Les 3 — SABBAT, 21 januari 2023
Vurige Slangen
“Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”
Mattheüs 11:28–30
“De menselijkheid van de Zoon van God is alles voor ons. Het is de gouden ketting, die onze zielen aan Christus bindt, en door Christus aan God. Dit moet onze studie zijn.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 244.
Aanvullende studie: -De Wens der Eeuwen, blz. 28-30, 85-94.
1. Abrahams zaad
A. Beschrijf een ernstig gevaarlijke houding, die van invloed is op het geestelijk leven. .
B. Wat maakt ons slaven van de zonde? ,.
34Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.
39Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Abraham is onze vader. Jezus zeide tot hen: Indien gij Abrahams kinderen waart, zo zoudt gij de werken van Abraham doen.
40Maar nu zoekt gij Mij te doden, een Mens, Die u de waarheid gesproken heb, welke Ik van God gehoord heb. Dat deed Abraham niet.
41Gij doet de werken uws vaders. Zij zeiden dan tot Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben een Vader, namelijk God.
42Jezus dan zeide tot hen: Indien God uw Vader ware, zo zoudt gij Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan; en kom van Hem. Want Ik ben ook van Mijzelven niet gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden.
43Waarom kent gij Mijn spraak niet? Het is, omdat gij Mijn woord niet kunt horen.
44Gij zijt uit den vader den duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen; die was een mensenmoorder van den beginne, en is in de waarheid niet staande gebleven; want geen waarheid is in hem. Wanneer hij de leugen spreekt, zo spreekt hij uit zijn eigen; want hij is een leugenaar, en de vader derzelve leugen.
“De Farizeeën hadden verklaard, dat zij de kinderen van Abraham waren. Jezus zei hun, dat deze aanspraak alleen bevestigd kon worden door de werken van Abraham te doen. De ware kinderen van Abraham zouden, evenals Hij deed, een leven leiden van gehoorzaamheid aan God. Zij zouden niet trachten Iemand te doden, Die de waarheid, welke Hem van God gegeven was, verkondigde. Door tegen Christus samen te zweren deden de rabbi’s niet de werken van Abraham. Een louter natuurlijke afstamming van Abraham was waardeloos. Zonder geestelijke verwantschap met hem, die geopenbaard zou worden door het bezit van dezelfde geest en het doen van dezelfde werken, waren ze niet zijn kinderen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 405-406.
C. Hoe is het mogelijk om bevrijd te zijn van deze tirannie van een wrede meester? ,;.
2. Wat betekent het om te “weten”?
A. Welke allerbelangrijkste vraag stelde Pilatus in de rechtszaal? . Welk antwoord zou hij hebben gekregen, als hij even had stilgestaan om naar het antwoord van de Heiland te luisteren? .
38Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En als hij dat gezegd had, ging hij wederom uit tot de Joden, en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.
6Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.
“Pilatus had een verlangen om de waarheid te kennen. Zijn geest was verward. Hij greep begerig de woorden van de Heiland aan en in zijn hart werd een groot verlangen opgewekt om te weten, wat ze werkelijk was en hoe hij ze zou kunnen verkrijgen. “Wat is waarheid?” vroeg hij. Maar hij wachtte niet op een antwoord. Het rumoer buiten herinnerde hem aan de belangrijkheid van dit uur; want de priesters riepen luid om handelend optreden. Hij ging naar buiten tot de Joden en verklaarde met nadruk: ‘Ik vind geen schuld in Hem’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 635.
B. Leg uit, wat er kan gebeuren, als iemand het Woord bestudeert, toch God niet kent. ;.
24En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Dwaalt gij niet, daarom, dat gij de Schriften niet weet, noch de kracht Gods?
“De Sadduceeën hadden zich gevleid met de gedachte, dat zij van alle mensen zich het striktst aan de Schriften hielden. Maar Jezus liet hun zien, dat zij de ware betekenis daarvan niet hadden gekend.” –De Wens der Eeuwen, blz. 526.
C. Hoe is het mogelijk om tot Iemand getrokken te worden, waar onze gevallen natuur niet naar verlangt? ;;.
28Jezus dan zeide tot hen: Wanneer gij den Zoon des mensen zult verhoogd hebben, dan zult gij verstaan, dat Ik Die ben, en dat Ik van Mijzelven niets doe; maar deze dingen spreek Ik, gelijk Mijn Vader Mij geleerd heeft.
28Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.
29Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen.
30Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.
“Wanneer de wet aan het volk wordt gepresenteerd, laat de leraar van de waarheid dan wijzen op de troon, die overspannen is met de regenboog der belofte, de gerechtigheid van Christus. De heerlijkheid van de wet is Christus; Hij kwam om de wet groot en eervol te maken. Maak het duidelijk, dat barmhartigheid en waarheid elkaar hebben ontmoet in Christus, en gerechtigheid en vrede elkaar hebben omarmd. Het is, wanneer u naar Zijn troon kijkt, uw berouw en lof en dank aan God aanbiedt, dat u het christelijke karakter vervolmaakt en Christus aan de wereld vertegenwoordigt. U blijft in Christus en Christus blijft in u; u hebt die vrede, die alle verstand te boven gaat. Wij moeten voortdurend over Christus en Zijn aantrekkelijke lieflijkheid nadenken. Wij moeten onze gedachten op Jezus richten, ze op Hem vastmaken. Sta in elke verhandeling stil bij de goddelijke eigenschappen.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 730.
“Bestudeer zorgvuldig het goddelijk-menselijk karakter en vraag steeds: ‘Wat zou Christus doen, als Hij in mijn plaats was’?” –De Weg tot Gezondheid, blz. 421.
3. Slangen in de woestijn
A. Welk middel gaf God voor degenen, die in de woestijn door giftige slangen waren gebeten? Wat was er nodig om genezing te laten plaatsvinden? .
6Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israel.
7Daarom kwam het volk tot Mozes, en zij zeiden: Wij hebben gezondigd, omdat wij tegen den HEERE en tegen u gesproken hebben; bid den HEERE, dat Hij deze slangen van ons wegneme. Toen bad Mozes voor het volk.
8En de HEERE zeide tot Mozes: Maak u een vurige slang, en stel ze op een stang; en het zal geschieden, dat al wie gebeten is, als hij haar aanziet, zo zal hij leven.
9En Mozes maakte een koperen slang, en stelde ze op een stang; en het geschiedde, als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan, en hij bleef levend.
“Omdat ze door Gods macht beschermd waren geworden, hadden ze (de kinderen van Israël) niet de talrijke gevaren beseft, waardoor ze gedurig omgeven waren. In hun ondankbaarheid en ongeloof hadden ze steeds de dood verwacht, en God liet nu toe, dat de dood toesloeg. De vergiftige slangen van de woestijn werden vurige slangen genoemd, omdat hun beet een vurige ontsteking en een snelle dood veroorzaakte. Toen Gods beschermende hand van Israël werd weggenomen, werden velen gebeten door deze giftige dieren…
Op Gods bevel maakte Mozes een koperen slang, die op de levende slangen geleek, en richtte deze op onder het volk. Allen, die gebeten waren, moesten hierop zien, en zouden dan verlichting vinden. Het verheugende nieuws verspreidde zich door het gehele legerkamp, dat allen, die gebeten waren, op de koperen slang konden zien en leven. Velen waren reeds gestorven, en toen Mozes de slang op een paal verhief, wilden velen niet geloven, dat alleen het zien op dat metalen beeld hen kon genezen; deze stierven in hun ongeloof. Er waren echter velen, die geloofden in het middel, dat God gegeven had… Als zij slechts een enkele blik op deze slang konden werpen, al lagen ze op sterven, zouden ze volkomen genezen.
Het volk begreep heel goed, dat de koperen slang niet de macht bezat zulk een verandering tot stand te brengen in degenen, die erop zagen. Alleen God kon genezing schenken. In Zijn wijsheid koos Hij deze manier om Zijn macht te openbaren. Door dit eenvoudige middel moest het volk beseffen, dat deze beproeving het gevolg was van hun eigen zonden. Ze kregen ook de verzekering, dat ze geen reden tot vrees hadden, wanneer ze God gehoorzaam waren, want Hij zou hen beschermen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 389.
B. Hoe komt deze ervaring overeen met die van degenen, die lijden door de beet van die oude slang () en genezing verlangen? ;.
9En de grote draak is geworpen, namelijk de oude slang, welke genaamd wordt duivel en satanas, die de gehele wereld verleidt, hij is, zeg ik, geworpen op de aarde; en zijn engelen zijn met hem geworpen.
14En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden;
15Opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
29Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt!
“Laat de berouwvolle zondaar zijn ogen richten op ‘het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29); en wanneer hij op Hem ziet, wordt hij veranderd. Zijn vrees wordt veranderd in vreugde, zijn twijfel in hoop. Er ontstaat dankbaarheid. Het stenen hart wordt verbroken. Een vloedgolf van liefde stroomt de ziel binnen. Christus is in hem een bron van water, opspringende ten eeuwigen leven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 382-383.
4. Wie is Jezus?
A. Christus leefde een volmaakt leven op aarde (), maar wat is het antwoord van de meeste mensen in plaats van zich tot Hem en Zijn trouwe volgelingen aangetrokken te voelen? ;.
21Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;
22Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden;
12En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden.
19En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.
20Want een iegelijk, die kwaad doet, haat het licht, en komt tot het licht niet, opdat zijn werken niet bestraft worden.
“De eerste christenen waren inderdaad een groep eigenaardige mensen. Hun onberispelijk gedrag en hun onwankelbaar geloof waren een voortdurende aanklacht, die de rust van de zondaren verstoorde. Hoewel ze gering in aantal waren en geen rijkdom, aanzien of eretitels bezaten, waren ze overal, waar hun karakter en leer bekend werden, een verschrikking voor de boosdoeners. Daarom werden ze door goddelozen gehaat, zoals Abel werd gehaat door de goddeloze Kaïn. Om dezelfde reden, waarom Kain zijn broer Abel doodde, brachten ook degenen, die de beteugeling van de Heilige Geest van zich af wilden schudden, Gods volk om het leven. Om dezelfde reden verwierpen en kruisigden de Joden de Heiland, omdat de reinheid en heiligheid van Zijn karakter een voortdurende aanklacht waren tegen hun zelfzucht en verdorvenheid. Vanaf de tijd van Christus tot heden hebben Zijn trouwe volgelingen de haat en tegenwerking opgewekt van de mensen, die de paden der zonde liefhebben en bewandelen.” –De Grote Strijd, blz. 42.
B. Welke opperste macht wordt geopenbaard in de Verlosser van de wereld, die het vermogen heeft om de mensheid te trekken? ;;.
16En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.
1In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
2Dit was in den beginne bij God.
3Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.
8Maar tot den Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid; de schepter Uws koninkrijks is een rechte schepter.
“Als Christus alle dingen heeft gemaakt, bestond Hij vóór alle dingen. De woorden, die hierover zijn gesproken, zijn zo beslissend, dat niemand in twijfel behoeft te worden gelaten. Christus was God in wezen en in de hoogste betekenis. Hij was van alle eeuwigheid met God, God over alles, voor altijd gezegend.” –Selected Messages, bk. 1, blz. 247.
“In de dichte duisternis omhulde God de laatste menselijke strijd van Zijn Zoon. Allen, die Christus in Zijn lijden hadden gezien, waren overtuigd van Zijn goddelijkheid. Dat gelaat, wanneer de mensen het eenmaal gezien hadden, werd nooit meer vergeten. Zoals het gelaat van Kaïn zijn schuld als moordenaar uitdrukte, zo openbaarde het gelaat van Christus onschuld, kalmte, welwillendheid, het beeld Gods. Maar Zijn aanklagers wilden geen acht slaan op het zegel van de hemel. Gedurende drie lange uren van doodsstrijd was Jezus door de spottende menigte aangestaard. Nu werd Hij door de mantel Gods genadiglijk verborgen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 660.
“Denk na over de vernedering van Christus. Hij nam de gevallen, lijdende, menselijke natuur, ontaard en door zonde verontreinigd, op Zich. Hij nam onze smarten op Zich en droeg ons verdriet en onze schande. Hij verdroeg alle verzoekingen, waaraan mensen blootstaan. Hij verenigde het menselijke met het goddelijke: in een tempel van vlees woonde een goddelijke geest.” –Bijbelkommentaar, blz. 236.
5. God werd vlees
A. Wat werd dit Goddelijke Wezen om de mensheid te redden van de vreselijke ellende en hopeloze toestand? ;.
14En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
B. Beschrijf, wat Jezus op Zijn smetteloze, goddelijke natuur nam? ,,.
10Want het betaamde Hem, om Welken alle dingen zijn, en door Welken alle dingen zijn, dat Hij, vele kinderen tot de heerlijkheid leidende, den oversten Leidsman hunner zaligheid door lijden zou heiligen.
11Want en Hij, Die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit een; om welke oorzaak Hij Zich niet schaamt hen broeders te noemen.
14Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;
C. In hoeverre moest Jezus Zichzelf vernederen, zodat er kracht is in het kruis van Golgotha? ;;.
14Overmits dan de kinderen des vleses en bloeds deelachtig zijn, zo is Hij ook desgelijks derzelve deelachtig geworden, opdat Hij door den dood te niet doen zou dengene, die het geweld des doods had, dat is, den duivel;
6Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn;
7Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden;
8En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
8Houd in gedachtenis, dat Jezus Christus uit de doden is opgewekt, Welke is uit den zade Davids, naar mijn Evangelie;
“Kunnen de mensen ook nog maar het minste gevoel van verheffing hebben bij het overdenken van dit alles? Kunnen zij, als zij het leven, het lijden en de vernederingen van Christus nagaan, hun trotse hoofd opheffen, alsof zij geen beproevingen, geen schande, geen vernederingen behoefden te dragen? Ik zeg tot de volgelingen van Christus: Zie naar Golgotha en krijg een kleur van schaamte over uw naar uw eigen mening belangrijke gedachten. Al deze vernederingen van de Majesteit des hemels waren voor schuldige, veroordeelde mensen. Hij daalde steeds dieper af in Zijn vernedering, tot Hij niet dieper kon gaan, om de mens op te heffen uit zijn morele ontaarding.” –Bijbelkommentaar, blz. 385-386.
“Wat geven we eigenlijk op, als we alles geven? Een door zonde aangetast hart, dat we door Jezus laten zuiveren, laten reinigen door Zijn bloed en laten redden door Zijn onvergelijkbare liefde. En toch vindt men het moeilijk om alles op te geven! Ik schaam me er voor zoiets te horen of er over te schrijven.
God vraagt ons niet iets op te geven, dat goed is voor ons om te behouden. In alles, wat Hij doet, heeft Hij het welzijn van Zijn kinderen op het oog. Was het maar zo, dat allen, die niet voor Christus hebben gekozen, zouden beseffen, dat Hij iets te bieden heeft, dat oneindig veel beter is dan datgene, wat zij voor zichzelf zoeken.” –Schreden naar Christus, blz. 54-55.