Tekst om te onthouden: “Zij (liefde) handelt niet ongeschikt, zij zoekt zichzelf niet”
1 Korintiërs 13:5
“De weg naar het paradijs is er niet één van zelfverheffing, maar van berouw, belijdenis, vernedering, van geloof en gehoorzaamheid.” –The Review and Herald, 23 december 1890.
Aanvullende studie :: : -Testimonies for the Church, vol. 2, blz. 50-60.
A. Noem een kenmerk van liefdadigheid, voor zover het algemeen gedrag betreft.
1 Korinthe 13:5 (eerste deel).
B. Geef een paar voorbeelden van ongepast gedrag, dat wij als waarschuwing moeten herkennen.
Galaten 2:11-13;
Jakobus 2:1-4,
Jakobus 2:8-9.
C. Hoe wordt de christelijke rentmeester gewaarschuwd voor een ander veelvoorkomend type ongepast gedrag?
Spreuken 14:29;
Spreuken 18:23 (tweede deel).
“Eén klasse is opgekomen zonder zelfbeheersing; zij hebben het temperament of de tong niet in bedwang gehouden; en sommigen van hen beweren volgelingen van Christus te zijn, maar zij zijn het niet. Jezus heeft hen niet zo’n voorbeeld gegeven. Als zij de zachtmoedigheid en nederigheid van de Heiland hebben, zullen zij niet handelen naar de ingevingen van het natuurlijke hart, want dit is van Satan. Sommigen zijn nerveus, en als zij bij een uitdaging hun zelfbeheersing in woord of geest beginnen te verliezen, zijn zij evenzeer bedwelmd door woede als de dronken persoon door drank. Zij zijn onredelijk en niet gemakkelijk te benaderen of te overtuigen. Zij zijn niet gezond; Satan heeft tijdelijk de volledige controle. Elk van deze uitingen van woede verzwakt het zenuwstelsel en de morele krachten, en maakt het moeilijk om woede te bedwingen als een andere uitdaging. Bij deze klasse is er maar één middel: positieve zelfbeheersing onder alle omstandigheden.” –The Youth’s Instructor, 10 november 1886.
A. Hoe worden wij aangespoord een christelijke houding te ontwikkelen, vooral jegens degenen die ons onrechtvaardig uitdagen?
Jakobus 1:19-21;
Spreuken 15:1;
Spreuken 19:11.
“Hij (Christus) werd ten onrechte beschuldigd, toch opende Hij Zijn mond niet om Zich te rechtvaardigen. Hoevelen zijn er niet, die menen dat, wanneer ze worden beschuldigd van iets, waaraan ze onschuldig zijn, er een tijd komt, wanneer verdraagzaamheid niet langer een deugd is, en die dan hun geduld verliezen en woorden spreken, waardoor de Heilige Geest wordt bedroefd?” –Bijbelkommentaar, blz. 237.
“Indien hoogmoed en zelfzucht afgelegd worden, dan zullen de meeste moeilijkheden in vijf minuten uit de weg worden geruimd. Engelen zijn gegriefd en God is ontevreden over de uren, welke gebruikt zijn om zichzelf te rechtvaardigen.” –Eerste Geschriften, blz. 138.
B. Geef voorbeelden van, hoe een christelijke rentmeester liefdadige voorzichtigheid kan tonen.
Handelingen 9:36-39.
“Te Joppe, nabij Lydda, leefde een vrouw, Dorcas geheten, die door haar goede daden zeer geliefd was. Zij was een waardige discipelin van Jezus, en haar leven was vol goede werken. Zij wist, wie behaaglijke kleding nodig had en wie behoefte had aan troost, en gewillig diende zij de armen en bedroefden. Haar bekwame vingers waren bedrijviger dan haar tong.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 98.
“Prediken is maar een klein deel van het werk, dat gedaan moet worden voor de zaligheid van zielen. De Geest van God overtuigd zondaren van de waarheid, en Hij plaatst ze in de armen van de gemeente. De predikanten mogen kun deel doen, maar ze kunnen nooit het werk verrichten, dat de gemeente moet doen. God verlangt van Zijn gemeente diegenen te verzorgen, die nog jong zijn in geloof en ervaring, hen op te zoeken, niet met de bedoeling om met hen te gaan babbelen, maar om te bidden, tot hen de woorden te spreken, die zijn ,’gouden appelen op zilveren schalen’ (Spreuken 25:11)…
Het is de plicht van Gods kinderen om zendelingen voor Hem te zijn, nader in kennis te komen met hen, die hulp nodig hebben. Wanneer iemand wankelt onder de verleiding, dan moet zijn geval nauwgezet en met wijsheid behandeld worden, want zijn eeuwige belangen staan op het spel, en de woorden en daden van hen, die zich met hem bemoeien, kunnen een reuk des levens ten leven, of des doods ten dode zijn.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 470-471.
A. Wanneer wordt ware liefde voor anderen zeldzaam, en hoe moet dit probleem worden overwonnen?
Matthéüs 24:12;
Openbaring 2:2-4;
Hebreeën 12:2-4.
“De liefde van God is aan het afnemen in de gemeente, en als gevolg daarvan is de liefde voor uzelf tot nieuwe activiteit ontstaan. Met het verlies van liefde voor God is ook het verlies van liefde voor de broeders en zusters gekomen.” –The Review and Herald, 20 maart 1894.
“Als dit leven, dat zo vol storm is door strijd en bezorgdheid, in aanraking met Christus wordt gebracht, dan zal het eigen ik niet langer vechten om de opperheerschappij.” –Bijbelkommentaar, blz. 208.
“Lof voor God en het Lam zal in ons hart en op onze lippen zijn; want trots en zelfverheerlijking kunnen niet wonen in de ziel, die de herinnering aan de tonelen van Golgotha levendig houdt.” –De Wens der Eeuwen, blz. 579.
B. Wat is een belangrijke reden, die ervoor zorgt, dat de christelijke rentmeester in deze wereld schijnt?
1 Korinthe 10:24.
“Onzelfzuchtigheid, het beginsel van Gods Koninkrijk, is het beginsel, dat Satan haat; hij loochent het bestaan daarvan. Vanaf het begin van de grote strijd heeft hij geijverd, te bewijzen, dat Gods daadwerkelijke beginselen zelfzuchtig waren, en op dezelfde wijze handelt hij met allen, die God dienen. Het is het werk van Christus en van allen, die Zijn naam dragen om deze bewering van Satan te weerleggen.
Jezus kwam in de gestalte van een mens om in Zijn eigen leven een beeld van onzelfzuchtigheid te geven. En allen, die dit beginsel aannemen, moeten Zijn medearbeiders zijn om dit beginsel in de praktijk van het leven te laten zien. Het recht te verkiezen, omdat het recht is; voor de waarheid op te komen ten koste van lijden en offers, ’dit is het deel van de knechten des Heren en hun recht van Mijnentwege, luidt het woord des Heren’ (Jesaja 54:17).” –Karaktervorming, blz. 154.
“In de hemel zal niemand zichzelve of eigen genoegens zoeken; maar allen zullen uit een reine, oprechte liefde het geluk van de hemelse wezens rondom hen zoeken. Wanneer we het hemelse gezelschap op de vernieuwde aarde willen smaken, moeten we hier geleid worden door hemelse beginselen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 211.
A. Waar moet de christelijke rentmeester rekening mee houden bij het kiezen van prioriteiten?
1 Johannes 2:15-17.
“Als al het geld, dat buitensporig wordt gebruikt, voor onnodige dingen, in de schatkamer van God was geplaatst, zullen wij mannen, vrouwen en jongeren zien, die zichzelf aan Jezus geven en hun deel doen om samen te werken met Christus en engelen. De rijkste zegen van God zou in onze gemeenten komen en veel zielen zouden tot de waarheid worden bekeerd.” –The Review and Herald, 23 december 1890.
“Wanneer de gevallen van allen voor God in behandeling komen, zal niet gevraagd worden : Wat hebben ze beleden? maar: Wat hebben ze gedaan? Zijn ze daders des Woords geweest? Hebben ze voor zichzelf geleefd, of hebben ze zich toegelegd op werken van barmhartigheid , op vriendelijke en liefdevolle daden, door anderen te verkiezen boven zichzelf en zichzelf te verloochenen om anderen ten zegen te zijn? … Christus is bedroefd en gewond door uw kenmerkende zelfzuchtige liefde en uw onverschilligheid ten opzichte van de ellende en noden van anderen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 419.
“Als allen, die zich volgelingen van Christus noemen, werkelijk geheiligd waren, zouden hun middelen niet worden verspild aan nutteloze en zelfs gevaarlijke luxe, maar zouden ze naar Gods schatkamer worden teruggebracht, en zouden christenen voorbeelden van zelfbeheersing, zelfverloochening en offervaardigheid zijn. Dan zouden zij inderdaad het licht der wereld zijn.” –De Grote Strijd, blz. 439.
B. Welke houding moeten wij als rentmeesters in de laatste dagen vermijden, of aan de andere kant aannemen?
Jesaja 58:2-4,
Jesaja 58:10-12;
Spreuken 21:3.
“In ons werk zullen we veel voorgewende vroomheid en veel uiterlijk vertoon zien samen gaan met grote innerlijke goddeloosheid. Het volk, dat in Jezaja 58 wordt genoemd, klaagt, dat de Here hun werk onopgemerkt voorbij gaat. Deze klacht is de uiting van harten, die niet verzacht zijn door genade en, die tegen de waarheid in opstand komen.” –Bijbelkommentaar, blz. 238.
“Velen krijgen applaus voor deugden, die zij niet bezitten. De Onderzoeker van harten weegt de motieven, en vaak worden daden, die door mensen hoog worden toegejuicht, door Hem opgetekend als voortkomend uit egoïsme en lage huichelarij. Elke daad van ons leven, of deze nu uitstekend en prijzenswaardig is, of afkeuring verdient, wordt beoordeeld door de Onderzoeker van de harten volgens de motieven, die ertoe hebben geleid.” –Gospel Workers, blz. 274.
A. Welk beginsel is de basis voor oprechte christelijke dienstbaarheid?
Handelingen 20:35.
“Er is een werk te doen in onze steden, werk dat overal gedaan moet worden. God zal mensen van de ploeg halen, van de schaapskooi, van de wijngaard, en zal hen in de plaats stellen van degenen, die denken, dat zij het hoogste loon moeten krijgen. Degenen, die naar hoge lonen streven, zullen in het geld, dat zij krijgen, alle beloningen vinden, die zij ooit zullen ontvangen. Van zulke mensen kan niet worden verwacht, dat zij een last voelen voor de redding van verloren zielen. De Heer kan zulke mensen niet gebruiken in Zijn werk. Totdat zij zelfzucht uit hun hart bannen, zijn hun inspanningen waardeloos.” –The Review and Herald, 15 december 1904.
“De hemelse machten kunnen samenwerken met hem, die niet tracht zichzelf te verheffen, maar zielen te redden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 379.
B. Wat moet de christelijke rentmeester met zuivere, frisse motivatie voor dienstbetoon inspireren?
2 Korinthe 8:8-9.
“Jezus verliet Zijn huis in heerlijkheid, bekleedde Zijn goddelijkheid met menselijkheid en kwam naar een wereld, die ontsierd en vervuild was door de vloek van de zonde. Hij had in Zijn hemels tehuis kunnen blijven en de aanbidding van engelen ontvangen; maar Hij kwam naar de aarde om de verlorenen, de vergankelijken te zoeken en te redden. ‘Om uwentwil is Hij arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden’ (2 Korinthe 8:9). Hij, de Majesteit des hemels, die één was met de Vader, verloochende Zichzelf, bracht elk mogelijk offer, opdat de mens niet verloren zou gaan, maar eeuwig leven zou hebben. Christus leefde niet om Zichzelf te behagen. Als Hij Zichzelf had behaagd, waar zouden wij dan vandaag zijn?” –The Review and Herald, 23 december 1890.
1. Hoe kan ik mij schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag?
2. Wat kunnen wij over liefdadigheid leren van Christus en Zijn volgelingen?
3. Hoe moet een levendige liefde voor Christus in ons tot uiting komen?
4. Waarom moeten wij altijd onze eigen prioriteiten en motieven onderzoeken?
5. Wat moeten wij doen om Gods werk vuriger te bevorderen?
Saint Lucia is een soevereine eilandstaat in West Indië in de oostelijke Caribische zee, noord/noordoost van Saint Vincent, noordwest van Barbados en ten zuiden van Martinique, met een oppervlakte van 617km2 (238 vierkante mijl) met een bevolking van meer dan 183000.
Het eiland heeft soms onder Brits bestuur gestaan en soms onder Frans, waarbij de Britten in 1814 de definitieve controle kregen. Op 22 februari 1979 werd Saint Lucia een onafhankelijke staat en lid van het Britse Gemenebest. Tegenwoordig draait de economie om toerisme, verwerking, bananen productie en het bankwezen.
De officiële taal is Engels. Saint Lucia Frans Creools, dat in de volksmond Patois (Patwa) wordt genoemd, wordt ook gesproken door 95% van de bevolking.
Ongeveer 61,5% van de mensen is Rooms Katholiek; 25,5% is Protestant, (Zevende Dags Adventisten 10,4% Pinkstergemeente 8,9%, Baptisten 2,2%, Anglicanen 1,6%, de Kerk van God 1,5% en andere 0,9%). Ongeveer 1,9% van de bevolking hangt de Rastafari-beweging aan. Andere godsdiensten zijn onder meer Jehova’s Getuigen, Islam, Bbaha’i Faith, Jodendom en Boeddhisme.
In het jaar 1994, in antwoord op de oprechte gebeden van zielen, die op zoek zijn naar opwekking en reformatie, bereikten de Sabbat Bijbellessen het eiland, gevolgd door bezoeken van de SDARM.
In 2000 werden er vijf dierbare zielen gedoopt. Hoewel de vijand op verschillende manieren heeft geprobeerd het werk te vernietigen, heeft de Heer gezegevierd. In 2017 werden een predikant en zijn gezin hierheen gestuurd om de missie te ondersteunen en te ontwikkelen. Nu zien we de grote behoefte aan een kapel en hoofdkwartier om het werk van de Heer hier juist te vertegenwoordigen.
“Als volk moeten we zelfverloochening en zuinigheid beoefenen… De tijd is kort en elke euro, die niet nodig is om in positieve behoeften te voorzien, moet worden gebracht als een dankoffer aan God. Het is van de Heer, en de Heer heeft mij getoond, dat er huizen van aanbidding en schoolgebouwen moeten worden opgericht in dit land en op de eilanden van de zee.” –Pastoral Ministry, blz. 244-245.
Daarom doen wij een beroep op u om ons in dit nobele doel te steunen en wij danken u bij voorbaat van harte.
–Uw broeders en zusters uit Saint Lucia.