Rentmeesters in de laatste dagen (I) — SABBAT, 20 augustus 2022

Les 8: Talenten gebruiken en vermenigvuldigen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde van uw heer”

Mattheüs 25:23

“God heeft een ieder van ons geheiligde opdrachten toevertrouwd, waarvoor Hij ons aansprakelijk stelt. Het is Zijn bedoeling, dat we het verstand zo vormen, dat we de talenten kunnen toepassen, die Hij ons gegeven heeft op zodanige wijze, dat we daar het hoogste goed mee kunnen bereiken en de heerlijkheid van de Gever kunnen weerspiegelen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 300.

Aanvullende studie :: -Testimonies to Ministers, blz. 165-170.

ZONDAG — 14 augustus

1. Gods gaven

A. Wat geeft de Heer Zelf aan iedere christelijke rentmeester?

1 Korinthe 12:8-11.

1 Korinthe 12:8: Want dezen wordt door den Geest gegeven het woord der wijsheid, en een ander het woord der kennis, door denzelfden Geest; 1 Korinthe 12:9: En een ander het geloof, door denzelfden Geest; en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest. 1 Korinthe 12:10: En een ander de werkingen der krachten; en een ander profetie; en een ander onderscheidingen der geesten; en een ander menigerlei talen; en een ander uitlegging der talen. 1 Korinthe 12:11: Doch deze dingen alle werkt een en dezelfde Geest, delende aan een iegelijk in het bijzonder, gelijkerwijs Hij wil.

“De talenten, die Christus aan Zijn gemeente toevertrouwt, stellen in het bijzonder de gaven en zegeningen voor, die de Heilige Geest ons geeft… (Zie 1 Korinthe 12:8-11). Alle mensen ontvangen niet dezelfde gaven, maar aan iedere dienstknecht van de Meester is een gave van de Geest beloofd.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 198.

B. Wat verwacht de Gever van Zijn rentmeesters?

Lukas 19:23.

Lukas 19:23: Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen?

“God verleent verschillende talenten en gaven aan mensen, niet dat zij deze ongebruikt mogen laten liggen, noch om te worden gebruikt voor amusement of zelfzuchtig genoegen, maar dat zij een zegen kunnen zijn voor anderen door mensen in staat te stellen ernstig, zelfopofferend zendingswerk te doen. God geeft de mens tijd met het doel Zijn heerlijkheid te bevorderen.” –The Youth’s Instructor, 6 november 1902.

“Onze hemelse Vader eist niet meer of minder van ons dan, waartoe Hij ons in staat heeft gesteld. Hij legt op Zijn knechten geen lasten, die zij niet kunnen dragen. ‘Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig dat wij stof zijn’ (Psalm 103:14). Alles, wat Hij van ons eist, kunnen wij door Zijn genade Hem geven.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 223.

MAANDAG — 15 augustus

2. Uw talenten ontwikkelen (I)

A. Hoe moeten christelijke rentmeesters hun talenten ontdekken, ontwikkelen en gebruiken?

Spreuken 1:7;

Spreuken 1:7: De vrees des HEEREN is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

Spreuken 2:3-9;

Spreuken 2:3: Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid; Spreuken 2:4: Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten; Spreuken 2:5: Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden. Spreuken 2:6: Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand. Spreuken 2:7: Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen; Spreuken 2:8: Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren. Spreuken 2:9: Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goed pad.

Jakobus 1:5.

Jakobus 1:5: En indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden.

“Tal van ogenschijnlijk weinig belovende jonge mensen zijn rijkelijk begiftigd met talenten, die niet gebruikt worden. Hun vermogens liggen verborgen vanwege een gebrek aan onderscheiding van de kant van hun opvoeders. In menige jongen of meisje, naar het uiterlijk zo onaantrekkelijk als ruw-gehouwen steen, kan kostbaar materiaal gewonden worden, dat de proef van hitte, storm en verdrukking zal doorstaan. De goede opvoeder zal er op letten, wat uit zijn leerlingen kan groeien en dan erkent hij ook de waarde van het materiaal, waaraan hij zijn krachten besteedt.” –Karaktervorming, blz. 234.

“God heeft een groot werk te doen in korte tijd. Hij heeft aan de jongeren talenten van verstand, tijd en middelen toevertrouwd, en Hij houdt hen verantwoordelijk voor het gebruik, dat zij maken van deze goede gaven. Hij roept hen op om naar voren te komen, de verderfelijke, betoverende invloeden van deze snelle tijd te weerstaan, en bekwaam te worden om voor Zijn zaak te werken. Zij kunnen niet geschikt worden gemaakt voor bruikbaarheid zonder hart en energie te steken in het werk van voorbereiding.” –The Youth’s Instructor, 7 mei 1884.

“Als u met een nederig hart bij moeilijkheden en problemen Gods hulp zoekt, dan zal een goedgunstig antwoord gegeven worden, zoals Hij heeft beloofd. Zijn woord kan nooit falen. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Zijn woord zal nooit voorbijgaan. Vertrouw op de Heer, en u zult nooit beschaamd of bedrogen uitkomen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 349.

B. Hoe worden de talenten van de christelijke rentmeester vermeerderd?

2 Korinthe 9:6.

2 Korinthe 9:6: En dit zeg ik: Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien.

“Talenten, die gebruikt worden, vermeerderen. Succes is niet het gevolg van het toeval of noodlot. Het is het resultaat van Gods voorzienigheid, de beloning van geloof en bescheidenheid, van deugd en volharding. De Heer wil, dat wij elke gave, die wij bezitten, zullen gebruiken, en als wij dat doen, zullen wij grotere gaven hebben om te gebruiken.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 217.

“Sommige jongeren zijn ijverig en volhardend geweest, en zij drukken er nu hun stempel op en nemen belangrijke posities in voor de zaak van God. Wij horen vaak mensen spreken over de talenten en bekwaamheden van deze jongeren, alsof God hun speciale gaven had geschonken; maar dit is een vergissing. Het is het gebruik, dat wij maken van de talenten, die ons zijn gegeven, dat ons sterk maakt. Er zijn velen, die heel bekwaam zouden kunnen zijn om deel te nemen aan het werk van de Heer, die er niet in slagen de bekwaamheid, die God hun heeft gegeven, te verbeteren.” –The Review and Herald, 25 maart 1880.

DINSDAG — 16 augustus

3. Uw talenten ontwikkelen (II)

A. Wat moet worden verstaan door degenen, die het gevoel hebben, dat ze het minste talent hebben?

Lukas 19:20-24.

Lukas 19:20: En een ander kwam, zeggende: Heer, zie hier uw pond, hetwelk ik in een zweetdoek weggelegd had; Lukas 19:21: Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt. Lukas 19:22: Maar hij zeide tot hem: Uit uw mond zal ik u oordelen, gij boze dienstknecht! Gij wist, dat ik een straf mens ben, nemende weg, wat ik niet gelegd heb, en maaiende, wat ik niet gezaaid heb. Lukas 19:23: Waarom hebt gij dan mijn geld niet in de bank gegeven, en ik, komende, had hetzelve met woeker mogen eisen? Lukas 19:24: En hij zeide tot degenen, die bij hem stonden: Neemt dat pond van hem weg, en geeft het dien, die de tien ponden heeft.

“Veel jongeren klagen, omdat zij niet in staat zijn om enig groot werk te doen, en zij begeren talenten, waardoor zij enige wonderbare dingen konden doen; maar terwijl zij hun tijd besteden aan ijdele verlangens, maken zij een mislukking van het leven. Zij zien kansen over het hoofd, die zij zouden kunnen verbeteren door daden van liefde te doen op het levenspad, waarop zij geplaatst zijn.” –The Youth’s Instructor, 2 maart 1893.

B. Hoe beoordeelt de Heer het gebruik van onze talenten?

2 Korinthe 5:10;

2 Korinthe 5:10: Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.

Lukas 12:47-48.

Lukas 12:47: En die dienstknecht, welke geweten heeft den wil zijns heeren, en zich niet bereid, noch naar zijn wil gedaan heeft, die zal met vele slagen geslagen worden. Lukas 12:48: Maar die denzelven niet geweten heeft, en gedaan heeft dingen, die slagen waardig zijn, die zal met weinige slagen geslagen worden. En een iegelijk, wien veel gegeven is, van dien zal veel geeist worden; en wien men veel vertrouwd heeft, van dien zal men overvloediger eisen.

“Wanneer de Heer afrekening houdt met Zijn slaven, zal de opbrengst van elk talent nauwgezet nagegaan worden. Het werk, dat gedaan is, openbaart de aard van de werker.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 221.

“Degenen, die een invloed hadden kunnen uitoefenen om zielen te redden, als ze in de raad van God hadden gestaan, maar toch hun plicht niet hadden gedaan door egoïsme, traagheid of omdat ze zich schaamden voor het kruis van Christus, zullen niet alleen hun eigen ziel verliezen, maar zullen het bloed van arme zondaars op hun klederen hebben. Zulke mensen zullen rekenschap moeten afleggen van het goede, dat zij hadden kunnen doen, als zij zich aan God hadden gewijd, maar dit niet deden vanwege hun ontrouw. Degenen, die werkelijk de zoetigheden van verlossende liefde hebben geproefd, zullen niet, kunnen niet rusten, totdat iedereen met wie zij omgaan, bekend is gemaakt met het verlossingsplan.” –Testimonies for the Church, vol. 1, blz. 511.

“Wij zullen ieder aansprakelijk zijn voor, wat wij hadden kunnen doen. De Heer bepaalt nauwgezet elke mogelijkheid voor Zijn dienst. De ongebruikte mogelijkheden worden in ogenschouw genomen naast datgene, waarmee gewerkt is. God stelt ons aansprakelijk voor alles, wat wij hadden kunnen worden door het juiste gebruik van onze talenten. Wij zullen geoordeeld worden naar, wat wij hadden moeten doen, maar wat wij niet gedaan hebben, omdat wij onze krachten niet tot Gods eer hebben gebruikt. Zelfs al verliezen wij niet ons eeuwig leven, toch zullen wij ook in de eeuwigheid de resultaten van onze ongebruikte talenten beseffen. Alle kennis en bekwaamheid, die wij hadden kunnen winnen, maar niet hebben gewonnen, zal een eeuwig verlies betekenen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 223.

WOENSDAG — 17 augustus

4. Persoonlijke verantwoordelijkheid

A. Wat zijn enkele van de talenten, die de christelijke rentmeester moet aankweken, en waarom?

1 Johannes 2:14;

1 Johannes 2:14: Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.

Romeinen 15:1.

Romeinen 15:1: Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen.

“De bijzondere gaven van de Geest zijn niet de enige talenten, die in de gelijkenis worden bedoeld. Alle andere gaven en schenkingen, hetzij oorspronkelijk of aangeleerd, natuurlijk of geestelijk, worden hier in besloten. Al deze gaven moeten in de dienst van Christus worden gebruikt. Als wij Zijn discipelen worden, geven wij ons aan Hem over met alles, wat wij hebben en zijn. Hij geeft ons deze gaven terug, gezuiverd en veredeld, om te worden gebruikt voor Zijn eer en tot zegen van onze medemensen.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 199.

“De spraak is een talent, dat wij ijverig moeten ontwikkelen. Van alle gaven, die wij van God hebben ontvangen, kan geen enkele een groter zegen zijn dan juist deze gave. Met de stem kunnen wij overtuigen en aandringen, wij bidden ermee en loven God, en gebruiken haar om anderen te vertellen van de liefde van de Heiland. Hoe belangrijk is het daarom deze zo te ontwikkelen, dat er zoveel mogelijk goed mee wordt gedaan.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 203-204.

“Onze tijd behoort God toe. Elk ogenblik is van Hem en wij hebben de ernstige verplichting deze te besteden tot Zijn eer. Van geen enkel talent, ons gegeven, zal Hij een nauwgezetter verantwoording vragen dan juist van onze tijd.

De waarde van tijd is niet in woorden uit te drukken. Christus beschouwde ieder ogenblik als waardevol. Zo moeten wij er ook tegenover staan. Het leven is te kort om verknoeid te worden. Wij hebben maar een korte tijd van genade om ons gereed te maken voor de eeuwigheid. Wij kunnen geen tijd verspillen, geen tijd besteden aan zelfzuchtig genot, aan toegeven aan de zonde.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 209.

“Ouders moeten hun kinderen de waarde van het juiste gebruik van de tijd leren. Leer hen, dat het doen van iets, waardoor God wordt geëerd en de mensheid wordt gezegend, de moeite waard is om voor te werken. Zelfs in hun kinderjaren kunnen zij zendelingen van God zijn.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 211.

“God heeft de mens ook gelden toevertrouwd. Hij heeft hem macht gegeven om rijk te worden. Hij bevochtigt de aarde met de dauw des hemels met verfrissende regenbuien. Hij geeft zonlicht, dat de aarde verwarmt, de natuur tot leven wekt en vruchten doet dragen. Hij vraagt, dat Hem het Zijne zal worden teruggegeven.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 215.

“Ons geld is ons niet gegeven voor onze eigen eer en glorie. We moeten het als trouwe beheerders gebruiken tot eer en glorie van God. Sommige mensen denken, dat slechts een deel van hun middelen van de Heer is. Als ze een deel apart hebben gelegd voor godsdienstige en liefdadige doelen, dan beschouwen ze de rest als hun eigendom, wat ze naar eigen inzicht kunnen besteden. Maar daarin vergissen ze zich. Alles, wat we bezitten, is van de Heer, en we moeten tegenover Hem verantwoording afleggen van, hoe we het gebruiken. Aan de besteding van elke cent is te zien, of we God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 293.

DONDERDAG — 18 augustus

5. Rentmeesters voor het koninkrijk

A. Wat moet de sterke focus zijn van al onze verschillende talenten?

Filippensen 3:7-14.

Filippenzen 3:7: Maar hetgeen mij gewin was, dat heb ik om Christus' wil schade geacht. Filippenzen 3:8: Ja, gewisselijk, ik acht ook alle dingen schade te zijn, om de uitnemendheid der kennis van Christus Jezus, mijn Heere; om Wiens wil ik al die dingen schade gerekend heb, en acht die drek te zijn, opdat ik Christus moge gewinnen. Filippenzen 3:9: En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof; Filippenzen 3:10: Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende; Filippenzen 3:11: Of ik enigszins moge komen tot de wederopstanding der doden. Filippenzen 3:12: Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben. Filippenzen 3:13: Broeders, ik acht niet, dat ik zelf het gegrepen heb. Filippenzen 3:14: Maar een ding doe ik, vergetende, hetgeen achter is, en strekkende mij tot hetgeen voor is, jaag ik naar het wit, tot den prijs der roeping Gods, die van boven is in Christus Jezus.

“U bent een schouwspel voor de wereld, voor engelen en voor mensen… Maak optimaal gebruik van de gouden momenten en gebruik de talenten, die God heeft gegeven, zodat u iets voor de Meester kunt vergaren en een zegen kunt zijn voor iedereen om u heen. Laat de hemelse engelen met vreugde op u neerzien, omdat u loyaal en trouw aan Jezus Christus bent.” –The Youth’s Instructor, 12 juli 1894.

“Het is de wijze vooruitgang van uw kansen, het cultiveren van uw door God gegeven talenten, die u mannen en vrouwen zullen maken, die door God kunnen worden goedgekeurd, en een zegen voor de samenleving. Laat uw standaard hoog zijn, en met onbedwingbare energie, maak het meeste van uw talenten en kansen, en ga door tot het uiterste.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 87.

“Gaat u zich aan de Heer geven? Bent u klaar om deel te nemen aan het werk, dat Hij u te doen heeft nagelaten? Jezus zei tegen Zijn discipelen: ‘Gaat heen in de gehele wereld en predikt het evangelie aan alle creaturen’ (Markus 16:15). Zult u, in het licht van dit gebod, uw tijd en uw energie toe-eigenen, zoals de neiging u dat kan dicteren, in plaats van de raad van God op te volgen?” –Sons and Daughters of God, blz. 273.

“Hier, in deze wereld, in deze laatste dagen, zullen mensen tonen, welke macht hun hart beïnvloedt en hun daden beheerst. Indien het de macht van de goddelijke waarheid is, zal dit tot goede werken leiden…

Jong en oud, God beproeft u nu! U beslist over uw eigen eeuwige bestemming.” –Maranatha, blz. 43.

VRIJDAG — 19 augustus

Terugblik

1. Hoe kunnen specifieke talenten het beste voor de meester worden ontwikkeld?

2. Hoe heeft de gemeente baat bij zorgvuldig beheer van onze talenten?

3. Wat moet ik persoonlijk serieuzer overwegen met betrekking tot die talenten, die mij persoonlijk zijn toevertrouwd?

4. Wat moet ik beseffen over mijn verantwoordelijkheid tegenover God voor mijn talenten?

5. Beschrijf de verantwoordelijkheid van alle christenen, ongeacht leeftijd of bekwaamheid.