Schatten der Waarheid, deel 1 - Redeneren met onze Schepper — SABBAT, 4 februari 2023

Les 5: Het Evangelie in het Oude Testament

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden”

Romeinen 15:4

“Jezus kwam naar deze wereld om Zijn volk te redden van hun zonden. Hij zal ons niet redden in onze zonden, want Hij is niet de prediker van de zonde. Wij moeten reageren op het goddelijke trekken van Christus en berouw hebben van onze zonden, en ons met Christus verenigen, zoals de rank wordt verenigd met de wijnstok.” –The Signs of the Times, 15 februari 1892.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 37-44.

ZONDAG — 29 januari

1. Lessen uit de geschiedenis

A. Wat is de belangrijkste reden, dat we geschiedenis moeten studeren, in het bijzonder geheiligde geschiedenis?

Prediker 3:15.

Prediker 3:15: Hetgeen geweest is, dat is nu, en wat wezen zal, dat is alrede geweest; en God zoekt het weggedrevene.

“De belangrijke hervormingen en godsdienstige bewegingen, die Gods werk in de loop der eeuwen hebben bevorderd, vertonen een aantal opvallende gemeenschappelijke kenmerken. De beginselen van Gods handelen met de mens blijven altijd hetzelfde. Er zijn in de geschiedenis paralellen te vinden voor de belangrijke bewegingen van tegenwoordig en de ervaringen van de gemeente in het verleden zijn ook voor onze tijd van grote betekenis.” –De Grote Strijd, blz. 321.

B. Aangezien de studie van de geschiedenis ons de hoop van het evangelie biedt (

Romeinen 15:4

Romeinen 15:4: Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.

), wat biedt deze hoop dan aan de zonde-zieke ziel?

Romeinen 1:16;

Romeinen 1:16: Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.

Lukas 19:10.

Lukas 19:10: Want de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was.

“Elk deel van de Bijbel is ontstaan door de inspiratie van God en heeft zijn nut. Aan het Oude Testament moet niet minder aandacht geschonken worden dan aan het Nieuwe. Wanneer we het Oude Testament bestuderen, zullen we ervaren, dat levende fonteinen opspringen, waar de oppervlakkige lezer enkel een woestijn ontdekt.” –Karaktervorming, blz. 192.

MAANDAG — 30 januari

2. De volmaaktheid van de schepping

A. Wat voor karakter hadden de eerste man en vrouw, toen zij fris uit de handen van hun Schepper kwamen?

Genesis 1:31;

Genesis 1:31: En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.

Prediker 7:29.

Prediker 7:29: Alleenlijk ziet, dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.

“De mens zou het beeld van God dragen, zowel uiterlijk als innerlijk. Christus alleen is ‘het uitgedrukte beeld’ van de Vader; maar de mens werd geschapen naar het beeld van God. Zijn natuur was in overeenstemming met Gods wil. Zijn verstand was in staat goddelijke dingen te bevatten. Zijn genegenheden waren zuiver; zijn eetlust en hartstocht stonden onder de controle van het verstand. Hij was heilig en gelukkig in het dragen van Gods beeld en in volkomen gehoorzaamheid aan Zijn wil.” –Patriarchen en Profeten, blz. 20.

B. Wat was vereist om de mensheid in deze volmaakte staat te laten blijven en eeuwig te leven?

Genesis 2:16-17.

Genesis 2:16: En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten; Genesis 2:17: Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

“Christus doet niets af van de eisen der wet. In niet mis te verstane taal houdt Hij hier gehoorzaamheid voor als voorwaarde tot het eeuwig leven, dezelfde voorwaarde die aan Adam werd gesteld, voor hij had gezondigd. De Heer verwacht nu niet minder van ons dan Hij van de mens in het paradijs verwachtte: volmaakte gehoorzaamheid, onbevlekte gerechtigheid. De eisen onder het genadeverbond zijn dezelfde als de eisen, die gesteld zijn in het paradijs, harmonie met Gods wet, die heilig, rechtvaardig en goed is.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 242-243.

C. Omdat de mens faalde/zondigde (

Genesis 3

[Gen.3]

), wat waren toen de gevolgen niet alleen voor onze eerste ouders, maar voor het hele geslacht?

Romeinen 5:12;

Romeinen 5:12: Daarom, gelijk door een mens de zonde in de wereld ingekomen is, en door de zonde de dood; en alzo de dood tot alle mensen doorgegaan is, in welken allen gezondigd hebben.

Romeinen 6:23.

Romeinen 6:23: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.

“Door gehoorzaamheid aan Gods wet wordt de mens als door een omtuining omgeven, en zo wordt hij ver van het kwade gehouden. Hij, die deze door God opgeworpen omtuining op één punt neerhaalt, heeft de beschermende kracht daarvan doorbroken; immers, hij heeft een weg geopend, waarlangs de vijand kan binnenkomen, om te verwoesten en te gronde te richten.

Door het te wagen de wil van God op één punt te veronachtzamen, openden onze stamouders de sluisdeuren der ellende voor de wereld. En een ieder, die hun voorbeeld volgt, zal hetzelfde resultaat oogsten. De liefde van God ligt ten grondslag aan ieder gebod van Zijn wet, en hij, die van het Gebod afwijkt, bewerkt zijn eigen ongeluk en ondergang.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 51.

DINSDAG — 31 januari

3. Zonde gekenschetst

A. Hoe weten we, dat Adams overtreding een overtreding van de wet van God inhield?

Romeinen 7:7;

Romeinen 7:7: Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.

vergelijk

Exodus 20:17;

Exodus 20:17: Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

1 Johannes 3:4.

1 Johannes 3:4: Een iegelijk, die de zonde doet, die doet ook de ongerechtigheid; want de zonde is de ongerechtigheid.

“Velen die leren, dat Gods wet niet langer bindend is voor de mens, beweren dat men onmogelijk aan de eisen ervan kan voldoen. Maar als dit waar zou zijn, waarom werd Adam dan gestraft? De zonde van onze stamouders bracht schuld en verdriet over de wereld, en zonder Gods goedheid en barmhartigheid zou de mens aan de wanhoop zijn prijsgegeven. Laat niemand zichzelf bedriegen. ’Het loon, dat de zonde geeft, is de dood’ (Romeinen 6:23). Gods wet kan nu evenmin straffeloos overtreden worden als in de tijd, dat het vonnis werd uitgesproken over de vader van het mensdom.” –Patriarchen en Profeten, blz. 35.

“Zonder kennis van de wet hebben de mensen geen juist inzicht in de reinheid en heiligheid van God, of beseffen ze hun eigen schuld en onreinheid niet. Zij hebben geen juist zondebesef en denken, dat ze geen berouw hoeven te hebben. Daar ze hun hopeloze toestand als overtreders van Gods wet niet inzien, beseffen zij ook niet, dat ze het verzoenend bloed van Christus nodig hebben. De hoop op zaligheid wordt aangenomen zonder een totale vernieuwing van het denken of zonder een grondige verandering van levenswijze. Zo zijn er talloze oppervlakkige bekeringen en worden er veel mensen aan de gemeente toegevoegd, die nooit met Christus verbonden zijn geweest.” –De Grote Strijd, blz. 434.

B. Als we deze teksten lezen, hoe laat de Bijbel dan zien, dat Jezus werkelijk kwam om ons te redden van de overtreding van de wet?

Matthéüs 1:21.

Mattheüs 1:21: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.

“Jezus stierf om Zijn volk te redden van hun zonden, en verlossing in Christus betekent een einde maken aan de overtreding van de wet van God en vrij zijn van elke zonde; geen hart, dat met vijandschap tegen de wet van God wordt bewogen, is in harmonie met Christus, die op Golgotha heeft geleden om de wet voor het universum te rechtvaardigen en te verhogen.” –Faith and Works, blz. 95.

“We hebben een wonderbare vriend in Jezus, die kwam om Zijn volk te redden van de overtreding van de wet. Wat is zonde? De enige definitie van zonde is, dat het de overtreding van de wet is. Dan is hier Jezus Christus, die regelrecht binnenkomt en ons Zijn gerechtigheid verleent; we kunnen niet overwinnen in eigen kracht, maar door geloof in Hem. Als u in Jezus Christus zult geloven, zult u Hem vandaag hebben. U moet geloven, dat Hij nu uw Verlosser is en dat Hij u Zijn gerechtigheid toerekent, omdat Hij is gestorven en omdat Hij gehoorzaam is geweest aan iedere eis van die overtreden wet van God. Als u dit doet, zult u een reddende kennis van Jezus Christus hebben. Adam en Eva verloren Eden, omdat ze die wet overtraden, maar u zult de hemel verliezen, als u deze overtreedt.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 128.

WOENSDAG — 1 februari

4. De vader van de gelovigen

A. Waarom staat de Oudtestamentische patriarch Abraham bekend als de vader van de gelovigen?

Galaten 3:6-9.

Galaten 3:6: Gelijkerwijs Abraham Gode geloofd heeft, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend; Galaten 3:7: Zo verstaat gij dan, dat degenen, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. Galaten 3:8: En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. Galaten 3:9: Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met den gelovigen Abraham.

“De toets van Abraham was de zwaarste, die een mens ooit kon ondergaan. Als hij daaronder bezweken was, zou hij nooit opgetekend hebben gestaan als de vader der gelovigen. Als hij van Gods gebod was afgeweken, zou de wereld een inspirerend voorbeeld van onwankelbaar geloof en gehoorzaamheid zijn kwijtgeraakt, zodat wij kunnen leren, dat niets te kostbaar is om aan God te geven. Als we elke gave beschouwen als eigendom van de Here, om voor Zijn werk te worden gebruikt, ontvangen we de zegen van de hemel. Geeft God het u toevertrouwde bezit terug, en u zal meer toevertrouwd worden. Houdt uw bezittingen voor uzelf, en u zult in dit leven geen loon ontvangen en uw beloning in de eeuwigheid mislopen.” –Bijbelkommentaar, blz. 23-24.

“De plek, waar de tempel was gebouwd, was reeds lang beschouwd als een gewijde plaats. Hier had Abraham, de vader der gelovigen, zijn bereidheid getoond om, in gehoorzaamheid aan Gods bevel, zijn enige zoon te offeren. Hier had God met Abraham het verbond vernieuwd, dat de heerlijke belofte van de komende Messias omvatte, die aan het mensdom was beloofd als het offer van de Zoon van de Allerhoogste.” –Profeten en Koningen, blz. 23.

B. Hoe laat de belofte van het zaad de prediking van het evangelie zien, zelfs in de tijd van Abraham?

Genesis 22:15-18;

Genesis 22:15: Toen riep de Engel des HEEREN tot Abraham ten tweeden male van den hemel; Genesis 22:16: En zeide: Ik zweer bij Mijzelven, spreekt de HEERE; daarom dat gij deze zaak gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt; Genesis 22:17: Voorzeker zal Ik u grotelijks zegenen, en uw zaad zeer vermenigvuldigen, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan den oever der zee is; en uw zaad zal de poorten zijner vijanden erfelijk bezitten. Genesis 22:18: En in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde, naardien gij Mijn stem gehoorzaam geweest zijt.

Galaten 3:16.

Galaten 3:16: Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En den zaden, als van velen; maar als van een: En uw zade; hetwelk is Christus.

“Dit verbond werd vernieuwd met Abraham in de belofte: ‘Met uw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden’ (Genesis 22:18). Deze belofte wees heen op Christus. Op deze wijze begreep Abraham het (zie Galaten 3:8, 16), en hij vertrouwde op Christus voor het vergeven van zijn zonden. Door dit geloof werd hij gerechtvaardigd. Het verbond met Abraham handhaafde ook het gezag van Gods wet.” –Patriarchen en Profeten, blz. 334.

C. Waarom werd Abraham uitgekozen als een ontvanger van het evangelie, en vele anderen in zijn tijd niet?

Genesis 26:5;

Genesis 26:5: Daarom dat Abraham Mijn stem gehoorzaam geweest is, en heeft onderhouden Mijn bevel, Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten.

Jakobus 2:19-24.

Jakobus 2:19: Gij gelooft, dat God een enig God is; gij doet wel; de duivelen geloven het ook, en zij sidderen. Jakobus 2:20: Maar wilt gij weten, o ijdel mens, dat het geloof zonder de werken dood is? Jakobus 2:21: Abraham, onze vader, is hij niet uit de werken gerechtvaardigd, als hij Izak, zijn zoon, geofferd heeft op het altaar? Jakobus 2:22: Ziet gij wel, dat het geloof mede gewrocht heeft met zijn werken, en het geloof volmaakt is geweest uit de werken? Jakobus 2:23: En de Schrift is vervuld geworden, die daar zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot rechtvaardigheid gerekend, en hij is een vriend van God genaamd geweest. Jakobus 2:24: Ziet gij dan nu, dat een mens uit de werken gerechtvaardigd wordt, en niet alleenlijk uit het geloof?

“Abraham geloofde God. Hoe weten wij, dat hij geloofde? Zijn werken getuigen van de aard van zijn geloof en zijn geloof werd hem tot rechtvaardigheid gerekend.” –Bijbelkommentaar, blz. 603.

DONDERDAG — 2 februari

5. De wet in de rest van het Oude Testament

A. Welke andere voorbeelden hebben we, dat de wet bestond, voordat God deze letterlijk uitsprak op de berg Sinaï (

Deuteronomium 5:22-26

Deuteronomium 5:22: Deze woorden sprak de HEERE tot uw ganse gemeente, op den berg, uit het midden des vuurs, der wolk en der donkerheid, met een grote stem, en deed daar niets toe; en Hij schreef ze op twee stenen tafelen, en gaf ze mij. Deuteronomium 5:23: En het geschiedde, als gij die stem uit het midden der duisternis hoordet, en de berg van vuur brandde, zo naderdet gij tot mij, alle hoofden uwer stammen, en uw oudsten, Deuteronomium 5:24: En zeidet: Zie, de HEERE, onze God, heeft ons Zijn heerlijkheid en Zijn grootheid laten zien, en wij hebben Zijn stem gehoord uit het midden des vuurs; dezen dag hebben wij gezien, dat God met den mens spreekt, en dat hij levend blijft. Deuteronomium 5:25: Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zou ons verteren; indien wij voortvoeren de stem des HEEREN, onzes Gods, langer te horen, zo zouden wij sterven. Deuteronomium 5:26: Want wie is er van alle vlees, die de stem des levenden Gods, sprekende uit het midden des vuurs, gehoord heeft gelijk wij, en is levend gebleven?

)?

Exodus 15:26;

Exodus 15:26: En zeide: Is het, dat gij met ernst naar de stem des HEEREN uws Gods horen zult, en doen, wat recht is in Zijn ogen, en uw oren neigt tot Zijn geboden, en houdt al Zijn inzettingen; zo zal Ik geen van de krankheden op u leggen, die Ik op Egypteland gelegd heb; want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester!

Exodus 16:28.

Exodus 16:28: Toen zeide de HEERE tot Mozes: Hoe lang weigert gijlieden te houden Mijn geboden en Mijn wetten?

“Elke week gedurende hun langdurige omwandeling in de woestijn waren de Israëlieten getuigen van een drievoudig wonder, bedoeld om hen van de heiligheid van de Sabbat te doordringen: een dubbele hoeveelheid manna viel op de zesde dag, op de zevende dag viel niets, en de hoeveelheid, nodig voor de Sabbat, bleef zoet en onbedorven, terwijl alles wat in de loop van de week werd bewaard, bedierf.

In de omstandigheden, verbonden met het geven van het manna, hebben we een duidelijk bewijs, dat niet, zoals velen beweren, de Sabbat werd ingesteld bij de wetgeving op de Sinaï. Eer de Israëlieten aankwamen bij de Sinaï, begrepen ze, dat de Sabbat voor hen een verplichting was. Door de verplichting om elke vrijdag een dubbele hoeveelheid manna te verzamelen om dit klaar te maken voor de Sabbat, waarop geen manna zou vallen, werd de heiligheid van de rustdag voortdurend voor ogen gehouden. En toen sommigen van het volk op Sabbat uitgingen om manna te verzamelen, vroeg de Here: ‘Hoelang weigert gij Mijn geboden en wetten te onderhouden?’” –Patriarchen en Profeten, blz. 259.

B. Wat was Gods bedoeling, dat Israël zou doen met de gesproken en geschreven morele wet van de Tien Geboden?

Deuteronomium 6:1-9.

Deuteronomium 6:1: Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; Deuteronomium 6:2: Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat uw dagen verlengd worden. Deuteronomium 6:3: Hoor dan, Israel! en neem waar, dat gij ze doet, opdat het u welga, en opdat gij zeer vermenigvuldigdet (gelijk als u de HEERE, uwer vaderen God, gesproken heeft) in het land, dat van melk en honig is vloeiende. Deuteronomium 6:4: Hoor, Israel! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! Deuteronomium 6:5: Zo zult gij den HEERE, uw God, liefhebben, met uw ganse hart, en met uw ganse ziel, en met al uw vermogen. Deuteronomium 6:6: En deze woorden, die ik u heden gebiede, zullen in uw hart zijn. Deuteronomium 6:7: En gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken, als gij in uw huis zit, en als gij op den weg gaat, en als gij nederligt, en als gij opstaat. Deuteronomium 6:8: Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand, en zij zullen u tot voorhoofdspanselen zijn tussen uw ogen. Deuteronomium 6:9: En gij zult ze op de posten van uw huis, en aan uw poorten schrijven.

C. Hoe weten we, dat de Heer deze positie tot het einde van het Oude Testament heeft gehandhaafd? Maleáchi 4:4; 3:6.

VRIJDAG — 3 februari

Terugblik

1. Hoe zijn de beginselen van de Bijbelse geschiedenis van toepassing op onze tijd?

2. Welk vereiste sinds Eden laat zien, dat God niet verandert?

3. Wat is het doel van Jezus’ komst naar deze wereld met betrekking tot het zondeprobleem?

4. Hoe werd het geloof van Abraham door zijn daden getoond?

5. Wat moet onze verbinding met de wet van God zijn?

Eerste Sabbatgaven voor hulp bij rampen in de wereld

Natuurrampen worden steeds vaker en ernstiger wereldwijd. Deze omvatten, maar zijn niet beperkt tot, aardbevingen, tsunami’s, cyclonen, tornado’s, orkanen, overstromingen en vulkaanuitbarstingen. ‘Uit de binnenkamer komt de wervelwind, en van de verstrooiende winden de koude. Door zijn geblaas geeft God de vorst…. Ook vermoeit Hij de dikke wolken door klaarheid; Hij verstrooit de wolk van Zijn licht. Die keert zich dan naar Zijn wijze raad door omgangen, dat zij doen al wat Hij ze gebiedt, op het vlakke der wereld, op de aarde. Hetzij dat hij die tot een roede, of tot Zijn land, of tot weldadigheid beschikt’ (Job 37:9-13).

De Almachtige heeft altijd het allerbelangrijkste voor ogen van deze prachtige planeet en de schepselen, die Hij heeft gemaakt, maar nu zijn er veel vreemde en extreme weersomstandigheden, deze komen specifiek uit het arsenaal van de aartsvijand van zielen:

“Terwijl hij zich voor doet als de grote heelmeester van de mensheid, die alle ziekten kan genezen, zal hij ziekten en rampen veroorzaken, waardoor dichtbevolkte steden worden verwoest en een troosteloze aanblik bieden. Hij is daar nu al mee bezig. Satan oefent zijn macht uit door ongelukken en rampen te land en ter zee, door geweldige branden, door ontzettende tornado’s en zware hagelstormen, door stormen, overstromingen, cyclonen, vloedgolven en aardbevingen op vele plaatsen en in vele vormen. Hij vernietigt de te velde staande gewassen, waardoor er hongersnood en ellende komt. Hij verontreinigt de lucht met dodelijke stoffen, en duizenden komen om door deze verpesting. Deze rampen zullen in de toekomst steeds vaker voorkomen en steeds noodlottiger worden. Mens en dier zullen worden vernietigd. ‘De aarde treurt, verwelkt; de hoogsten van het volk des lands kwijnen weg. Want de aarde is ontwijd door haar bewoners, omdat zij de wetten hebben overtreden, de inzetting ontdoken, het eeuwig verbond verbroken’ (Jesaja 24:4-5)” –De Grote Strijd, blz. 544-545).

Wat er ook mag gebeuren, hoe worden Gods kinderen geroepen om te reageren op het enorme menselijke leed, dat het gevolg is van natuurrampen?

De Heer vraagt ons Zijn eigen voorbeeld op aarde te volgen door uit te gaan om lijden te verlichten, waar dat ook wordt gevonden. De basisbehoeften van het leven gaan abrupt verloren, wanneer er een natuurramp plaats vindt, dan is het onze christelijke plicht om te helpen, daar waar we kunnen. Uw gulle donatie voor het Wereld Rampen Fonds maakt dat mogelijk. Bij voorbaat dank!

–Uw broeders en zusters van de Generale Conferentie