Rentmeesters in de laatste dagen (I) — SABBAT, 9 juli 2022

Les 2: De trouwe rentmeester

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “De Heere is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren”

Psalm 119:57

“Alles wat wij bezitten, onze mentale en fysieke krachten, alle zegeningen van het huidige en toekomstige leven, worden aan ons overhandigd, gestempeld met het kruis van Golgotha.” –The Review and Herald, 14 december 1886.

Aanvullende studie :: : -Hoe Leid Ik Mijn Kind, blz. 173-194;; -Karaktervorming, blz. 136-138.

ZONDAG — 3 juli

1. Tevredenheid

A. Wat realiseren christelijke rentmeesters zich van al hun aardse bezittingen?

Job 1:21.

Job 1:21: En hij zeide: Naakt ben ik uit mijner moeders buik gekomen, en naakt zal ik daarhenen wederkeren. De HEERE heeft gegeven, en de HEERE heeft genomen; de Naam des HEEREN zij geloofd!

“Alle dingen behoren God toe. De mensen kunnen Zijn aanspraken negeren. Terwijl Hij overvloedig Zijn zegeningen over hen uitstort, kunnen zij Zijn gaven gebruiken voor zelfzuchtige genotzucht, maar zij zullen geroepen worden om rekenschap te geven van hun rentmeesterschap.

Een rentmeester vereenzelvigt zich met zijn meester. Hij neemt de verantwoordelijkheden van een rentmeester op zich en moet in plaats van zijn meester optreden, handelen zoals zijn meester gedaan zou hebben, als hij de leiding had. De belangen van zijn meester zijn zijn belangen geworden. De positie van een rentmeester is een zeer belangrijke functie, omdat zijn meester vertrouwen in hem stelt. Wanneer hij op enigerlei wijze zelfzuchtig is en de winst, die hij behaalt door het handelen met de goederen van zijn heer, tot zijn eigen voordeel gebruikt, heeft hij het in hem gestelde vertrouwen geschonden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 238.

B. Waarom moeten christelijke rentmeesters tevreden zijn met hun aardse bezittingen, ook al zijn er maar weinig?

Psalm 37:16;

Psalmen 37:16: Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen.

Spreuken 15:16;

Spreuken 15:16: Beter is weinig met de vreze des HEEREN, dan een grote schat, en onrust daarbij.

1 Timótheüs 6:8.

1 Timotheüs 6:8: Maar als wij voedsel en deksel hebben, wij zullen daarmede vergenoegd zijn.

“We denken aan Jezus, de Schepper van alle werelden, en hoe Hij in de wereld kwam als een arme man. Hij had geen plek om Zijn hoofd neer te leggen. Dus armoede is geen schande. Zonde is een schande.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 1514.

MAANDAG — 4 juli

2. Redelijkheid

A. Hoe dient onze houding te zijn ten opzichte van onze naasten en hun bezittingen, aangezien wij christelijke rentmeesters zijn?

Deuteronomium 16:19.

Deuteronomium 16:19: Gij zult het gericht niet buigen; gij zult het aangezicht niet kennen; ook zult gij geen geschenk nemen; want het geschenk verblindt de ogen der wijzen, en verkeert de woorden der rechtvaardigen.

“In de laatste grote kwestie tussen Christus’ volgelingen en de machten der duisternis, biedt Satan zijn steekpenningen aan mannen en vrouwen aan. Sommigen verkopen zichzelf voor niets; want wat baat het een mens, als hij de hele wereld wint en zijn eigen ziel verliest?” –Manuscript Releases, vol. 19, blz. 243.

“Wij moeten een speciale interesse voelen om naar de dingen van anderen te kijken, niet om ze te begeren, niet om er iets op aan te merken, niet om er commentaar op te leveren en om deze in een verkeerd daglicht te stellen, maar om in alle dingen strikt oprecht recht te doen aan onze broeders en zusters en allen, met wie wij iets te maken hebben.” –That I May Know Him, blz. 176.

B. Wat wil God, dat wij beseffen over het kwaad van partijdigheid?

Deuteronomium 24:17;

Deuteronomium 24:17: Gij zult het recht van den vreemdeling en van den wees niet buigen, en gij zult het kleed der weduwe niet te pand nemen.

Romeinen 2:11.

Romeinen 2:11: Want er is geen aanneming des persoons bij God.

“God erkent geen onderscheid op grond van nationaliteit, ras of kaste. Hij is de Schepper van alle mensen. Allen zijn door deze schepping met elkaar verbonden, en allen zijn één door de verlossing. Christus is gekomen om elke scheidsmuur af te breken, om elke afdeling van de tempelvoorhof te openen, zodat iedere ziel vrije toegang kan hebben tot God. Zijn liefde is zo veelomvattend, zo diep, dat ze alles doordringt. Deze liefde heft mensen op uit Satans invloed, die misleid zijn door zijn bedrog, en brengt hen binnen het bereik van Gods troon, de troon die omringd wordt door de boog der belofte. In Christus is geen Jood of Griek, slaaf of vrije.” –Profeten en Koningen, blz. 227.

“De reden voor alle verdeeldheid, onenigheid en verschil wordt gevonden in scheiding van Christus. Christus is het centrum, waartoe iedereen moet worden getrokken; want hoe dichter wij het centrum naderen, hoe dichter wij bij elkaar zullen komen in gevoel, in medeleven, in liefde, groeiend naar het karakter en beeld van Jezus. Bij God is er geen aanzien des persoons…

De Zoon van de oneindige God, de Heer van leven en heerlijkheid, daalde in vernedering neer naar het leven van de laagste, opdat niemand zich buiten Zijn tegenwoordigheid zou voelen. Hij maakte Zichzelf toegankelijk voor iedereen. Hij koos geen enkelen uit om mee om te gaan en alle anderen te negeren.” –That I May Know Him, blz. 99.

DINSDAG — 5 juli

3. Eerlijkheid

A. Welke zegen wordt gegeven aan allen, die integriteit nastreven bij al hun zakelijke transacties?

Spreuken 10:9.

Spreuken 10:9: Die in oprechtheid wandelt, wandelt zeker; maar die zijn wegen verkeert, zal bekend worden.

B. Wat moet de handeling, de woorden en zelfs de gedachten van de christelijke rentmeester verbinden?

Spreuken 12:5,

Spreuken 12:5: Der rechtvaardigen gedachten zijn recht; der goddelozen raadslagen zijn bedrog.

Spreuken 12:17;

Spreuken 12:17: Die waarheid voortbrengt, maakt gerechtigheid bekend; maar een getuige der valsheden, bedrog.

Spreuken 14:2.

Spreuken 14:2: Die in zijn oprechtheid wandelt, vreest den HEERE; maar die afwijkt in zijn wegen, veracht Hem.

“Door de voorwaarden van ons rentmeesterschap hebben we een verplichting op ons genomen, niet alleen tegenover God, maar tegenover de mens.” –Karaktervorming, blz. 139.

C. Hoe beschouwt de Heer degenen, die oneerlijk zijn in zaken?

Spreuken 16:11;

Spreuken 16:11: Een rechte waag en weegschaal zijn des HEEREN; alle weegstenen des zaks zijn Zijn werk.

Spreuken 20:10.

Spreuken 20:10: Tweeerlei weegsteen, tweeerlei efa is den HEERE een gruwel, ja die beide.

“Het is noch de omvang, noch de schijnbare onbeduidendheid van een zakelijke transactie, die het geoorloofd of ongeoorloofd, eerlijk of oneerlijk maakt. Bij de minste afwijking van rechtschapenheid plaatsen wij ons op het terrein van de vijand en kunnen wij stap voor stap doorgaan met onrecht. Een groot deel van de christelijke wereld scheidt godsdienst van hun zaken.” –Testimonies for the Church, vol. 4, blz. 337.

“Volgens de maatstaven van Christus is een eerlijk mens iemand, die een strikte onkreukbaarheid aan de dag legt. Onzuivere gewichten en bedriegelijke weegschalen, waarmede zo velen hun wereldse belangen trachten te bevorderen, zijn een gruwel in Gods ogen. Maar velen, die belijden de geboden Gods te houden, handelen met onzuivere gewichten en bedriegelijke weegschalen. Wanneer een mens werkelijk met God verbonden is en Zijn wet in waarheid houdt, zal zijn leven dit feit openbaren; want al zijn doen zal in harmonie zijn met de onderwijzingen van Christus. Hij zal zijn eer niet voor geld verkopen. Zijn beginselen zijn gebouwd op het vaste fundament, en zijn gedrag in wereldlijke aangelegenheden is in harmonie met zijn beginselen. Een vaste onkreukbaarheid schittert als goud te midden van het schuim en vuilnis der wereld. Bedrog, leugen, trouweloosheid mag weggeredeneerd worden en voor ’s mensen oog verborgen zijn, maar niet voor Gods oog. De engelen Gods, die de ontwikkeling van het karakter gadeslaan en de zedelijke waarde afwegen, vermelden in de boeken des hemels al die kleine transacties, die het karakter openbaren. Wanneer een arbeider in zijn dagelijks werk ontrouw is en er de kantjes afloopt, dan oordeelt de wereld niet verkeerd, wanneer ze zijn godsdienstig peil afmeet naar zijn peil in het gewone leven.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 527.

WOENSDAG — 6 juli

4. Nederigheid

A. Wat is de beloning voor de nederige christelijke rentmeester?

Psalm 37:11;

Psalmen 37:11: De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.

Spreuken 22:4;

Spreuken 22:4: Het loon der nederigheid, met de vreze des HEEREN, is rijkdom, en eer, en leven.

Matthéüs 18:4.

Mattheüs 18:4: Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk dit kindeken, deze is de meeste in het Koninkrijk der hemelen.

“Opperste liefde voor God en onzelfzuchtige liefde voor elkaar, dit is het beste geschenk, dat de hemelse Vader kan schenken. Laten alle gelovigen naderen tot God en tot elkaar, opdat God tot hen nadert. Geen mens mag als hoogste worden verheven. Niemand mag veronderstellen, dat hij onfeilbaar is, omdat hij door God is verlicht en door Hem is gebruikt om zielen tot de waarheid te brengen. Onze gaven zijn alleen waardevol, als zij worden gebruikt als Gods toevertrouwde talenten om de waarheid te verheerlijken. Degene, door wie God werkt, moet zichzelf nooit verhogen, nooit proberen te heersen. Als een wijze rentmeester moet hij zijn werk in oprechtheid en nederigheid doen. Hij moet God dienen door mee te delen, wat hij heeft ontvangen, door de waarheid in liefde op een duidelijke, besliste manier te spreken. Zo moet hij anderen verlichten, altijd bedenkend, dat alleen God indruk kan maken op de geest en het hart kan zuiveren.” –Manuscript Releases, vol. 21, blz. 275.

B. Wat moet kenmerkend zijn voor allen, die ernaar streven om tot Gods uitverkorenen te behoren?

Spreuken 29:23.

Spreuken 29:23: De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

“Liefde, mededogen en tederheid moeten onder ons worden geopenbaard. Neem, als de uitverkorenen van God, barmhartigheid en vriendelijkheid aan. De zonden, die vóór de bekering werden beoefend, moeten van de oude mens worden weggedaan. Met de nieuwe mens, moeten Christus Jezus, ‘goedertierenheid, verootmoedigheid, zachtmoedigheid en lankmoedigheid’ worden aangedaan (Kolossensen 3:12).

Zij, die met Christus zijn opgestaan om in nieuwheid des levens te wandelen, zijn de uitverkorenen van God. Zij zijn heilig voor de Heer en worden door Hem erkend als Zijn geliefde. Als zodanig staan zij onder een plechtig verbond om zich te onderscheiden door nederigheid van geest te tonen. Zij moeten zich kleden in klederen van gerechtigheid. Zij zijn afgescheiden van de wereld, van haar geest, haar praktijken, en zij moeten tonen, dat zij leren van Hem, die zegt: ‘Ik ben zachtmoedig en nederig van hart’ (Matthéüs 11:29). Als zij beseffen, dat zij met Christus zijn gestorven, als zij hun doopgelofte houden, zal de wereld geen macht hebben om hen apart te houden om Christus te verloochenen. Als zij het leven van Christus in deze wereld leven, hebben zij deel aan de goddelijke natuur. Dan, wanneer Christus, die ons leven is, zal verschijnen, zullen zij ook met Hem verschijnen in heerlijkheid.” –Manuscript Releases, vol. 19, blz. 236-237.

DONDERDAG — 7 juli

5. Gehoorzaamheid

A. Welke kenmerken werden aan Johannes de Openbaarder getoond, toen hij het volk van God in deze laatste dagen zag?

Openbaring 14:12.

Openbaring 14:12: Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus.

B. Waar vinden wij aanwijzingen met betrekking tot wettige zakelijke principes?

Deuteronomium 5:32;

Deuteronomium 5:32: Neemt dan waar, dat gij doet, gelijk als de HEERE, uw God, u geboden heeft; en wijkt niet af ter rechterhand, noch ter linkerhand.

Deuteronomium 25:13-15;

Deuteronomium 25:13: Gij zult geen tweeerlei weegstenen in uw zak hebben; een groten en een kleinen. Deuteronomium 25:14: Gij zult in uw huis geen tweeerlei efa hebben, een grote en een kleine. Deuteronomium 25:15: Gij zult een volkomen en gerechten weegsteen hebben; gij zult een volkomene en gerechte efa hebben; opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de HEERE, uw God, geven zal.

Lukas 11:28.

Lukas 11:28: Maar Hij zeide: Ja, zalig zijn degenen, die het Woord Gods horen, en hetzelve bewaren.

“Er is geen onderdeel in het zakenleven, waarvoor de Bijbel niet een wezenlijke voorbereiding verschaft. Zijn beginselen van vlijt, eerlijkheid, spaarzaamheid, matigheid en reinheid, zijn het geheim van het ware succes. Deze beginselen, zoals ze naar voren komen in het Boek der Spreuken, vormen een schat van praktische wijsheid. Waar kan de koopman, de handwerksman, de directeur van een grote onderneming betere spelregels voor zichzelf en voor zijn ondergeschikten vinden, dan in deze woorden van de wijze man: (Zie Spreuken 22:29; 14:23; 13:4; 23:21; 20:19; 17:27; 20:3, 4:14; 6:28; 13:20; 18:24)…

Hoevelen zouden bankroet en financiële ondergang hebben kunnen voorkomen, indien zij acht hadden geslagen op de waarschuwingen, zo vaak en nadrukkelijk in de Schriften herhaald…

Dit zijn beginselen, waarvan, zowel in wereldlijke als in godsdienstige kringen, het welvaren der samenleving afhangt. Juist deze beginselen verlenen zekerheid aan eigendom en leven. Alles, wat vertrouwen wekt en samenwerking mogelijk maakt, is de wereld verschuldigd aan de wet van God, zoals die geschreven staat in Zijn Woord, en die nog wel vaag en bijna uitgewist, te vinden is in de harten van de mensen.” –Karaktervorming, blz. 136-137.

VRIJDAG — 8 juli

Terugblik

1. Hoe kunt u tevreden zijn met uw aardse bezittingen?

2. Hoe moet u anderen behandelen bij uw financiële transacties?

3. Welke zegeningen zult u ontvangen, als u eerlijk bent in al uw transacties?

4. Hoe kan nederigheid op praktische manieren in mijn leven tot uiting komen?

5. Noem enkele voordelen met betrekking tot financiële eerlijkheid.