Rentmeesters in de laatste dagen (II) — SABBAT, 3 december 2022

Les 10: Gods schathuis: Zijn gemeente

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Zo wordt gij ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus”

1 Petrus 2:5

“De gemeente van Christus is zeer kostbaar in Zijn ogen. Deze is als een juwelenkistje, dat Zijn edelstenen bevat of als een schaapskooi, die de kudde herbergt.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 280.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 9-13.

ZONDAG — 27 november

1. Een schaapskooi voor Christus’ kudde

A. Waarom heeft God een gemeente op aarde?

1 Petrus 2:5,

1 Petrus 2:5: Zo wordt gij ook zelven, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden op te offeren, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus.

1 Petrus 2:9.

1 Petrus 2:9: Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht;

“De kerk is het door God aangewezen werktuig om mee te werken aan de redding der mensheid. Zij werd ingesteld tot dienen en haar zending is het evangelie aan de wereld uit te dragen. Van meet af aan is het Gods bedoeling geweest, dat Zijn volheid en Zijn algenoegzaamheid door Zijn gemeente naar de wereld zullen worden weerkaatst. De leden van de kerk, die Hij uit de duisternis heeft geroepen tot Zijn wonderbaar licht, moeten Zijn heerlijkheid verkondigen. De gemeente is de schatkamer van de rijkdommen van Christus’ genade; en door de gemeente zal ten slotte de laatste en volle uitstorting van Gods liefde openbaar gemaakt worden, zelfs aan ‘de overheden en machten in de hemelse gewesten’ (Efeze 3:10).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 9.

B. Welke eigenschappen zijn essentieel in Gods ware gemeente?

Openbaring 14:12;

Openbaring 14:12: Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.

Efeze 4:4-6.

“Wij moeten ons verenigen, maar niet op een platform van fouten.” –Manuscript Releases, vol. 15, blz. 259.

MAANDAG — 28 november

2. Een veilige haven

A. Aangezien alleen de aanwezigheid van Christus (

Johannes 15:4-5

Johannes 15:4: Blijft in Mij, en Ik in u. Gelijkerwijs de rank geen vrucht kan dragen van zichzelve, zo zij niet in den wijnstok blijft; alzo ook gij niet, zo gij in Mij niet blijft. Johannes 15:5: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

) in ons hart ons één kan maken in de waarheid, welk voorbeeld van de eerste discipelen mogen wij dan nooit vergeten?

Handelingen 1:13-14;

Handelingen 1:13: En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus. Handelingen 1:14: Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.

Handelingen 2:46;

Handelingen 2:46: En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten;

Handelingen 4:32.

Handelingen 4:32: En de menigte van degenen, die geloofden, was een hart en een ziel; en niemand zeide, dat iets van hetgeen hij had, zijn eigen ware, maar alle dingen waren hun gemeen.

“Deze mensen (de twaalf apostelen) werden bijeengebracht, met hun verschillende gebreken, allen met aangeboren en aangekweekte neigingen tot het kwade; maar in en door Christus zouden zij vertoeven in het gezin van God, en leren om één te worden in geloof, in leer en in geest. Ze zouden hun beproevingen hebben, hun smarten, hun meningsverschillen; maar zolang Christus in hun hart woonde, zou er geen tweedracht kunnen zijn. Zijn liefde zou leiden tot liefde voor elkander; de lessen van de Meester zouden leiden tot een harmoniëring van alle verschillen, waardoor de discipelen tot eenheid gebracht zouden worden, tot ze één van gedachten en één in oordeel zouden worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 247.

B. Welke verantwoordelijkheid komt er voor ieder van ons, als wij ons leven aan Christus toevertrouwen?

1 Timótheüs 3:15.

1 Timotheüs 3:15: Maar zo ik vertoef, opdat gij moogt weten, hoe men in het huis Gods moet verkeren, hetwelk is de Gemeente des levenden Gods, een pilaar en vastigheid der waarheid.

“De verhouding tussen Christus en Zijn gemeente is zeer innig en heilig; Hij de Bruidegom, en de gemeente de bruid; Hij het hoofd, en de gemeente het lichaam. Gemeenschap met Christus houdt dus ook in: gemeenschap met Zijn gemeente.

De gemeente is georganiseerd om te dienen; en in een dienend leven voor Christus is gemeenschap met de gemeente een van de eerste schreden. Getrouwheid aan Christus eist de trouwe vervulling van kerkelijke plichten.” –Karaktervorming, blz. 270.

C. Welk voorrecht wordt elk lid van Gods ware gemeente aangeboden?

1 Johannes 1:7;

1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Hebreeën 10:24-25.

Hebreeën 10:24: En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken; Hebreeën 10:25: En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zoveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.

“Prediking is een klein deel van het werk, dat gedaan moet worden voor de verlossing van zielen. Gods Geest overtuigt zondaars van de waarheid en Hij plaatst hen in de armen van de gemeente. De predikanten mogen hun deel doen, maar zij kunnen nooit het werk doen, dat de gemeente moet doen. God eist, dat Zijn gemeente hen verzorgt, die jong zijn in geloof en ervaring, dat zij naar hen toegaat, niet met het doel met hen te roddelen, maar om te bidden, om tot hen woorden te spreken, die ‘als gouden appelen zijn in zilveren gebeelde schalen’ (Spreuken 25:11).” –Evangelism, blz. 352.

DINSDAG — 29 november

3. Geroepen om te dienen

A. Welke plicht van de gelovigen wordt vaak verwaarloosd?

Psalm 60:5.

Psalmen 60:5: Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.

“In veel van onze georganiseerde gemeenten hangt de banier van de waarheid in het stof, omdat de leden God niet dienen, maar hun eigen plezier dienen. Zij werken door de invloeden, die de ziel omringen. Door voorschrift en voorbeeld, in zelfgenoegzaamheid, in hun wereldse gewoonten van kleding, in hun woorden en daden, getuigen zij tegen de waarheid, tegen zelfverloochening, tegen de zachtmoedigheid van Christus. Zij zijn geestelijk koud en ver van Christus gescheiden. Als zij in de voetsporen van Christus volgden, zouden zij deel hebbers zijn van Zijn zelfverloochening, van Zijn zelfopoffering, opdat zij de zielen, die op het punt staan om verloren te gaan, zouden verheffen en redden.” –Manuscript Releases, vol. 19, blz. 173.

B. Wat is de roeping van elke volgeling van Christus?

2 Timótheüs 2:1-4.

2 Timotheüs 2:1: Gij dan, mijn zoon, word gesterkt in de genade, die in Christus Jezus is; 2 Timotheüs 2:2: En hetgeen gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, betrouw dat aan getrouwe mensen, welke bekwaam zullen zijn om ook anderen te leren. 2 Timotheüs 2:3: Gij dan, lijd verdrukkingen, als een goed krijgsknecht van Jezus Christus. 2 Timotheüs 2:4: Niemand, die in de krijg dient, wordt ingewikkeld in de handelingen des leeftochts, opdat hij dien moge behagen, die hem tot den krijg aangenomen heeft.

“De kerk van Christus is georganiseerd om te dienen. Het wachtwoord is dienstverlening. Haar leden zijn soldaten, die geoefend worden voor de strijd onder de Kapitein van hun verlossing. Christelijke predikanten, artsen en leraars hebben een breder werkterrein dan velen hebben vermoed. Zij zijn niet alleen zelf dienstbaar aan de mensen, maar zij moeten anderen opleiden tot dienstwerk. Zij zouden niet alleen aanwijzingen moeten geven in juiste beginselen, maar ook hun toehoorders opvoeden om de beginselen aan anderen door te geven. Waarheid, die niet uitgeleefd wordt, die niet doorgegeven wordt, verliest haar levengevende kracht en haar genezende kwaliteiten. De zegen kan slechts behouden worden, als zij met anderen wordt gedeeld.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 116-117.

C. Wat helpt om de gemeente te verenigen?

Galaten 6:2;

Galaten 6:2: Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus.

Efeze 4:1-3

“Nooit kan de gemeente de positie bereiken, die God wenst, dat zij die bereikt, totdat zij in sympathie met haar zendingswerkers verbonden is. Nooit kan de eenheid, waarvoor Christus bad om te bestaan, totdat het geestelijke in zendingsdienst is gebracht en totdat de gemeente een instantie wordt voor de ondersteuning van zendingen. De inspanningen van de zendelingen zullen niet bereiken, wat zij moeten bereiken, totdat de gemeenteleden in het thuisveld laten zien, niet alleen in woord, maar ook in daad, dat zij zich realiseren, welke verplichting op hen rust om deze zendelingen hun hartelijke steun te geven.” –Counsels on Stewardship, blz. 47-48.

WOENSDAG — 30 november

4. Groeien en ontwikkelen

A. Hoe beschrijft de Inspiratie de groei en ontwikkeling van de gelovige en van de gemeente? Efeze 2:19-22; 4:14-16;

1 Korinthe 3:9-13.

1 Korinthe 3:9: Want wij zijn Gods medearbeiders; Gods akkerwerk, Gods gebouw zijt gij. 1 Korinthe 3:10: Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fondament gelegd; en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe, hoe hij daarop bouwe. 1 Korinthe 3:11: Want niemand kan een ander fondament leggen, dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus. 1 Korinthe 3:12: En indien iemand op dit fondament bouwt: goud, zilver, kostelijke stenen, hout, hooi, stoppelen; 1 Korinthe 3:13: Eens iegelijks werk zal openbaar worden; want de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven.

“God stelt iedere ziel, die beweert Hem te geloven, op de proef. Aan iedereen worden talenten toevertrouwd. De Heer heeft de mensen Zijn bezittingen gegeven om handel mee te drijven. Hij heeft hen tot Zijn rentmeesters gemaakt en hun geld, huizen en grond in bezit gegeven. Dit alles moet als het eigendom van de Heer beschouwd worden, en voor de groei van Zijn gemeente en de uitbreiding van Zijn koninkrijk in de wereld gebruikt worden. Bij het handeldrijven met de bezittingen van de Heer moeten wij Zijn wijsheid zoeken, om niet Zijn heilig pand, wat ons is toevertrouwd, te gebruiken tot verheerlijken van onszelf, of om onze zelfzuchtige gevoelens te bevredigen. De hoeveelheid toevertrouwde bezittingen verschilt; maar zij, die de kleinste gaven ontvangen, moeten niet denken dat, omdat zij over weinig middelen beschikken, zij er niets mee kunnen beginnen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 237-238.

“Ons werk werd niet ondersteund door grote gaven of erfenissen; want wij hebben weinig rijke mensen onder ons. Wat is het geheim van onze welvaart? Wij hebben ons begeven onder de orders van de Kapitein van onze verlossing. God heeft onze gezamenlijke inspanningen gezegend. De waarheid heeft zich verspreid en bloeide. Instellingen hebben zich vermenigvuldigd. Het mosterdzaadje is uitgegroeid tot een grote boom. Het organisatiesysteem is een groot succes gebleken. Systematische liefdadigheid werd aangegaan volgens het Bijbelse plan. Het lichaam is ‘bekwamelijk samengevoegd en samen vastgemaakt zijnde, door alle voegselen der toebrenging’ (Efeze 4:16).” –Testimonies to Ministers, blz. 27.

B. Wat maakt het mogelijk om talenten en fondsen het meest doeltreffend te gebruiken onder gelovigen?

1 Korinthe 1:10;

1 Korinthe 1:10: Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen.

1 Korintiërs 14:40.

1 Korinthe 14:40: Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.

Aan de andere kant, wat zorgt ervoor, dat er veel verloren gaat onder veel Sabbathouders?

“O, hoe zou Satan zich verheugen om onder dit volk binnen te komen en het werk te ontregelen in een tijd, waarin een grondige organisatie essentieel is en de grootste kracht zal zijn om valse opstanden buiten te houden en beweringen te weerleggen, die niet door het woord van God worden onderschreven! Wij willen de lijnen rustig houden, zodat het systeem van voorschriften en orde niet zal worden afgebroken. Op deze manier zal geen vergunning worden gegeven aan wanordelijke elementen om het werk op dit moment te beheren. Wij leven in een tijd, waarin orde, systeem en eenheid van handelen het meest essentieel zijn.” –Testimonies to Ministers, blz. 228.

DONDERDAG — 1 december

5. Optimaal dienen en geloofwaardigheid

A. Beschrijf de toestand, die onder Christus’ volgelingen moet bestaan om succes in onze zendingsinspanningen te verzekeren.

Johannes 10:16;

Johannes 10:16: Ik heb nog andere schapen, die van dezen stal niet zijn; deze moet Ik ook toebrengen; en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden een kudde, en een Herder.

Johannes 13:35;

Johannes 13:35: Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.

Johannes 17:18-23.

Johannes 17:18: Gelijkerwijs Gij Mij gezonden hebt in de wereld, alzo heb Ik hen ook in de wereld gezonden. Johannes 17:19: En Ik heilige Mijzelven voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. Johannes 17:20: En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor degenen, die door hun woord in Mij geloven zullen. Johannes 17:21: Opdat zij allen een zijn, gelijkerwijs Gij, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons een zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. Johannes 17:22: En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij een zijn, gelijk als Wij Een zijn; Johannes 17:23: Ik in hen, en Gij in Mij; opdat zij volmaakt zijn in een, en opdat de wereld bekenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

“Naarmate onze aantallen toenamen, was het duidelijk, dat er zonder enige vorm van organisatie grote verwarring zou ontstaan, en het werk zou niet met succes worden voortgezet. Om te voorzien in de ondersteuning van het dienstwerk, voor het dragen van het werk in nieuwe velden, voor het beschermen van zowel de gemeenten als het dienstwerk tegen onwaardige leden, voor het bezit van gemeente eigendom, voor de publicatie van de waarheid via de pers en voor vele andere objecten, was organisatie onmisbaar.” –Testimonies to Ministers, blz. 26.

“Hij (de engel) zei: “De kerk moet vluchten naar Gods Woord en bevestigd worden in evangelie orde, die over het hoofd gezien en verwaarloosd is geworden”. Dit is onontbeerlijk om de kerk tot de eenheid des geloofs te brengen.” –Eerste Geschriften, blz. 113.

“Jezus heeft gebeden, dat Zijn discipelen allemaal één mogen zijn… Het is door deze eenheid, dat wij de wereld moeten overtuigen van de opdracht van Christus en onze goddelijke geloofsbrieven aan de wereld moeten brengen.” –The Review and Herald, 11 maart 1890.

“Als er moeilijkheden zijn geweest, broeders en zusters, als afgunst, kwaadwilligheid, bitterheid, kwade vermoedens hebben bestaan, belijd dan deze zonden, niet in algemene zin, maar ga persoonlijk naar uw broeders en zusters. Wees duidelijk. Als u één fout hebt begaan en zij twintig, beken die ene, alsof u de hoofdovertreder bent. Neem hen bij de hand, laat uw hart verzachten onder de invloed van de Geest van God en zeg: ‘Wilt u mij vergeven? Ik heb niet goed gedaan tegenover u. Ik wil elk onrecht rechtzetten, opdat niets tegen mij geregistreerd mag staan in de boeken van de hemel. Ik moet een schone lei hebben’. Wie, denkt u, zou zo’n beweging als deze weerstaan?” –The Review and Herald, 16 december 1884.

VRIJDAG — 2 december

Terugblik

1. Hoe kunnen wij ons vereenzelvigen met Gods ware gemeente?

2. Waarom is gemeentelidmaatschap belangrijk voor de individuele gelovige?

3. Op welke manier lopen wij het gevaar tegen de waarheid te getuigen?

4. Noem enkele factoren, die de eenheid in de gemeente zullen bevorderen.

5. Hoe moeten wij onze goddelijke geloofsbrieven aan de wereld uitdragen?

Eerste Sabbatgaven voor een kapel in Castellón, Spanje

Spanje, ook wel bekend als Koninkrijk Spanje, is een soeverein lid van de Europese Unie. De regeringsvorm is een parlementaire monarchie. Dit zonnig, met verschillend klimaat, land deelt het Iberisch schiereiland met Portugal. De natie heeft een oppervlakte van 195.364 vierkante mijl (504.645 km2) met een bevolking van meer dan 47 miljoen. Castiliaans of Spaans is de officiële taal. Ongeveer 96% beweert Rooms Katholiek te zijn, maar ongeveer 20% van hen oefent het geloof uit.

In 1958 werd de eerste Zevende Dags Adventist Reformatiebeweging georganiseerd in de stad Barcelona. Toen was er nog geen gewetensvrijheid in ons land, maar nu zijn we dankbaar, dat we van deze zegen kunnen genieten. De stad Malaga werd al snel het centrum van ons werk, en later Madrid, de hoofdstad. De ontwikkeling van de gemeente verliep traag, maar met Gods leiding werd een zeker fundament gelegd.

Vanaf het jaar 2000 opende Spanje zijn deuren voor immigratie en begonnen broeders en zusters uit Roemenië, Oekraïne, Moldavië en Amerika te komen. Het was mooi om te zien, hoe geloofsgenoten uit verschillende landen en talen hierheen kwamen om hun brood te verdienen. Het verkondigen van de tegenwoordige waarheid was een schat, ontstaan in hun hart in dit Katholieke land.

We werden al snel geconfronteerd met het probleem om geschikte ruimte te vinden voor alle aanbidders. Het huren van een pand was de eerste oplossing, maar het werd al snel ingehaald door de voortdurende komst van tientallen en zelfs honderden broeders en zusters, vooral in de hoofdstad. We moesten moeilijke tijden het hoofd bieden.

Toen, in 2019, besloten de functionarissen van het Spaanse Veld, in volledige harmonie met de gemeente van Castellón de la Plana, een stad aan de oostkust, om een perceel te kopen, dat de huidige en toekomstige behoeften van de gemeente oplost. Dit pand is al gekocht, maar het moet uitgebreid gerenoveerd worden, wat veel geld kost, en onze middelen zijn beperkt. We doen daarom vriendelijk een beroep op onze broeders, zusters en vrienden, die lid zijn van de Sabbatschool van over de hele wereld om een genereus offer te brengen voor de kapel in Castellón.

‘Er is een, die uitstrooit, wie nog meer toegedaan wordt; en een, die meer inhoudt dan recht is, maar het is tot gebrek’ (Spreuken 11:24). Wij danken u bij voorbaat.

–Uw broeders en zusters uit Spanje