Tekst om te onthouden: “Zo zijn wij dan gezanten van Christus’ wege, alsof God door ons bad; wij bidden van Christus’ wege: laat u met God verzoenen”
2 Korintiërs 5:20
“Sinds Zijn hemelvaart heeft Christus Zijn werk op aarde voortgezet door uitverkoren gezanten, door wie Hij tot de mensenkinderen spreekt en voorziet in hun noden. Het verheerlijkte Hoofd der gemeente bewaakt Zijn werk door middel van door God verordineerde mannen, die als Zijn vertegenwoordigers optreden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 265.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 265-273.
A. Wie zal geoordeeld worden voor de goddelijke rechterstoel?
2 Korinthe 5:10;
Romeinen 14:12;
Daniël 7:9-10.
“Zo zag de profeet in een visioen de grote, plechtige dag, waarop het karakter en het leven van de mensen zullen worden onderzocht door de Rechter der gehele aarde, en iedereen ‘naar zijn werken’ zal ontvangen. De Oude van dagen is God de Vader. De dichter van de Psalmen zegt: ‘Eer de bergen geboren waren, en Gij aarde en wereld had voortgebracht, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God’ (Psalm 90:2). Hij, de Bron van alle leven en de Oorsprong van alle wetten, zal de oordeelszitting leiden.” –De Grote Strijd, blz. 443
“Hij (Paulus) verklaarde, dat er zeker een dag des gerichts zal komen, waarop allen hun loon zullen ontvangen overeenkomstig de werken, die men in het vlees volbracht heeft, en waarop het duidelijk zal worden geopenbaard, dat rijkdom, positie en titels niet bij machte zijn de genade van God voor de mens te verkrijgen, noch hem van de gevolgen van de zonde te bevrijden. Hij wees erop, dat dit leven de voorbereidingstijd van de mens is voor het toekomstige leven. Wanneer hij voorrechten, die hij heeft, en gelegenheden veronachtzaamt, zal hij eeuwige schade lijden; hem zal geen nieuwe genadetijd worden verleend.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 308.
A. Wie zullen het eerst geoordeeld worden?
1 Petrus 4:17-18.
B. Hoe kunnen wij in het oordeel worden vrijgesproken?
Johannes 3:16-17;
Johannes 5:24;
Romeinen 8:1.
“Bij de namen van allen, die hun zonden hebben beleden en het verzoenend bloed van Christus hebben aangenomen, staat in de boeken des hemels genoteerd, dat ze vergiffenis hebben ontvangen. Daar zij met Christus’ gerechtigheid zijn bekleed, en hun karakter in harmonie is met Gods wet, zullen hun zonden worden uitgewist en zullen ze ‘waardig worden gekeurd’ om het eeuwige leven te hebben. God heeft bij monde van de profeet Jesaja gezegd: ‘Ik, Ik ben het, die uw overtredingen uitdelg om Mijnentwil, en Ik gedenk uw zonden niet’ (Jesaja 43:25). Jezus zei: ‘Wie overwint, die zal aldus bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen’ (Openbaring 3:5).” –De Grote Strijd, blz. 446.
C. Wat zijn de belangrijkste voorwaarden voor iemand voor vrijspraak?
Spreuken 28:13;
1 Johannes 1:9;
Handelingen 3:19.
“Het is waar, dat er berouw moet zijn, voordat er vergeving is; maar de zondaar moet tot Christus komen, voordat hij berouw kan vinden. Het is de deugd van Christus, die de ziel versterkt en verlicht, zodat berouw goddelijk en aanvaardbaar kan zijn. Petrus heeft deze zaak duidelijk gemaakt, waar hij over Christus zegt: ‘Hij heeft God met Zijn rechterhand verhoogd om een Vorst en Zaligmaker te zijn, om Israël berouw en vergeving van zonden te geven’. Berouw is even zeker een gave van Jezus Christus als vergeving van zonden. Berouw kan niet worden ervaren zonder Christus; want het is het berouw, waarvan Hij de Auteur is, dat de grond is, waarop wij om vergeving kunnen vragen. Het is door het werk van de Heilige Geest, dat mensen tot berouw worden geleid. Van Christus komt de genade van berouw, evenals de gave van vergeving, en berouw en vergeving van zonden worden alleen verkregen door het verzoenende bloed van Christus. Degenen, die God vergeeft, maakt Hij eerst berouwvol.” –The Youth’s Instructor, 6 december 1894.
A. Welke boodschap richtte Jezus tot een godsdienstige leider?
Johannes 3:3-5.
Wanneer en hoe wordt de zondaar wedergeboren?
Johannes 1:12-13.
“Wanneer de waarheid een blijvend beginsel in het leven wordt, zal de ziel ‘wedergeboren’ zijn, ‘niet uit vergankelijk, maar door onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God’. Deze wedergeboorte is het resultaat van het aanvaarden van Christus als het Woord van God. Wanneer goddelijke waarheden door de Heilige Geest bezit nemen van het hart, ontwaken nieuwe begrippen, en de tot dusver slapende krachten worden gewekt om samen te werken met God.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 379-380.
B. Wanneer moet de ervaring van wedergeboorte en dood voor de zonde plaatsvinden?
1 Korinthe 15:31.
“De hemel zal goedkoop genoeg zijn, indien wij hem door lijden verkrijgen. Wij moeten onszelf de gehele weg langs verloochenen, onszelf dagelijks afsterven, Jezus alleen laten verschijnen en Zijn heerlijkheid voortdurend in het oog houden. Ik zag, dat degenen, die in de laatste tijd de waarheid hebben aangenomen, zullen moeten leren, wat het is om te lijden om Christus’ wil; dat zij beproevingen zullen moeten doorstaan, die zwaar en zeer pijnlijk zullen zijn, opdat zij gelouterd mogen worden, en door lijden toegerust om het zegel van de levende God te ontvangen, de tijd der benauwdheid door te gaan, de Koning in Zijn schoonheid te aanschouwen en in de tegenwoordigheid van God en van reine, heilige engelen te leven.” –Eerste Geschriften, blz. 70-71.
C. Wat gebeurt er als een iemand wedergeboren is?
2 Korinthe 5:14-17.
“De losprijs, die door Christus is betaald, is voldoende voor de verlossing van alle mensen; maar het zal alleen nuttig zijn voor degenen, die nieuwe schepselen worden in Christus Jezus, trouwe onderdanen van Gods eeuwige koninkrijk. Zijn lijden zal de niet berouwvolle, ontrouwe zondaar niet beschermen voor de straf.
Het was het werk van Christus om de mens in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, hem door goddelijke kracht te genezen van de wonden en kneuzingen, die door de zonde zijn veroorzaakt. Het deel van de mens is om door geloof beslag te leggen op de verdiensten van Christus en samen te werken met de goddelijke krachten om een rechtvaardig karakter te vormen; zodat God de zondaar kan redden, en toch rechtvaardig zijn en Zijn rechtvaardige wet gerechtvaardigd.”–Fundamentals of Christian Education, blz. 430.
A. Hoe kunnen wij met God verzoend worden? Efeze 2:11-13, 16;
Hebreeën 2:17-18.
“Stap weg van Satans stem en van het doen van zijn wil, en sta aan de zijde van Jezus, bezit zijn eigenschappen, de bezitter van scherpe en tedere gevoeligheden, die de oorzaak van gekwelde, lijdende mensen tot de zijne kan maken. De man, die veel vergeving heeft gekregen, zal veel liefhebben. Jezus is een medelevende bemiddelaar, een barmhartige en trouwe hogepriester. Hij, de Majesteit des hemels, de Koning der heerlijkheid, kan kijken naar de eindige mens, onderworpen aan de verleidingen van Satan, wetende dat hij de kracht van Satans listen heeft gevoeld.” –Christian Education, blz. 160.
B. Wat worden wij, wedergeboren en verzoend met God?
2 Korinthe 5:18-19.
“Zowel predikanten als leken moeten Bijbelstudenten zijn en begrijpen, hoe te handelen met betrekking tot de dwalenden.” –The Review and Herald, 3 januari 1893.
“De barmhartigen hebben deel aan de goddelijke natuur, en in hen komt de ontfermende liefde van God tot uitdrukking. Allen, wier harten meevoelen met het hart der Oneindige Liefde zullen trachten te bevrijden, en niet te veroordelen. Het wonen van Christus in de ziel is een bron, die nooit verdroogt. Waar Hij vertoeft, daar zal een overvloed van weldadigheid zijn.
Op de roep van de dwalenden, de verleiden, de ellendige slachtoffers van gebrek en zonde, vraagt de christen niet: Zijn zij waardig? Maar: Hoe kan ik hen helpen? In de meest ellendigen, in degenen die het diepst gezonken zijn, ziet hij zielen, voor wier redding Christus gestorven is, en voor wie God aan Zijn kinderen het dienstwerk der verzoening heeft gegeven.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 26.
“Door hun onverschilligheid hebben veel gemeenteleden de Heilige Geest van God bedroefd. In de plaats van Christus moeten zij anderen smeken om met God verzoend te worden. Hemelse agenten staan klaar om samen te werken met degenen, die zich bezighouden met het werk van de Heer. De Heilige Geest wacht om zich in sympathie te verenigen met elke ware gelovige, en om hem een medewerker van God te maken. Laat geen middel worden verwaarloosd, dat het te verrichten werk zal bevorderen. Er mag geen zelfverheffing zijn, en veel meer gebed.” –The Paulson Collection, blz. 118.
A. Welke opdracht ontvangen wij van de Heer, omdat wij zijn gemaakt tot dienaren van verzoening?
2 Korinthe 5:20.
“De Heere zendt Zijn boden uit met een heilsboodschap, en Hij zal de hoorders verantwoordelijk stellen voor de wijze, waarop zij naar de woorden van deze dienaren hebben gehandeld.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 173.
“Sinds Zijn hemelvaart heeft Christus Zijn werk op aarde voortgezet door uitverkoren gezanten, door wie Hij tot de mensenkinderen spreekt en voorziet in hun noden. Het verheerlijkte Hoofd der gemeente bewaakt Zijn werk door middel van door God verordineerde mannen, die als Zijn vertegenwoordigers optreden.
De positie van hen, die door God zijn geroepen om in woord en onderwijzing voor de opbouw van Zijn gemeente te arbeiden, is er een van ernstige verantwoordelijkheid. In Christus’ plaats moeten zij mannen en vrouwen smeken om zich met God te laten verzoenen, en zij kunnen hun opdracht alleen dan vervullen, wanneer zij wijsheid en kracht van boven ontvangen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 265.
B. Hoe kunnen de gezanten van Christus succesvol zijn in hun opdracht?
Handelingen 1:8.
“Aangezien dit nu het middel is, waardoor wij kracht moeten ontvangen, waarom hongeren en dorsten wij dan niet naar de gave van de Geest? Waarom spreken we daar niet over, bidden we daar niet om, en prediken we niet dienaangaande? De Heere is nog bereidwilliger om de Heilige Geest te geven aan hen, die Hem dienen, dan ouders om aan hun kinderen goede gaven te geven. Elke arbeider moet zijn gebed om de dagelijkse doop des Geestes tot God opzenden. Groepen van christelijke werkers zouden moeten bijeenkomen om speciale hulp en hemelse wijsheid te vragen, opdat zij in alle wijsheid plannen weten te beramen en uit te voeren… De aanwezigheid van de Geest bij Gods arbeiders zal aan de verkondiging van de waarheid een kracht verlenen, die al de eer en glorie der wereld er niet aan kunnen geven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 37.
1. Waar moet ik op letten bij de gedachten en daden, die ik kies?
2. Hoe, wanneer en waarom moet ik ernstig Gods aanneming zoeken?
3. Wat gebeurt er met het denkproces van de wedergeboren gelovige?
4. Wat is mijn roeping bij verzoening met God?
5. Voor wat moeten wij, als gezanten van Christus, ernstig bidden?