Tekst om te onthouden: “Vergadert u geen schatten op de aarde, waar de mot en de roest ze verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; maar vergadert u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze verderft, en waar de dieven noch doorgraven noch stelen. Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn”
Mattheüs 6:19–21
“God wenst, dat wij het hemelse en niet het aardse kiezen. Hij opent voor ons de mogelijkheden van een belegging in de hemel. Hij wil onze eenvoudigste doelstellingen aanmoedigen, onze grote schatten veilig stellen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 231.
Aanvullende studie :: -Het Bijbels Gezin, blz. 302-312
A. Welke belangrijke uitdrukkingen moeten herhaaldelijk in ons hart weerklinken?
Psalm 107:8,
Psalmen 107:15,
Psalmen 107:21,
Psalmen 107:31;
Johannes 14:1-3.
“Laat duidelijk begrepen worden, dat de liefde van God alleen Zijn volk oprecht kan bewaren in de zelfverloochening en zelfopoffering, die zij geroepen zijn te verdragen omwille van Christus. Herhaal vaak de eerste drie verzen van het veertiende hoofdstuk van Johannes. Dit Schriftgedeelte is een wondermiddel voor moeilijkheden, teleurstellingen en ellende. Een overtuiging, dat de hoop op eeuwig leven zeker is, zorgt ervoor, dat het hart overloopt van dankbaarheid en dankzegging.” –The Paulson Collection of Ellen G. White Letters, blz. 5.
B. Als wij onze middelen aan de Heer geven, wat moeten wij dan steeds in gedachten houden?
Psalm 29:1-2.
“Geven is leven. Het leven, dat behouden zal worden, is het leven, dat vrijelijk gegeven wordt in de dienst van God en de mensen. Zij, die om Christus’ wil hun leven in deze wereld opofferen, zullen het behouden tot in het eeuwige leven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 544.
“Mij werd getoond, dat een engel trouw verslag uitbrengt van elk offer aan God, dat in de offerkist gedaan wordt; en ook wat voor uitwerking dat geld heeft. God ziet elke cent, die aan Zijn zaak gewijd wordt, en Hij ziet ook, of de gever dit vrijwillig of met tegenzin doet. Ook het motief om te geven wordt genoteerd.” –Het Bijbels Gezin, blz. 303.
A. Welk beginsel, dat Jezus geeft, is een geheim voor een gelukkiger leven?
Handelingen 20:35.
“Het beginsel van wereldse mensen is om van de vergankelijke dingen van dit leven zoveel mogelijk bij elkaar te schrapen, als ze maar kunnen. Zelfzuchtige liefde naar gewin is het overheersende principe in hun leven. Maar de zuiverste blijdschap wordt niet gevonden in rijkdom, maar waar tevredenheid heerst en waar zelfverloochenende liefde een heersend beginsel is. Duizenden brengen hun leven door in overdaad en hun hart is vol wrevel. Ze zijn slachtoffers van de zelfzucht en ontevreden in hun ijdel pogen om hun geest met overdaad te bevredigen. Maar op hun gezicht staat te lezen hoe ongelukkig ze zich voelen en achter hen strekt zich een woestenij uit, omdat hun leven onvruchtbaar is aan goede werken.
Naarmate de liefde van Christus ons hart vult en ons leven beheerst, zal begeerte, zelfzucht en gemakzucht overwonnen worden, en het zal onze blijdschap zijn de wil van Christus te doen, waar we immers belijden Zijn dienstknechten te zijn. Ons geluk zal dan evenredig zijn aan onze onzelfzuchtige werken, daartoe gedreven door de liefde van Christus.
In het verlossingsplan heeft goddelijke wijsheid de wet van actie en reactie gesteld, waardoor het werk der weldadigheid in al haar vertakkingen tot een dubbele zegen wordt. Hij, die de armen geeft, zegent anderen, en is in nog groter mate een zegen voor zichzelve. God zou Zijn doel om zondaars te redden, bereikt kunnen hebben zonder de hulp van de mens; maar Hij wist, dat de mens niet gelukkig kon zijn zonder aandeel te hebben in het grote werk, waarin hij zelfverloochening en weldadigheidszin kon aankweken.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 371.
B. Bij welke oproep vraagt de Heer ons onze prioriteiten in het leven aan te sluiten?
Matthéüs 6:19-20.
“Hij (God) heeft bepaald, dat geven een gewoonte moet worden. Dat gaat die gevaarlijke en bedrieglijke zonde van de geldzucht tegen. Voortdurend geven laat onze geldzucht van honger sterven.” –Het Bijbels Gezin, blz. 304.
“Als de rijkdommen door motten verteerd en door roest vergaan, weggedaan zullen worden, kunnen de volgelingen van Christus zich verheugen over hun hemelse schat, een rijkdom die onvergankelijk is…
Aan hen, die Zijn goederen hebben verspild, geeft Christus nog steeds de gelegenheid om blijvende rijkdom te vergaderen…
Laat uw bezit u daarom voorgaan naar de hemel. Leg uw schatten weg naast de troon van God.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 231, 232.
A. Wat moet ieder van ons in gedachten houden in het proces van oprechte zelfverloochenende overgave aan Christus ter voorbereiding op het koninkrijk der hemelen?
1 Korinthe 15:31.
“Het leven van de apostel Paulus was een voortdurend conflict met zichzelf. Hij zei: ‘Ik sterf dagelijks’ (1 Korinthe 15:31). Zijn wil en zijn verlangens streden elke dag tegen zijn plicht en de wil van God. In plaats van eigen neigingen te volgen deed hij Gods wil, hoe zwaar dat kruis ook was voor zijn natuur.
Aan het einde van zijn leven van strijd, terugziend op de worstelingen en overwinningen, kon hij zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden: voorts is voor mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij zal schenken op die dag’ (2 Timótheüs 4:7-8.
Het christelijke leven is een strijd en een mars. In deze strijd is er geen adempauze; en er is een voortdurende, volhardende inspanning. Het is door onophoudelijk streven, dat wij de overwinning over de verzoekingen van de satan kunnen handhaven. Christelijke trouw moet nagestreefd worden met weerstaanbare energie en gehandhaafd blijven met resolute vasthoudendheid en doelbewustheid.
Niemand zal naar hogerop komen zonder strenge vasthoudendheid en doelbewustheid. Niemand zal naar hogerop komen zonder strenge vasthoudende pogingen ten eigen behoeve. Iedereen moet in de strijd zelf strijden; niemand kan onze strijd strijden. Wij zijn persoonlijk verantwoordelijk voor het verloop van de strijd.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 387-388.
“Wilt gij de zeven laatste plagen ontvlieden? Wilt gij de heerlijkheid beërven, en genieten van al hetgeen God bereid heeft voor degenen, die Hem liefhebben en die gewillig zijn om voor Hem te lijden? Indien gij dit wilt, dan moet gij sterven om te kunnen leven. Bereidt u, bereidt u, bereidt u. Gij moet een grotere voorbereiding ondergaan dan tot heden, want de dag des Heeren komt, gruwelijk, met verbolgenheid en bittere toorn, om het land te stellen tot verwoesting, en deszelfs zondaars daaruit te verdelgen. Offert alles aan God op. Legt alles op Zijn altaar, uw eigen ik, uw bezittingen, en alles, als een levende offerande.Alles zal opgegeven moeten worden om de heerlijkheid binnen te gaan. Vergadert u schatten in de hemel, waar geen dief doorgraaft of roest verderft. Gij moet hier deel hebben aan het lijden van Christus, indien gij hiernamaals met Hem deel wilt hebben aan Zijn heerlijkheid.
De hemel zal goedkoop genoeg zijn, ondien wij hem door lijden verkrijgen. Wij moeten onszelf de gehele weg langs verloochenen, onszelf dagelijks afsterven, Jezus alleen laten verschijnen en Zijn heerlijkheid voortdurend in het oog houden. Ik zag, dat degenen, die in de laatste tijd de waarheid hebben aangenomen, zullen moeten leren, wat het is om te lijden om Christus’ wil; dat zij beproevingen zullen moeten doorstaan, die zwaar en pijnlijk zullen zijn, opdat zij gelouterd mogen worden en door lijden toegerust om het zegel van de levende God te ontvangen, de tijd der benauwdheid door te gaan, de Koning in Zijn schoonheid te aanschouwen, en in de tegenwoordigheid van God en van reine, heilige engelen te leven.” –Eerste Geschriften, blz. 70-71.
A. Hoe is het concept van zelfverloochening ook van toepassing op kinderen en jongeren?
Spreuken 20:11.
“Kinderen van twee tot vier jarige leeftijd moeten niet aangemoedigd worden te denken, dat zij alles kunnen hebben, waar zij om vragen. Ouders moeten hen lessen van zelfverloochening leren en hen nooit behandelen op een wijze, waardoor zij gaan denken, dat zij het middelpunt zijn en dat alles rond hen draait.
Veel kinderen hebben zelfzucht van hun ouders geërfd, maar ouders moeten trachten elke vezel van deze kwade neiging uit te roeien uit het karakter van hun kinderen.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz.151-152.
“Kinderen moet geleerd worden zichzelf te verloochenen. Eens toen ik in Nashville sprak, had de Here mij licht aangaande deze zaak. Het flitste met grote kracht door mij heen, dat in elk huis een zelfverloocheninsdoos moest staan en dat de kinderengeleerd moest worden hun klein geld, dat zij anders aan snoepgoed en andere dingen zouden besteden, in deze doos te doen.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 151.
“Als onze jongelui tijdens hun reis nauwkeurig bijhouden, hoeveel geld zij besteden, zullen hun ogen geopend worden voor hetgeen zij verkwisten. Hoewel hun niet gevraagd zal worden af te zien van warme maaltijden, zoals de pioniers deden tijdens hun rondtrekkend bestaan, kunnen zij wel leren om met minder geld in hun eerste levensbehoefte te voorzien, dan zij nu nodig vinden.
Er zijn mensen, die zichzelf verloochenen om geld aan Gods zaak te kunnen geven; laten dan de arbeiders in het werk zichzelf ook verloochenen door hun uitgaven zoveel mogelijk te beperken.” –Getuigenissen voor de Ge-meente 5, blz. 327.
B. Geef een voorbeeld van hoe vroege opvoeding in zuinig zijn in de praktijk werd gebracht.
1 Korinthe 11:1.
“Toen ik nog maar twaalf jaar was, wist ik, wat het betekende zuinig te zijn. Samen met mijn zuster leerde ik een vak. En hoewel we maar vijfentwintig dollarcent per dag verdienden, waren wij in staat hiervan een beetje te sparen voor de zending. We spaarden beetje bij beetje, totdat we dertig dollar hadden. Toen de boodschap verkondigd werd, dat de Heer spoedig zou weerkomen, met de oproep voor mensen en geld, voelden we het als een voorrecht, die dertig dollar aan vader te geven, zodat er pamfletten en traktaten van gedrukt konden worden. Zo kon de boodschap mensen bereiken, die in duisternis verkeerden….
Met het geld, wat we met ons werk verdienden, zorgden mijn zuster en ik voor kleding. We overhandigden ons geld aan moeder en zeiden: “Doe op zo’n manier inkopen, dat, er iets overblijft voor de zending”. Dat deed ze graag. Zo moedigde ze ons aan hart voor de zending te krijgen.” –Het Bijbels Gezin, blz. 316-317.
A. Hoe moeten ook de ouderen doen, net zoals de jongeren een schat in de hemel moeten opslaan?
Psalm 116:14-15;
Lukas 12:33-34.
“Op de ouderen, die hun greep op dit leven aan het verliezen zijn, doe ik een beroep voor de juiste beschikking van de goederen van uw Heer, voordat u in Jezus zult rusten. Bedenkt, dat u Gods rentmeesters bent. Geeft terug aan de Heer het Zijne, terwijl u leeft. Laat niet na om hier aandacht aan te besteden, terwijl u uw verstand hebt. Naarmate de leeftijd op ons afkomt, is het onze plicht om een beschikking te maken voor onze middelen tot instrumenten, die God heeft ingesteld. Satan gebruikt elk middel om af te leiden van de zaak des Heeren, die de middelen zo hard nodig heeft. Velen verbinden hun talent van middelen in wereldse ondernemingen, wanneer de zaak van God elke euro nodig heeft om Zijn waarheid te bevorderen en Zijn naam te verheerlijken. Ik vraag: Zullen wij niet voor onszelf een schat in de hemel opslaan, in zakken die niet oud zijn? Ik zou in het bijzonder de ouderen aansporen, die spoedig over hun middelen moeten beschikken, om te denken aan hen, die getrouw in woord en leer hebben gediend. Plaats uw middelen waar, mochten gezondheid en leven falen, zij geïnvesteerd kunnen worden in de zaak van God. Dus ze zullen naar de wisselaars worden gestuurd en zich constant ophopen…
Laat uw hart trouw zijn aan Jezus. Hoewel u het gevoel kunt hebben, dat u de minste van alle heiligen bent, toch bent u leden van het lichaam van Christus, en door Hem wordt u in verband gebracht met al Zijn menselijke agenten en met de voortreffelijkheid en kracht van de hemelse wezens. Niemand van ons leeft voor zichzelf.
Laat uw hart trouw zijn aan Jezus. Hoewel u het gevoel kunt hebben, dat u de minste van alle heiligen bent, toch bent u leden van het lichaam van Christus, en door Hem wordt u in verband gebracht met al Zijn menselijke agenten en met de voortreffelijkheid en kracht van de hemelse wezens. Niemand van ons leeft voor zichzelf. Aan ieder wordt een taakfunctie toegewezen, niet voor zijn eigen bekrompen, zelfzuchtige belangen, maar opdat de invloed van ieder een kracht voor allen kan zijn. Als wij werkelijk geloofden, dat wij persoonlijk een schouwspel waren voor de wereld, voor engelen en voor mensen, zouden wij als gemeente niet een heel andere geest tonen dan wat wij nu laten zien? Zouden wij geen levende, werkende gemeente zijn?” –Testimonies for the Church, vol. 7, blz. 295-296.
1. Als wij Gods goedheid voor ons beschouwen, hoe moet dat ons dan doen antwoorden?
2. Op welke specifieke manieren moet ik meer zelfverloochening uitoefenen voor het welzijn van anderen?
3. In welke aspecten van het leven moet ik beter nadenken over het dagelijks sterven van de apostel?
4. Hoe kunnen kinderen de vreugde van zelfverloochening worden bijgebracht?
5. Welke oproep klinkt er voortdurend tot ons door, naarmate wij vorderen in jaren?