Het Evangelie volgens Paulus: Korinthe — SABBAT, 14 mei 2022

Les 7: De Avondmaalsdienst

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt”

1 Korintiërs 11:26

“Bij het eerste feest, dat Hij te zamen met Zijn discipelen bijwoonde, gaf Jezus hun de beker, die het symbool was van Zijn werk voor hun behoud. Bij het laatste Avondmaal gaf Hij de beker wederom bij de instelling van die heilige handeling, waardoor Zijn dood verkondigd zou worden ‘totdat Hij komt’. (1 Korinthe 11:26).” —De Wens der Eeuwen, blz. 116.

Aanvullende studie :: -1 Korinthe 11:17-34;; -De Wens der Eeuwen, blz. 572-580.

ZONDAG — 8 mei

1. Het Avondmaal van de Heer

A. Waarom heeft Christus de Avondmaalsdienst voor ons ingesteld, en wat moet onze houding zijn ten aanzien hiervan?

Matthéüs 26:26-29;

Mattheüs 26:26: En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het, en gaf het den discipelen, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam. Mattheüs 26:27: En Hij nam den drinkbeker, en gedankt hebbende, gaf hun dien, zeggende: Drinkt allen daaruit; Mattheüs 26:28: Want dat is Mijn bloed, het bloed des Nieuwen Testaments, hetwelk voor velen vergoten wordt, tot vergeving der zonden. Mattheüs 26:29: En Ik zeg u, dat Ik van nu aan niet zal drinken van de vrucht des wijnstoks, tot op dien dag, wanneer Ik met u dezelve nieuw zal drinken in het Koninkrijk Mijns Vaders.

1 Korinthe 11:26.

1 Korinthe 11:26: Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt.

“Door met Zijn discipelen te delen in het brood en de wijn, verbond Christus Zichzelf op plechtige wijze aan hen als hun Verlosser. Hij vertrouwde hun het nieuwe verbond toe, waardoor allen, die Hem aannemen, kinderen Gods worden en mede-erfgenamen met Christus. Door dit verbond was iedere zegening, die de hemel kon schenken voor dit leven en het toekomende, de hunne. Dit verbond zou worden bekrachtigd door het bloed van Christus. En de bediening van deze inzetting moest aan de discipelen het oneindig grote offer tonen, dat gebracht was voor ieder van hen persoonlijk als een deel van het grote geheel van de gevallen mensheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 577.

“De dienst van het Avondmaal wijst op de tweede komst van Christus.” —De Wens der Eeuwen, blz. 577.

“Niemand moest zichzelf van het Avondmaal uitsluiten, omdat er wellicht mensen aanwezig kunnen zijn, die onwaardig zijn. Er wordt een beroep gedaan op iedere discipel om openlijk deel te nemen, en op deze wijze te getuigen, dat hij Christus aanneemt als een persoonlijke Heiland. Juist bij deze door Hemzelf gegeven inzettingen ontmoet Christus Zijn volk, en bezielt hen door Zijn tegenwoordigheid. Harten en handen, die onwaardig zijn, kunnen zelfs de instelling bedienen, nochtans is Christus aanwezig om Zijn kinderen te dienen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 576-577.

MAANDAG — 9 mei

2. Christus, het Brood van de hemel

A. Hoe identificeerde Christus Zich met de leven-gevende voorziening van brood?

1 Korinthe 11:23-25;

1 Korinthe 11:23: Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in den nacht, in welken Hij verraden werd, het brood nam; 1 Korinthe 11:24: En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. 1 Korinthe 11:25: Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

Johannes 6:33-35,

Johannes 6:33: Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft. Johannes 6:34: Zij zeiden dan tot Hem: Heere, geef ons altijd dit Brood. Johannes 6:35: En Jezus zeide tot hen: Ik ben het Brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

Johannes 6:50-51,

Johannes 6:50: Dit is het Brood, dat uit den hemel nederdaalt, opdat de mens daarvan ete, en niet sterve. Johannes 6:51: Ik ben dat levende Brood, dat uit den hemel nedergedaald is; zo iemand van dit Brood eet, die zal in der eeuwigheid leven. En het Brood, dat Ik geven zal, is Mijn vlees, hetwelk Ik geven zal voor het leven der wereld.

Johannes 6:63.

Johannes 6:63: De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

“Het vlees van Christus te eten en Zijn bloed te drinken betekent Hem te aanvaarden als een persoonlijke Heiland, en te geloven, dat Hij onze zonden vergeeft, en dat wij in Hem volkomen zijn. Door Zijn liefde te aanschouwen, door daar bij stil te staan, door die in ons op te nemen, krijgen wij deel aan Zijn natuur. Wat voedsel voor het lichaam is, moet Christus voor de ziel zijn. Voedsel kan ons geen goed doen, indien wij het niet eten, indien het geen deel van ons wezen wordt. Zo is Christus ook voor ons van geen waarde, wanneer we Hem niet kennen als een persoonlijke Heiland. Theoretische kennis zal ons niet helpen. We moeten ons voeden met Hem, Hem in het hart ontvangen, zodat Zijn leven het onze wordt. Zijn liefde, Zijn genade moeten in ons opgenomen worden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 335.

“Het leven van Christus, dat leven geeft aan de wereld, ligt in Zijn woord. Door Zijn woord genas Jezus zieken en wierp Hij duivelen uit, door Zijn woord deed Hij de zee bedaren en de doden herrijzen; en de mensen getuigden ervan, dat Zijn woord macht bezat. Hij sprak het woord van God, zoals Hij gesproken had door al de profeten en leraars in het Oude Testament. De gehele Bijbel is een openbaring van Christus, en de Heiland wilde het geloof van Zijn volgelingen op het woord richten. Wanneer Zijn zichtbare tegenwoordigheid zou zijn weggenomen, moest het Woord hun bron van kracht zijn.” –De Wens der Eeuwen, blz. 336.

B. Wat moeten wij leren van de manier, waarop Christus reageerde, toen Hij werd uitgedaagd door Satan om Zijn scheppende macht te bruiken voor zelfzuchtige doeleinden?

Matthéüs 4:4.

Mattheüs 4:4: Doch Hij, antwoordende, zeide: Er is geschreven: De mens zal bij brood alleen niet leven, maar bij alle woord, dat door den mond Gods uitgaat.

“Zoals we voor onszelf moeten eten om voedsel te ontvangen, zo moeten we het Woord nemen voor onszelf. We zullen het niet verkrijgen alleen door middel van de geest van iemand anders. Wij moeten zorgvuldig de Bijbel bestuderen en God vragen om de hulp van de Heilige Geest, opdat we Zijn Woord mogen verstaan. We moeten één vers nemen en de gedachten concentreren op het vaststellen van de gedachte, die God voor ons in dat vers heeft gelegd. Wij moeten stil staan bij die gedachte, tot die ons eigen wordt, en we weten ‘wat de Heere zegt’.” –De Wens der Eeuwen, blz. 336.

“Zoals de Zoon van God leefde door het geloof in de Vader, zo moeten wij leven door het geloof in Christus. Jezus had Zichzelf zózeer overgegeven aan de wil van God, dat alleen de Vader openbaar werd in Zijn leven. Hoewel Hij in alle opzichten verzocht werd gelijk wij, stond Hij voor de wereld onbesmet door het kwaad, dat Hem omringde. Op deze wijze moeten ook wij overwinnen, zoals Christus overwon.” –De Wens der Eeuwen, blz. 335.

DINSDAG — 10 mei

3. De wijn

A. Wat voor wijn werd door Christus aangeboden op de bruiloft in Kana en de Avondmaalsdienst?

Jesaja 65:8.

Jesaja 65:8: Alzo zegt de HEERE: Gelijk wanneer men most in een bos druiven vindt, men zegt: Verderf ze niet, want er is een zegen in; alzo zal Ik het om Mijner knechten wil doen, dat Ik hen niet allen verderve.

“De wijn, die Christus schonk voor het feest, en de wijn, die Hij aan Zijn discipelen gaf als een symbool van Zijn eigen bloed, was zuiver druivensap. Hiervan spreekt de profeet Jesaja, wanneer hij spreekt van nieuwe wijn ‘in een druiventros’ en zegt: ‘Verderf hem niet, want er ligt een zegen in’ (Jesaja 65:8).” —De Wens der Eeuwen, blz. 116.

“De dienst van het Avondmaal wijst op de tweede komst van Christus. Die was bestemd om deze hoop in de gedachten van de discipelen levendig te houden. Steeds wanneer zij bijeenkwamen om Zijn dood te gedenken, brachten zij zich weer in herinnering: ‘Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag dat ik haar met u zal drinken in het koninkrijk Mijns Vaders’. Toen zij werden vervolgd, vonden zij troost in de hoop op de wederkomst van hun Heere. Onuitsprekelijk dierbaar was voor hen de gedachte: ‘Zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heeren, totdat Hij komt’ (1 Korinthe 11:26).” –De Wens der Eeuwen, blz. 577-578.

B. Welke kostbare belofte staat in

1 Johannes 1:7?

1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

“De gedachte, dat de gerechtigheid van Christus ons wordt toegerekend, niet vanwege enige verdienste van onze kant, maar als een gratis geschenk van God, is een kostbare gedachte. De vijand van God en de mens wil niet, dat deze waarheid duidelijk zal worden gepresenteerd; want hij weet dat, als het volk dit volledig ontvangt, zijn macht zal worden verbroken…

Dat eenvoudige geloof, dat God op Zijn woord gelooft, moet worden aangemoedigd. Gods volk moet dat geloof hebben, dat beslag zal leggen op de goddelijke macht; ‘want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is een gave Gods’ (Efeze 2:8). Degenen, die geloven, dat God om Christus’ wil hun zonden heeft vergeven, moeten niet, door verleiding, nalaten de goede strijd van het geloof te strijden. Hun geloof moet sterker groeien, totdat hun christelijk leven, evenals hun woorden, zullen verklaren: ‘Het bloed van Jezus Christus, …, reinigt ons van alle zonde’ (1 Johannes 1:7).” –Gospel Workers, blz. 161.

WOENSDAG — 11 mei

4. Waardigheid

A. Wie kan deelnemen aan het Avondmaal van de Heer?

1 Korinthe 11:27,

1 Korinthe 11:27: Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet, of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.

1 Korintiërs 11:29.

1 Korinthe 11:29: Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

Geef een voorbeeld van wanneer het onwaardig was er deel aan te nemen.

Johannes 13:10-11,

Johannes 13:10: Jezus zeide tot hem: Die gewassen is, heeft niet van node, dan de voeten te wassen, maar is geheel rein. En gijlieden zijt rein, doch niet allen. Johannes 13:11: Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.

Johannes 13:18.

Johannes 13:18: Ik zeg niet van u allen: Ik weet, welke Ik uitverkoren heb; maar dit geschiedt, opdat de Schrift vervuld worde: Die met Mij het brood eet, heeft tegen Mij zijn verzenen opgeheven.

“Judas, de verrader, was aanwezig bij deze heilige dienst. Hij ontving van Jezus de symbolen van Zijn gebroken lichaam en van Zijn vergoten bloed. Hij hoorde de woorden: ‘Doet dit tot Mijn gedachtenis’. En terwijl hij daar zat in de tegenwoordigheid van het Lam van God, peinsde de verrader over zijn eigen duistere bedoelingen, en koesterde zijn weerspannige, wraakzuchtige gedachten.” –De Wens der Eeuwen, blz. 573.

B. Waarom was Judas, hoewel hij een lid van de twaalf was, in zijn hart onwaardig om aan het Avondmaal deel te nemen? Welke voorbereiding was bedoeld om zijn verharde hart te verzachten, en is dit ook bij ons nodig?

Johannes 13:14-15.

Johannes 13:14: Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen. Johannes 13:15: Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.

“De weerhoudende kracht van die liefde (van Jezus) werd door Judas gevoeld. Toen de handen van de Heiland die bezoedelde voeten wasten en ze afdroogden met de doek, werd het hart van Judas geheel ontroerd door een opwelling om op dat ogenblik en op die plaats zijn zonde te belijden. Maar hij wilde zich niet vernederen. Hij verhardde zijn hart tegen het berouw; en de oude drijfveren, die voor een ogenblik ter zijde waren gesteld, beheersten hem weer. Judas nam nu aanstoot aan de daad van Christus, dat Hij de voeten der discipelen waste. Indien Jezus zo nederig kon zijn, meende hij, kon Hij nooit de koning van Israël zijn. Alle hoop op wereldse eer in een tijdelijk koninkrijk werd de bodem ingeslagen. Judas was ervan overtuigd, dat hij niets kon winnen door het volgen van Christus. Nadat hij had gezien, hoe Hij Zichzelf, naar hij meende, vernederde, werd hij versterkt in zijn plan Hem niet te erkennen en zichzelf als misleid te beschouwen. Hij werd bezeten door een boze geest, en hij besloot het werk, waarin hij had toegestemd om zijn Heere te verraden, te voltooien.” –De Wens der Eeuwen, blz. 566.

“Hij (Christus) had de voeten van Judas gewassen, maar diens hart was niet aan Hem overgegeven. Het was niet gereinigd. Judas had zich niet aan Christus onderworpen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 568.

“In de mens woont die neiging zichzelf hoger te achten dan zijn broeder, om voor zichzelf te werken, om te streven naar de hoogste positie; en dikwijls heeft dit boze gevoelens en een bittere geest tot gevolg. De instelling, die aan het Avondmaal des Heren voorafgaat, is bedoeld om de misverstanden uit de weg te ruimen, de mens van zijn zelfzucht te bevrijden, van zijn voetstuk van zelfverheffing af te halen tot verootmoediging van het hart, dat hem ertoe zal leiden zijn broeder te dienen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 570.

DONDERDAG — 12 mei

5. Zelf onderzoek

A. Welke actie moeten we ondernemen vóór de dienst?

1 Korinthe 11:28.

1 Korinthe 11:28: Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.

“De heilige Wachter des hemels is aanwezig (bij de voetwassing), wanneer dit geschiedt, om het daardoor te maken tot een daad van onderzoek der ziel, van overtuiging van zonden en van de gezegende zekerheid, dat onze zonden zijn vergeven. Christus is daar in de volheid Zijner genade om de gedachtestroom, die in zelfzuchtige banen heeft gevloeid, te veranderen. De Heilige Geest bezielt de gevoelens van degenen, die het voorbeeld van hun Heere volgen. Wanneer we terugdenken aan de vernedering van de Heiland voor ons, volgt de ene gedachte de andere; een keten van herinneringen wordt opgewekt, herinneringen aan Gods grote goedheid en aan de vriendelijkheid en tederheid van aardse vrienden. Vergeten zegeningen, misbruikte weldaden, versmade vriendelijkheid komen in herinnering. Wortels van bitterheid, die de kostbare plant der liefde hebben verstikt, worden aan het licht gebracht. Karaktergebreken, het verzaken van onze plicht, ondankbaarheid tegenover God, koelheid tegenover onze broeders worden ons in herinnering gebracht. We zien de zonde in het licht, waarin God die ziet. Onze gedachten zijn niet meer gedachten van zelfgenoegzaamheid, maar van strenge zelfveroordeling en verootmoediging. De geest wordt aangezet om iedere scheidsmuur, die de oorzaak van vervreemding is geweest, neer te halen. Kwaad denken en kwaadspreken worden weggedaan.” –De Wens der Eeuwen, blz. 570.

B. Hoe kunnen wij waardig zijn om deel te nemen aan het Heilig Avondmaal van de Heer?

Spreuken 28:13;

Spreuken 28:13: Die zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar die ze bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.

1 Johannes 1:8-9.

1 Johannes 1:8: Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet. 1 Johannes 1:9: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.

“Zonden worden beleden, ze worden vergeven. De verzachtende genade van Christus komt in de ziel, en de liefde van Christus brengt harten te zamen in een gezegende eenheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 570.

“U, die zich onwaardig voelt, wees niet bang uw zaak aan God voor te leggen. Toen Hij Zichzelf in Christus heeft gegeven voor de zonden van de wereld, nam Hij de zaak van iedereen op Zich.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 103.

VRIJDAG — 13 mei

Terugblik

1. Hoe wil Jezus, dat ik voordeel heb van de Avondmaalsdienst?

2. Waarom verwijst de Heer naar Zichzelf als het Brood des levens?

3. Waar moeten wij ons op richten bij het deelnemen aan de wijn van het Avondmaal?

4. Waarom moeten wij waardig zijn om aan de tafel van de Heer te komen?

5. Hoe kan ik mij beter voorbereiden op mijn volgende Avondmaalsdienst?