Rentmeesters in de laatste dagen (II) — SABBAT, 10 december 2022

Les 11: Financiering van Gods werk

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij”

1 Korintiërs 3:9

“God heeft de mens aangesteld als Zijn rentmeester. De goederen, die Hij hun in handen heeft gegeven, zijn de middelen, die Hij nodig heeft voor de verkondiging van het evangelie.” –Patriarchen en Profeten, blz. 480.

Aanvullende studie :: -Testimonis for the Church, vol. 4, blz. 571-575, 645-646.

ZONDAG — 4 december

1. Iets voor iedereen

A. Wat is Gods methode om Zijn verstrooide schapen te vervolmaken en te verenigen? Efeze 4:11-16.

“Door Zijn dienaren uit te zenden, gaf onze Verlosser gaven aan de mensen, want door hen geeft Hij woorden van eeuwig leven voor de wereld. Deze wijze van werken heeft Hij ingesteld voor de volmaking van de heiligen in kennis en ware heiligheid.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 193.

B. Hoe houdt dit een plicht en een voorrecht in voor iedere gelovige?

1 Korinthe 3:7-8.

1 Korinthe 3:7: Zo is dan noch hij, die plant, iets, noch hij, die nat maakt, maar God, Die den wasdom geeft. 1 Korinthe 3:8: En die plant, en die nat maakt, zijn een; maar een iegelijk zal zijn loon ontvangen naar zijn arbeid.

“De Heer heeft de verkondiging van het evangelie afhankelijk gemaakt van het gewijde vermogen en de vrijwillige gaven en offers van Zijn volk. Hoewel Hij de mensen heeft geroepen om het Woord te prediken, heeft Hij het tot het voorrecht van de hele gemeente gemaakt om deel te nemen aan het werk door met hun middelen bij te dragen aan de ondersteuning ervan.” –In Heavenly Places, blz. 303.

MAANDAG — 5 december

2. Waarschuwing en bemoediging

A. Hoe herhalen velen in deze tijd de zonde van Nadab en Abihu?

Leviticus 10:1-2.

Leviticus 10:1: En de zonen van Aaron, Nadab en Abihu, namen een ieder zijn wierookvat, en deden vuur daarin, en legden reukwerk daarop, en brachten vreemd vuur voor het aangezicht des HEEREN, hetwelk hij hen niet geboden had. Leviticus 10:2: Toen ging een vuur uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde hen; en zij stierven voor het aangezicht des HEEREN.

“Waar vinden wij, in Gods leiding ter ondersteuning van Zijn werk, enige vermelding van bazaars, concerten, extravagante markten en soortgelijke vermaken? Moet de zaak van de Heer afhankelijk zijn van die dingen, die Hij in Zijn woord heeft verboden, van die dingen die de geest van God afkeren, van nuchterheid, van vroomheid en heiligheid?

En welke indruk wordt er gemaakt op de geesten van ongelovigen? De heilige standaard van het woord van God wordt in het stof neergelaten. Minachting wordt op God en op de christelijke naam geworpen. De meest corrupte beginsels worden versterkt door deze niet Schriftuurlijke manier van verheffen van middelen. En dit is zoals Satan het zou willen. De mensen herhalen de zonde van Nadab en Abihu. Zij gebruiken gewoon in plaats van heilig vuur in de dienst van God. De Heer aanvaardt zulke offers niet.” –Counsels on Stewardship, blz. 204-205.

B. Wat kunnen wij leren van de manier, waarop Mozes geld inzamelde, en van het antwoord van de Israëlieten?

Exodus 35:4-5,

Exodus 35:4: Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende: Exodus 35:5: Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;

Exodus 35:21,

Exodus 35:21: En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.

Exodus 35:29;

Exodus 35:29: Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.

Exodus 36:3-7.

Exodus 36:3: Zij dan namen van voor het aangezicht van Mozes het ganse hefoffer, hetwelk de kinderen Israels gebracht hadden, tot het werk van den dienst des heiligdoms, om dat te maken; doch zij brachten tot hem nog allen morgen vrijwillig offer. Exodus 36:4: Derhalve kwamen alle wijzen, die al het werk des heiligdoms maakten, ieder man van zijn werk, hetwelk zij maakten; Exodus 36:5: En zij spraken tot Mozes, zeggende: Het volk brengt te veel, meer dan genoeg is ten dienste des werks, hetwelk de HEERE te maken geboden heeft. Exodus 36:6: Toen gebood Mozes, dat men een stem zoude laten gaan door het leger, zeggende: Man noch vrouw make geen werk meer ten hefoffer des heiligdoms! Alzo werd het volk teruggehouden van meer te brengen. Exodus 36:7: Want der stoffe was denzelven genoeg tot het gehele werk, dat te maken was; ja, er was over.

“Het plan van Mozes om gelden bijeen te brengen voor de bouw van de tabernakel had veel succes. Er was geen aansporing nodig. Hij gebruikte ook geen middelen, waarvan de kerken in onze tijd zo vaak gebruik maken. Hij maakte geen feest. Hij nodigde het volk niet uit voor vermaak, dansen of andere vermakelijkheden; hij hield geen loterij, of iets van dien aard, om middelen te verkrijgen voor de bouw van de tabernakel. De Here gaf Mozes bevel de Israëlieten te vragen hun gaven te brengen. Hij moest deze gaven aanvaarden van ieder, die ze vrijwillig en van ganser harte kwam brengen. En er werd zoveel gegeven, dat Mozes het volk moest vragen niet meer te brengen, want er was meer dan gebruikt kon worden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 479.

“Hebt u uw gaven en offers aan God gebracht uit de overvloed, die Hij u heeft geschonken? Hebt u Hem gegeven, wat Hij als van Hem opeist? Zo niet, dan is het nog niet te laat voor u om het verkeerde goed te maken. De Geest van Jezus kan de ijzige zelfzucht, dat de ziel doordringt, doen smelten.” –The Review and Herald, 13 oktober 1896.

DINSDAG — 6 december

3. Praktische raad

A. Hoe kunnen wij het risico lopen de vloek te ontvangen, die op Meroz werd gelegd?

Richteren 5:23.

Richteren 5:23: Vloekt Meroz, zegt de Engel des HEEREN, vloekt haar inwoners geduriglijk; omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des HEEREN, tot de hulp des HEEREN, met de helden.

“(Zie Richteren 5:23). Wat had Meroz gedaan? Niets. Dit was hun zonde. De vloek van God kwam over hen, voor wat zij niet hadden gedaan.” –Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 284.

“De vruchten van zelfzucht openbaren zich altijd in een nalaten van plicht, en in een verzuim om Gods toevertrouwde gaven te gebruiken voor de vooruitgang van Zijn werk.” –Counsels on Stewardship, blz. 26.

“Slechts een klein bedrag van de middelen vloeit in ’s Heren schathuis om gebruikt te worden voor de redding van zielen, en zelfs dit wordt nog maar met de meeste moeite verkregen. Indien aller ogen konden geopend worden om te zien, hoe de overheersende gierigheid de vooruitgang van Gods werk heeft verhinderd, en hoeveel meer men had kunnen doen, wanneer allen in zake van tienden en gaven hadden gedaan naar Gods plan, dan zou dat bij velen een gedecideerde hervorming tot stand gebracht hebben; want ze zouden het werk van de vooruitgang van Gods zaak niet durven hinderen, zoals ze gedaan hebben.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 583-584.

B. Wat leert de Schrift over persoonlijke economie?

Spreuken 21:20;

Spreuken 21:20: In des wijzen woning is een gewenste schat, en olie; maar een zot mens verslindt zulks.

Johannes 6:12.

Johannes 6:12: En als zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: Vergadert de overgeschoten brokken, opdat er niets verloren ga.

C. Op welke manier vraagt het Macedonische roepen van vandaag iets van een ieder van ons, en hoe zijn wij gezegend in het acht slaan op hen?

Handelingen 16:9-10.

Handelingen 16:9: En van Paulus werd in den nacht een gezicht gezien: er was een Macedonisch man staande, die hem bad en zeide: Kom over in Macedonie, en help ons. Handelingen 16:10: Als hij nu dit gezicht gezien had, zo zochten wij terstond naar Macedonie te reizen, besluitende daaruit, dat ons de Heere geroepen had, om denzelven het Evangelie te verkondigen.

“Iedereen moet ernaar streven om voor Jezus alles te doen, wat voor hem mogelijk is om te doen, door persoonlijke inspanning, door gaven, door offers. Er moet voorraad zijn in het huis van de Heer, en dat betekent een volle schatkamer, zodat er gehoor mag worden gegeven aan Macedonische oproepen, die uit elk land komen. Hoe spijtig is het, dat wij verplicht zijn om tegen hen, die om hulp roepen, te zeggen: ‘Wij kunnen u geen mannen of geld sturen. Wij hebben een lege schatkist’.” –Counsels on Stewardship, blz. 298.

“Wij moeten al het geld, wat wij missen kunnen, in de schatkamer van de Heer brengen. Behoeftige arbeidsvelden, waar nog niet gewerkt wordt, vragen om dit geld. Uit veel landen komt de roep: ’Kom over en help ons’. Onze gemeenteleden moeten diepe belangstelling hebben voor de binnenlandse en buitenlandse zending. Zij zullen grote zegeningen ontvangen, wanneer zij zelfopofferende inspanningen doen om het vaandel van de waarheid in nieuwe gebieden te planten. Het geld, wat in dit werk geïnvesteerd wordt, zal grote winst opleveren.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 52.

WOENSDAG — 7 december

4. Ons aandeel in Gods plan

A. Hoe verhouden onze tienden en offers zich tot het openen van nieuwe velden?

1 Timótheüs 5:17-18.

1 Timotheüs 5:17: Dat de ouderlingen, die wel regeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer. 1 Timotheüs 5:18: Want de Schrift zegt: Een dorsenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

“Het tiende is van de Heer, en zij, die zich ermee bemoeien, zullen gestraft worden met het verlies van hun hemelse schat, tenzij zij berouw hebben. Laat het werk niet langer worden afgedekt, omdat de tienden zijn geleid naar verschillende kanalen dan die ene, waarvan de Heer heeft gezegd, dat het moet gaan. Voor deze andere lijnen van werken moeten voorzieningen getroffen worden. Zij moeten worden ondersteund, maar niet uit de tienden. God is niet veranderd; het tiende moet nog worden gebruikt voor de ondersteuning van het dienstwerk. Het openen van nieuwe velden vereist meer geestelijke doeltreffendheid dan wij nu hebben, en er moeten middelen in de schatkist zijn.” –Gospel Workers, blz. 227-228.

“De prediking van het evangelie is Gods aangewezen manier om de zielen van mensen te bekeren. Mensen moeten horen om gered te worden. Zij kunnen niet horen zonder een prediker en de prediker moet gezonden worden. Dit maakt het noodzakelijk om fondsen in de schatkist te hebben om middelen te bieden, waardoor de zendeling behoeftige velden kan bereiken. Hoe kunnen degenen, die belijden Christus te volgen, in het licht van dit feit, God beroven van Zijn eigen toevertrouwde talenten in tienden en offers? Is het niet het weigeren van brood aan uitgehongerde zielen? Het achterhouden van de middelen, die God als de Zijne heeft opgeëist, waardoor Hij heeft bepaald, dat zielen gered zullen worden, zal zeker een vloek brengen over degenen, die God aldus beroven. Zielen, voor wie Christus gestorven is, wordt het voorrecht ontzegd om de waarheid te horen, omdat de mensen weigeren de maatregelen uit te voeren, die God heeft voorzien voor de verlichting van de verlorenen.

Er mag geen geld worden verstrekt voor het uitvoeren van het werk van het evangelie op een of andere mysterieuze manier en door onzichtbare, mysterieuze instanties. God zal geen geld uit de vensters van de hemel strooien om Zijn aangewezen werk te doen, om de waarheid in onze wereld te verspreiden en om zielen te redden tot het eeuwige leven. Hij heeft Zijn volk rentmeesters gemaakt van Zijn middelen om tot Zijn eer te worden gebruikt om de mensheid te zegenen… God zal geen goud en zilver uit de vensters van de hemel uitstorten, maar dat wat van oneindig veel grotere waarde is. Hij zegt: ‘Ik zal mijn Geest over u uitstorten’.” –The Home Missionary, 1 april 1895.

B. Hoe bemoedigt David ons om vrijgevige gevers te zijn?

1 Kronieken 29:10-14.

1 Kronieken 29:10: Daarom loofde David den HEERE voor de ogen der ganse gemeente; en David zeide: Geloofd zijt Gij, HEERE, God van onzen vader Israel, van eeuwigheid tot in eeuwigheid! 1 Kronieken 29:11: Uw, o HEERE, is de grootheid, en de macht, en de heerlijkheid, en de overwinning, en de majesteit; want alles, wat in den hemel en op aarde is, is Uw: Uw, o HEERE, is het Koninkrijk, en Gij hebt U verhoogd tot een Hoofd boven alles. 1 Kronieken 29:12: En rijkdom en eer zijn voor Uw aangezicht, en Gij heerst over alles; en in Uw hand is kracht en macht; ook staat het in Uw hand alles groot te maken en sterk te maken. 1 Kronieken 29:13: Nu dan, onze God, wij danken U, en loven den Naam Uwer heerlijkheid. 1 Kronieken 29:14: Want wie ben ik, en wat is mijn volk, dat wij de macht zouden verkregen hebben, om vrijwillig te geven als dit is? Want het is alles van U, en wij geven het U uit Uw hand.

“Zouden de middelen in de schatkist vloeien in overeenstemming met dit goddelijke vastgestelde plan, een tiende van alle inkomsten, en milde offergaven, dan zou er overvloed zijn voor de bevordering van het werk des Heren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 54.

DONDERDAG — 8 december

5. Een verantwoordelijkheid en een voorrecht

A. Hoe bespoedigt of vertraagt Gods volk de wederkomst van Christus op de wolken der heerlijkheid?

2 Petrus 3:11-12.

2 Petrus 3:11: Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid! 2 Petrus 3:12: Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.

“Indien de gemeente van Christus het werk had gedaan, dat haar was toegewezen, zou de gehele wereld reeds in het verleden zijn gewaarschuwd, en de Heere Jezus zou naar onze aarde gekomen zijn in kracht en grote heerlijkheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 554.

“Het werk van God, dat met het tienvoudige van zijn huidige kracht en doeltreffendheid moet vooruit gaan, wordt tegengehouden, als een lenteseizoen, dat wordt vastgehouden door de ijzingwekkende windstoot van de winter, omdat sommigen van Gods belijdende volk zich de middelen toe-eigenen, die aan Zijn dienst moeten worden gewijd. Omdat de zelfopofferende liefde van Christus niet verweven is in de levenspraktijken, is de gemeente zwak, waar zij sterk moet zijn. Door zijn eigen koers heeft het zijn licht uitgedaan en miljoenen van het evangelie van Christus beroofd.” –Counsels on Stewardship, blz. 54.

B. Welk voorrecht wordt iedere gelovige gegeven?

1 Korinthe 3:9.

1 Korinthe 3:9: Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij.

“God heeft de mensen tot Zijn armenverzorgers gemaakt, die met Hem samenwerken in het grote werk om Zijn koninkrijk op aarde te bevorderen; maar zij kunnen de koers volgen, die door de ontrouwe dienaar werd gevolgd, en daardoor de kostbaarste voorrechten verliezen, die ooit aan de mensen zijn verleend. Duizenden jaren lang heeft God door menselijke agenten gewerkt, maar naar Zijn wil kan Hij de zelfzucht, het liefhebben van geld en de begeerte weg doen. Hij is niet afhankelijk van onze middelen en Hij zal niet beperkt worden door de menselijke agent. Hij kan Zijn eigen werk voortzetten, hoewel wij er geen deel van uitmaken. Maar wie onder ons zou het fijn vinden, als de Heer dit doet?” –Counsels on Stewardship, blz. 198-199.

VRIJDAG — 9 december

Terugblik

1. Wat is een manier, waarop wij kunnen helpen Gods volk te vervolmaken en te verenigen?

2. Hoe verhouden verkeerde methoden om geld in te zamelen zich tot Gods weg?

3. Hoe kunnen kleine persoonlijke uitgaven Gods werk belemmeren?

4. Wat zou er gebeuren, als allen de grootmoedigheid van David zouden ontwikkelen?

5. Hoe kunnen wij de wederkomst van onze Heer bespoedigen of vertragen?