Tekst om te onthouden: “Het tiende zal de Heere heilig zijn”
Leviticus 27:32
“Het tiende is heilig, door God voor Zichzelf gereserveerd.” –Counsels on Stewardship, blz. 93.
Aanvullende studie :: -Gospel Workers, blz. 222-228.
A. Door welke middelen reserveerde God voor Zichzelf een deel van de hof van Eden?
Genesis 2:16-17.
Hoe verhoudt dit zich tot het tiende? Maleáchi 3:7-8.
“De Heere schiep elke boom in het Paradijs aangenaam voor de ogen en goed als voedsel, en Hij vroeg Adam en Eva van Zijn milddadigheid vrijelijk te genieten. Maar Hij maakte één uitzondering. Van de boom des kennis, des goeds en des kwaads mochten zij niet eten. Deze boom stelde God apart als een voortdurende herinnering, dat Hij de eigenaar van alles is. Zo stelde Hij hen in de gelegenheid hun geloof te tonen en op Hem te vertrouwen door hun volmaakte gehoorzaamheid aan Zijn geboden.
Zo is het ook gesteld met Gods aanspraken op ons. Hij plaatst Zijn goederen in de handen van mensen, maar eist, dat een tiende trouw afgezonderd zal worden voor Zijn werk. Hij wil, dat dit gedeelte gelegd zal worden in Zijn schathuis. Het moet Hem gebracht worden als Hem toebehorend; het is geheiligd en moet gebruikt worden voor geheiligde doeleinden, ter ondersteuning van hen, die de boodschap der zaligheid uitdragen tot aan de einden der wereld.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 35.
B. Wat was de praktijk van de eerste aartsvaders met betrekking tot het tiende deel van hun inkomen?
Genesis 14:18-20;
Genesis 28:20-22.
“Het geven van een tiende was echter niet ontstaan bij de Israëieten. Sedert het begin heeft de Heere aanspraak gemaakt op de tiende als iets, waarop Hij recht heeft, en deze aanspraak was erkend en geëerbiedigd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 476.
A. Welke specifieke aanwijzing werd aan het vroegere Hebreeuwse volk gegeven met betrekking tot het tiende?
Leviticus 27:30-32.
Hoe wordt dit beginsel in alle tijden benadrukt? Maleáchi 3:10.
“De Hebreeën zonderden een tiende deel van hun inkomen af om de openbare eredienst van God te onderhouden…
Toen de Israëlieten op het punt stonden een volksbestaan te gaan leiden, werd de wet van de tienden herhaald als één van de door God gegeven instellingen, waarvan hun voorspoed afhing van gehoorzaamheid eraan…
‘Alle tiende is van de Here’ (Leviticus 27:30). Hier vinden we dezelfde vorm, die gebruikt wordt in het Sabbatsgebod. ‘, De zevende dag is de Sabbat van de Here, uw God’ (Exodus 20:10). God behield voor Zichzelf een gedeelte van de tijd en de middelen van de mens, en niemand kan ongestraft een van beide voor zichzelf gebruiken.” –Patriarchen en Profeten, blz. 476.
B. Wat was er nodig, voordat de tienden konden worden gereserveerd?
Exodus 22:29;
Exodus 34:26 (eerste deel);
2 Kronieken 31:5-6.
“Zelfs, voordat men de tienden kon geven, had men erkend, dat God hierop recht had. De eerste vruchten van alles, wat op het land rijpte, waren aan Hem gewijd. De eerste wol van de schapen, het eerste gedorste koren, het eerste deel van de olie en de wijn, werden apart gehouden voor God. Dit was ook het geval met de eerstgeborenen van alle dieren; en voor de eerstgeboren zoon werd een losprijs betaald. De eerste vruchten moesten naar de Heere worden gebracht in het heiligdom en werden dan gewijd aan de dienst van de priesters.
Zo werd het volk steeds eraan herinnerd, dat God de Eigenaar was van hun velden, van hun kudden; dat Hij hun zonneschijn en regen zond voor de tijd van zaaien en oogsten, dat alles, wat ze bezaten, door Hem was geschapen, en dat Hij hen rentmeesters van Zijn goederen had gemaakt.
Wanneer Israëlieten met hun eerste vruchten van het land, van de boomgaard en van de wijngaard, vergaderden bij de tabernakel, werd Gods goedheid in het openbaar erkend.” –Patriarchen en Profeten, blz. 477.
“Naast het tiende vraagt de Heere de eerstelingsgave van al ons inkomen. Deze heeft Hij gereserveerd, opdat Zijn werk op aarde ruimschoots in stand gehouden kan worden. De dienstknechten van de Heer moeten niet beperkt worden tot een schamele voorraad.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 384.
A. Wat was er opgenomen in de reformaties, die in de dagen van Nehemia werden gemaakt?
Nehemia 10:34-37;
Nehemia 12:44.
B. Welke praktijk van de Farizeeën kon op de goedkeuring van Christus rekenen?
Matthéüs 23:23.
Waarom geldt het tiendenprincipe ook in de Nieuwtestamentische tijd?
Hebreeën 7:1-5,
Hebreeën 7:8,
Hebreeën 7:20-21.
“Het Nieuwe Testament stelt de wet van de tienden niet opnieuw in, zoals het niet die van de Sabbat doet; want de geldigheid van beide wordt verondersteld, en hun diepe geestelijke betekenis wordt verklaard.
God heeft een absoluut voorbehoud gemaakt van een bepaald deel van onze tijd en onze middelen. Het negeren van deze eis is God beroven.” –The Review and Herald, 16 mei 1882.
“De tienden moeten aan God worden gewijd. Zijn eisen komen op de eerste plaats. Wij doen Zijn wil niet, als wij aan Hem toewijden, wat er nog over is, nadat al onze wensen zijn vervuld. Voordat enig deel van ons inkomen wordt verbruikt, moeten wij dat deel, dat Hij als het Zijne opeist, eraf halen en aan Hem geven. Wanneer dit is gebeurd, zal de rest geheiligd en gezegend zijn voor ons eigen gebruik. Maar wanneer wij achterhouden, wat Hij zegt dat van Hem is, rust de vloek op het geheel en worden wij in de boeken van de hemel opgetekend als schuldig aan roof. God geeft de mens negen tienden, maar het ene tiende, die Hij voor heilige doeleinden opeist, zoals Hij de mens zes dagen voor Zijn eigen werk heeft gegeven en de zevende dag voor Zichzelf heeft gereserveerd.” –Pacific Union Recorder, 10 oktober 1901.
“Terwijl wij als volk getrouw proberen aan God te geven de tijd, die Hij als de Zijne heeft gereserveerd, zullen wij Hem dan niet ook dat deel van onze middelen geven dat Hij vraagt?...
Een tiende van al ons inkomen is van de Heer. Hij heeft het aan Zichzelf voorbehouden om voor godsdienstige doeleinden te worden gebruikt. Het is heilig. Niets minder dan dit heeft Hij aanvaard in elke bedeling. Het nalaten of uitstellen van deze plicht zal het goddelijke ongenoegen opwekken. Als alle belijdende christenen getrouw hun tienden naar God zouden brengen, zou zijn schatkist vol zijn.” –Counsels on Stewardship, blz. 66-67.
A. Hoe verhoudt het tiendenbeginsel zich tot het achtste gebod?
Exodus 20:15;
Maleáchi 3:8-9.
“God legt Zijn hand op al de bezittingen van de mens en zegt: Ik ben de eigenaar van het heelal, en deze goederen zijn van Mij. Het tiende, die u hebt achtergehouden, had Ik bestemd ter ondersteuning van Mijn dienstknechten in hun werk om de Schriften te openen voor hen, die verkeren in de gebieden der duisternis, die Mijn wet niet verstaan. Door Mijn reservefonds te gebruiken ter bevrediging van uw eigen verlangens, hebt u zielen beroofd van het licht, dat Ik hun had willen geven. U hebt de kans gehad uw trouw aan Mij te betonen, maar dat hebt u niet gedaan. U hebt Mij beroofd, u hebt mijn reservefonds gestolen. ‘Met een vloek zijt gij vervloekt’ (Maleáchi 3:9).” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 36.
B. Wat moeten wij nooit vergeten over de tienden?
1 Korinthe 9:13-14.
“Het tiende is apart gezet voor een speciaal gebruik. Het moet niet worden beschouwd als een armenfonds. Het moet vooral gewijd zijn aan de ondersteuning van hen, die Gods boodschap aan de wereld brengen; en het moet niet van dit doel worden afgeleid.” –Counsels on Stewardship, blz. 103.
“Laat niemand zich vrij voelen om zijn tienden in te houden, om te gebruiken volgens zijn eigen oordeel. Zij moeten het niet voor zichzelf gebruiken in een noodsituatie, noch toepassen voor wat zij geschikt vinden, ook niet in wat zij kunnen beschouwen als het werk van de Heer.” –Gospel Workers, blz. 225.
“Mij is een heel duidelijke, vastberaden boodschap gegeven voor onze mensen. Mij is gevraagd hun te vertellen, dat zij een fout maken door de tienden toe te passen voor verschillende doelen, die, hoewel ze op zichzelf goed zijn, niet het doel zijn, waarvan de Heer heeft gezegd, dat de tienden moeten worden toegepast. Degenen, die dit gebruik maken van de tienden, wijken af van de regeling van de Heer. God zal voor deze dingen oordelen.
Iemand veronderstelt, dat de tienden kunnen worden toegepast voor schooldoeleinden. Nog anderen vinden, dat colporteurs door de tienden moeten worden ondersteund. Maar er wordt een grote fout gemaakt, wanneer de tienden worden getrokken uit het doel, waarvoor het moet worden gebruikt, de ondersteuning. van de predikers. Er zouden nu in het veld honderd goed gekwalificeerde arbeiders moeten zijn, waar er nu maar één is.” –Gospel Workers, blz. 226.
A. Wat is de sleutel tot geestelijke en wereldlijke welvaart?
Matthéüs 6:33.
“Niet alleen eist de Heer de tienden op als de Zijne, maar Hij vertelt ons ook, hoe deze voor Hem gereserveerd moeten worden. Hij zegt: ‘Vereer de Heere van uw goed, en van de eerstelingen van al uw inkomsten’ (Spreuken 3:9). Dit leert niet, dat wij onze middelen voor onszelf moeten besteden en het overblijfsel naar de Heer moeten brengen, ook al zou het anders een eerlijke tiende moeten zijn. Laat Gods deel eerst apart gezet worden. De aanwijzingen, die de Heilige Geest geeft door de apostel Paulus met betrekking tot gaven, geven een beginsel, dat ook van toepassing is op tienden: ‘Op de eerste dag der week, legge ieder van u iets bij zichzelf weg, vergaderende een schat, naardat hij welvaren gekregen heeft’ (1 Korinthe 16:2). Ouders en kinderen zijn hierbij inbegrepen. Niet alleen de rijken, maar ook de armen worden aangesproken.” –The Review and Herald, 10 november 1896.
B. Wat verklaart God ons over dat, wat van Hem is? Maleáchi 3:10.
“Laat het volk van de Heer een getrouwe tiende betalen en laat ook hen, van ouders tot kinderen, het geld voor de Heer opzij leggen, dat zo vaak wordt uitgegeven voor zelfvoldoening. De Heer heeft ons tot Zijn rentmeesters gemaakt. Hij heeft Zijn middelen in onze handen gelegd voor een trouwe verdeling. Hij vraagt ons Hem te geven, wat van Hem is. Hij heeft de tienden gereserveerd als Zijn deel, om te worden gebruikt bij het uitzenden van het evangelie naar alle delen van de wereld. Mijn broeders en zusters, belijdt en verzaakt uw zelfzucht en breng uw gaven en offers aan de Heer. Breng Hem ook de tienden, die u hebt achtergehouden. Kom, belijdt uw nalatigheid. Beproeft de Heer, zoals Hij u heeft uitgenodigd om te doen.” –The Review and Herald, 23 november 1905.
1. Welke aanschouwelijke les uit Eden toont het tiendenbeginsel?
2. Hoe moesten de Hebreeën Gods eisen erkennen, voordat zij hun tienden teruggaven aan Gods schathuis?
3. Waarom is het tiendenstelsel van toepassing in de Nieuwtestamentische tijd?
4. Wat zou er gebeuren, als elke christen een getrouwe tienden zou betalen?
5. Hoe komt een getrouwe tienden iedereen ten goede?