volk in deze wereld heeft achtergelaten om de zonde bij de juiste naam te noemen (Jesaja 58:1), maar wat is er nodig om overtuiging te brengen in het hart van iemand, die wij proberen te bereiken? Johannes 14:26; Lukas 24:49; Handelingen 1:8.
“Het licht, dat van het kruis straalt, openbaart de liefde van God. Zijn liefde trekt ons tot Hem. Indien we hieraan geen tegenstand bieden, zullen we geleid worden naar de voet van het kruis, in berouw over de zonden, die de Heiland gekruisigd hebben. Dan verwekt de Geest van God door het geloof een nieuw leven in de ziel. De gedachten en verlangens worden tot gehoorzaamheid gebracht aan de wil van Christus. Hart en geest worden opnieuw geschapen naar het beeld van Hem, Die in ons werkt om alle dingen aan Zichzelf te onderwerpen. Dan wordt de wet van God geschreven in het hart en verstand, en kunnen we met Christus zeggen: ’Ik heb lust om Uw wil te doen, mijn God’ (Psalm 40:9).” –De Wens der Eeuwen, blz. 139. D. Omdat het werk van de Heilige Geest zo belangrijk is, welke waarschuwing wordt ons dan gegeven met betrekking tot Zijn ontvangst? Matthéüs 12:31-32; Efeze 4:30.
“Dikwijls treuren we, omdat onze boze daden ons onaangename gevolgen opleveren; maar dat is geen berouw. Ware smart om de zonde is het gevolg van de werking van de Heilige Geest. De Geest openbaart de ondankbaarheid van het hart, dat de Heiland veronachtzaamd en bedroefd heeft, en brengt ons in diep berouw aan de voet van het kruis. Door iedere zonde wordt Jezus opnieuw gewond; en wanneer we zien op Hem, Die we doorstoken hebben, treuren we om de zonden, die Hem zielsangst gebracht hebben. Zulk treuren zal leiden tot het verzaken van zonde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 252.
A. Welke specifieke daad zorgt ervoor, dat de Heilige Geest bedroefd wordt?
Hebreeën 10:26-27;
2 Thessalonicensen 2:10-11.
“Wat is de zonde tegen de Heilige Geest? Het is moedwillig het werk van de Heilige Geest aan Satan toeschrijven. Bijvoorbeeld, stel dat iemand een getuige is van het speciale werk van de Heilige Geest. Hij heeft overtuigend bewijs, dat het werk in harmonie is met de Schriften, en de Geest getuigt met zijn geest, dat het van God is. Naderhand valt hij echter voor verleidingen; trots, zelfgenoegzaamheid of een ander kwaad neemt bezit van hem; en hij zegt, dat hetgeen hij voorheen had erkend als de kracht van de Heilige Geest, in feite de kracht van Satan is. Het is door de Heilige Geest, dat God inwerkt op het menselijk hart, en wanneer de mens moedwillig de Geest afwijst en zegt, dat het Satan is, snijdt zo iemand zich af van het kanaal, waardoor God met hen kan communiceren. Door het bewijs te ontkennen, dat God hun heeft gegeven, doven zij het licht, dat in hun hart heeft geschenen, en als gevolg daarvan worden zij in duisternis achtergelaten. Zo worden de woorden van Christus bewaarheid: ‘Indien nu wat licht dat in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!’ (Matthéüs 6:25). Mensen, die deze zonde begaan hebben, kunnen gedurende enige tijd Gods kinderen lijken te zijn, maar wanneer zich omstandigheden voordoen, die hun karakter verder moeten ontwikkelen en die laten zien, welke instelling zij hebben, zal duidelijk worden, dat zij zich op het grondgebied van de vijand bevinden, en onder zijn zwarte banier staan.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 515. B. Hoe begaat iemand opzettelijk een zonde, en is het mogelijk om dit te voorkomen? Spreuken 28:13; Hebreeën 3:15.
C. Wat zijn de resultaten van deze toestand?
Spreuken 28:9;
Matthéüs 12:45;
2 Petrus 2:20-22.
“Heiliging is onze dagelijkse opdracht. Laat niemand zichzelf misleiden door te geloven, dat God je zal vergeven en zegenen, terwijl je één van Zijn voorschriften met voeten treedt. Het bewust begaan van een bekende zonde brengt de stem van de Geest, die getuigt met onze geest, tot zwijgen, en maakt scheiding tussen onze ziel en God. Hoe extatisch ons godsdienstig gevoel ook is, Jezus kan niet in een hart wonen, dat de wet van God niet houdt. God eert alleen mensen, die Hem eren.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 107.
A. Is de zonde tegen de Heilige Geest iets, dat onmiddellijk gebeurt, of gebeurt het geleidelijk?
2 Kronieken 36:16.
“Niemand is zó verhard als zij, die de uitnodiging van genade gering hebben geacht en de Geest van genade gelasterd hebben. De meest voorkomende manifestatie van de zonde tegen de Heilige Geest is het voortdurend gering achten van de uitnodiging van de hemel tot berouw. Iedere stap in de verwerping van Christus is een stap naar de verwerping van redding en naar de zonde tegen de Heilige Geest. Door Christus te verwerpen beging het Joodse volk de onvergefelijke zonde; en door te weigeren gehoor te geven aan de uitnodiging van genade, kunnen wij in dezelfde dwaling vallen. Vaak lasteren wij de Vorst des levens en stellen Hem te schande voor de synagoge van Satan en voor het hemels heelal, wanneer we weigeren te luisteren naar de door Hem gezonden boodschappers en is plaats daarvan luisteren naar de vertegenwoordigers van Satan, die de ziel van Christus willen aftrekken. Zolang iemand dit doet, kan hij geen hoop of vergeving vinden, en hij zal ten slotte alle verlangen om met God verzoend te worden, verliezen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 274-275. B. Is het mogelijk om iemand terug te winnen, nadat deze de laatste fasen van dit proces heeft bereikt? Jeremia 8:20; Hoséa 4:17; Amos 8:11-12; Hebreeën 6:4-6.
“Meer dan duizend jaar lang had het Joodse volk Gods genade misbruikt en Zijn oordelen getart. Ze hadden Zijn waarschuwingen in de wind geslagen en Zijn profeten gedood… In iedere eeuw wordt aan de mensen hun dag van licht en voorrecht gegeven, een proeftijd, waarin zij zich kunnen laten verzoenen met God. Maar er is een grens aan deze genade. Genade kan jaren pleiten en veronachtzaamd en verworpen worden; maar er komt een tijd, wanneer de genade voor de laatste maal pleit. Het hart wordt zó verhard, dat het niet meer reageert op de Geest van God. Dan smeekt de zoete, innemende stem de zondaar niet meer, en de berispingen en waarschuwingen verstommen. Die dag was voor Jeruzalem gekomen. Jezus weende uit zielsangst over de ten ondergang gedoemde stad, maar Hij kon haar niet verlossen. Hij had ieder hulpmiddel gebruikt. Door de waarschuwingen van Gods Geest in de wind te slaan, had Israël het enige middel, dat hen kon helpen, verworpen. Er was geen andere macht waardoor zij bevrijd konden worden. Het Joodse volk was een zinnebeeld van de mensen van alle eeuwen, die het pleiten van de Oneindige Liefde verachten. De tranen van Christus, toen Hij weende over Jeruzalem, golden de zonden van alle tijden. In de oordelen, die over Israël werden uitgesproken, kunnen zij, die de berispingen en waarschuwingen van Gods Heilige Geest verwerpen, hun eigen veroordeling lezen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 507-508.
A. Hoe weten we, of we te ver zijn gegaan in het bedroeven van God?
Jesaja 30:21.
“In deze generatie zijn er velen, die hetzelfde terrein betreden als de ongelovige Joden deden. Zij zijn getuige geweest van de openbaring van de kracht Gods; de Heilige Geest heeft tot hun harten gesproken; maar zij klemmen zich vast aan hun ongeloof en weerspannigheid. God zendt hun waarschuwingen en berisping, maar zij willen hun fouten niet belijden, en zij verwerpen Zijn boodschap en Zijn boodschapper. Juist het middel, dat Hij gebruikt tot hun herstel, wordt hun tot een struikelblok.” –De Wens der Eeuwen, blz. 508. B. Wat moeten we beseffen, als we naar het verlossingsplan kijken, en waarvoor moeten wij bij onze Heiland smeken? Psalm 51:13-14; Hebreeën 3:7-8.
“God berispt Zijn volk voor hun trots en ongeloof. Zij zullen niet opnieuw delen in de vreugde van Zijn verlossing, omdat zij afwijken van de aanwijzingen van Zijn woord en Zijn Geest. Hij zal genade schenken aan hen, die Hem vrezen en in de waarheid wandelen, en Hij zal Zijn zegen terugtrekken van allen, die gelijkvormig worden aan de wereld. Genade en waarheid worden beloofd aan hen, die nederig zijn en berouw hebben, en een oordeel wordt uitgesproken over hen, die opstandig zijn.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 157. “Hervorming van karakter moet voor de wereld het getuigenis zijn van de inwonende liefde van Christus. De Heere verwacht van Zijn volk, dat de verlossende kracht van genade kan inwerken op het gebrekkige karakter om dat evenredig te ontwikkelen, opdat het overvloedig vrucht draagt. Maar om aan Gods opzet te beantwoorden valt er een voorbereidend werk te doen. De Heere vraagt ons onze harten te ontledigen van zelfzucht, hetgeen de wortel der vervreemding is. Hij verlangt in rijke mate Zijn Heilige Geest over ons uit te storten, en Hij vraagt ons daartoe de weg te bereiden door verzaking.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 402.