Rentmeesters in de laatste dagen (I) — SABBAT, 27 augustus 2022

Les 9: Gemotiveerd door liefde

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En al ware het, dat ik de gave der profetie had en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets”

1 Korintiërs 13:2

“Leer, dat christelijke liefde van hemelse oorsprong is, en dat zonder die liefde alle andere kenmerken waardeloos zijn.” –The Review and Herald, 21 juli 1904.

Aanvullende studie :: -Counsels on Stewardship, blz. 20-23

ZONDAG — 21 augustus

1. Een hoofdstuk voor vandaag

A. Hoe wordt de christelijke rentmeester beïnvloed door gebedsvolle studie en nadenken over

1 Korinthe 13?

[1Cor.13]

2 Korinthe 3:18;

2 Korinthe 3:18: En wij allen, met ongedekten aangezichte de heerlijkheid des Heeren als in een spiegel aanschouwende, worden naar hetzelfde beeld in gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, als van des Heeren Geest.

1 Johannes 4:19-21.

1 Johannes 4:19: Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft. 1 Johannes 4:20: Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft? 1 Johannes 4:21: En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.

“De Heer wil, dat ik de aandacht van Zijn volk vestig op het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthe. Lees dit hoofdstuk elke dag en verkrijg er troost en kracht uit.” –The Review and Herald, 21 juli 1904.

“In het dertiende hoofdstuk van 1 Korinthe omschrijft de apostel Paulus ware christelijke liefde… Dit hoofdstuk is een uiting van de gehoorzaamheid van allen, die God liefhebben en Zijn geboden bewaren. Het wordt in werking gebracht in het leven van elke ware gelovige.” –Bijbelkommentaar, blz. 496.

B. Waar moet diep over nagedacht worden door allen, die de tegenwoordige waarheid in deze laatste dagen belijden en proberen deze te delen?

2 Petrus 1:10-12.

2 Petrus 1:10: Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen. 2 Petrus 1:11: Want alzo zal u rijkelijk toegevoegd worden de ingang in het eeuwig Koninkrijk van onzen Heere en Zaligmaker, Jezus Christus. 2 Petrus 1:12: Daarom zal ik niet verzuimen u altijd daarvan te vermanen, hoewel gij het weet, en in de tegenwoordige waarheid versterkt zijt.

“Hoe zorgvuldig moeten wij zijn, zodat onze woorden en daden allemaal in overeenstemming zijn met de heilige waarheid, die God ons heeft toevertrouwd! De mensen van de wereld kijken naar ons om te zien, wat ons geloof doet voor onze karakters en levens. Zij kijken om te zien, of het een heiligend effect heeft op ons hart, of wij veranderd worden naar de gelijkenis van Christus. Zij zijn klaar om elk gebrek in ons leven te ontdekken, elke onverenigbaarheid in onze daden. Laten wij hun geen aanleiding geven om ons geloof af te keuren.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.

MAANDAG — 22 augustus

2. Egoïsme overwinnen

A. Waarom is kennis van de waarheid, samen met een gepolijst vermogen om deze uit te drukken, onvoldoende om Christus te verheerlijken?

1 Korinthe 13:1.

1 Korinthe 13:1: Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden.

“Als de kennis van de waarheid geen schoonheid brengt in het leven, als ze vertedert en verzacht, de mens niet herschept naar het beeld van God, heeft ze geen nut voor wie haar ontvangt; ze is als een schallend metaal of klinkende cimbaal.” –Bijbelkommentaar, blz. 293-294.

“Voor God telt niet de vlotte spreker, het scherpe intellect. Het oprechte doel, de diepgaande godsvrucht, de liefde voor de waarheid en de vreze Gods hebben een invloed, die telt. Een getuigenis uit het hart, dat van lippen zonder bedrog komt, vol geloof en nederig vertrouwen, wordt door God even kostbaar als goud gezien, al komt het door een stamelende tong; terwijl de vlotte woorden, de welsprekendheid van iemand, aan wie grote talenten zijn toevertrouwd, maar die tekort schiet in waarachtigheid, in vastbeslotenheid, in reinheid en onzelfzuchtigheid, als schallend koper of een rinkelende cimbaal zijn. Hij kan geestige dingen zeggen, amusante anekdotes vertellen, en op het gevoel werken; maar de geest van Jezus is niet in dit alles. Al deze dingen kunnen ongeheiligde harten bevredigen, maar God houdt in Zijn hand de weegschaal, waarin de woorden, de geest, de oprechtheid, de toewijding gewogen worden en Hij noemt dit alles lichter dan ijdelheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 496-497.

B. Welke waarschuwing wordt er gegeven tegen een egocentrisch gebruik van Gods zegeningen? Maleáchi 2:2;

Jakobus 2:15-16.

Jakobus 2:15: Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel; Jakobus 2:16: En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?

“De zonde, waaraan men zich bovenmate overgeeft, en die ons van God scheidt, en die onze geestelijke gesteldheid zo in verwarring brengt, is zelfzucht. Alleen door zelfverloochening kan er van een terugkeer tot de Here sprake zijn. Van onszelven kunnen we niets doen; maar, doordat God ons kracht geeft, kunnen we leven om anderen goed te doen, en zo zullen we gevrijwaard blijven voor het kwaad der zelfzucht. We behoeven niet naar de heidense landen te gaan om ons verlangen alles in een nuttig, onzelfzuchtig leven Gode te wijden, te manifesteren. We kunnen dit doen in de huiselijke kring, in de gemeente, onder degenen met wie wij omgaan en tot wie wij in zakenrelaties staan. Juist in die gewone levensrelaties moet men zich tucht opleggen en zelfverzaking toepassen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 210.

DINSDAG — 23 augustus

3. Een valstrik voor de christelijke rentmeester

A. Hoewel schriftuurlijke leerstellingen, nauwkeurig profetisch begrip en compromisloze moed essentieel zijn, wat is dan de waarschuwing voor allen, die in de tegenwoordige waarheid geloven?

1 Korinthe 13:2-3.

1 Korinthe 13:2: En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets. 1 Korinthe 13:3: En al ware het, dat ik al mijn goederen tot onderhoud der armen uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam overgaf, opdat ik verbrand zou worden, en had de liefde niet, zo zou het mij geen nuttigheid geven.

“Het doet er niet toe, hoe streng de belijdenis moge luiden: hij wiens hart niet is vervuld van de liefde voor God en voor zijn medemens, is geen ware discipel van Christus. Al zou hij een groot geloof bezitten, en zelfs macht hebben om wonderen te doen, toch is zijn geloof zonder liefde waardeloos. Hij mag grote vrijgevigheid aan de dag leggen; maar al zou hij, gedreven door enig ander motief dan oprechte liefde, al zijn bezittingen geven om de hongerigen te voeden, dan zou deze daad hem niet in de gunst van God aanbevelen. Hij kan in zijn ijver zelfs een martelaarsdood sterven, maar als hij niet door liefde wordt aangedreven, zou hij door God als een misleide dweper of als een eerzuchtige huichelaar worden beschouwd.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236-237.

B. Welke gevaren kunnen zelfs de meest ijverige aanhangers van de drievoudige boodschap overvallen?

Openbaring 3:17;

Openbaring 3:17: Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.

Jesaja 65:5.

Jesaja 65:5: Die daar zeggen: Houd u tot uzelven, en naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij. Dezen zijn een rook in Mijn neus, een vuur, den gansen dag brandende.

“Een wettige godsdienst werd voor deze tijd als de juiste godsdienst beschouwd. Maar het is een vergissing. De vermaning van Christus aan de Farizeeën is van toepassing op degenen, die hun eerste liefde uit het hart hebben verloren. Een koude, wettige godsdienst kan nooit zielen tot Christus leiden; want het is een liefdeloze godsdienst zonder Christus. Wanneer vasten en gebeden worden beoefend in een zelfrechtvaardigende geest, zijn deze walgelijk voor God. De plechtige samenkomst voor aanbidding, de ronde van godsdienstige ceremonies, de uiterlijke nederigheid, het opgelegde offer, allen verkondigen aan de wereld het getuigenis, dat de dader van deze dingen zichzelf rechtvaardig acht. Deze dingen vestigen de aandacht op de waarnemer van strenge plichten, zeggende: Deze man heeft recht op de hemel. Maar het is allemaal bedrog. Werken zullen voor ons geen toegang tot de hemel kopen. Het enige grote offer, dat is gebracht, is voldoende voor iedereen, die zal geloven… Kijk omhoog naar God, kijk niet naar mensen. God is uw hemelse Vader, die bereid is uw zwakheden geduldig te verdragen en deze te vergeven en te genezen.” –The Review and Herald, 20 maart 1894.

“Er is niets, dat de invloed van de gemeente zo kan verzwakken als het gebrek aan liefde… Als wij tegenstand moeten ondervinden van onze vijanden, die worden voorgesteld als wolven, laten wij dan voorzichtig zijn, zodat wij niet dezelfde geest onder ons aan de dag leggen.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.

WOENSDAG — 24 augustus

4. Trekken uit een zuivere bron

A. Wat voor dienen is onaanvaardbaar voor God, en waarom?

Jeremia 2:13;

Jeremia 2:13: Want Mijn volk heeft twee boosheden begaan; Mij, den Springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zichzelven bakken uit te houwen, gebroken bakken, die geen water houden.

Jesaja 58:4-5.

Jesaja 58:4: Ziet, tot twist en gekijf vast gijlieden, en om goddelooslijk met de vuist te slaan; vast niet gelijk heden, om uw stem te doen horen in de hoogte. Jesaja 58:5: Zou het zulk een vasten zijn, dat Ik verkiezen zou, dat de mens zijn ziel een dag kwelle, dat hij zijn hoofd kromme gelijk een bieze, en een zak en as onder zich spreide? Zoudt gij dat een vasten heten, en een dag den HEERE aangenaam?

Hoe kunnen wij dit probleem overwinnen?

Jesaja 58:6-8.

Jesaja 58:6: Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt? Jesaja 58:7: Is het niet, dat gij den hongerige uw brood mededeelt, en de armen, verdrevenen in huis brengt? Als gij een naakte ziet, dat gij hem dekt, en dat gij u voor uw vlees niet verbergt? Jesaja 58:8: Dan zal uw licht voortbreken als de dageraad, en uw genezing zal snellijk uitspruiten; en uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des HEEREN zal uw achtertocht wezen.

“Waak in gebed. Alleen op deze manier kunt u uw hele wezen in het werk van de Heer steken. Het ik moet op de achtergrond worden geplaatst. Degenen, die het ik verhogen, krijgen een opleiding, die al snel een tweede natuur voor hen wordt; en zij zullen spoedig niet beseffen, dat in plaats van Jezus te verheffen, zij zichzelf verheffen, dat in plaats van kanalen te zijn waardoor het levende water kan stromen om anderen te verkwikken, zij de sympathie en genegenheid van degenen om hen heen opzuigen. Dit is geen trouw aan onze gekruisigde Heer.” –Counsels on Health, blz. 560.

“Paulus kon zeggen: ‘ik sterf dagelijks’. Het is die dagelijkse verzaking van het eigen-ik in die kleine levenstransacties, welke ons tot overwinnaars maakt. We moeten onszelven vergeten om anderen goed te willen doen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 210.

B. Beschrijf het gevolg van ware godsdienst.

Jakobus 1:27.

Jakobus 1:27: De zuivere en onbevlekte godsdienst voor God en den Vader is deze: wezen en weduwen bezoeken in hun verdrukking, en zichzelven onbesmet bewaren van de wereld.

C. Hoe moeten wij deze levende vruchten dragen?

Johannes 7:37-38.

Johannes 7:37: En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. Johannes 7:38: Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

“De zuivere godsdienst van Jezus is een bron, waaruit weldadigheid, liefde en zelfopoffering vloeit.

Een christen is iemand, die op Christus gelijkt, iemand, die actief is in het dienen van God, die aanwezig is bij sociale bijeenkomsten, wiens aanwezigheid anderen ook zal aansporen. Godsdienst bestaat niet uit werken, maar godsdienst werkt en slaapt niet.

Velen schijnen de gedachte toegedaan te zijn, dat godsdienst de neiging heeft om de belijder hiervan eng en bekrompen te maken, maar ware godsdienst heeft geen beperkende invloed; juist het gebrek aan godsdienst beperkt de hoedanigheden en verengt de geest. Als iemand bekrompen is, is dat een bewijs van het feit, dat hij behoefte heeft aan Gods genade, aan de hemelse zalving; want een christen is iemand, waardoor de Heere, de God der legerscharen, kan werken, opdat hij de wegen van de Heere der aarde kan bewaren en Zijn wil aan de mensen bekend kan maken.” –Bijbelkommentaar, blz. 602.

DONDERDAG — 25 augustus

5. Kracht voor echt rentmeesterschap

A. Wat is de hoogste trede van de ladder van christelijke ontwikkeling?

2 Petrus 1:4-7.

2 Petrus 1:4: Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid. 2 Petrus 1:5: En gij, tot hetzelve ook alle naarstigheid toebrengende, voegt bij uw geloof deugd, en bij de deugd kennis, 2 Petrus 1:6: En bij de kennis matigheid, en bij de matigheid lijdzaamheid, en bij de lijdzaamheid godzaligheid, 2 Petrus 1:7: En bij de godzaligheid broederlijke liefde, en bij de broederlijke liefde, liefde jegens allen.

Wat moeten wij beseffen, als wij proberen alle hoedanigheden van een ware christen te bevorderen?

“Wij moeten bij geloof deugd voegen; en bij deugd, kennis; en bij kennis, matigheid; en bij matigheid, geduld; en bij geduld, godzaligheid; en bij godzaligheid, broederlijke liefde; en bij broederlijke liefde, liefdadigheid. U moet niet denken, dat u moet wachten, tot u de ene genade hebt vervolmaakt, voordat u een andere aankweekt. Neen; zij moeten samen opgroeien, voortdurend gevoed uit de bron van liefdadigheid; elke dag dat u leeft, kunt u de gezegende eigenschappen vervolmaken, die volledig geopenbaard zijn in het karakter van Christus; en als u dit doet, zult u licht, liefde, vrede en vreugde in uw huis brengen.” –The Review and Herald, 29 juli 1890.

B. Leg uit, hoe wij doordrenkt kunnen raken met nieuw geestelijk leven en juiste motieven.

Ezechiël 37:1-14;

Ezechiël 37:1: De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen. Ezechiël 37:2: En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor. Ezechiël 37:3: En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het! Ezechiël 37:4: Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord. Ezechiël 37:5: Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden. Ezechiël 37:6: En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben. Ezechiël 37:7: Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been. Ezechiël 37:8: En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen. Ezechiël 37:9: En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Ezechiël 37:10: En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir. Ezechiël 37:11: Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israels; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden. Ezechiël 37:12: Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels. Ezechiël 37:13: En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk! Ezechiël 37:14: En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.

Markus 2:22.

Markus 2:22: En niemand doet nieuwen wijn in oude lederzakken; anders doet de nieuwe wijn de leder zakken bersten en de wijn wordt uitgestort, en de leder zakken verderven; maar nieuwen wijn moet men in nieuwe leder zakken doen.

“‘’De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God’ (Psalm 51:19). De mens moet ontledigd worden van zichzelf, voordat hij, in de volle betekenis, in Jezus kan geloven. Wanneer het eigen ik verloochend is, kan de Here de mens tot een nieuw schepsel maken. Nieuwe kruiken kunnen nieuwe wijn bevatten. De liefde van Christus zal de gelovige bezielen met een nieuw leven. In hem, die ziet op de Leidsman en Voleinder van ons geloof, zal het karakter van Christus openbaar worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 233.

VRIJDAG — 26 augustus

Terugblik

1. Waarom moet de christelijke rentmeester dagelijks 1 Korinthe 13 bestuderen?

2. Op welke manieren kan een ieder van ons het gevaar lopen, als klinkend metaal of een rinkelende cimbaal te zijn?

3. Waarom zou een martelaar, die Christus belijdt, verloren kunnen gaan?

4. Wanneer zullen onze houding en ons werk God behagen?

5. Hoe werkt liefdadigheid samen met de andere eigenschappen in 2 Petrus 1:4-7?