Schatten der Waarheid, deel 1 - Redeneren met onze Schepper — SABBAT, 11 februari 2023

Les 6: De Eeuwige Wet van God

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar”

1 Johannes 5:3

“Hij (Christus) heeft ons bevolen elkaar lief te hebben, zoals Hij ons heeft liefgehad. Godsdienst is gebaseerd op liefde tot God, wat ons er ook toe aanzet om elkaar lief te hebben. Het is vol dankbaarheid, nederigheid, lankmoedigheid. Het is zelfopofferend, verdraagzaam, barmhartig en vergevingsgezind. Het heiligt het hele leven en strekt zich uit tot zijn invloed over anderen.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 223.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 268-279.

ZONDAG — 5 februari

1. De onveranderlijke Schepper

A. Wat moeten wij beseffen over Christus’ verbinding met Gods morele wet, terwijl Hij hier op aarde leefde als de Zoon des mensen?

Matthéüs 5:17-18.

Mattheüs 5:17: Meent niet, dat Ik gekomen ben, om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen, om die te ontbinden, maar te vervullen. Mattheüs 5:18: Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.

B. Hoe bijzonder waren de Joodse leiders met betrekking tot de uiterlijke naleving van de wet?

Matthéüs 23:23;

Mattheüs 23:23: Wee u, gij Schriftgeleerden en Farizeen, gij geveinsden, want gij vertient de munte, en de dille, en den komijn, en gij laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel, en de barmhartigheid, en het geloof. Deze dingen moest men doen, en de andere niet nalaten.

Filippensen 3:4.

Filippenzen 3:4: Hoewel ik heb, dat ik ook in het vlees betrouwen mocht; indien iemand anders meent te betrouwen in het vlees, ik nog meer;

“Zij (de Joodse leiders) jaagden ernaar een schijn van heiligheid te bewaren, maar ze verwaarloosden de heiligheid der harten. Hoewel ze ijveraars waren naar de letter der wet, deden ze voortdurend de geest van dezelfde wet geweld aan. Hun grote behoefte was juist die verandering, waarover Christus tot Nicodémus gesproken had, een nieuwe, zedelijke geboorte, een reiniging van zonden, en een vernieuwing van kennis en heiligheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 137.

C. Wat kunnen we over Jezus’ beproeving opmerken, waaruit blijkt, dat Hij geen wetsovertreder was?

Matthéüs 26:59-60.

Mattheüs 26:59: En de overpriesters, en de ouderlingen, en de gehele grote raad zochten valse getuigenis tegen Jezus, opdat zij Hem doden mochten; en vonden niet. Mattheüs 26:60: En hoewel er vele valse getuigen toegekomen waren, zo vonden zij toch niet.

“Noch de Heiland noch Zijn volgelingen verbraken het Sabbatgebod. Christus was een levend getuigenis van de wet. Geen overtreding van de heilige voorschriften daarvan werd in Zijn leven gevonden. Terwijl Hij neerzag op een heel volk van getuigen, die een gelegenheid zochten om Hem te veroordelen, kon Hij onbetwist zeggen: ’Wie van u overtuigd Mij van zonde?’ (Johannes 8:46)” –De Wens der Eeuwen, blz. 239.

MAANDAG — 6 februari

2. De wet in het hart van Jezus

A. Wat was er voor Jezus voorbereid, toen Hij naar de aarde kwam?

Hebreeën 10:5-10.

Hebreeën 10:5: Daarom, komende in de wereld, zegt Hij: Slachtoffer en offerande hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij het lichaam toebereid; Hebreeën 10:6: Brandofferen en offer voor de zonde hebben U niet behaagd. Hebreeën 10:7: Toen sprak Ik: Zie, Ik kom (in het begin des boeks is van Mij geschreven), om Uw wil te doen, o God! Hebreeën 10:8: Als Hij te voren gezegd had: Slachtoffer, en offerande, en brandoffers, en offer voor de zonde hebt Gij niet gewild, noch hebben U behaagd (dewelke naar de wet geofferd worden); Hebreeën 10:9: Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God! Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen. Hebreeën 10:10: In welken wil wij geheiligd zijn, door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal geschied.

“Het was geen kans, maar een plan dat de Verlosser van de wereld Zijn kroon zal afleggen, Zijn koninklijke mantel afleggen en als een man naar onze wereld komen. Hij bekleedde Zijn goddelijkheid met het gewaad van menselijkheid, opdat Hij aan het hoofd van de menselijke familie zou kunnen staan, Zijn menselijkheid vermengd met de menselijkheid van het gevallen geslacht vanwege Adams ongehoorzaamheid.” –The Southern Work, blz. 85.

B. Als we dezelfde passage in het Oude Testament over Christus lezen, wat was toen geprofeteerd, dat in Zijn hart zou zijn?

Psalm 40:7-9.

Psalmen 40:7: Gij hebt geen lust gehad aan slachtoffer en spijsoffer; Gij hebt mij de oren doorboord; brandoffer en zondoffer hebt Gij niet geeist. Psalmen 40:8: Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. Psalmen 40:9: Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.

“Het was de overtreding van de wet, die leidde tot zonde, verdriet en dood. Satan verklaarde, dat hij aan de werelden, die God heeft geschapen, en aan de hemelse wezens zou bewijzen, dat het een onmogelijkheid was om de wet van God te houden. Toen Adam toegaf aan de verleiding van de vijand en van zijn hoge en heilige staat viel, jubelden Satan en zijn engelen. Maar vanaf de troon van God werd een stem gehoord, die woorden van mysterieuze betekenis sprak. (Zie Psalm 40:7-9). Toen de mens viel, kondigde Christus Zijn voornemen aan om de plaatsvervanger en borg van de mens te worden.” –The Review and Herald, 3 september 1901.

C. Als we Christus in ons hart aannemen, wat nemen we dan onafscheidelijk met Hem aan?

Psalm 119:70,

Psalmen 119:70: Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.

Psalmen 119:72,

Psalmen 119:72: De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.

Psalmen 119:77,

Psalmen 119:77: Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.

Psalmen 119:174.

Psalmen 119:174: O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.

“Het juk, dat tot dienen bindt, is de wet van God. De grote wet der liefde, die werd geopenbaard in Eden, op de Sinaï werd afgekondigd en in het nieuwe verbond in het hart geschreven, en is datgene, wat de menselijke arbeider bindt aan de wil van God. Indien we aan ons lot worden overgelaten om onze eigen neigingen te volgen, om slechts heen te gaan waar onze wil ons heenleidt, zouden we in de rijen van Satan geraken en bezitters van zijn eigenschappen worden. Daarom bindt God ons aan Zijn wil, die hoog, edel en verheffend is. Hij wenst, dat wij geduldig en wijs de plichten van het dienen op ons zullen nemen. Het juk der dienstbaarheid heeft Christus Zelf als mens gedragen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 279.

“Gerechtigheid is heiligheid, gelijkheid aan God, en ‘God is liefde’. (1 Johannes 4:16). Het is overeenstemming met de wet van God; want ‘al Uw geboden zijn gerechtigheid’ (Psalm 119:172). ‘Liefde is de vervulling der wet’ (Romeinen 13:10). Gerechtigheid is liefde, en liefde is het licht en leven van God. De gerechtigheid van God is belichaamd in Christus. Wij ontvangen gerechtigheid door Hem aan te nemen.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 23.

DINSDAG — 7 februari

3. Volgens de wet en de profeten

A. Welke teksten gebruikte Jezus, toen Hij aan de discipelen uitlegde, dat Zijn leven het levende bewijs was, dat Hij de Messias was?

Lukas 24:27,

Lukas 24:27: En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.

Lucas 24:44.

Lukas 24:44: En Hij zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die Ik tot u sprak, als Ik nog met u was, namelijk dat het alles moest vervuld worden, wat van Mij geschreven is in de Wet van Mozes, en de Profeten, en Psalmen.

“Christus wilde hun meer inzicht geven en hun geloof vestigen op ‘het vaste woord der profetie’. Hij wilde, dat de waarheid goed tot hen doordrong, niet alleen omdat deze waarheid door Zijn persoonlijk getuigenis werd bevestigd, maar ook vanwege de onbetwistbare bewijzen van de symbolen en beelden van de schaduwdienst en van de profetieën van het Oude Testament. De volgelingen van Christus moesten een geloof hebben, waar ze rekenschap van konden afleggen. Dit was niet alleen in hun eigen belang, maar ook in het belang van de wereld, die Christus door hun getuigenis moest leren kennen. Jezus wees Zijn discipelen als eerste stap bij het overdragen van deze kennis op ‘Mozes en al de profetieën’. Deze uitspraak van de opgestane Heiland toont aan, welk belang Hij aan het Oude Testament hechtte.” –De Grote Strijd, blz. 327.

B. Hoe bewezen de discipelen, terwijl ze de evangelieboodschap predikten, dat Jezus de Beloofde was?

Handelingen 28:23.

Handelingen 28:23: En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen in zijn woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten, van des morgens vroeg tot den avond toe.

“De Geest van God begeleidde de woorden, die werden gesproken, en harten werden bewogen. Het beroep van de apostel op de Oudtestamentische profetieën, en zijn verklaring, dat deze in de bediening van Jezus van Nazareth waren vervuld, overtuigde menigeen, die verlangend was naar de komst van de beloofde Messias. En de bemoedigende woorden van de spreker, dat de ‘blijde boodschap’ van verlossing zowel voor de Joden als voor de heidenen was bestemd, brachten hoop en blijdschap aan hen, die naar het vlees niet tot de kinderen van Abraham werden gerekend.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 129.

“Paulus wees in zijn leerreden tot de Thessalonicenzen op de Oudtestamentische profetieën aangaande de Messias. Christus had door Zijn onderwijs het geestesoog van de discipelen voor deze profetieën geopend. ‘En hij begon bij Mozes en bij al de profeten en legde hun uit, wat in de Schriften op Hem betrekking had’ (Lukas 24:27). Wanneer Petrus Christus predikte, putte hij zijn bewijs uit het Oude Testament. Stefanus heeft dezelfde richtlijn gevolgd. Ook Paulus beriep zich bij zijn evangeliebediening op de Schriftgedeelten, die de geboorte, het lijden, de dood, de opstanding en hemelvaart van Christus voorzegden. Door het geïnspireerde getuigenis van Mozes en de profeten bewees hij duidelijk, dat Jezus van Nazareth de Messias was, en toonde hij aan, dat het de stem van Christus was, die van de dagen van Adam af door patriarchen en profeten had gesproken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 164.

WOENSDAG — 8 februari

4. Wet en geloof

A. Maakt het plaatsen van ons geloof in Jezus als onze persoonlijke Verlosser een einde aan de wet? Waarom of waarom niet?

Romeinen 3:31.

Romeinen 3:31: Doen wij dan de wet te niet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de wet.

B. Welke zegen wordt uitgesproken over de bewaarders van de geboden?

Openbaring 22:14.

Openbaring 22:14: Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad.

“Door het overtreden van Gods geboden viel een vloek op Adam en Eva, en zij werden beroofd van alle recht op de boom des levens. Christus stierf om de mens te redden en zo de eer van Gods wet te bewaren. Hij zegt: ‘Gezegend zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat zij recht mogen hebben op de boom des levens, en door de poorten de Stad binnen mogen gaan’. De Zoon van God stelt hier het doen van de geboden van God voor als de voorwaarde van een recht op de boom des levens. De overtreding van Gods geboden beroofde de mens van alle recht op de boom des levens. Christus stierf opdat, op grond van Zijn bloed, gehoorzaamheid aan Gods wet de mens de hemelse zegening waardig zou maken, en hem opnieuw het recht zou geven op de boom des levens.” –Spiritual Gifts, vol. 3, blz. 88.

“Engelen omringden ons, terwijl wij ons over de glazen zee naar de poort van de stad begaven. Jezus hief Zijn machtige, verheerlijkte arm op, legde Zijn hand op de poort van paarlen, deed hem wijd openzwaaien op zijn schitterende scharnieren, en sprak tot ons: ‘Gij hebt uw klederen gewassen in Mijn bloed, hebt u standvastig aan Mijn waarheid gehouden, gaat binnen’. Wij traden allen binnen, en voelden, dat wij volkomen recht hadden om in de stad te zijn.” –Eerste Geschriften, blz. 8.

C. Hoe laat dit zien, dat God nooit verandert?

Hebreeën 13:8.

Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en in der eeuwigheid.

“Jezus zal grote dingen voor ons doen, als wij getrouw onze plicht zullen vervullen. Wij moeten onze wil overgeven aan de wil van God. We moeten de Heer eren door al Zijn geboden te gehoorzamen, ook in wat wij kleine dingen noemen. De waarheid is, net als haar goddelijke Auteur, onveranderlijk in haar vereisten, gisteren, heden en voor altijd dezelfde. Het is niet in overeenstemming met de tradities van mensen, het is niet in overeenstemming met hun meningen. De waarheid heeft steeds een scheiding gebracht tussen Gods volk en de wereld. Maar als onze positie in vroegere jaren, als een bijzonder volk, door God was goedgekeurd, hoe beschouwt Hij dan onze huidige positie? Hebben wij aan geestelijkheid gewonnen, sinds we onze vroegere argeloosheid verlieten?” –The Signs of the Times, 25 mei 1882.

DONDERDAG — 9 februari

5. In het hart geschreven

A. Hoe is het mogelijk om de wet van God in ons leven te hebben op dezelfde manier, als Jezus had?

Hebreeën 10:16;

Hebreeën 10:16: Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten geven in hun harten, en Ik zal die inschrijven in hun verstanden;

Hebreeën 8:10.

Hebreeën 8:10: Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israels maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

“God heeft ons Zijn heilige geboden gegeven, omdat Hij het mensdom liefheeft. Om ons te beschermen tegen de gevolgen van de overtreding, openbaart Hij de beginselen van de gerechtigheid. De wet is een uitdrukking van de gedachten van God; wanneer deze wet in Christus wordt aangenomen, wordt het ook onze gedachte. De wet verheft ons boven de macht van natuurlijke begeerten en neigingen, boven de verzoekingen, die tot zonde leiden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 258.

B. Wat laat God ons zien, voordat we zelfs maar aan deze hemelse reis kunnen beginnen?

1 Johannes 4:19,

1 Johannes 4:19: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

1 Johannes 4:8.

1 Johannes 4:8: Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.

“De aarde was donker, doordat men God miskende. Om de donkere schaduwen te verdrijven en de wereld tot God terug te brengen, moest Satans misleidende macht worden verbroken. Dit kon niet door geweld gebeuren. Het uitoefenen van geweld is in strijd met de beginselen van Gods regering. Hij wil alleen in liefde worden gediend; en liefde kan niet worden gedwongen; ze kan niet worden gewonnen door geweld of macht. Liefde wordt alleen door liefde opgewekt. God kennen is Hem liefhebben; Zijn karakter moet geopenbaard worden als tegengesteld aan het karakter van Satan. Dit werk kon slechts door één Wezen in het ganse heelal worden verricht. Alleen Hij, Die de hoogte en diepte van de liefde Gods kent, kon deze bekendmaken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 11.

C. Wat is alleen mogelijk, nadat deze liefde van God in ons hart is?

Johannes 14:15-17.

Johannes 14:15: Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden. Johannes 14:16: En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; Johannes 14:17: Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

VRIJDAG — 10 februari

Terugblik

1. Hoe behield Jezus het karakter van God, terwijl Hij in menselijkheid leefde?

2. Hoe komt hetzelfde karakter van Christus tot uiting in ware gelovigen?

3. Met welke profetieën moeten we grondig vertrouwd raken om echt te geloven, dat Jezus de Messias was?

4. Hoe is het mogelijk, dat zondige mensen recht kunnen hebben op de boom des levens, waarvan zij door de zonde waren uitgesloten?

5. Wat is de enige manier, waarop we echte gehoorzaamheid kunnen ervaren?