Tekst om te onthouden: “De liefde vergaat nimmermeer”
1 Korintiërs 13:8
“Nooit mogen wij één lijdende ziel voorbijgaan zonder te trachten hem de vertroosting, waardoor wij vertroost worden door God, mede te delen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 436.
Aanvullende studie :: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 212-215.
A. Wat kan de christelijke rentmeester leren van de motivatie van de apostel Paulus?
1 Korinthe 9:16-19;
2 Korinthe 5:14-15.
B. Welke vermaningen worden ons op onze beurt gegeven om ons te motiveren?
1 Petrus 1:22-23.
“’Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo’ (Matthéüs 7:12). Gezegende resultaten zouden gezien worden als de vrucht van zo’n handelwijze. ‘Met welke mate gij meet, zal u wedergemeten worden’ (vers 2). Dit zijn krachtige motieven, die ons moeten aansporen, om elkander vurig met een rein hart lief te hebben. Christus is ons voorbeeld. Hij ging rond goed doende. Hij leefde om anderen te zegenen. Liefde verheerlijkte en veredelde al Zijn doen. We worden niet bevolen onszelf te doen, wat wij willen dat anderen ons zouden doen; we moeten anderen doen, wat wij willen, dat ze ons zouden doen onder gelijke omstandigheden. De maatstaf, welke wij aanleggen, zal altijd ook ons worden aangelegd. Reine liefde is eenvoudig in haar werking, en onderscheidt zich van elk ander daadwerkelijk principe. De liefde naar invloed en het hunkeren naar de achting van anderen, zal een ordentelijk leven en vaak een voorbeeldige conversatie ten gevolge hebben. Zelfrespect kan er ons toe brengen om alle schijn des kwaads te vermijden. Een zelfzuchtig hart kan edelmoedige daden doen, de tegenwoordige waarheid erkennen, en ootmoed en affectie uiterlijk manifesteren; nochtans kunnen de motieven misleidend en onzuiver zijn; de daden, die uit zo’n hart voortvloeien, kunnen verstoken zijn van de reuk des levens en van de vruchten der ware heiligheid, omdat ze verstoken zijn van de beginselen der reine liefde. Liefde moet gekoesterd en gecultiveerd worden, want haar invloed is goddelijk.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 215.
A. Hoe droeg Paulus’ onzelfzuchtige liefde vrucht onder de meest afschrikwekkende omstandigheden?
Filippensen 1:12-14;
Filippensen 2:15-17.
“Niet door de prediking van Paulus, maar door zijn banden, werd de aandacht van het hof gevestigd op het christendom. Als gevangene brak hij de boeien van talloze zielen, die zich in de macht der zonde bevonden. Dit was niet alles! Hij verklaarde: ‘Het merendeel der broeders in de Heere heeft door mijn gevangenschap vertrouwen gekregen om met des te meer moed het woord Gods te spreken’ (Filippensen 1:14).
Het geduld en opgewektheid van Paulus gedurende zijn lange en onrechtvaardige gevangenschap, zijn moed en zijn geloof, waren een voortdurende prediking. Zijn geest, die zo heel anders was dan de geest der wereld, getuigde dat een macht, hoger dan die van de aarde, met hem was. En door zijn voorbeeld werden christenen aangespoord tot groter inspanning om te getuigen voor de zaak, waar Paulus door zijn gevangenschap niet meer in het openbaar aan kon medewerken. Op deze wijze hadden de banden van de apostel invloed, zodat hij, juist toen zijn macht en bruikbaarheid schenen afgesneden te zijn, en hij schijnbaar niets meer kon doen, schoven kon binden voor Christus op velden, waar hij voordien nooit had kunnen komen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 342.
B. Hoe kunnen wij allen geïnspireerd en gesterkt worden door Paulus’ moed?
2 Korinthe 4:5-10;
2 Korintiërs 11:24-28.
“Zowel geduld en moed kennen overwinningen. Door geduld onder beproevingen, evengoed als door dappere inspanning kunnen zielen voor Christus worden gewonnen. De christen, die geduld en opgewektheid toont onder verlies en lijden, die zelfs de dood met de vrede en kalmte van een onwankelbaar geloof onder het oog ziet, kan meer voor het evangelie tot stand brengen dan een levenslange, onvermoeide arbeid. Wanneer Gods dienstknecht wordt onttrokken aan de arbeid, heeft God dikwijls door dit onverklaarbaar gebeuren, waar wij in onze kortzichtigheid over zouden klagen, bepaald, dat een werk gedaan wordt, dat onder andere omstandigheden nooit gedaan had kunnen worden.
Laat de volgeling van Christus nooit denken, dat hij, als hij niet langer in het openbaar voor God en Diens waarheid kan werken, van geen nut meer is, en dat voor hem geen beloning wacht. De ware getuigen van Christus worden nooit opzij gezet. In gezondheid en ziekte, in leven en dood, gebruikt God hen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 342.
A. Hoe kan de christelijke rentmeester de overwinning behalen over verkeerde woorden en houdingen?
Jakobus 3:2,
Jakobus 3:10-12;
Ezechiël 36:25-26.
“Het meest nauwgezette cultiveren van uiterlijk decorum en hoffelijke omgangsvormen is niet voldoende bij machte om wrevel, hard oordeel en onbetamelijke woorden uit te bannen. De geest van een oprechte goede wil moet in het hart zetelen. Liefde verschaft aan haar bezitter goedertierenheid, fatsoen en goede omgangsvormen. Liefde staat op het gelaat te lezen en beinvloedt de stem; ze beschaaft en loutert de gehele mens. Ze brengt hem in harmonie met God, want ze is de kenmerkende eigenschap des hemels.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 601.
B. Door welke ervaringen kunnen wij de onfeilbare kracht van liefde leren?
2 Korinthe 8:1-5;
1 Johannes 5:1-4.
“De tegenstand, die wij tegenkomen, kan op veel manieren een voordeel voor ons zijn. Als het goed wordt verdragen, zal het deugden ontwikkelen, die nooit zouden zijn verschenen, als de christen niets te verduren had. En geloof, geduld, verdraagzaamheid, hemelse gezindheid, vertrouwen in de Voorzienigheid en oprechte sympathie met de dwalenden zijn de resultaten van een weloverwogen beproeving. Dit zijn de deugden van de Geest, die knoppen, bloesem en vruchten dragen te midden van beproevingen en tegenspoed. Zachtmoedigheid, nederigheid en liefde groeien altijd aan de christelijke boom. Als het woord in goede en eerlijke harten wordt ontvangen, zal de koppige ziel worden onderworpen, en het geloof, de beloften aangrijpend en vertrouwend op Jezus, zal zegevieren. ‘Dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof’ (1 Johannes 5:4).” –The Review and Herald, 28 juni 1892.
“Er zullen onverwachte teleurstellingen komen. Jezus was vaak bedroefd over de hardheid van het hart van de mensen, en u zult een soortgelijke ervaring hebben. Uw gebeden, uw tranen, uw smeekbeden zullen misschien geen reactie opwekken. Harten zijn dood in overtredingen en zonden. Er lijkt geen berouw te zijn, maar alleen onverschilligheid en tegenstand, en van sommigen zelfs minachting, wanneer u op zoek was naar een zekere overwinning. Maar u moet uw inspanningen niet verslappen. Als de een weigert, wendt u zich tot een ander. Heb vertrouwen, dat de Trooster het werk zal doen, dat voor u onmogelijk is. Heb geloof in alle gezegende beloften, die Christus u heeft gegeven. Werk met liefde en onoverwinnelijke moed, want u moet dit doen, als u wilt slagen. ‘Doch laat ons goed doende, niet vertragen, want te zijner tijd zullen wij maaien, zo wij niet verslappen’ (Galaten 6:9).” –The Signs of the Times, 30 november 1891.
A. Wat is er uniek aan de plant van liefdadigheid?
1 Korinthe 13:8 (eerste deel).
“Wij moeten in onze naaste de verwerving van het bloed van Christus zien. Als wij deze liefde voor elkaar hebben, zullen wij groeien in liefde voor God en de waarheid. Het doet ons pijn in ons hart om te zien, hoe weinig liefde in ons midden wordt gekoesterd. Liefde is een plant van hemelse oorsprong, en als wij haar in ons hart willen laten bloeien, moeten wij haar dagelijks cultiveren. Zachtaardigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, niet gemakkelijk uitdaagd worden, alle dingen dragen, alle dingen verdragen, deze zijn de vruchten aan de kostbare boom van liefde.” –The Review and Herald, 5 juni 1888.
“In het licht van Golgotha zal men zien, dat de wet van zelfverloochenende liefde de wet des levens voor aarde en hemel is; dat de liefde, die ‘zichzelf niet zoekt’ zijn oorsprong heeft in het hart van God; en dat in de Zachtmoedige en Nederige het karakter wordt getoond van Hem, Die een ontoegankelijk licht bewoont.” –De Wens der Eeuwen, blz. 9.
B. Wat moet de christelijke rentmeester bemoedigen om te werken voor zielen, die door het bloed van Christus zijn gekocht?
Galaten 5:1.
“Daar (in de school van het hiernamaals) zullen allen, die met een onzelfzuchtige geest gewerkt hebben, de vrucht van hun arbeid aanschouwen. Het resultaat van elk goed beginsel en van elke nobele daad zal gezien worden. Iets daarvan zien wij hier reeds. Maar hoe weinig van het resultaat van het edelste werk in de wereld wordt in dit leven openbaar aan degene, die dit werk gedaan heeft! Hoe velen werken onzelfzuchtig en onvermoeid voor mensen, die buiten hun bereik raken en van wie zij niets meer weten… Zo worden gaven gegeven, lasten gedragen, zo wordt arbeid gedaan. Mannen zaaien het zaad, waarvan anderen boven hun graven een rijke oogst zullen inzamelen. Zij planten bomen opdat anderen daarvan vruchten zullen eten. Zij zijn hier tevreden in de wetenschap, dat zij krachten ten goede in beweging hebben gebracht. In het hiernamaals zullen de vruchten van de arbeid van al deze mensen worden gezien.
Elke gave, die God heeft geschonken om mensen tot onzelfzuchtige arbeid aan te zetten, staat opgetekend in de boeken des hemels. Dit na te gaan in zijn wijd vertakte richtingen, diegenen te zien die door onze arbeid uit hun gevallen staat zijn opgeheven en veredeld, in hun geschiedenis de uitwerking van ware beginselen te aanschouwen, dit alles zal behoren tot een van de studieobjecten en beloningen van de hemelse school.” –Karaktervorming, blz. 305-306.
A. Waarom is liefde nodig om ons christelijk karakter te vervolmaken?
Kolossensen 3:14;
1 Johannes 4:7-12.
“In ons leven hier, aards en door de zonde beperkt, wordt de grootste vreugde gesmaakt en de hoogste opvoeding verkregen in het dienen. En in het toekomstige leven zal, niet belemmerd door de beperkingen van een zondige mensheid, eveneens in het dienen onze grootste vreugde en hoogste opvoeding gevonden worden. Steeds zullen wij getuigen en in dat getuigen bij vernieuwing leren ’de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid… welke is Christus onder u, de hoop der heerlijkheid’ (Kolossensen 1:27).” –Karaktervorming, blz. 308-309.
B. Wat is de grootste illustratie van onfeilbare liefde, die tot in de eeuwigheid zal schijnen?
Zacharia 13:6.
“Er blijft maar één herinnering aan het verleden: de littekens van de kruisiging blijven altijd zichtbaar. Op Christus’ hoofd, in Zijn zijde en op Zijn handen en voeten zijn de enige sporen van de wreedheid van de zonde. De profeet Habakuk, die Christus in Zijn heerlijkheid zag, zei: ‘er is een glans als van zonlicht, lichtstralen heeft Hij aan Zijn zijde en daar is het omhulsel Zijner kracht’ (Habakuk 3:4). In die doorboorde zijde, waaruit het bloed stroomde, dat de mensheid met God verzoende, ligt de heerlijkheid van Christus. Daar is ‘het omhulsel Zijner kracht’. Door het offer van de verlossing is Hij ‘in staat om te bevrijden’ (Jesaja 63:1), en kan Hij dus het vonnis voltrekken aan hen, die Gods genade hebben verworpen. De tekenen van Zijn vernedering zijn voor Hem de hoogste eer. De wonden van het kruis zullen in alle eeuwigheid Zijn lof en Zijn macht verkondigen.” –De Grote Strijd, blz. 620.
1. Hoe moet de christelijke rentmeester Matthéüs 7:12 begrijpen?
2. Welke resultaten kan liefdadigheid bereiken, zelfs te midden van moeilijkheden?
3. Hoe moeten wij voordeel trekken uit beproevingen?
4. Waarom gaat liefdevol dienen nooit verloren?
5. Waar wordt de grootste vreugde en hoogste opleiding van het leven gevonden?