Tekst om te onthouden: “Zo nam de Heere God de mens, en zette hem in de hof van Eden, om die te bouwen, en die te bewaren”
Genesis 2:15
“De ware heerlijkheid en vreugde van het leven worden alleen gevonden door de werkende man en vrouw. Arbeid brengt zijn eigen beloning met zich mee, en zoet is de rust, die verworven is door de vermoeidheid van een welbestede dag.” –Christian Temperance and Bible Hygiene, blz. 98.
Aanvullende studie :: -Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 167-171.
A. Wat was bij de schepping genadig voorzien voor de mensheid?
Genesis 2:15.
“God wilde, dat arbeid een zegen voor de mens zou zijn, om zijn geest bezig te houden, zijn lichaam te sterken en zijn geestvermogens te ontwikkelen. Adam vond in verstandelijke en lichamelijke bezigheid een van de grootste genoegens van zijn geheiligd bestaan. En toen hij, als gevolg van zijn ongehoorzaamheid, uit zijn prachtige tehuis werd verdreven en gedwongen was de stugge grond te bewerken om zijn dagelijks brood te verkrijgen, was deze arbeid, hoe verschillend ook van zijn aangename bezigheid in de hof, een beveiliging tegen verleiding, en een bron van geluk. Zij, die werken beschouwen als een vloek, al valt het ook zwaar, begaan een grote vergissing. De rijken zien vaak met verachting neer op de werkende stand, maar dit is volkomen in strijd met Gods bedoeling, toen Hij de mens geschapen had. Wat zijn de bezittingen van de rijksten, vergeleken met de erfenis, die Adam ontving? Toch mocht Adam niet stilzitten. Onze Schepper, die weet, wat dient voor het geluk van de mens, wees Adam zijn werk aan. Ware levensvreugde wordt slechts gevonden door werkende mannen en vrouwen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 24-25.
B. Welk deel van de arbeid van een wijs persoon behoort hem of haar toe?
Prediker 3:13.
A. Noem een essentieel aspect van het vierde gebod.
Exodus 20:9.
“De godsdienst, die u belijdt, maakt het net zo zeer tot uw plicht om gedurende de zes werkdagen uw tijd nuttig te gebruiken, als op de Sabbat de gemeente te bezoeken. Het ontbreekt u aan ijver in zaken. U laat uren, dagen en zelfs weken voorbijgaan zonder iets tot stand te brengen. De beste predikatie, die u kunt verkondigen, is dat uw leven een duidelijke hervorming heeft ondergaan en dat u voor uw eigen gezin kunt zorgen. De apostel zegt: ’Indien iemand voor de zijnen, en nog wel voor zijn huisgenoten, niet zorgt, dan heeft hij zijn geloof verloochend en is hij erger dan de ongelovige’ (1 Timótheüs 5:8).” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 148.
“Luiheid en vadsigheid zijn geen vruchten, die een christelijke boom draagt.” –Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 142.
B. Hoe doen christelijke rentmeesters hun werk?
Kolossensen 3:23.
“Het pad van zwoegen, dat de bewoners van de aarde is toegewezen, kan moeilijk en vermoeiend zijn; maar het wordt geëerd door de voetafdrukken van de Verlosser, en hij is veilig, die in deze heilige weg volgt. Door voorschrift en voorbeeld heeft Christus nuttige arbeid waardig gemaakt. Vanaf Zijn vroegste jaren leidde Hij een leven van werken. Het grootste deel van Zijn aardse leven werd besteed aan geduldig werken in de timmermanswerkplaats in Nazareth. In het kleed van een gewone arbeider betrad de Heer des levens de straten van het stadje, waarin Hij leefde, op weg naar en terugkerend van Zijn nederige arbeid; en dienende engelen vergezelden Hem, terwijl Hij zij aan zij wandelde met boeren en arbeiders, niet erkend en niet geëerd.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 276.
“U moet de plicht, die direct op uw pad ligt, niet verwaarlozen; maar u moet de kleine kansen, die zich om u heen openen, verbeteren. U moet uw uiterste best blijven doen in de kleinere werken van het leven, met hart en getrouw het werk opnemen, dat Gods voorzienigheid u heeft opgedragen. Hoe klein ook, u moet het doen met alle grondigheid, waarmee u een groter werk zou doen. Uw trouw zal worden goedgekeurd in de archieven van de hemel.” –The Signs of the Times, 16 juni 1890.
C. Welk ander aspect van rentmeesterschap moeten wij hun vroeg in hun leven leren, naast het onderwijzen van onze kinderen om ijverig te zijn?
Spreuken 3:9.
A. Wanneer moeten christelijke rentmeesters met hun opleiding beginnen?
Deuteronomium 6:7.
“De opvoeding van het kind ten goede of ten kwade begint in de vroegste jaren. De kinderen moeten worden geleerd, dat zij deel uitmaken van het familiebedrijf. Zij moeten worden opgeleid om hun rol in het gezin te spelen. Op hen moet niet voortdurend gewacht worden; zij noeten de lasten van vader en moeder verlichten. Naarmate de oudere kinderen opgroeien, moeten zij helpen om voor de jongere gezinsleden te zorgen. De moeder moet zichzelf niet uitputten door werk te doen, dat de kinderen kunnen doen en moeten doen.” –Manuscript Releases, vol. 10, blz. 206-207.
B. Hoe kunnen ouders hun kinderen de beginselen van werken en de plichten van het leven bijbrengen?
Spreuken 22:6.
“In de thuisschool moeten de kinderen worden geleerd, hoe zij de praktische taken van het dagelijks leven moeten uitvoeren. Terwijl zij nog jong zijn, moet de moeder hun elke dag een eenvoudige taak geven om te doen. Het zal langer duren, voordat zij het hen leert dan als zij het zelf zou doen; maar laat zij bedenken, dat zij voor het opbouwen van hun karakter het fundament van behulpzaamheid moet leggen. Laat zij bedenken, dat het gezin een school is, waarvan zij de hoofdonderwijzeres is. Het is aan haar om haar kinderen te leren, hoe zij de plichten van het huishouden snel en vakkundig kunnen uitvoeren. Zo vroeg mogelijk in hun leven moeten zij worden opgeleid om de lasten van het gezin te delen. Van kinds af aan moeten jongens en meisjes worden geleerd om zwaardere en nog zwaardere lasten te dragen en op intelligente wijze te helpen bij het werk van het familiebedrijf.” –Counsels to Parents, Teachers, and Students, blz. 122.
C. Wat is het onvermijdelijke gevolg van ledigheid?
Spreuken 19:15.
“Waar een overvloed aan ledigheid is, werkt Satan met zijn verleidingen om leven en karakter te bederven.” –The Youth’s Instructor, 18 oktober 1894.
A. Wat is de raad voor degenen, die niet voldoen aan Gods mandaat in het vierde gebod om zes dagen te werken, en in plaats daarvan kiezen om te rusten op de zes gewone dagen van de week?
2 Thessalonicensen 3:10.
“God heeft de mensen zes dagen gegeven om te werken, en Hij eist, dat ze hun werk in de zes werkdagen verrichten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 272.
“Gods Woord leert, dat iemand, die niet werkt, ook niet zal eten. De Heer vraagt niet, dat de hardwerkende mens anderen, die niets doen, zal onderhouden. Velen verspillen hun tijd, spannen zich niet in, zodat armoede en gebrek het gevolg zijn. Als deze gebreken niet worden verbeterd door hen, die daaraan toegeven, zou alles wat voor hen gedaan wordt, zijn alsof men een schat zou doen in een zak met gaten.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 145.
“Zij, die naar hervorming streven, moeten van bezigheid worden voorzien. Niemand, die in staat is om te werken, zou indruk mogen krijgen, dat hij gratis voeding, kleding en onderdak kan genieten. Voor hun eigen bestwil, zowel als die van anderen, zou een weg gezocht moeten worden, waarbij zij vergoeden, wat zij ontvangen. Moedig elke poging tot eigen onderhoud aan. Dit zal hun zelfrespect en gevoel voor onafhankelijkheid versterken. Nuttige arbeid voor lichaam en geest is een beveiliging tegen verzoeking.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 143-144.
“Onverschillige, zorgeloze gewoonten, waaraan men bij het gewone werk toegeeft, zullen in het godsdienstig leven komen en iemand onbekwaam maken om nuttig werk voor God te doen. Velen, die door vlijtig werk een zegen voor de wereld hadden kunnen zijn, zijn door ledigheid een mislukking geworden. Gebrek aan werk en aan een doelbewust leven opent de deur voor tal van verzoekingen. Verkeerde vrienden en slechte gewoonten beïnvloeden verstand en ziel nadelig en het resultaat is ondergang voor zowel dit leven als voor de eeuwigheid.
Welk werk we ook doen, Gods Woord leert ons dat wij niet traag moeten zijn, maar vurig van geest de Here moeten dienen. ‘Al wat uw hand vindt om naar uw vermogen te doen, doet dat’; ‘gij weet toch dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen (Romeinen 12:11; Prediker 9:10; Kolossensen 3:24).” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 211-212.
A. Wanneer stelde de Heer Zijn rustdag voor de mensheid in?
Genesis 2:2.
Hoe bevestigde de Heer Zijn oorspronkelijke instelling?
Markus 2:27-28.
“God Zelf mat de eerste week als een voorbeeld voor opeenvolgende weken tot het einde van de tijd. Zoals elke andere, bestond deze uit zeven letterlijke dagen. Zes dagen werden besteed aan het scheppingswerk; op de zevende rustte God, en toen zegende Hij deze dag en stelde deze apart als een rustdag voor de mens.” –Christian Education, blz, 190.
B. Hoe bereidt u zich voor op, wat de Heer ‘Mijn Sabbatten’ of ‘Mijn rust’ noemt (
Exodus 31:13;
Hebreeën 4:5
)?
Markus 15:42;
Lukas 23:54,
Lucas 23:56.
“Laat op vrijdag de voorbereiding voor de Sabbat klaar komen. Zorg, dat alle kleren gereed liggen en dat het koken gedaan is. Men moet zorgen, dat de schoenen gepoetst zijn en dat ieder gebaad heeft. Het is mogelijk dit alles te doen. Wanneer u daarvan een gewoonte maakt, dan kan het. De Sabbat moet niet gebruikt worden om kleren te herstellen, spijzen te koken, vermaak te zoeken of voor andere wereldse bezigheden. Voor de zon ondergaat, moet al het gewone werk opzij gelegd worden, en alle wereldlse kranten moeten uit het zicht verdwijnen. Ouders, verklaart uw werk en de bedoelingen daarvan aan de kinderen, en laat ze helpen bij uw voorbereiding om de Sabbat te houden volgens het gebod.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 19.
“Degenen, die verzuimen zich voor te bereiden op de Sabbat op de zesde dag, en die voedsel koken op de Sabbat, overtreden het vierde gebod en zijn overtreders van Gods wet.” –Spiritual Gifts, vol. 3, blz. 253-254.
1. Wat is het doel van arbeid?
2. Welk deel van het vierde gebod wordt vaak over het hoofd gezien?
3. Wanneer moeten wij arbeid gaan waarderen?
4. Wat gebeurt er, als wij doordeweeks niet productief zijn?
5. Beschrijf de aard van rust voor de christen op Gods heilige dag.