Tekst om te onthouden: “En heengaande predikt, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen”
Mattheüs 10:7
“Omdat de tijd kort is, moeten wij met ijver en dubbele energie werken.” –Testimonies for the Church , vol 3, blz. 159.
Aanvullende studie :: -Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 209-212.
A. Wat voorziet God genadig, zelfs in het snelle tijdperk, waarin wij leven, en waarom?
Prediker 3:1.
“Onze tijd behoort God toe. Elk ogenblik is van Hem en wij hebben de ernstige verplichting deze te besteden tot Zijn eer. Van geen enkel talent, ons gegeven, zal Hij een nauwgezetter verantwoording vragen dan juist van onze tijd…
Wij hebben maar een korte tijd van genade om ons gereed te maken voor de eeuwigheid. Wij kunnen geen tijd verspillen, geen tijd besteden aan zelfzuchtig genot, aan toegeven aan de zonde. Nu moeten wij een karakter gereedmaken voor het toekomstige, eeuwige leven. Wij moeten ons nu gereedmaken voor het onderzoekend oordeel.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 209.
B. Met welke factoren moeten wij rekening houden bij het plannen van ons gebruik van de tijd?
Jakobus 4:13-15.
“De korte tijd vraagt om een energie, die niet is opgewekt onder degenen, die beweren de tegenwoordige waarheid te geloven.” –Counsels on Health, blz. 506.
“Als iedereen zijn tijd zou gebruiken voor het beste verslag, zouden er heel veel middelen worden bespaard voor de zaak van de waarheid. Wanneer het hart in het werk is, zal het met ernst, energie en doeltreffend worden gedaan.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 451.
A. Wat moeten wij beseffen, als wij Gods werk willen bevorderen?
1 Petrus 5:8;
Openbaring 12:12.
“Wij hebben geen tijd te verliezen. De machten van de duisternis werken met intense energie, en met heimelijke tred vordert Satan om degenen, die nu slapen, te nemen, als een wolf, die zijn prooi neemt. Wij hebben nu waarschuwingen, die wij kunnen geven, een werk dat wij nu kunnen doen, maar spoedig zal het moeilijker zijn dan wij denken.” –Evangelism, blz. 218.
“O! wij moeten vreselijk ernstig zijn om elke ziel ervan te doordringen, dat er een hemel te winnen is en een hel te mijden. Elke energie van de ziel moet worden opgewekt om hun aanneming te forceren en het koninkrijk dan aan te grijpen. Satan is actief en wij moeten ook actief zijn. Satan is onvermoeibaar en volhardend, en wij moeten hetzelfde zijn. Er is geen tijd om verontschuldigingen te maken en anderen de schuld te geven van onze afvalligheid; geen tijd nu om de ziel te vleien, dat, als de omstandigheden alleen maar gunstiger waren geweest, hoeveel beter, hoeveel gemakkelijker zou het voor ons zijn om de werken van God te werken. Wij moeten ook degenen, die belijden in Christus te geloven, vertellen, dat zij moeten ophouden God te beledigen door zondige veronschuldigingen.” –Manuscript Releases, vol. 12, blz. 336.
B. Wat leert de Inspiratie over de strijd, die voor ons ligt? Efeze 6:12;
Matthéüs 24:13.
“Gezien hoe kort de tijd nog maar is, moeten wij als volk waken en bidden, en in geen geval onszelf toestaan, dat we afgeleid worden van het plechtige voorbereidingswerk op de grote gebeurtenis, die ons te wachten staat.Omdat het ogenschijnlijk al zo lang geduurd heeft, zijn velen zorgeloos en onverschillig geworden ten aanzien van hun woorden en daden. Zij zijn zich hun gevaar niet bewust en zien en begrijpen de genade Gods niet in het verlengen van hun genadetijd, opdat ze in de gelegenheid zijn karakters te vormen voor het toekomstige, onsterfelijke leven. Elk moment is van de hoogste waarde. Tijd wordt hun verstrekt, niet om te gebruiken ten eigen gerieve om zich te wortelen in deze wereld, maar om aangewend te worden ten einde elke fout in hun karakter te overwinnen, en, door voorbeeld en persoonlijke inspanning, anderen te helpen de schoonheid der heiligheid te zien.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 522.
“Met toenemende ijver en energie moeten wij het werk van de Heer tot het einde der tijden voortzetten.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 548.
A. Wat zijn enkele punten, die onze Meester ons wil laten begrijpen over de verschillende talenten, die ons zijn toevertrouwd?
Lukas 19:13.
“Hoe groot, hoe klein de bezittingen van iemand ook zijn, laat hem bedenken, dat het zijn enige toevertrouwde is. Voor zijn kracht, vaardigheid, tijd, talenten, kansen en middelen moet hij rekenschap afleggen aan God. Dit is een individueel werk; God geeft ons, opdat wij zoals Hij mogen worden, vrijgevig, edelmoedig, liefdadig, door aan anderen te geven. Zij die, hun goddelijke opdracht vergetend, alleen maar proberen te redden of te besteden in de toegeeflijkheid van hoogmoed of zelfzucht, kunnen de verworvenheden en genoegens van deze wereld veiligstellen; maar in Gods ogen, geschat naar hun geestelijke verworvenheden, zijn zij arm, waardeloos, ellendig, blind, naakt.” –Counsels on Stewardship, blz. 22.
“Ik kan geen voorbeeld vinden in het leven van Christus, waar Hij tijd wijdde aan spel en vermaak. Hij was de grote leraar voor het tegenwoordige en het toekomstige leven; toch heb ik niet één geval kunnen vinden, waar Hij de discipelen leerde om zich te vermaken om lichaamsbeweging te krijgen. De Verlosser van de wereld geeft aan ieder mens zijn werk en beveelt hem:’Drijft handel, totat ik kom’ (Lukas 19:13). Door dit te doen verwarmt het hart voor de onderneming. Alle krachten van het wezen worden ingeschakeld in de poging om te gehoorzamen. Wij hebben een hoge en heilige roeping.” –Counsels to Parents, Teachers and Students, blz. 309.
B. Wat moeten wij van Salomo’s ervaring leren?
Prediker 2:10-11.
“Wij moeten ons afwenden van duizend onderwerpen, die zich aan ons opdringen. Er zijn zaken, die tijd verslinden en vragen opwerpen, maar in niets eindigen. De hoogste belangen vragen de nauwste aandacht en energie, die zo vaak aan betrekkelijk onbelangrijke dingen worden gegeven.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 391.
“Laat de mensen zien, dat u een geest hebt voor bruikbaarheid en plicht, en dat voor het redden van de ziel. Het vermaak, dat tijd kost, alleen maar om zichzelf te bevredigen, loont niet.” –Medical Ministry, blz. 82.
“De energie, die nu geconcentreerd is op goedkope, bederfelijke goederen, moet worden gebruikt in het werk, dat de wereld moet verlichten. Laat elke energie, die God heeft gegeven, gebruikt worden in het werk, dat de gezegende voldoening met zich meedraagt, die het is voor tijd en voor eeuwigheid.” –Manuscript Releases, vol. 6, blz. 267.
A. Waarom is de houding van de dwaze, rijke man een waarschuwing voor ons?
Lukas 12:16-21.
“Er is een droevige onthouding van God van de kant van Zijn belijdend volk. De middelen en inspanningen, die aan Christus gegeven moeten worden, zijn gewijd aan zelfgenoegzaamheid. God is beroofd van tijd, geld en dienstbaarheid. Eigenliefde, zelfbevrediging, sluit de liefde van Jezus uit de ziel, en daarom is er in de gemeente geen grotere ijver en vuriger liefde voor Hem, die ons eerst liefhad.” –The Signs of the Times, 22 december 1890.
“Mannen doen, alsof zij verstoken zijn van hun verstand. Zij zijn begraven in de zorgen van dit leven. Zij hebben geen tijd om zich aan God te wijden, geen tijd om Hem te dienen. Werken, werken, werken, is de orde van de dag. Iedereen onder hen is verplicht om te werken aan het hogedrukplan, om voor grote boerderijen te zorgen. Om af te breken en groter te bouwen is hun eerzucht, dat zij middelen mogen hebben om hun goederen te schenken. Toch gaan juist deze mannen, die gebukt gaan onder hun rijkdommen, door voor Christus’ volgelingen. Zij hebben de naam te geloven, dat Christus spoedig zal komen, dat het einde van alle dingen nabij is; toch hebben zij geen geest van opoffering. Zij storten zich steeds dieper in de wereld. Zij gunnen zichzelf maar weinig tijd om het woord des levens te bestuderen, te mediteren en te bidden. Evenmin geven zij anderen in hun gezin, of degenen die hen dienen, dit voorrecht. Toch belijden deze mannen te geloven, dat deze wereld niet hun thuis is, dat zij slechts pelgrims en vreemdelingen op aarde zijn, die zich voorbereiden om naar een beter land te verhuizen. Het voorbeeld en de invloed van dit alles is een vloek voor de zaak van God. Holle huichelarij kenmerkt hun beleden christelijke leven. Zij hebben God en de waarheid lief, net zoveel als hun werken laten zien, en niet meer. Een mens zal al het geloof, dat hij heeft, uitdragen.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 662-663.
B. Wat moet altijd voorop staan in onze gedachten?
1 Korinthe 3:23;
1 Korintiërs 6:20.
“Of wij nu wel of niet verstand, ziel en kracht aan God geven, het behoort Hem allemaal toe. God spreekt tot ieder mens en zegt: ‘Ik heb een claim op u. Geef mij uw ijver, uw mogelijkheden, uw energie, uw middelen’. Hij heeft het recht om dit te vragen, want wij zijn van Hem, verlost door Zijn grenzeloze liefde en door de lijdensweg van het kruis van Golgotha uit de dienst van de zonde.” –The Signs of the Times, 2 januari 1901.
A. Welk besef moet ieder van ons tot actie wekken?
2 Korinthe 6:2;
Matthéüs 10:7.
“Wij hebben meer ernst nodig in de zaak van Christus. De plechtige boodschap van waarheid moet worden gegeven met een intensiteit, die ongelovigen ervan zou doordringen, dat God met onze inspanningen werkt, dat de Allerhoogste onze levende bron van kracht is…
Moet deze onverschilligheid van jaar tot jaar duren? Moet Satan altijd zegevieren en Christus teleurgesteld zijn in de dienaren, die Hij tegen een oneindige prijs heeft verlost? Wij kijken uit naar de tijd, dat de late regen zal worden uitgestort, vol vertrouwen hopend op een betere dag, wanneer de gemeente zal worden voorzien van kracht van boven, en zo uitgerust om doeltreffender werk voor God te doen. Maar de late regen zal nooit luie zielen verkwikken en versterken, die niet de kracht gebruiken, die God hun al heeft gegeven. Geestelijke luiheid zal ons niet dichter bij God brengen. Er moet energie en ijver zijn, evenals toewijding en persoonlijke godsvrucht, verweven in al onze werken.” –The Signs of the Times, 9 december 1886.
B. Wat is Gods roeping voor ons in deze tijd?
Jesaja 60:1-2;
Matthéüs 5:14-16.
“Een werkende gemeente is een levende gemeente. Gemeenteleden, laat het licht voorwaarts schijnen. Laat uw stemmen gehoord worden in nederig gebed, in getuigenis tegen de onmatigheid, de dwaasheid en het vermaak van deze wereld, en in de verkondiging van de waarheid voor deze tijd. Uw stem, uw invloed, uw tijd, dit zijn allemaal gaven van God en moeten worden gebruikt om zielen voor Christus te winnen. Bezoek uw buren en toon interesse in de redding van hun ziel. Wek elke geestelijke energie op tot actie. Vertel degenen, die u bezoekt, dat het einde van alle dingen nabij is.” –Medical Ministry, blz. 332.
1. Waarom is tijd zo waardevol?
2. Welke algemene valstrik kan ons ervan weerhouden om voor Christus te werken?
3. Welke neiging kon ons doen stilstaan in een toestand van Laodicea?
4. Wat moet ons ertoe aanzetten om voor Christus te werken?
5. Waarom zullen velen de late regen niet ontvangen?