Tekst om te onthouden: “Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten”
Hebreeën 8:8
“God zag, wat er in het kamp gaande was. Hij zag, dat het volk, zelfs terwijl de goddelijke heerlijkheid nog op de Sinaï rustte, had toegegeven aan de verleidingen van Satan, en een samenzwering smeedde tegen de regel, die zij hadden beloofd te gehoorzamen.” –The Youth’s Instructor, 21 november 1901.
Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 333-337.
A. Hoe was de toestand van Israël gedurende een aantal jaren, en hoe beïnvloedde die situatie hun kennis van God en Zijn wetten?
Exodus 20:1-2;
Deuteronomium 5:15.
“Gedurende hun slavernij had het volk in grote mate de kennis van God en van de beginselen van het verbond met Abraham verloren. Toen Hij hen uit Egypte bevrijdde, wilde God aan hen Zijn macht en Zijn barmhartigheid bekendmaken, opdat ze ertoe gebracht zouden worden Hem lief te hebben en te vertrouwen. Hij bracht hen naar de Rode Zee, waar ontkomen onmogelijk scheen, toen ze door de Egyptenaren achtervolgd werden, opdat ze zouden beseffen, hoe hulpeloos ze waren zonder Gods hulp; en toen bevrijdde Hij hen. Op deze wijze werden ze vervuld met liefde en dankbaarheid jegens God en met vertrouwen in Zijn macht om hen te helpen. Hij had hen aan Zich verbonden als hun Bevrijder uit tijdelijke dienstbaarheid.
Maar ze moesten een belangrijker les leren. Toen ze leefden te midden van afgoderij en verderf, hadden ze geen juiste voorstelling van Gods heiligheid, van de zondigheid van hun eigen hart, hun volstrekte onbekwaamheid om uit zichzelf gehoorzaam te zijn aan Gods wet, en hun behoefte aan een Zaligmaker. Dit alles moesten ze nog leren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 334-335.
B. Waar bracht God hen heen, opdat zij de heiligheid en oprechtheid van Zijn wet zouden begrijpen?
Exodus 19:1,
Exodus 19:5-6.
A. Hoe reageerden de Israëlieten op beloften van zegeningen, zelfs nadat zij de wet begrepen, toen deze door God werd uitgesproken?
Exodus 19:8;
Exodus 24:3.
“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden; ze waren dan ook direct bereid met God een verbond aan te gaan. Met het gevoel, dat ze hun eigen gerechtigheid konden bewerken, zeiden ze: ‘Alles wat de Heer gesproken heeft, zullen wij doen’ (Exodus 24:7). Ze hadden gezien, hoe de wet in ontzagwekkende majesteit was verkondigd en beefden van ontzetting aan de voet van de berg; en toch verstreken er slechts enkele weken, voor ze hun verbond met God verbraken, en zich bogen voor een gegoten beeld. Ze konden niet rekenen op de gunst van God op grond van een verbond, dat ze hadden verbroken; en nu ze hun eigen zondigheid en hun behoefte aan vergiffenis zagen, kwamen ze ertoe te verlangen naar een Heiland, die in het verbond met Abraham was geopenbaard en die in de offerdiensten werd afgebeeld. Nu werden ze door geloof en liefde met God verbonden als hun Bevrijder van de slavernij der zonde. Nu waren ze in staat de zegeningen van het nieuwe verbond op prijs te stellen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
B. Wat waren de voorwaarden van dit verbond?
Deuteronomium 27:26;
Ezechiël 20:11;
Leviticus 18:5.
C. Wat konden ze, net als onze natuurlijke toestand, niet begrijpen?
Jeremia 17:9;
Jesaja 1:5-6;
Jesaja 64:6.
“’Gij zult niet in staat zijn de Heere te dienen’, zei Jozua, ‘want Hij is een heilig God… Hij zal uw overtreding en uw zonde niet vergeven’. Eer er een blijvende hervorming kon zijn, moest het gehele volk zich bewust zijn van hun onvermogen om van zichzelf God gehoorzaam te zijn. Ze hadden Zijn wet verbroken, en deze had hen als overtreders veroordeeld, zodat er geen weg tot ontkoming was. Zolang ze op eigen kracht en gerechtigheid vertrouwden, zouden ze onmogelijk vergiffenis van hun zonden kunnen ontvangen; ze konden niet beantwoorden aan de eisen van Gods volmaakte wet, en het was tevergeefs, dat ze beloofden God te dienen. Alleen door geloof in Christus konden ze vergiffenis van zonden en kracht om Gods wet te gehoorzamen, ontvangen. Ze moesten niet langer vertrouwen op eigen inspanningen om de zaligheid te verkrijgen, maar volledig vertrouwen op de verdiensten van de beloofde Verlosser, wilden ze door God aangenomen worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 474-475.
A. Hoe reageerde Israël hardnekkig, nadat Mozes de wet had gelezen met al zijn voorwaarden van vloeken en zegeningen?
Exodus 24:7.
“De geest van de mensen, verblind en vernederd door slavernij, was niet bereid om de verreikende principes van Gods tien voorschriften volledig te waarderen. Om de verplichtingen van de decaloog beter te begrijpen en uit te voeren, werden aanvullende voorschriften gegeven, die de voorschriften van de tien geboden illustreerden en toepasten. In tegenstelling tot de decaloog werden deze persoonlijk aan Mozes overhandigd, die ze aan het volk zou meedelen.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 506.
“Mozes had niet de tien geboden geschreven, maar de oordelen, die God wilde, dat ze naleefden, en de beloften op voorwaarde, dat ze Hem zouden gehoorzamen. Hij las dit voor aan het volk, en zij beloofden alle woorden te gehoorzamen, die de Heer had gezegd. Mozes schreef toen hun plechtige belofte in een boek, en offerde God voor het volk. ‘En hij nam het boek des verbonds, en las het voor de oren van het volk; en zij zeiden: Al wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen en gehoorzamen. Toen nam Mozes het bloed, sprengde het op het volk en hij zeide: Ziet dit is het bloed des verbonds, dat de Heere met u gemaakt heeft over al de woorden’. Het volk herhaalde hun plechtige belofte aan de Heer om alles te doen, wat Hij had gezegd, en gehoorzaam te zijn.” –The Spirit of Prophecy, vol. 1, blz. 240.
B. Wat werd er onmiddellijk gedaan om de ernst van een dergelijke overeenkomst aan te tonen?
Exodus 24:6,
Exodus 24:8.
“Zo bekrachtigde het volk hun plechtige belofte aan de Heer om alles te doen, wat Hij had gezegd en gehoorzaam te zijn.” –The Signs of the Times, 6 mei 1880.
“Hier ontving het volk de voorwaarden van het verbond. Zij sloten een plechtig verbond met God, karakteriserend het verbond tussen God en iedere gelovige in Jezus Christus. De voorwaarden werden duidelijk het volk voorgelegd. Zij werden niet overgelaten om deze verkeerd te begrijpen. Toen aan hen werd gevraagd te beslissen of ze akkoord zouden gaan met alle gegeven voorwaarden, stemden ze er unaniem mee in om aan elke verplichting te gehoorzamen. Ze hadden er al mee ingestemd Gods geboden te gehoorzamen. De beginselen van de wet waren nu gespecificeerd, zodat ze zouden weten, hoeveel er bij kwam kijken bij het sluiten van een verbond om de wet te gehoorzamen; en zij accepteerden de specifiek omschreven bijzonderheden van de wet.” –Manuscript Releases, vol. 1, blz. 114.
A. Wat gebeurde er met de overgrote meerderheid van de natie Israël, omdat ze niet begrepen, dat ze niet in staat waren zichzelf te redden en de wet volkomen te houden zonder goddelijke hulp?
Numeri 26:63-65.
“Alles wat wij uit onszelf kunnen doen, is verontreinigd door de zonde.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 191.
“Nicodémus had de prediking van Johannes de Doper gehoord over berouw en doop, en hoe deze het volk wees op Hem, Die zou dopen met de Heilige Geest. Hijzelf had gevoeld, dat er in geestelijk opzicht iets ontbrak bij de Joden, dat zij in hoge mate beheerst werden door kwezelarij en wereldse eerzucht. Hij had gehoopt op een betere toestand bij de komst van de Messias. Toch had de hartdoorzoekende boodschap van de Doper in hem geen overtuiging van zonde teweeggebracht. Hij was een strenge Farizeeër en ging prat op zijn goede werken. Hij was overal geacht om zijn welwillendheid en zijn milddadigheid bij het ondersteunen van de tempeldienst, en hij was er van overtuigd, dat hij in de gunst stond bij God. Hij was zeer verbaasd bij de gedachte aan een koninkrijk, dat zo rein was, dat hij het in zijn tegenwoordige toestand niet zou kunnen zien.” –De Wens der Eeuwen, blz. 134.
B. Was het probleem met God of met de mensen in dit “oude” verbond?
Hebreeën 8:8.
“ ‘Een natuurlijke christen!’ Dit bedrieglijke idee heeft velen gediend als een kledingstuk van eigengerechtigheid, en heeft velen geleid tot een veronderstelde hoop in Christus, die geen proefondervindelijke kennis van Hem had, van Zijn ervaring, Zijn beproevingen, Zijn leven van zelfverloochening en zelfopoffering. Hun gerechtigheid, waar ze zo op rekenen, is slechts als een vuil kleed. Christus, de geliefde Leraar zegt: ‘Wie achter Mij wil komen, laat hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en Mij volgen’. Ja, volg Hem zowel door kwaad als door goede berichten. Volg Hem door vriendschap te sluiten met de meest behoeftigen en zonder vrienden.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 177-178.
“Waaruit bestaat de ellende, de naaktheid van hen, die zich rijk voelen en verrijkt met goederen? Het is het gebrek aan de gerechtigheid van Christus. In hun eigen gerechtigheid worden ze voorgesteld als bekleed met vuile klederen, en toch vleien ze zichzelf in deze toestand, dat ze bekleed zijn met Christus’ gerechtigheid. Kan bedrog groter zijn? Zoals de profeet weergeeft, kunnen zij roepen: ‘Des Heeren tempel, Des Heeren zijn deze!’(Jeremia 7:4), terwijl hun hart vervuld is met onheilige handel en onrechtvaardige ruilhandel’.” –This Day with God, blz. 228.
A. Wat was de enige belofte, die hoop kon geven aan degenen, die in de Oudtestamentische periode leefden, omdat het oude verbond zo hopeloos was?
Jeremia 31:31-33.
“Door geloof in Christus is gehoorzaamheid aan elk beginsel van de wet mogelijk gemaakt.
De geest van slavernij wordt veroorzaakt door een poging om in overeenstemming te leven met een wettische godsdienst, door te pogen op eigen kracht de eisen van de wet te vervullen. Er is alleen hoop voor ons, als wij onder het verbond met Abraham leven, het genadeverbond door geloof in Christus. Het evangelie, dat aan Abraham werd gepredikt, waardoor hij hoop had, was hetzelfde evangelie, dat nu aan ons wordt verkondigd, waardoor wij hoop hebben. Abraham zag op naar Jezus, die ook de Leidsman en Voleinder van ons geloof is.” –Bijbelkommentaar, blz. 473.
B. Noem enkele helden in de Schrift, die deze beloften van goddelijke hulp hebben aanvaard.
Hebreeën 11:4-32.
“Van eeuw tot eeuw zijn de helden van het geloof gekenmerkt door hun trouw aan God, en ze zijn opvallend voor de wereld gebracht, opdat hun licht zou schijnen voor degenen, die in duisternis verkeren. Daniël en zijn drie metgezellen zijn illustere voorbeelden van christelijk heldendom… Uit hun ervaring aan het hof van Babylon kunnen we leren, wat God zal doen voor degenen, die Hem dienen met hun hele hart.” –My Life Today, blz. 68.
1. Hoe volgen we dezelfde ervaring van de Hebreeën, als we niet in staat zijn om de ware betekenis van de goddelijke morele wet te begrijpen?
2. Waarom deden ze zo gemakkelijk beloften, die ze niet konden waarmaken?
3. Hoe worden we er in deze tijd gemakkelijk toe gebracht soortgelijke beloften aan God te doen?
4. Wat deed zich in de rest van Israëls geschiedenis steeds weer voor?
5. Welke voorbeelden hebben we, waaruit blijkt, dat nationale afvalligheid geen excuus is voor ons wankelende geloof?