Tekst om te onthouden: “En al ware het, dat ik de gave der profetie had en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets”
1 Korintiërs 13:2
“Leer, dat christelijke liefde van hemelse oorsprong is, en dat zonder die liefde alle andere kenmerken waardeloos zijn.” –The Review and Herald, 21 juli 1904.
Aanvullende studie :: -Counsels on Stewardship, blz. 20-23
A. Hoe wordt de christelijke rentmeester beïnvloed door gebedsvolle studie en nadenken over
1 Korinthe 13?
2 Korinthe 3:18;
1 Johannes 4:19-21.
“De Heer wil, dat ik de aandacht van Zijn volk vestig op het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthe. Lees dit hoofdstuk elke dag en verkrijg er troost en kracht uit.” –The Review and Herald, 21 juli 1904.
“In het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthe omschrijft de apostel Paulus ware christelijke liefde… Dit hoofdstuk is een uiting van de gehoorzaamheid van allen, die God liefhebben en Zijn geboden bewaren. Het wordt in werking gebracht in het leven van elke ware gelovige.” –Bijbelkommentaar, blz. 496.
B. Waar moet diep over nagedacht worden door allen, die de tegenwoordige waarheid in deze laatste dagen belijden en proberen deze te delen?
2 Petrus 1:10-12.
“Hoe zorgvuldig moeten wij zijn, zodat onze woorden en daden allemaal in overeenstemming zijn met de heilige waarheid, die God ons heeft toevertrouwd! De mensen van de wereld kijken naar ons om te zien, wat ons geloof doet voor onze karakters en levens. Zij kijken om te zien, of het een heiligend effect heeft op ons hart, of wij veranderd worden naar de gelijkenis van Christus. Zij zijn klaar om elk gebrek in ons leven te ontdekken, elke onverenigbaarheid in onze daden. Laten wij hun geen aanleiding geven om ons geloof af te keuren.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.
A. Waarom is kennis van de waarheid, samen met een gepolijst vermogen om deze uit te drukken, onvoldoende om Christus te verheerlijken?
1 Korinthe 13:1.
“Als de kennis van de waarheid geen schoonheid brengt in het leven, als ze vertedert en verzacht, de mens niet herschept naar het beeld van God, heeft ze geen nut voor wie haar ontvangt; ze is als een schallend metaal of klinkende cimbaal.” –Bijbelkommentaar, blz. 293-294.
“Voor God telt niet de vlotte spreker, het scherpe intellect. Het oprechte doel, de diepgaande godsvrucht, de liefde voor de waarheid en de vreze Gods hebben een invloed, die telt. Een getuigenis uit het hart, dat van lippen zonder bedrog komt, vol geloof en nederig vertrouwen, wordt door God even kostbaar als goud gezien, al komt het door een stamelende tong; terwijl de vlotte woorden, de welsprekendheid van iemand, aan wie grote talenten zijn toevertrouwd, maar die tekort schiet in waarachtigheid, in vastbeslotenheid, in reinheid en onzelfzuchtigheid, als schallend koper of een rinkelende cimbaal zijn. Hij kan geestige dingen zeggen, amusante anekdotes vertellen, en op het gevoel werken; maar de geest van Jezus is niet in dit alles. Al deze dingen kunnen ongeheiligde harten bevredigen, maar God houdt in Zijn hand de weegschaal, waarin de woorden, de geest, de oprechtheid, de toewijding gewogen worden en Hij noemt dit alles lichter dan ijdelheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 496-497.
B. Welke waarschuwing wordt er gegeven tegen een egocentrisch gebruik van Gods zegeningen? Maleáchi 2:2;
Jakobus 2:15-16.
“De zonde, waaraan men zich bovenmate overgeeft, en die ons van God scheidt, en die onze geestelijke gesteldheid zo in verwarring brengt, is zelfzucht. Alleen door zelfverloochening kan er van een terugkeer tot de Here sprake zijn. Van onszelven kunnen we niets doen; maar, doordat God ons kracht geeft, kunnen we leven om anderen goed te doen, en zo zullen we gevrijwaard blijven voor het kwaad der zelfzucht. We behoeven niet naar de heidense landen te gaan om ons verlangen alles in een nuttig, onzelfzuchtig leven Gode te wijden, te manifesteren. We kunnen dit doen in de huiselijke kring, in de gemeente, onder degenen met wie wij omgaan en tot wie wij in zakenrelaties staan. Juist in die gewone levensrelaties moet men zich tucht opleggen en zelfverzaking toepassen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 210.
A. Hoewel schriftuurlijke leerstellingen, nauwkeurig profetisch begrip en compromisloze moed essentieel zijn, wat is dan de waarschuwing voor allen, die in de tegenwoordige waarheid geloven?
1 Korinthe 13:2-3.
“Het doet er niet toe, hoe streng de belijdenis moge luiden: hij wiens hart niet is vervuld van de liefde voor God en voor zijn medemens, is geen ware discipel van Christus. Al zou hij een groot geloof bezitten, en zelfs macht hebben om wonderen te doen, toch is zijn geloof zonder liefde waardeloos. Hij mag grote vrijgevigheid aan de dag leggen; maar al zou hij, gedreven door enig ander motief dan oprechte liefde, al zijn bezittingen geven om de hongerigen te voeden, dan zou deze daad hem niet in de gunst van God aanbevelen. Hij kan in zijn ijver zelfs een martelaarsdood sterven, maar als hij niet door liefde wordt aangedreven, zou hij door God als een misleide dweper of als een eerzuchtige huichelaar worden beschouwd.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236-237.
B. Welke gevaren kunnen zelfs de meest ijverige aanhangers van de drievoudige boodschap overvallen?
Openbaring 3:17;
Jesaja 65:5.
“Een wettige godsdienst werd voor deze tijd als de juiste godsdienst beschouwd. Maar het is een vergissing. De vermaning van Christus aan de Farizeeën is van toepassing op degenen, die hun eerste liefde uit het hart hebben verloren. Een koude, wettige godsdienst kan nooit zielen tot Christus leiden; want het is een liefdeloze godsdienst zonder Christus. Wanneer vasten en gebeden worden beoefend in een zelfrechtvaardigende geest, zijn deze walgelijk voor God. De plechtige samenkomst voor aanbidding, de ronde van godsdienstige ceremonies, de uiterlijke nederigheid, het opgelegde offer, allen verkondigen aan de wereld het getuigenis, dat de dader van deze dingen zichzelf rechtvaardig acht. Deze dingen vestigen de aandacht op de waarnemer van strenge plichten, zeggende: Deze man heeft recht op de hemel. Maar het is allemaal bedrog. Werken zullen voor ons geen toegang tot de hemel kopen. Het enige grote offer, dat is gebracht, is voldoende voor iedereen, die zal geloven… Kijk omhoog naar God, kijk niet naar mensen. God is uw hemelse Vader, die bereid is uw zwakheden geduldig te verdragen en deze te vergeven en te genezen.” –The Review and Herald, 20 maart 1894.
“Er is niets, dat de invloed van de gemeente zo kan verzwakken als het gebrek aan liefde… Als wij tegenstand moeten ondervinden van onze vijanden, die worden voorgesteld als wolven, laten wij dan voorzichtig zijn, zodat wij niet dezelfde geest onder ons aan de dag leggen.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.
A. Wat voor dienen is onaanvaardbaar voor God, en waarom?
Jeremia 2:13;
Jesaja 58:4-5.
Hoe kunnen wij dit probleem overwinnen?
Jesaja 58:6-8.
“Waak in gebed. Alleen op deze manier kunt u uw hele wezen in het werk van de Heer steken. Het ik moet op de achtergrond worden geplaatst. Degenen, die het ik verhogen, krijgen een opleiding, die al snel een tweede natuur voor hen wordt; en zij zullen spoedig niet beseffen, dat in plaats van Jezus te verheffen, zij zichzelf verheffen, dat in plaats van kanalen te zijn waardoor het levende water kan stromen om anderen te verkwikken, zij de sympathie en genegenheid van degenen om hen heen opzuigen. Dit is geen trouw aan onze gekruisigde Heer.” –Counsels on Health, blz. 560.
“Paulus kon zeggen: ‘ik sterf dagelijks’. Het is die dagelijkse verzaking van het eigen-ik in die kleine levenstransacties, welke ons tot overwinnaars maakt. We moeten onszelven vergeten om anderen goed te willen doen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 210.
B. Beschrijf het gevolg van ware godsdienst.
Jakobus 1:27.
C. Hoe moeten wij deze levende vruchten dragen?
Johannes 7:37-38.
“De zuivere godsdienst van Jezus is een bron, waaruit weldadigheid, liefde en zelfopoffering vloeit.
Een christen is iemand, die op Christus gelijkt, iemand, die actief is in het dienen van God, die aanwezig is bij sociale bijeenkomsten, wiens aanwezigheid anderen ook zal aansporen. Godsdienst bestaat niet uit werken, maar godsdienst werkt en slaapt niet.
Velen schijnen de gedachte toegedaan te zijn, dat godsdienst de neiging heeft om de belijder hiervan eng en bekrompen te maken, maar ware godsdienst heeft geen beperkende invloed; juist het gebrek aan godsdienst beperkt de hoedanigheden en verengt de geest. Als iemand bekrompen is, is dat een bewijs van het feit, dat hij behoefte heeft aan Gods genade, aan de hemelse zalving; want een christen is iemand, waardoor de Heere, de God der legerscharen, kan werken, opdat hij de wegen van de Heere der aarde kan bewaren en Zijn wil aan de mensen bekend kan maken.” –Bijbelkommentaar, blz. 602.
A. Wat is de hoogste trede van de ladder van christelijke ontwikkeling?
2 Petrus 1:4-7.
Wat moeten wij beseffen, als wij proberen alle hoedanigheden van een ware christen te bevorderen?
“Wij moeten bij geloof deugd voegen; en bij deugd, kennis; en bij kennis, matigheid; en bij matigheid, geduld; en bij geduld, godzaligheid; en bij godzaligheid, broederlijke liefde; en bij broederlijke liefde, liefdadigheid. U moet niet denken, dat u moet wachten, tot u de ene genade hebt vervolmaakt, voordat u een andere aankweekt. Neen; zij moeten samen opgroeien, voortdurend gevoed uit de bron van liefdadigheid; elke dag dat u leeft, kunt u de gezegende eigenschappen vervolmaken, die volledig geopenbaard zijn in het karakter van Christus; en als u dit doet, zult u licht, liefde, vrede en vreugde in uw huis brengen.” –The Review and Herald, 29 juli 1890.
B. Leg uit, hoe wij doordrenkt kunnen raken met nieuw geestelijk leven en juiste motieven.
Ezechiël 37:1-14;
Markus 2:22.
“‘’De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God’ (Psalm 51:19). De mens moet ontledigd worden van zichzelf, voordat hij, in de volle betekenis, in Jezus kan geloven. Wanneer het eigen ik verloochend is, kan de Here de mens tot een nieuw schepsel maken. Nieuwe kruiken kunnen nieuwe wijn bevatten. De liefde van Christus zal de gelovige bezielen met een nieuw leven. In hem, die ziet op de Leidsman en Voleinder van ons geloof, zal het karakter van Christus openbaar worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 233.
1. Waarom moet de christelijke rentmeester dagelijks 1 Korinthe 13 bestuderen?
2. Op welke manieren kan een ieder van ons het gevaar lopen, als klinkend metaal of een rinkelende cimbaal te zijn?
3. Waarom zou een martelaar, die Christus belijdt, verloren kunnen gaan?
4. Wanneer zullen onze houding en ons werk God behagen?
5. Hoe werkt liefdadigheid samen met de andere eigenschappen in 2 Petrus 1:4-7?