Rentmeesters in de laatste dagen (I) — SABBAT, 17 september 2022

Les 12: Een onfeilbare deugd

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “De liefde vergaat nimmermeer”

1 Korintiërs 13:8

“Nooit mogen wij één lijdende ziel voorbijgaan zonder te trachten hem de vertroosting, waardoor wij vertroost worden door God, mede te delen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 436.

Aanvullende studie :: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 212-215.

ZONDAG — 11 september

1. Een krachtige motivatie

A. Wat kan de christelijke rentmeester leren van de motivatie van de apostel Paulus?

1 Korinthe 9:16-19;

1 Korinthe 9:16: Want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig! 1 Korinthe 9:17: Want indien ik dat gewillig doe, zo heb ik loon, maar indien onwillig, de uitdeling is mij evenwel toebetrouwd. 1 Korinthe 9:18: Wat loon heb ik dan? Namelijk dat ik, het Evangelie verkondigende, het Evangelie van Christus kosteloos stelle, om mijn macht in het Evangelie niet te misbruiken. 1 Korinthe 9:19: Want daar ik van allen vrij was, heb ik mijzelven allen dienstbaar gemaakt, opdat ik er meer zou winnen.

2 Korinthe 5:14-15.

2 Korinthe 5:14: Want de liefde van Christus dringt ons; 2 Korinthe 5:15: Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is.

B. Welke vermaningen worden ons op onze beurt gegeven om ons te motiveren?

1 Petrus 1:22-23.

1 Petrus 1:22: Hebbende dan uw zielen gereinigd in de gehoorzaamheid der waarheid, door den Geest, tot ongeveinsde broederlijke liefde, zo hebt elkander vuriglijk lief uit een rein hart; 1 Petrus 1:23: Gij, die wedergeboren zijt, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

“’Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo’ (Matthéüs 7:12). Gezegende resultaten zouden gezien worden als de vrucht van zo’n handelwijze. ‘Met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden’ (vers 2). Dit zijn krachtige motieven, die ons moeten aansporen, om elkander vurig met een rein hart lief te hebben. Christus is ons voorbeeld. Hij ging rond goed doende. Hij leefde om anderen te zegenen. Liefde verheerlijkte en veredelde al Zijn doen. We worden niet bevolen onszelf te doen, wat wij willen dat anderen ons zouden doen; we moeten anderen doen, wat wij willen, dat ze ons zouden doen onder gelijke omstandigheden. De maatstaf, welke wij aanleggen, zal altijd ook ons worden aangelegd. Reine liefde is eenvoudig in haar werking, en onderscheidt zich van elk ander daadwerkelijk principe. De liefde naar invloed en het hunkeren naar de achting van anderen, zal een ordentelijk leven en vaak een voorbeeldige conversatie ten gevolge hebben. Zelfrespect kan er ons toe brengen om alle schijn des kwaads te vermijden. Een zelfzuchtig hart kan edelmoedige daden doen, de tegenwoordige waarheid erkennen, en ootmoed en affectie uiterlijk manifesteren; nochtans kunnen de motieven misleidend en onzuiver zijn; de daden, die uit zo’n hart voortvloeien, kunnen verstoken zijn van de reuk des levens en van de vruchten der ware heiligheid, omdat ze verstoken zijn van de beginselen der reine liefde. Liefde moet gekoesterd en gecultiveerd worden, want haar invloed is goddelijk.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 215.

MAANDAG — 12 september

2. De vrucht van liefde

A. Hoe droeg Paulus’ onzelfzuchtige liefde vrucht onder de meest afschrikwekkende omstandigheden?

Filippensen 1:12-14;

Filippenzen 1:12: En ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen aan mij is geschied, meer tot bevordering van het Evangelie gekomen is; Filippenzen 1:13: Alzo dat mijn banden in Christus openbaar geworden zijn in het ganse rechthuis, en aan alle anderen; Filippenzen 1:14: En dat het meerder deel der broederen in den Heere, door mijn banden vertrouwen gekregen hebbende, overvloediger het Woord onbevreesd durven spreken.

Filippensen 2:15-17.

Filippenzen 2:15: Opdat gij moogt onberispelijk en oprecht zijn, kinderen Gods zijnde, onstraffelijk in het midden van een krom en verdraaid geslacht, onder welke gij schijnt als lichten in de wereld; Filippenzen 2:16: Voorhoudende het woord des levens, mij tot een roem tegen den dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb gelopen, noch tevergeefs gearbeid. Filippenzen 2:17: Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.

“Niet door de prediking van Paulus, maar door zijn banden, werd de aandacht van het hof gevestigd op het christendom. Als gevangene brak hij de boeien van talloze zielen, die zich in de macht der zonde bevonden. Dit was niet alles! Hij verklaarde: ‘Het merendeel der broeders in de Heere heeft door mijn gevangenschap vertrouwen gekregen om met des te meer moed het woord Gods te spreken’ (Filippensen 1:14).

Het geduld en opgewektheid van Paulus gedurende zijn lange en onrechtvaardige gevangenschap, zijn moed en zijn geloof, waren een voortdurende prediking. Zijn geest, die zo heel anders was dan de geest der wereld, getuigde dat een macht, hoger dan die van de aarde, met hem was. En door zijn voorbeeld werden christenen aangespoord tot groter inspanning om te getuigen voor de zaak, waar Paulus door zijn gevangenschap niet meer in het openbaar aan kon medewerken. Op deze wijze hadden de banden van de apostel invloed, zodat hij, juist toen zijn macht en bruikbaarheid schenen afgesneden te zijn, en hij schijnbaar niets meer kon doen, schoven kon binden voor Christus op velden, waar hij voordien nooit had kunnen komen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 342.

B. Hoe kunnen wij allen geïnspireerd en gesterkt worden door Paulus’ moed?

2 Korinthe 4:5-10;

2 Korinthe 4:5: Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil. 2 Korinthe 4:6: Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus. 2 Korinthe 4:7: Maar wij hebben dezen schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid der kracht zij van God, en niet uit ons; 2 Korinthe 4:8: Als die in alles verdrukt worden, doch niet benauwd; twijfelmoedig, doch niet mismoedig; 2 Korinthe 4:9: Vervolgd, doch niet daarin verlaten; nedergeworpen, doch niet verdorven; 2 Korinthe 4:10: Altijd de doding van den Heere Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden.

2 Korintiërs 11:24-28.

2 Korinthe 11:24: Van de Joden heb ik veertig slagen min een, vijfmaal ontvangen. 2 Korinthe 11:25: Driemaal ben ik met roeden gegeseld geweest, eens ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een gansen nacht en dag heb ik in de diepte doorgebracht. 2 Korinthe 11:26: In het reizen menigmaal in gevaren van rivieren, in gevaren van moordenaars, in gevaren van mijn geslacht, in gevaren van de heidenen, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op de zee, in gevaren onder de valse broeders; 2 Korinthe 11:27: In arbeid en moeite, in waken menigmaal, in honger en dorst, in vasten menigmaal, in koude en naaktheid. 2 Korinthe 11:28: Zonder de dingen, die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de Gemeenten.

“Zowel geduld en moed kennen overwinningen. Door geduld onder beproevingen, evengoed als door dappere inspanning kunnen zielen voor Christus worden gewonnen. De christen, die geduld en opgewektheid toont onder verlies en lijden, die zelfs de dood met de vrede en kalmte van een onwankelbaar geloof onder het oog ziet, kan meer voor het evangelie tot stand brengen dan een levenslange, onvermoeide arbeid. Wanneer Gods dienstknecht wordt onttrokken aan de arbeid, heeft God dikwijls door dit onverklaarbaar gebeuren, waar wij in onze kortzichtigheid over zouden klagen, bepaald, dat een werk gedaan wordt, dat onder andere omstandigheden nooit gedaan had kunnen worden.

Laat de volgeling van Christus nooit denken, dat hij, als hij niet langer in het openbaar voor God en Diens waarheid kan werken, van geen nut meer is, en dat voor hem geen beloning wacht. De ware getuigen van Christus worden nooit opzij gezet. In gezondheid en ziekte, in leven en dood, gebruikt God hen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 342.

DINSDAG — 13 september

3. Overwinnende liefdadigheid

A. Hoe kan de christelijke rentmeester de overwinning behalen over verkeerde woorden en houdingen?

Jakobus 3:2,

Jakobus 3:2: Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden.

Jakobus 3:10-12;

Jakobus 3:10: Uit denzelfden mond komt voort zegening en vervloeking. Dit moet, mijn broeders, alzo niet geschieden. Jakobus 3:11: Welt ook een fontein uit een zelfde ader het zoet en het bitter? Jakobus 3:12: Kan ook, mijn broeders, een vijgeboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Alzo kan geen fontein zout en zoet water voortbrengen.

Ezechiël 36:25-26.

Ezechiël 36:25: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen. Ezechiël 36:26: En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven.

“Het meest nauwgezette cultiveren van uiterlijk decorum en hoffelijke omgangsvormen is niet voldoende bij machte om wrevel, hard oordeel en onbetamelijke woorden uit te bannen. De geest van een oprechte goede wil moet in het hart zetelen. Liefde verschaft aan haar bezitter goedertierenheid, fatsoen en goede omgangsvormen. Liefde staat op het gelaat te lezen en beinvloedt de stem; ze beschaaft en loutert de gehele mens. Ze brengt hem in harmonie met God, want ze is de kenmerkende eigenschap des hemels.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 601.

B. Door welke ervaringen kunnen wij de onfeilbare kracht van liefde leren?

2 Korinthe 8:1-5;

2 Korinthe 8:1: Voorts maken wij u bekend, broeders, de genade van God, die in de Gemeenten van Macedonie gegeven is. 2 Korinthe 8:2: Dat in vele beproeving der verdrukking de overvloed hunner blijdschap, en hun zeer diepe armoede overvloedig geweest is tot den rijkdom hunner goeddadigheid. 2 Korinthe 8:3: Want zij zijn naar vermogen (ik betuig het), ja, boven vermogen gewillig geweest; 2 Korinthe 8:4: Ons met vele vermaning biddende, dat wij wilden aannemen de gave en de gemeenschap dezer bediening, die voor de heiligen geschiedt. 2 Korinthe 8:5: En zij deden niet alleen, gelijk wij gehoopt hadden, maar gaven zichzelven eerst aan den Heere en daarna aan ons, door den wil van God.

1 Johannes 5:1-4.

1 Johannes 5:1: Een iegelijk, die gelooft, dat Jezus is de Christus, die is uit God geboren; en een iegelijk, die liefheeft Dengene, Die geboren heeft, die heeft ook lief dengene, die uit Hem geboren is. 1 Johannes 5:2: Hieraan kennen wij, dat wij de kinderen Gods liefhebben, wanneer wij God liefhebben, en Zijn geboden bewaren. 1 Johannes 5:3: Want dit is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren; en Zijn geboden zijn niet zwaar. 1 Johannes 5:4: Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

“De tegenstand, die wij tegenkomen, kan op veel manieren een voordeel voor ons zijn. Als het goed wordt verdragen, zal het deugden ontwikkelen, die nooit zouden zijn verschenen, als de christen niets te verduren had. En geloof, geduld, verdraagzaamheid, hemelse gezindheid, vertrouwen in de Voorzienigheid en oprechte sympathie met de dwalenden zijn de resultaten van een weloverwogen beproeving. Dit zijn de deugden van de Geest, die knoppen, bloesem en vruchten dragen te midden van beproevingen en tegenspoed. Zachtmoedigheid, nederigheid en liefde groeien altijd aan de christelijke boom. Als het woord in goede en eerlijke harten wordt ontvangen, zal de koppige ziel worden onderworpen, en het geloof, de beloften aangrijpend en vertrouwend op Jezus, zal zegevieren. ‘Dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof’ (1 Johannes 5:4).” –The Review and Herald, 28 juni 1892.

“Er zullen onverwachte teleurstellingen komen. Jezus was vaak bedroefd over de hardheid van het hart van de mensen, en u zult een soortgelijke ervaring hebben. Uw gebeden, uw tranen, uw smeekbeden zullen misschien geen reactie opwekken. Harten zijn dood in overtredingen en zonden. Er lijkt geen berouw te zijn, maar alleen onverschilligheid en tegenstand, en van sommigen zelfs minachting, wanneer u op zoek was naar een zekere overwinning. Maar u moet uw inspanningen niet verslappen. Als de een weigert, wendt u zich tot een ander. Heb vertrouwen, dat de Trooster het werk zal doen, dat voor u onmogelijk is. Heb geloof in alle gezegende beloften, die Christus u heeft gegeven. Werk met liefde en onoverwinnelijke moed, want u moet dit doen, als u wilt slagen. ‘Doch laat ons goed doende, niet vertragen, want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen’ (Galaten 6:9).” –The Signs of the Times, 30 november 1891.

WOENSDAG — 14 september

4. Blijvende liefde

A. Wat is er uniek aan de plant van liefdadigheid?

1 Korinthe 13:8 (eerste deel).

[1Cor.13.8.a]

“Wij moeten in onze naaste de verwerving van het bloed van Christus zien. Als wij deze liefde voor elkaar hebben, zullen wij groeien in liefde voor God en de waarheid. Het doet ons pijn in ons hart om te zien, hoe weinig liefde in ons midden wordt gekoesterd. Liefde is een plant van hemelse oorsprong, en als wij haar in ons hart willen laten bloeien, moeten wij haar dagelijks cultiveren. Zachtaardigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, niet gemakkelijk uitdaagd worden, alle dingen dragen, alle dingen verdragen, deze zijn de vruchten aan de kostbare boom van liefde.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.

“In het licht van Golgotha zal men zien, dat de wet van zelfverloochenende liefde de wet des levens voor aarde en hemel is; dat de liefde, die ‘zichzelf niet zoekt’ zijn oorsprong heeft in het hart van God; en dat in de Zachtmoedige en Nederige het karakter wordt getoond van Hem, Die een ontoegankelijk licht bewoont.” –De Wens der Eeuwen, blz. 9.

B. Wat moet de christelijke rentmeester bemoedigen om te werken voor zielen, die door het bloed van Christus zijn gekocht?

Galaten 5:1.

Galaten 5:1: Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

“Daar (in de school van het hiernamaals) zullen allen, die met een onzelfzuchtige geest gewerkt hebben, de vrucht van hun arbeid aanschouwen. Het resultaat van elk goed beginsel en van elke nobele daad zal gezien worden. Iets daarvan zien wij hier reeds. Maar hoe weinig van het resultaat van het edelste werk in de wereld wordt in dit leven openbaar aan degene, die dit werk gedaan heeft! Hoe velen werken onzelfzuchtig en onvermoeid voor mensen, die buiten hun bereik raken en van wie zij niets meer weten… Zo worden gaven gegeven, lasten gedragen, zo wordt arbeid gedaan. Mannen zaaien het zaad, waarvan anderen boven hun graven een rijke oogst zullen inzamelen. Zij planten bomen opdat anderen daarvan vruchten zullen eten. Zij zijn hier tevreden in de wetenschap, dat zij krachten ten goede in beweging hebben gebracht. In het hiernamaals zullen de vruchten van de arbeid van al deze mensen worden gezien.

Elke gave, die God heeft geschonken om mensen tot onzelfzuchtige arbeid aan te zetten, staat opgetekend in de boeken des hemels. Dit na te gaan in zijn wijd vertakte richtingen, diegenen te zien die door onze arbeid uit hun gevallen staat zijn opgeheven en veredeld, in hun geschiedenis de uitwerking van ware beginselen te aanschouwen, dit alles zal behoren tot een van de studieobjecten en beloningen van de hemelse school.” –Karaktervorming, blz. 305-306.

DONDERDAG — 15 september

5. De band van volmaaktheid

A. Waarom is liefde nodig om ons christelijk karakter te vervolmaken?

Kolossensen 3:14;

Kolossenzen 3:14: En boven dit alles doet aan de liefde, dewelke is de band der volmaaktheid.

1 Johannes 4:7-12.

1 Johannes 4:7: Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God; 1 Johannes 4:8: Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde. 1 Johannes 4:9: Hierin is de liefde Gods jegens ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem. 1 Johannes 4:10: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden. 1 Johannes 4:11: Geliefden, indien God ons alzo lief heeft gehad, zo zijn ook wij schuldig elkander lief te hebben. 1 Johannes 4:12: Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, zo blijft God in ons, en Zijn liefde is in ons volmaakt.

“In ons leven hier, aards en door de zonde beperkt, wordt de grootste vreugde gesmaakt en de hoogste opvoeding verkregen in het dienen. En in het toekomstige leven zal, niet belemmerd door de beperkingen van een zondige mensheid, eveneens in het dienen onze grootste vreugde en hoogste opvoeding gevonden worden. Steeds zullen wij getuigen en in dat getuigen bij vernieuwing leren ’de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid… welke is Christus onder u, de hoop der heerlijkheid’ (Kolossensen 1:27).” –Karaktervorming, blz. 308-309.

B. Wat is de grootste illustratie van onfeilbare liefde, die tot in de eeuwigheid zal schijnen?

Zacharia 13:6.

Zacharia 13:6: En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.

“Er blijft maar één herinnering aan het verleden: de littekens van de kruisiging blijven altijd zichtbaar. Op Christus’ hoofd, in Zijn zijde en op Zijn handen en voeten zijn de enige sporen van de wreedheid van de zonde. De profeet Habakuk, die Christus in Zijn heerlijkheid zag, zei: ‘er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel Zijner kracht’ (Habakuk 3:4). In die doorboorde zijde, waaruit het bloed stroomde, dat de mensheid met God verzoende, ligt de heerlijkheid van Christus. Daar is ‘het omhulsel Zijner kracht’. Door het offer van de verlossing is Hij ‘in staat om te bevrijden’ (Jesaja 63:1), en kan Hij dus het vonnis voltrekken aan hen, die Gods genade hebben verworpen. De tekenen van Zijn vernedering zijn voor Hem de hoogste eer. De wonden van het kruis zullen in alle eeuwigheid Zijn lof en Zijn macht verkondigen.” –De Grote Strijd, blz. 620.

VRIJDAG — 16 september

Terugblik

1. Hoe moet de christelijke rentmeester Matthéüs 7:12 begrijpen?

2. Welke resultaten kan liefdadigheid bereiken, zelfs te midden van moeilijkheden?

3. Hoe moeten wij voordeel trekken uit beproevingen?

4. Waarom gaat liefdevol dienen nooit verloren?

5. Waar wordt de grootste vreugde en hoogste opleiding van het leven gevonden?