Rentmeesters in de laatste dagen (II) — SABBAT, 15 oktober 2022

Les 3: Alles op het altaar

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Gij zult de Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht: dit is het eerste gebod”

Markus 12:30

“Het hele wezen, hart, ziel, verstand en kracht, moet in Gods dienst worden gebruikt. Wat is er nog over, dat niet aan God is gewijd?” –The Review and Herald, 6 november 1900.

Aanvullende studie :: -Eerste Geschriften, blz. 320-323

ZONDAG — 9 oktober

1. Motief voor dienstbaarheid

A. Welke aspecten van discipelschap worden vaak over het hoofd gezien door velen, die beweren Christus te volgen?

Markus 8:34;

Markus 8:34: En tot Zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen, zeide Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.

Johannes 15:19-20.

Johannes 15:19: Indien gij van de wereld waart, zo zou de wereld het hare liefhebben; doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld. Johannes 15:20: Gedenk des woords, dat Ik u gezegd heb: Een dienstknecht is niet meerder dan zijn heer. Indien zij Mij vervolgd hebben, zij zullen ook u vervolgen; indien zij Mijn woord bewaard hebben, zij zullen ook het uwe bewaren.

“Weinigen zijn bereid om Zijn (Christus’) verbazingwekkende ontberingen na te volgen, Zijn lijden en vervolgingen te doorstaan en Zijn uitputtende arbeid te delen om anderen tot het licht te brengen. Maar weinigen zullen Zijn voorbeeld volgen in een ernstig, herhaaldelijk gebed tot God om kracht om de beproevingen van dit leven te doorstaan en zijn dagelijkse taken uit te voeren. Christus is de Kapitein van onze verlossing, en door Zijn eigen lijden en offer heeft Hij een voorbeeld gegeven aan al Zijn volgelingen, dat waakzaamheid en gebed, en volhardende inspanning, van hun kant noodzakelijk waren, als zij op de juiste manier de liefde zouden vertegenwoordigen, die in Zijn boezem woonde voor het gevallen geslacht.” –Testimonies for the Church 2, blz. 664.

B. Welk contrast bestaat er tussen ware en valse dienstbaarheid?

Job 31:24-28;

Job 31:24: Zo ik het goud tot mijn hoop gezet heb, of tot het fijn goud gezegd heb: Gij zijt mijn vertrouwen; Job 31:25: Zo ik blijde ben geweest, omdat mijn vermogen groot was, en omdat mijn hand geweldig veel verkregen had; Job 31:26: Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande; Job 31:27: En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft; Job 31:28: Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.

Job 29:11-16.

Job 29:11: Als een oor mij hoorde, zo hield het mij gelukzalig; als mij een oog zag, zo getuigde het van mij. Job 29:12: Want ik bevrijdde den ellendige, die riep, en den wees, die geen helper had. Job 29:13: De zegen desgenen, die verloren ging, kwam op mij; en het hart der weduwe deed ik vrolijk zingen. Job 29:14: Ik bekleedde mij met gerechtigheid, en zij bekleedde mij; mijn oordeel was als een mantel en vorstelijke hoed. Job 29:15: Den blinden was ik tot ogen, en den kreupelen was ik tot voeten. Job 29:16: Ik was den nooddruftigen een vader; en het geschil, dat ik niet wist, dat onderzocht ik.

Waarom moeten wij onze motieven opnieuw onderzoeken?

“Bij velen heeft de rotzooi van de wereld de kanalen van de ziel verstopt. Egoïsme heeft de geest beheerst en het karakter vervormd. Als het leven met Christus in God verborgen zou zijn, zou Zijn dienst geen sleur zijn. Als het hele hart aan God gewijd zou zijn, zou iedereen iets te doen vinden en een deel in het werk begeren. Zij zouden naast alle wateren zaaien, biddend en gelovend, dat de vruchten zouden verschijnen.” –The Review and Herald, 19 december 1878.

MAANDAG — 10 oktober

2. Het centraal stellen van Christus’ leringen

A. Welk ongelukkig contrast bestaat er tussen Christus Zelf en veel van Zijn belijdende volgelingen in deze tijd?

Filippensen 2:5-8,

Filippenzen 2:5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was; Filippenzen 2:6: Die in de gestaltenis Gods zijnde, geen roof geacht heeft Gode even gelijk te zijn; Filippenzen 2:7: Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden; Filippenzen 2:8: En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.

Filippensen 2:21.

Filippenzen 2:21: Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.

“Het verlossingsplan werd gelegd in een offer, dat zo breed, diep en hoog was, dat het onmetelijk is. Christus zond Zijn engelen niet naar deze gevallen wereld, terwijl Hij in de hemel bleef; maar Hijzelf ging zonder aanhang, schande verdragend. Hij werd een man van smarten en bekend met leed; Hij nam Zelf onze kwalen op Zich en droeg onze zwakheden. En de afwezigheid van zelfverloochening bij Zijn belijdende volgelingen beschouwt God als een ontkenning van de christelijke naam. Degenen, die belijden één te zijn met Christus en toegeven aan hun egoïstische verlangens naar rijke en dure kleding, meubels en voedsel, zijn christenen alleen in naam. Een christen zijn is zijn als Christus.

En toch, hoe waar zijn de woorden van de apostel: ‘Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is’ (Filippensen 2:21). Veel christenen hebben geen werken, die overeenkomen met de naam, die zij dragen. Zij doen, alsof zij nog nooit gehoord hebben van het verlossingsplan, dat tegen oneindige kosten is uitgevoerd. De meerderheid wil naam maken in de wereld; zij nemen de vormen en ceremonies aan en leven voor de toegeeflijkheid van zichzelf. Zij volgen hun eigen doelen net zo gretig als de wereld, en zo blokkeren zij hun kracht om te helpen bij het vestigen van het koninkrijk van God.” –Counsels on Stewardship, blz. 54.

B. Welk hemels beginsel beveelt Christus aan in deze tijd aan al Zijn volgelingen? Waarom?

Matthéüs 16:24-26.

Mattheüs 16:24: Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. Mattheüs 16:25: Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden. Mattheüs 16:26: Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?

“Zij, die de zegen van heiligmaking deelachtig willen worden, moeten eerst de bekentenis van zelfopoffering leren verstaan. Het kruis van Christus is de centrale steunpilaar, waaraan ‘een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid’ hangt. ‘Indien iemand achter Mij wil komen’, zegt Christus, ‘die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij’. Het is de uiting van onze liefde voor onze medemens, die onze liefde tot God kenbaar maakt. Het is volharding in het dienen, dat rust brengt aan de ziel.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 408.

“Wij moeten dezelfde zelfopoffering beoefenen, die Hem (Christus) ertoe bracht om Zichzelf over te geven aan de kruisdood, om het mensen mogelijk te maken het eeuwige leven te ontvangen. Bij alles, wat wij aan geld uitgeven, moeten wij trachten te voldoen aan het voornemen van Hem, die de Alfa en Omega van alle christelijke krachtsinspanningen is.Wij moeten al het geld, wat wij missen kunnen, in de schatkamer van de Heer brengen. Behoeftige arbeidsvelden, waar nog niet gewerkt wordt, vragen om dit geld.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 52.

DINSDAG — 11 oktober

3. Leren van de apostelen

A. Wat was het geheim van de vurige liefde van de apostel Paulus voor de zielen van mannen en vrouwen?

2 Korinthe 4:15-18;

2 Korinthe 4:15: Want al deze dingen zijn om uwentwil, opdat de vermenigvuldigde genade, door de dankzegging van velen, overvloedig worde ter heerlijkheid Gods. 2 Korinthe 4:16: Daarom vertragen wij niet; maar hoewel onze uitwendige mens verdorven wordt, zo wordt nochtans de inwendige vernieuwd van dag tot dag. 2 Korinthe 4:17: Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid; 2 Korinthe 4:18: Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.

2 Korintiërs 5:14-15.

2 Korinthe 5:14: Want de liefde van Christus dringt ons; 2 Korinthe 5:15: Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.

“Hoe kunnen degenen, voor wie Christus zoveel heeft opgeofferd, zelfzuchtig van Zijn gaven blijven genieten? Zijn liefde en zelfverloochening zijn zonder weerga; en wanneer deze liefde in het leven van Zijn volgelingen komt, zullen zij hun interesses identificeren met die van hun Verlosser. Hun werk zal zijn om het koninkrijk van Christus op te bouwen. Zij zullen zichzelf en hun bezittingen aan Hem wijden en beide gebruiken, zoals Zijn zaak dat vereist…

De liefde van Jezus in de ziel zal geopenbaard worden in woord en daad. Het koninkrijk van Christus zal van het grootste belang zijn. Het ik zal als een gewillig offer op het altaar van God gelegd worden. Iedereen, die werkelijk verenigd is met Christus, zal dezelfde liefde voor zielen voelen, die de Zoon van God ertoe bracht Zijn koninklijke troon, Zijn hoog bevel, te verlaten en omwille van ons arm te worden, opdat wij door Zijn armoede rijk zouden worden.” –Counsels on Stewardship, blz. 55.

B. Voor welke neiging waarschuwt de apostel Johannes gelovigen, en hoe kan dit op ons van toepassing zijn?

1 Johannes 2:15-17.

1 Johannes 2:15: Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 1 Johannes 2:16: Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. 1 Johannes 2:17: En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

“Wat doen wij als belijdende christenen? Zielen om ons heen, dichtbij onze huizen, en degenen, die ver weg zijn, gaan ten onder in hun zonden, ongewaarschuwd, onverzorgd. Elke dag passeren wij degenen, die zonder hoop en zonder God in de wereld zijn, en wij openen nooit onze lippen om hen over Christus en Zijn liefde te vertellen. Een wereldse verdwazing houdt mannen en vrouwen betoverd… Strijders van het kruis van Christus moeten de hemel bewegen met hun gebeden voor God om te werken, voor Zijn kracht om samen te werken met de menselijke agent om de mensen te bereiken, waar zij zijn.” –Manuscript Releases, vol. 8, blz. 95.

“Terwijl velen wachten tot elk obstakel verwijderd is, sterven zielen zonder hoop en zonder God in de wereld. Velen, zeer velen, zullen zich omwille van het wereldse voordeel, omwille van het verwerven van kennis van de wetenschappen, wagen in verderfelijke regio’s, en naar landen gaan, waarvan zij denken commercieel voordeel te kunnen behalen; maar waar zijn de mannen en vrouwen, die van plaats zullen veranderen en hun gezinnen zullen verplaatsen naar gebieden, die het licht van de waarheid nodig hebben, zodat hun voorbeeld kan spreken tot degenen, die in hen de vertegenwoordigers van Christus zullen zien?” –Counsels on Stewardship, blz. 56.

WOENSDAG — 12 oktober

4. Kenmerken van geloof

A. Wat moet ons geloof als dienaren van Christus kenmerken? Waarom? Efeze 6:6-8.

“Is er geen gevaar, dat de kostbare, onsterfelijke erfenis wordt overschaduwd door de waardeloze schat van de aarde? Het gevaar bestaat, dat uw bruikbaarheid kan worden vernietigd, uw geloof verzwakt, uw zielentempel bezoedeld met kopers en verkopers.” –The Review and Herald, 19 juni 1888.

B. Waarom herhaalde Christus het tiende gebod tijdens Zijn bediening?

Exodus 20:17;

Exodus 20:17: Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, noch iets, dat uws naasten is.

Lukas 12:15.

Lukas 12:15: En Hij zeide tot hen: Ziet toe en wacht u van de gierigheid; want het is niet in den overvloed gelegen, dat iemand leeft uit zijn goederen.

Wat is Gods geneesmiddel om ons in staat te stellen de verschrikkelijke zonde van egoïsme te overwinnen?

Hebreeën 12:2-3.

Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. Hebreeën 12:3: Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.

“Christus is ons voorbeeld. Hij gaf Zijn leven als een offer voor ons, en Hij vraagt ons om ons leven te geven als een offer voor anderen. Zo kunnen wij het egoïsme uitbannen, dat Satan voortdurend in ons hart probeert te planten. Dit egoïsme is de dood voor alle vroomheid en kan alleen worden overwonnen door liefde voor God en voor onze medemensen te tonen. Christus zal niet toestaan, dat één egoïstisch persoon de voorhoven van de hemel binnengaat. Geen begerig mens kan door de parelen poorten gaan; want alle begeerte is afgoderij.” –Counsels on Stewardship, blz. 26.

“Constante, zelfverloochenende liefdadigheid is Gods geneesmiddel voor de knagende zonden van egoïsme en begeerte. God heeft systematische liefdadigheid geregeld om Zijn zaak te ondersteunen en de behoeften van de lijdenden en behoeftigen te verlichten. Hij heeft bepaald, dat geven een gewoonte moet worden, dat het de gevaarlijke en bedrieglijke zonde van begeerte kan tegengaan. Voortdurend geven laat begeerte de dood sterven. Systematische liefdadigheid is ontworpen om God schatten van de begerige af te laten trekken zo snel als zij worden gewonnen en om deze te wijden aan de Heer, aan wie zij toebehoren…

Rijkdommen maken mensen egoïstisch, en hamsteren voedt begeerte; en deze kwaden versterken door actieve oefening. God kent ons gevaar en heeft ons afgedekt met middelen om onze eigen ondergang te voorkomen. Hij vraagt de voortdurende oefening van liefdadigheid, opdat de kracht van gewoonte in goede werken de kracht van gewoonte in een tegenovergestelde richting kan breken. Door oefenen vergroot en versterkt liefdadigheid voortdurend, totdat het een beginsel wordt en in de ziel regeert. Het is zeer gevaarlijk voor de spiritualiteit om egoïsme en begeerte de minste ruimte in het hart te geven.” –Testmonies for the Church vol. 3, blz. 548-549.

DONDERDAG — 13 oktober

5. Volledige onderwerping

A. Hoe kunnen wij bemoedigd worden door het voorbeeld van de eerste christenen in Macedonië?

2 Korinthe 8:1-5.

2 Korinthe 8:1: Voorts maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de Gemeenten van Macedonie gegeven is. 2 Korinthe 8:2: Dat in vele beproeving der verdrukking de overvloed hunner blijdschap, en hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot den rijkdom hunner goeddadigheid. 2 Korinthe 8:3: Want zij zijn naar vermogen (ik betuig het), ja, boven vermogen gewillig geweest; 2 Korinthe 8:4: Ons met vele vermaning biddende, dat wij wilden aannemen de gave en de gemeenschap dezer bediening, die voor de heiligen geschiedt. 2 Korinthe 8:5: En zij deden niet alleen, gelijk wij gehoopt hadden, maar gaven zichzelven eerst aan den Heere en daarna aan ons, door den wil van God.

“Bijna alle Macedonische gelovigen waren arm aan aardse goederen, maar hun harten vloeiden over van liefde tot God en Zijn waarheid, en zij droegen blijmoedig bij tot bevestiging van het evangelie. Wanneer er in de heidense gemeenten algemene inzamelingen werden gehouden ter ondersteuning van de Joodse gelovigen, werd de vrijgevigheid van de bekeerden te Macedonië tot voorbeeld gesteld. –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 253.

B. Hoe vat Christus onze plicht als gelovigen samen?

Markus 12:29-31.

Markus 12:29: En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israel, de Heere, onze God, is een enig Heere. Markus 12:30: En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw verstand, en uit geheel uw kracht. Dit is het eerste gebod. Markus 12:31: En het tweede aan dit gelijk, is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven. Er is geen ander gebod, groter dan deze.

Wat gebeurt er, als wij dit beginsel dagelijks in praktijk brengen?

Matthéüs 7:24-25.

Mattheüs 7:24: Een iegelijk dan, die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft; Mattheüs 7:25: En er is slagregen nedergevallen, en de waterstromen zijn gekomen, en de winden hebben gewaaid, en zijn tegen hetzelve huis aangevallen, en het is niet gevallen, want het was op de steenrots gegrond.

“Het hele wezen moet gewijd worden aan de dienst van de Meester.” –The General Conference Bulletin, 16 april 1901.

“Niemand kan werkelijk verenigd zijn met Christus, Zijn lessen beoefenen, zich onderwerpen aan Zijn juk van zelfbeheersing, zonder zich te realiseren, wat hij nooit in woorden kan uitdrukken. Nieuwe, rijke gedachten komen bij hem op. Licht wordt gegeven aan de verstandige, vastberadenheid aan de wil, gevoeligheid voor het geweten, zuiverheid aan de verbeelding. Het hart wordt meer teder, de gedachten geestelijker, het dienen meer als Christus. In het leven wordt gezien, wat geen woorden kunnen uitdrukken, ware, trouwe, liefdevolle toewijding van hart, verstand, ziel en kracht aan het werk van de Meester.” –Testimonies for the Church vol. 6,

VRIJDAG — 14 oktober

Terugblik

1. Hoe weerspiegelde het leven van Job de Geest van Christus?

2. Welke algemene neiging moeten wij overwinnen, als wij zouden willen zegevieren?

3. Wat leren Paulus en Johannes ons over het ontwukkelen van eeuwige waarden?

4. Waarom is begeerte zo schadelijk voor onze ziel?

5. Hoe wordt oprecht dienen beloond, zelfs in dit aardse leven?