Tekst om te onthouden: “Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere; Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn”
Hebreeën 8:10
“Het “nieuwe verbond” was gegrond op “betere beloften”, de beloften van vergiffenis van zonden en van Gods genade om het hart te vernieuwen en het in harmonie te brengen met de beginselen van Gods wet.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 333-337.
A. Welke belofte deed het volk van Israël, toen de Tien Geboden op de berg Sinaï werden afgekondigd?
Exodus 19:8;
Exodus 24:7.
“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden; ze waren dan ook direct bereid met God een verbond aan te gaan. Met het gevoel, dat ze hun eigen gerechtigheid konden bewerken, zeiden ze: ‘Alles wat de Here gesproken heeft, zullen wij doen’ (Exodus 24:7).” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
B. Wat waren de voorwaarden van het Verbond, dat op de Sinaï was gesloten?
Ezechiël 20:11;
Leviticus 18:5;
Deuteronomium 27:26.
C. Waar schreef God de Tien Geboden, en waarom konden de mensen hun belofte niet vervullen?
Exodus 31:18;
Romeinen 10:3;
Romeinen 9:30-32.
“Zij (Priesters en oversten) waren volkomen tevreden met hun eigen rechtvaardigheid en wensten geen nieuw element in hun godsdienst.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 12.
A. Waarom noemt Paulus de Tien Geboden de ‘bediening des doods’?
2 Korinthe 3:7.
“De heerlijkheid op het gezicht van Mozes was buitengewoon pijnlijk voor de kinderen van Israël vanwege hun overtreding van Gods heilige wet. Dit is een beeld van de gevoelens van degenen, die de wet van God overtreden.” –Selected Messages 1, blz. 232.
“Hij (Mozes) zag, dat alleen door Christus de mens de morele wet kan houden. Door overtreding van deze wet bracht de mens de zonde in de wereld, en met de zonde kwam de dood…
Het zien van het onderwerp van datgene wat moest worden weggedaan, het zien van Christus, zoals geopenbaard in de wet, dat het gezicht van Mozes verlichtte. De bediening van de wet, geschreven en gegraveerd in steen, was een bediening van de dood. Zonder Christus was de overtreder overgelaten aan de vloek, zonder hoop op vergeving. De bediening had op zich geen heerlijkheid, maar de beloofde Verlosser, geopenbaard in de typen en schaduwen van de ceremoniële wet, maakte de morele wet heerlijk.” –Selected Messages 1, blz. 237.
“Zij (de Israëlieten) wilden, dat Mozes hun middelaar zou zijn. Zij begrepen niet, dat Christus hun aangestelde middelaar was en dat zij zonder Zijn bemiddeling, zeker zouden zijn verteerd.” –Selected Messages 1, blz. 238.
B. Wat is de werkelijke toestand van de hele mensheid?
Romeinen 3:23;
Romeinen 6:23 (eerste deel).
“Het Woord van God verklaart: ‘Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods’ (Romeinen 3:23). ‘Er is niemand, die goed doet, er is ook niet tot één toe’ (Romeinen 3:12). Velen zijn misleid over de toestand van hun hart. Zij beseffen niet, dat het natuurlijke hart bedrieglijk is boven alle dingen, en onverbeterlijk verdorven. Zij omwikkelen zich met hun eigen gerechtigheid, en zijn tevreden met het bereiken van hun eigen menselijke karakterstandaard; maar hoe dodelijk falen zij, als zij de goddelijke standaard niet bereiken, en uit zichzelf kunnen zij niet voldoen aan de eisen van God.
Wij kunnen onszelf meten door onszelf, wij kunnen onszelf vergelijken onder onszelf, wij kunnen zeggen, dat wij net zo goed doen als deze of gene, maar de vraag, waarop het oordeel zal oproepen tot een antwoord, is: Voldoen wij aan de eisen van de hoge hemel? Hebben wij de goddelijke standaard bereikt? Zijn onze harten in harmonie met de God van de hemel?” –Selected Messages 1, blz. 320-321.
A. Wat zijn de voorwaarden van het Nieuwe Verbond?
Hebreeën 8:10-12.
“Het verbond der genade werd voor het eerst met de mens gesloten in het paradijs, toen na de zondeval de belofte werd gegeven, dat het zaad der vrouw de kop van de slang zou verbrijzelen. Dit verbond biedt alle mensen vergiffenis en de hulp van Gods genade voor latere gehoorzaamheid door het geloof in Christus. Tevens beloofde het eeuwig leven op voorwaarde van trouw aan Gods wet. Op deze wijze hebben de aartsvaders de hoop der zaligheid ontvangen.
Dit verbond werd vernieuwd met Abraham in de belofte: ‘Met uw nageslacht zullen alle volken op aarde gezegend worden’ (Genesis 22:18). Deze belofte wees heen op Christus. Op deze wijze begreep Abraham het (Zie Galaten 3:8, 16) en hij vertrouwde op Christus voor het vergeven van zijn zonden. Door dit geloof werd hij gerechtvaardigd. Het verbond met Abraham handhaafde ook het gezag van Gods wet. De Here verscheen aan Abraham en zei: ‘Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht en wees onberispelijk’ (Genesis 17:1). Gods getuigenis aangaande Zijn getrouwe dienstknecht luidde: ‘Abraham heeft naar Mij geluisterd en Mijn dienst in acht genomen: Mijn geboden, Mijn inzettingen en Mijn wetten’ (Genesis 26:5)…
Hoewel dit verbond gemaakt is met Adam, en met Abraham vernieuwd werd, kon het eerst bij de dood van Christus bekrachtigd worden. Het had bestaan op grond van Gods belofte vanaf de tijd, dat voor het eerst over het verlossingsplan gesproken was; door geloof was het aanvaard; toch werd het een nieuw verbond genoemd, toen het door Christus bekrachtigd werd. Gods wet vormde de basis van dit verbond, dat bestond uit een schikking om de mensen opnieuw in harmonie te brengen met Gods wil, door hen daar te brengen, waar ze aan Gods wet konden gehoorzamen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 333-334.
“’Het Nieuwe Verbond’ was op betere beloften gevestigd, namelijk de belofte van vergeving van zonden en van Gods genade, die het hart zal vernieuwen en het in overeenstemming zal brengen met de beginselen van Gods wet.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 78.
B. Wie is volgens dit genadeverbond Gods volk?
Hebreeën 8:10;
Jesaja 51:7.
“Door de verdienste van Christus worden ze in staat gesteld aan de wet van de Vader te gehoorzamen. Op deze wijze vergadert God in alle tijden te midden van afval en opstand een volk, dat trouw is aan Hem, in wier hart Zijn wet is.” –Patriarchen en Profeten, blz.303.
A. Hoe beschrijft Paulus de bediening van het genadeverbond?
2 Korinthe 3:4-6;
Kolossensen 1:25-29.
“Wat een heilig vertrouwen heeft God aan ons toevertrouwd, door ons tot Zijn dienaren te maken om te helpen bij het redden van zielen! Hij heeft ons grote waarheden toevertrouwd, een zeer plechtige, beproevende boodschap voor de wereld. Onze plicht is niet alleen om te prediken, maar om te dienen, om dicht bij harten te komen. Wij moeten onze toevertrouwde talenten met vaardigheid en wijsheid gebruiken, zodat wij het kostbare licht van de waarheid op de meest aangename manier kunnen presenteren, de manier die het best geschikt is om zielen te winnen…
Wat een verantwoordelijkheid is dit! Hier wordt een werk in beeld gebracht, dat moeizamer is dan alleen het prediken van het woord; het is om Christus in ons karakter te vertegenwoordigen, om levende brieven te zijn, bekend en gelezen door alle mensen.
Het is de Heer, die ons tot dit werk heeft geroepen, en wij moeten een oog hebben alleen op Zijn heerlijkheid. Wij kunnen niet vertrouwen op onze eigen inspanningen, alsof wij het werk van zielen bekeren konden doen. Alleen God kan overtuigen en bekeren. Jezus nodigt zondaars uit tot Hem te komen met al hun lasten, en Hij zal hun rust en vrede geven.” –Gospel Workers (1892), blz. 422-423.
B. Wat zei Petrus over deze bediening?
1 Petrus 5:1-5.
“De grote Herder heeft onder-herders, aan wie Hij de zorg voor Zijn schapen en lammeren overdraagt. Het eerste werk, dat Christus aan Petrus toevertrouwde, om hem in ere te herstellen voor het dienstwerk, was het weiden van de lammeren (zie Johannes 21:15). Dit was een werk, waarin Petrus weinig ervaring had gehad. Het zou veel zorg en tederheid vragen, veel geduld en doorzettingsvermogen. Dit riep hem om de kinderen en jongeren te dienen, en de jongeren in het geloof, om de onwetenden te onderwijzen, om de Schrift te openen voor hen, en om hen te onderwijzen voor hun bruikbaarheid in de dienst van Christus. Tot nu toe was Petrus niet geschikt om dit te doen, of om zelfs het belang ervan te begrijpen.
De vraag, die Christus aan Petrus stelde, was veelbetekenend. Hij noemde slechts één voorwaarde van discipelschap en dienstbaarheid. ‘Hebt gij Mij lief?’ zei Hij. Dit is de essentiële bevoegdheid. Hoewel Petrus iedere andere mocht bezitten, zonder de liefde van Christus kon hij niet een trouwe Herder zijn over de kudde van de Heer. Kennis, welwillendheid, welsprekendheid, dankbaarheid en ijver zijn allemaal goede hulpen bij het goede werk; maar zonder de liefde van Jezus in het hart, zal het werk van de christelijke bediening een mislukking blijken te zijn.” –Gospel Workers, blz. 182-183.
A. Waarom moest Mozes een sluier voor zijn gezicht doen voor zich tot het volk te richten, en hoe is dit belangrijk?
Exodus 34:29-35;
2 Korinthe 3:12-13.
“Mozes zelf was zich niet bewust van de stralende heerlijkheid, die op zijn gezicht werd weerspiegeld, en wist niet, waarom de kinderen van Israël voor hem vluchtten, toen hij hen naderde. Hij riep hen bij zich, maar zij durfden niet kijken naar dat verheerlijkte gezicht. Toen Mozes hoorde, dat het volk niet naar zijn gezicht kon kijken vanwege zijn heerlijkheid, bedekte hij het met een sluier…
Degenen, die de mening koesteren, dat er geen Verlosser was in de oude bedeling, hebben een even donkere sluier over hun begrip als de Joden, die Christus verwierpen… De christelijke kerk, aan de andere kant, die het grootste geloof in Christus belijdt, verloochent, door het Joodse systeem te verachten, in wezen Christus, die de grondlegger was van de hele Joodse economie.” –Selected Messages1, blz. 232.
B. Hoe kan deze sluier van onze eigen ogen worden verwijderd?
2 Korinthe 3:14-16.
“De heerlijkheid, die op het gezicht van Mozes straalde, was een weerspiegeling van de gerechtigheid van Christus in de wet. De wet zelf zou geen heerlijkheid hebben, alleen dat Christus daarin belichaamd is. Het heeft geen kracht om te redden. Het is glansloos, alleen als daarin Christus wordt voorgesteld als vol van gerechtigheid en waarheid…
Aan Mozes werd de betekenis ontvouwd van de typen en schaduwen, die naar Christus wezen. Hij zag op het einde van datgene, wat moest worden weggedaan, toen, bij de dood van Christus, het type en het antitype elkaar ontmoetten. Hij zag, dat de mens alleen door Christus de morele wet kan houden.” –Selected Messages 1, blz. 237.
1. Hoe wordt Israëls probleem met Gods morele wet tegenwoordig vaak herhaald?
2. Waarom is het zo dwaas om onszelf met elkaar te vergelijken?
3. Verklaar de kracht achter het Nieuwe Verbond.
4. Beschrijf de Bijbelse houding van de bediening van het Nieuwe Verbond.
5. Wat geeft heerlijkheid aan Gods morele wet?