Rentmeesters in de laatste dagen (II) — SABBAT, 31 december 2022

Les 14: Onze laatste kans!

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ik moet werken de werken van Hem, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan”

Johannes 9:4

“Wij naderen het einde van de geschiedenis van deze aarde en de verschillende afdelingen van Gods werk moeten met veel meer zelfopoffering worden voortgezet dan tot nu toe is beoefend.” –Evangelism, blz. 631.

Aanvullende studie :: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 575-585;; -Testimonies for the Church 6, blz. 445-453.

ZONDAG — 25 december

1. Voordat het leven afloopt

A. Aan welke realiteiten zijn wij allemaal onderworpen?

Hebreeën 9:27.

Hebreeën 9:27: En gelijk het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel;

Wat moet dit maken, dat ieder van ons bedenkt, of men nu oud, jong, ziek of gezond is?

Romeinen 12:11.

Romeinen 12:11: Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.

“Het gebeurt vaak, dat een actief zakenman zonder een enkele waarschuwing ineens uit het leven wordt weggerukt; en gaat men dan zijn zaken na, dan constateert men een volmaakte wanorde. In hun pogen om de zaak te ontwarren, eten de advocaten een groot deel, zo niet alles, van het bezit op, terwijl zijn vrouw en kinderen en de zaak van Christus beroofd worden. Die getrouwe rentmeesters zijn over des Heren middelen, zullen precies weten, hoe ze ervoor staan, en, als verstandige mensen, zullen ze voorbereid zijn op enig onheil, dat hun kan overkomen. Wanneer hun genadetijd plotseling zou worden afgesloten, zouden ze degenen, die na hun dood hun zaken moeten regelen, niet voor zulke grote moeilijkheden plaatsen.

Velen maken zich geen zorg over het maken van hun testament, wanneer ze ogenschijnlijk een goede gezondheid genieten. Maar onze broeders moeten deze voorzorg treffen. Ze moeten weten, hoe ze er financieel voor staan en mogen niet toestaan, dat hun zaak in de war loopt. Ze moeten hun bezit zo beheren, dat ze dit elk ogenblik kunnen achterlaten.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 581-582.

B. Waar moeten wij bij het plannen van onze testamenten rekening mee houden?

Jesaja 38:1.

Jesaja 38:1: In die dagen werd Hizkia krank tot stervens toe; en de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, kwam tot hem, en zeide tot hem: Alzo zegt de HEERE: Geef bevel aan uw huis; want gij zult sterven, en niet leven.

MAANDAG — 26 december

2. Voorbereiden op het einde

A. Aangezien duizenden dollars (euro’s) verloren gaan, omdat mensen sterven zonder een wettelijk testament te maken, welke noodzaak moet dan onder de aandacht van de gelovigen worden gebracht?

1 Korinthe 4:2.

1 Korinthe 4:2: En voorts wordt in de uitdelers vereist, dat elk getrouw bevonden worde.

“Soms zijn testamenten beschreven op zo’n vage wijze, dat ze de toets der wet niet kunnen doorstaan, en op die manier zijn duizenden guldens (euro’s) voor het werk verloren gegaan. Onze broeders moeten voelen, dat op hen een verantwoordelijkheid rust, om, als trouwe dienstknechten in Gods zaak, hun intellect te scherpen ten aanzien van deze aangelegenheid, om de Here Zijn eigendom in handen te stellen.

Velen openbaren op dit punt een onnodige kiesheid. Zij hebben het gevoel, dat ze op verboden terrein komen, wanneer ze het onderwerp over bezit bij bejaarden of invaliden ter tafel brengen om te vernemen, welke schikking zij dienaangaande wensen te treffen. Maar deze plicht is even heilig als de plicht, het woord te prediken om zielen te redden. Hier is iemand met Gods geld of bezit in handen. Hij staat op het punt zijn rentmeesterschap neer te leggen. Zal hij de middelen, die God hem geleend heeft om in Zijn werk te gebruiken, plaatsen in de handen van boze mensen, enkel en alleen omdat ze familie van hem zijn? Moeten christelijke mannen niet belangstellend en verlangend zijn ten aanzien van het toekomstig welzijn van deze mens alsook voor de belangen van Gods werk, opdat hij een juiste regeling zal treffen aangaande het geld zijns Heren, de talenten, die hem geleend zijn om verstandig te gebruiken? Zullen zijn broeders toezien, dat de dood bij hem aantikt en hij tegelijkertijd Gods schathuis berooft? Dat zou een vreselijk verlies zijn, èn voor hemzelf, èn voor het werk; want, door zijn talent ten aanzien der geldmiddelen te plaatsen in de handen van hen, die voor de waarheid Gods niets voelen, zou hij, tegen alle opzet en bedoeling in, die in een doek wikkelen en onder de grond verstoppen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 577-578.

“Broeders en zusters, de dood zal niet één dag eerder komen, omdat ge uw testament hebt gemaakt. Wanneer ge uw bezit door testamentaire beschikking aan uw verwanten nalaat, denkt er dan aan, dat gij Gods zaak niet vergeet. Gij zijt Zijn tussenpersonen, aangesteld over Zijn goed; en Zijn rechten moeten uw eerste aandacht hebben. Vanzelfsprekend zullen een vrouw en kinderen niet aan het gebrek worden overgelaten; voorziening moet getroffen worden zo hun omstandigheden dat wenselijk maken. Maar plaatst niet in uw testament, omdat dit gewoonte is, een lange lijst van verwanten, die niet in behoeftige omstandigheden verkeren.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 582.

B. Of we nu leven of sterven, wat verwacht God van ieder van ons om aan te denken?

Romeinen 14:8,

Romeinen 14:8: Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.

Romeinen 14:12.

Romeinen 14:12: Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.

DINSDAG — 27 december

3. Het laatste werk

A. Wat is onze plicht in deze laatste dagen?

1 Thessalonicensen 5:1-6;

1 Thessalonicenzen 5:1: Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van node, dat men u schrijve. 1 Thessalonicenzen 5:2: Want gij weet zelven zeer wel, dat de dag des Heeren alzo zal komen, gelijk een dief in de nacht. 1 Thessalonicenzen 5:3: Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar; dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood een bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden; 1 Thessalonicenzen 5:4: Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen. 1 Thessalonicenzen 5:5: Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis. 1 Thessalonicenzen 5:6: Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.

Zacharia 10:1.

Zacharia 10:1: Begeert van den HEERE regen, ten tijde des spaden regens; de HEERE maakt de weerlichten; en Hij zal hun regen genoeg geven voor ieder kruid op het veld.

Hoe kunnen wij de late regen of “verkwikking” ontvangen?

Handelingen 3:19-21.

Handelingen 3:19: Betert u dan, en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden; wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren, Handelingen 3:20: En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Handelingen 3:21: Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

“De grote uitstorting van de Geest van God, die de hele aarde verlicht met Zijn heerlijkheid, zal niet komen, voordat wij een verlicht volk hebben, dat door ervaring weet, wat het betekent om arbeiders te zijn samen met God. Wanneer wij ons volledig en van ganser harte hebben gewijd aan de dienst van Christus, zal God het feit erkennen door een uitstorting van Zijn Geest zonder maat; maar dit zal niet zijn zolang het grootste deel van de gemeente geen arbeiders samen met God zijn. God kan Zijn Geest niet uitstorten, wanneer zelfzucht en zelfgenoegzaamheid zo duidelijk zijn; wanneer een geest de overhand heeft die, indien onder woorden gebracht, dat antwoord van Kaïn zou uitdrukken: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ (Genesis 4:9).” –Counsels on Stewardship, blz. 52.

“God roept mensen op om de waarschuwing te geven aan de wereld, die slaapt, dood is in overtredingen en zonden. Hij vraagt om vrijwillige gaven van hen, van wie het hart in het werk ligt, die een last voor de zielen hebben, opdat zij niet verloren gaan, maar eeuwig leven hebben.” –Testimonies for the Church, vol. 6, blz. 446.

B. Wat moet nu in onze gedachten voorop staan, als persoon en als gemeentelijke organisatie?

Prediker 8:5;

Prediker 8:5: Wie het gebod onderhoudt, zal niets kwaads gewaar worden; en het hart eens wijzen zal tijd en wijze weten.

Johannes 9:4.

Johannes 9:4: Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan.

“Nu moeten wij acht slaan op het uitdrukkelijke bevel van onze Heiland: ’Verkoopt uw bezittingen om aalmoezen te geven. Maakt u beurzen, die niet oud worden, zorg voor een schat, die nooit op raakt in de hemelen’ (Lukas 12:33). Juist nu zouden onze broeders hun bezittingen moeten verminderen in plaats van deze uit te breiden. Wij staan op het punt om te verhuizen naar een beter, een hemels land. Laat ons dan pelgrims zijn op aarde, en onze zaken zo ordenen, alsof wij op reis zijn.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 126.

“Waarvoor zullen wij schatten oppotten? Om weggeveegd te worden door het vuur van de laatste dag? Zullen wij goud en zilver opslaan om een getuige tegen ons te zijn in het Oordeel, om ons vlees te verslinden als door vuur? Zullen wij ons vastklampen aan onze bezittingen, totdat zij in de handen van onze vijanden vallen? De tijd komt, dat gebodenbewaarders niet kunnen kopen of verkopen. Wat voor nut zullen huizen en landerijen, banksaldo en koopwaar dan hebben voor ons? Nu is het tijd om onze schatten te plaatsen, waar zij eeuwig veilig zullen zijn.” –The Review and Herald, 6 december 1887.

WOENSDAG — 28 december

4. Praktische voorbereiding

A. Waarom is Christus nog niet teruggekeerd?

2 Petrus 3:9.

2 Petrus 3:9: De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.

Hoe kunnen wij voorkomen, dat wij al onze middelen verliezen in de profetie, die spoedig in vervulling zal gaan?

Jesaja 2:20;

Jesaja 2:20: In dien dag zal de mens zijn zilveren afgoden, en zijn gouden afgoden, welke zij zich gemaakt hadden, om zich daarvoor neder te buigen, wegwerpen voor de mollen en de vledermuizen;

Ezechiël 7:19;

Ezechiël 7:19: Zij zullen hun zilver op de straten werpen, en hun goud zal tot onreinigheid zijn; hun zilver en hun goud zal hen niet kunnen uithelpen ten dage der verbolgenheid des HEEREN; hun ziel zullen zij niet verzadigen, en hun ingewanden zullen zij niet vullen; want het zal de aanstoot hunner ongerechtigheid zijn.

Psalm 96:4-8.

Psalmen 96:4: Want de HEERE is groot, en zeer te prijzen; Hij is vreselijk boven alle goden. Psalmen 96:5: Want al de goden der volken zijn afgoden; maar de HEERE heeft de hemelen gemaakt. Psalmen 96:6: Majesteit en heerlijkheid zijn voor Zijn aangezicht, sterkte en sieraad in Zijn heiligdom. Psalmen 96:7: Geeft den HEERE, gij geslachten der volken! geeft den HEERE eer en sterkte. Psalmen 96:8: Geeft den HEERE de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven.

“Als onze broeders en zusters de waarde van zielen zouden leren in het licht van, wat hun redding Jezus heeft gekost, zouden zij weten, dat zielen van grotere waarde zijn dan huizen en landerijen, goud en edelstenen, of hoge ereposities.” –The Review and Herald, 5 februari 1884.

“Het werk van God zal uitgebreider worden, en als Zijn volk Zijn raad opvolgt, zullen er niet veel middelen in hun bezit zijn om in de laatste vuurzee te worden verteerd. Allen zullen hun schat hebben neergelegd, waar mot en roest niet kunnen verderven; en het hart zal geen koord hebben om het aan de aarde te binden.” –Counsels on Stewardship, blz. 60.

B. Wat belooft Christus aan allen, die zich door getrouwe offers serieus voorbereiden op Zijn wederkomst?

Jesaja 33:14-17.

Jesaja 33:14: De zondaren te Sion zijn verschrikt; beving heeft de huichelaren aangegrepen; zij zeggen: Wie is er onder ons, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er onder ons, die bij een eeuwigen gloed wonen kan? Jesaja 33:15: Die in gerechtigheden wandelt, en die billijkheden spreekt; die het gewin der onderdrukkingen verwerpt; die zijn handen uitschudt, dat zij geen geschenken behouden; die zijn oor stopt, dat hij geen bloedschulden hore, en zijn ogen toesluit; dat hij het kwade niet aanzie; Jesaja 33:16: Die zal in de hoogten wonen, de sterkten der steenrotsen zullen zijn hoog vertrek zijn; zijn brood wordt hem gegeven, zijn wateren zijn gewis. Jesaja 33:17: Uw ogen zullen den Koning zien in Zijn schoonheid; zij zullen een ver gelegen land zien.

“Het is tegen de Bijbel om voorziening te maken voor onze tijdelijke behoeften in de tijd der benauwdheid. Ik zag, dat wanneer de heiligen voedsel verzameld en bij zich of buiten op het veld hadden in de tijd der benauwdheid, wanneer het zwaard, de hongersnood en pestilentie in het land zijn, het door geweld van hen weggenomen zou worden, en vreemdelingen hun velden zouden oogsten. Dan zal het onze tijd zijn om volkomen op God te vertrouwen, en Hij zal ons ondersteunen. Ik zag, dat ons brood en ons water in die tijd gewis zullen zijn, en dat wij geen armoede zullen leiden of hongeren; want God is bij machte om een tafel voor ons toe te richten in de woestijn. Indien nodig zou Hij ons raven zenden om ons te voeden, gelijk Hij met Elia gedaan had, of manna uit de hemel laten regenen, gelijk Hij voor de Israëlieten deed.

Huizen en landerijen zullen van geen nut zijn voor de heiligen in de tijd der benauwdheid, want zij zullen dan moeten vluchten voor verwoede volksmenigten; en in die tijd zullen zij hun bezittingen niet met voordeel kunnen verkopen om de zaak van de tegenwoordige waarheid aan te helpen. Mij werd getoond, dat het de wil van God is, dat de heiligen zich losmaken van alle lasten, voordat de tijd der benauwdheid aanbreekt, en een verbond met God maken met offerande. Indien zij hun bezittingen op het altaar houden, en God ernstig smeken om aan hen hun plicht te tonen, dan zal Hij hen leren, wanneer zij over deze dingen moeten beschikken. Dan zullen zij vrij zijn in de tijd der benauwdheid, en geen hindernissen hebben, die hen terughouden.” –Eerste Geschriften, blz. 57-58.

DONDERDAG — 29 december

5. Een hoogrenderende investering

A. Waar is de beste investering, die nu beschikbaar is, en waarom?

Lukas 12:32-34.

Lukas 12:32: Vreest niet, gij klein kuddeken, want het is uws Vaders welbehagen, ulieden het Koninkrijk te geven. Lukas 12:33: Verkoopt hetgeen gij hebt, en geeft aalmoes. Maakt uzelven buidels, die niet verouden, een schat, die niet afneemt, in de hemelen, daar de dief niet bijkomt, noch de mot verderft. Lukas 12:34: Want waar uw schat is, aldaar zal ook uw hart zijn.

“Laten wij eerlijk zijn tegen de Heer. Alle zegeningen, die wij genieten, komen van Hem; en als Hij ons het talent van middelen heeft toevertrouwd, opdat wij kunnen helpen Zijn werk te doen, zullen wij ons dan terughouden? Zullen wij zeggen: Neen, Heere; mijn kinderen zouden niet tevreden zijn, en daarom zal ik het wagen God ongehoorzaam te zijn en Zijn talent in de aarde begraven?

Er moet geen vertraging zijn. De zaak van God vraagt uw hulp. Wij vragen u, als rentmeesters van de Heer, om Zijn middelen in omloop te brengen, om faciliteiten te bieden waardoor velen de kans zullen krijgen om te leren, wat waarheid is.”–Counsels on Stewardship, blz. 44-45.

B. Welke verklaring zal de Heer aan het einde der tijden afleggen?

Psalm 50:3-5.

Psalmen 50:3: Onze God zal komen en zal niet zwijgen; een vuur voor Zijn aangezicht zal verteren, en rondom Hem zal het zeer stormen. Psalmen 50:4: Hij zal roepen tot den hemel van boven, en tot de aarde, om Zijn volk te richten. Psalmen 50:5: Verzamelt Mij Mijn gunstgenoten, die Mijn verbond maken met offerande!

Hoe zullen allen, die een verbond maken door offerande, rijkelijk beloond worden?

1 Korinthe 15:51-58.

1 Korinthe 15:51: Ziet, ik zeg u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden; 1 Korinthe 15:52: In een punt des tijds, in een ogenblik, met de laatste bazuin; want de bazuin zal slaan, en de doden zullen onverderfelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. 1 Korinthe 15:53: Want dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 1 Korinthe 15:54: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden, dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. 1 Korinthe 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? 1 Korinthe 15:56: De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. 1 Korinthe 15:57: Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus. 1 Korinthe 15:58: Zo dan, mijn geliefde broeders! Zijt standvastig, onbewegelijk, altijd overvloedig zijnde in het werk des Heeren, als die weet, dat uw arbeid niet ijdel is in den Heere.

“Er is een beloning voor de oprechte, onzelfzuchtige werkers, die dit veld betreden, en ook voor degenen, die bereidwillig bijdragen voor hun ondersteuning. Degenen, die zich bezighouden met actieve dienst in het veld, en degenen, die hun middelen geven om deze werkers te ondersteunen, zullen de beloning van de getrouwen delen…

De zelfverloochening, die zij hebben beoefend om het werk te ondersteunen, wordt niet meer herinnerd. Als zij kijken naar de zielen, die zij voor Jezus probeerden te winnen, en hen gered zien, eeuwig gered, monumenten van Gods barmhartigheid en van de liefde van een Verlosser, klinken er door de bogen van de hemel kreten van lof en dankzegging.” –Counsels on Stewardship, blz. 348-349.

VRIJDAG — 30 december

Terugblik

1. Welk bijgeloof over het maken van testamenten is schadelijk voor Gods zaak?

2. Waarom zullen wij niet nalaten te spreken over het maken van testamenten?

3. Wat is een reden, waarom velen de laatste regen niet zullen ontvangen?

4. Wat moeten wij beseffen voor de naderende tijd der benauwdheid?

5. Hoe en wanneer wordt de rente betaald van de schat, die in de hemel is opgelegd?