Het Evangelie volgens Paulus: Romeinen — SABBAT, 12 februari 2022

Les 7: OVERWINNING DOOR VERTROUWEN

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid weer tot vreze, maar gij hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Wie wij roepen: Abba, Vader”

Romeinen 8:15

“Alleen het evangelie van Jezus Christus kan de mens vrij spreken of behoeden voor de verontreiniging van de zonde. De zondaar moet zijn zonden belijden voor God, wiens wet hij overtreden heeft, en geloven in Jezus, zijn zoenoffer. Zo krijgt hij ‘vergeving van de zonden, die tevoren gepleegd zijn’ en heeft hij deel aan de goddelijke natuur.” –De Grote Strijd, blz. 433.

Aanvullende studie :: Romeinen 8:15-39;; Selected Messages 1, blz. 331-339.

ZONDAG — 6 februari

11. Gods kinderen

A. Wanneer en hoe worden wij, die van nature ‘kinderen des toorns’ zijn (Efeze 2:3), kinderen van God?

Johannes 1:12-13;

Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Johannes 1:13: Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

Romeinen 8:15.

Romeinen 8:15: Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader!

“Het kostbaarste geschenk, dat de hemel zelf kon geven, werd gegeven ‘om Zijn rechtvaardigheid te tonen in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus blijft’. Door dat geschenk wordt de mens opgetild uit de verwoesting en ontluistering door de zonde, om een kind van God te worden. Paulus zegt: ‘Gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader’.” Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 601.

“Door eenvoudig in God te gaan geloven, heeft de Heilige Geest in uw hart nieuw leven gewekt. U bent een nieuwgeboren kind in Gods gezin en Hij houdt van u, zoals Hij van Zijn Zoon houdt.” –Schreden naar Christus, blz. 62.

B. Wat moet onze ervaring zijn, nadat wij als Gods kinderen zijn aangenomen?

Galaten 5:16;

Galaten 5:16: En ik zeg: Wandelt door den Geest en volbrengt de begeerlijkheden des vleses niet.

Kolossensen 2:6.

Kolossenzen 2:6: Gelijk gij dan Christus Jezus, den Heere, hebt aangenomen, wandelt alzo in Hem;

“Nu u uzelf aan Jezus hebt gegeven, mag u niet daarop terugkomen, en u mag niet van Hem weggaan. Elke dag moet u het herhalen: ‘Ik ben van Christus. Ik heb mijzelf aan Hem gegeven’. Vraag Hem, of Hij u Zijn Geest wil geven en u door Zijn genade wil bewaren. Door uzelf aan God te geven en door in Hem te geloven, wordt u Zijn kind. U moet uw leven dus op Hem concentreren.” —Schreden naar Christus, blz. 62.

MAANDAG — 7 februari

2. Kenmerken van Gods kinderen

A. Hoe beschrijft de Bijbel de ware kinderen van God?

1 Johannes 3:1-3;

1 Johannes 3:1: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent. 1 Johannes 3:2: Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. 1 Johannes 3:3: En een iegelijk, die deze hoop op Hem heeft, die reinigt zichzelven, gelijk Hij rein is.

1 Petrus 1:13-16.

1 Petrus 1:13: Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. 1 Petrus 1:14: Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die te voren in uw onwetendheid waren; 1 Petrus 1:15: Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel; 1 Petrus 1:16: Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.

“De apostel (Petrus) wilde de gelovigen leren, hoe belangrijk het is, dat ze hun geest niet laten afdwalen naar verboden dingen, of hun krachten besteden aan onbelangrijke zaken. Zij, die niet ten prooi willen vallen aan de plannen van Satan, moeten de toegangen tot de ziel bewaren. Zij moeten niet datgene lezen, zien of horen, dat onzuivere gedachten zou opwekken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 378-379.

B. Welke vruchten moeten geopenbaard worden in het leven van Gods kinderen?

Galaten 5:22-23;

Galaten 5:22: Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid. Galaten 5:23: Tegen de zodanigen is de wet niet.

Romeinen 8:16-17.

Romeinen 8:16: Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. Romeinen 8:17: En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen van God, en medeerfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

“In een leven, dat op zichzelf is gericht, is geen groei of vruchtbaarheid mogelijk. Als u Christus hebt aangenomen als uw persoonlijke Zaligmaker, moet u uzelf vergeten en proberen om anderen te helpen. Spreek over Christus’ liefde, spreek over Zijn goedheid. Doe elke taak, die voor u ligt. Voel de last voor anderen en doe alles, wat u kunt om de verlorenen te redden. Wanneer u de Geest van Christus, de Geest van onzelfzuchtige liefde en arbeid voor anderen, hebt ontvangen, zult u groeien en vrucht dragen. De gaven van de Geest zullen in uw karakter rijpen. Uw geloof zal toenemen, uw overtuiging zal zich verdiepen, uw liefde zal volmaakt zijn. U zult meer en meer de gelijkenis van Christus weerkaatsen in alles, wat zuiver, edel en lieflijk is…

Christus wacht met hunkerend verlangen op de openbaring van Zichzelf in Zijn gemeente. Wanneer het karakter van Christus in Zijn volk volmaakt zichtbaar is, zal Hij komen om hen op te eisen als Zijn eigendom.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 37.

C. Hoe verklaart Paulus de vrucht van de Geest, pure onzelfzuchtige liefde, die bekend staat als naastenliefde?

1 Korinthe 13:4-8.

1 Korinthe 13:4: De liefde is lankmoedig, zij is goedertieren; de liefde is niet afgunstig; de liefde handelt niet lichtvaardiglijk, zij is niet opgeblazen; 1 Korinthe 13:5: Zij handelt niet ongeschiktelijk, zij zoekt zichzelve niet, zij wordt niet verbitterd, zij denkt geen kwaad; 1 Korinthe 13:6: Zij verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid; 1 Korinthe 13:7: Zij bedekt alle dingen, zij gelooft alle dingen, zij hoopt alle dingen, zij verdraagt alle dingen. 1 Korinthe 13:8: De liefde vergaat nimmermeer; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden.

“Liefde ‘is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blijde met de waarheid. Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij’. Deze liefde ‘vergaat nimmermeer’. Ze kan nimmer haar waarde verliezen; zij is een goddelijke eigenschap. Zij zal door haar bezitter als een kostbare schat door de poorten van de stad Gods gedragen worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 237.

DINSDAG — 8 februari

3. Geleid en gemachtigd door de Heilige Geest

A. Wat doet de Heilige Geest voor Gods kinderen?

Romeinen 8:26-27.

Romeinen 8:26: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Romeinen 8:27: En Die de harten doorzoekt, weet, welke de mening des Geestes zij, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.

“Christus, onze Middelaar, en de Heilige Geest bemiddelen voortdurend ten behoeve van de mens, maar de Geest pleit niet voor ons zoals Christus, die Zijn bloed aanbiedt, vergoten vanaf de grondlegging der wereld; de Geest werkt in op ons hart en roept op tot gebeden en boetedoening, lofprijzing en dankzegging. De dankbaarheid, die van onze lippen stroomt, is het gevolg van het aanraken van de Geest van de koorden van de ziel in heilige herinneringen, waardoor de muziek van het hart ontwaakt.

De religieuze diensten, de gebeden, de lofprijzing, de berouwvolle belijdenis van zonde stijgen op van ware gelovigen als wierook naar het hemelse heiligdom, maar gaand door de verdorven kanalen van de mensheid, zijn zij zo verontreinigd dat ze, tenzij ze door bloed worden gereinigd, nooit van waarde kunnen worden bij God. Ze stijgen niet in smetteloze reinheid op, en tenzij de Middelaar, die aan Gods rechterhand is, alles presenteert en reinigt door Zijn gerechtigheid, is het niet aanvaardbaar voor God. Alle wierook van aardse tabernakels moet bevochtigd zijn met de reinigende druppels van het bloed van Christus. Hij houdt voor de Vader het wierookvat van Zijn eigen verdiensten, waarin geen spoor van aards verderf is. Hij verzamelt in dit wierookvat de gebeden, de lofprijzing en de bekentenissen van Zijn volk, en daarmee plaatst Hij Zijn eigen smetteloze gerechtigheid. Dan, geparfumeerd met de verdiensten van Christus’ verzoening, komt de wierook geheel en al aanvaardbaar voor God. Dan worden genadige antwoorden teruggestuurd.

O, dat allen mogen zien, dat alles in gehoorzaamheid, in boetedoening, in lofprijzing en dankzegging, geplaatst moet worden op het gloeiende vuur van de gerechtigheid van Christus. De geur van deze gerechtigheid stijgt op als een wolk rond het verzoendeksel.” –Selected Messages 1, blz. 344.

B. Als wij een beginselvaste verbinding met Christus onderhouden, wat belooft Hij dan voor ons te doen?

Filippensen 1:6;

Filippenzen 1:6: Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;

1 Johannes 2:1.

1 Johannes 2:1: Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

“Wij zullen ons heel vaak in tranen moeten buigen aan de voeten van Jezus, vanwege onze tekortkomingen en fouten. Maar we behoeven niet de moed te verliezen. Zelfs als we door de vijand worden overwonnen, worden wij niet door God verworpen en laat Hij ons niet in de steek. Nee! Christus zit aan Gods rechterhand en bemiddelt voor ons.” –Schreden naar Christus, blz. 76-77.

WOENSDAG — 9 februari

4. Gods doel voor Zijn kinderen

A. Hoe leidt Gods wijze voorzienigheid alles met betrekking tot Zijn kinderen?

Romeinen 8:28.

Romeinen 8:28: En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

“De tegenwoordigheid des Vaders omgaf Christus, en Hem overkwam niets dan datgene, wat oneindige liefde toeliet tot zegen van de wereld. Dit was Zijn bron van vertroosting, en dat is het ook voor ons. Hij, die is aangedaan met de Geest van Christus, blijft in Christus. De slag, die voor hem bedoeld is, valt op de Heiland, die hem omgeeft met Zijn tegenwoordigheid. Wat hem ook overkomt, het overkomt Christus. Hij behoeft de boze niet te weerstaan; immers, Christus is zijn verdediging. Niets kan hem aanraken, indien onze Heere het niet toestaat; en ‘alle dingen’, die toegelaten worden, ‘werken mede ten goede voor hen, die God liefhebben’ (Romeinen 8:28).” – Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 66.

“Bestudeer de geschiedenis van Jozef en Daniël. De Heere voorkwam de intriges van mensen, die hen schade wilden berokkenen, niet; maar Hij keerde al deze listen ten goede voor Zijn dienaren, die te midden van beproevingen en strijd hun geloof en getrouwheid bewaarden.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 417.

B. Terwijl God de toekomst van iedereen kent, wat heeft Hij voorbestemd voor het leven van Zijn kinderen?

Romeinen 8:29;

Romeinen 8:29: Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.

Johannes 1:12.

Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

“Er zijn prachtige mogelijkheden voorzien voor iedereen, die in Christus gelooft. Er worden geen muren gebouwd om enig levende ziel van verlossing af te houden. De voorbestemming, of uitverkiezing, waarover God spreekt, omvat allen, die Christus zullen aannemen als een persoonlijke Verlosser, die terug zullen keren tot hun getrouwheid, tot volmaakte gehoorzaamheid aan al Gods geboden. Dit is de effectieve redding van een bijzonder volk, gekozen door God uit de mensen. Allen, die bereid zijn door Christus gered te worden, zijn de uitverkorenen van God. Het zijn de gehoorzamen, die vanaf de grondlegging der wereld voorbestemd zijn.” —The Gospel Herald, 11 juni 1902.

C. Verklaar het stapsgewijze proces, dat voor ons wordt uitgevoerd.

Romeinen 8:30.

Romeinen 8:30: En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

“Roepen en rechtvaardigen zijn niet één en hetzelfde. Roepen is het trekken van de zondaar tot Christus, en het is een werk, dat door de Heilige Geest in het hart wordt gedaan, overtuigen van zonde en uitnodigen tot berouw.” –Selected Messages 1, blz. 390.

DONDERDAG — 10 februari

5. Een lied van overwinning

A. Hoe verzekert Gods woord ons van overwinning, en hoe werd dit mogelijk gemaakt?

Romeinen 8:31-32.

Romeinen 8:31: Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Romeinen 8:32: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

B. Wat doet God voor ons, als wij met Hem verbonden zijn?

Romeinen 8:33-39.

Romeinen 8:33: Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Romeinen 8:34: Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt. Romeinen 8:35: Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking, of benauwdheid, of vervolging, of honger, naaktheid, of gevaar, of zwaard? Romeinen 8:36: (Gelijk geschreven is: Want om Uwentwil worden wij den gansen dag gedood; wij zijn geacht als schapen ter slachting.) Romeinen 8:37: Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons liefgehad heeft. Romeinen 8:38: Want ik ben verzekerd, dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch machten, noch tegenwoordige, noch toekomende dingen, Romeinen 8:39: Noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.

“In de hemelse hoven pleit Jezus ten behoeve van Zijn gemeente, Hij pleit voor hen, voor wie Hij de losprijs door Zijn bloed heeft voldaan. Lange eeuwen kunnen de doeltreffendheid van Zijn verzoenend offer nimmer te niet doen. Leven noch dood, hoogte noch diepte kunnen ons scheiden van de liefde Gods, die in Christus Jezus is. Niet omdat we ons aan Hem vastklemmen, maar omdat Hij ons vasthoudt! Als onze zaligheid afhankelijk was van ons eigen pogen, zouden we niet gered kunnen worden. Maar het hangt af van Eén, die achter elke belofte staat. Onze greep op Hem mag zwak schijnen, maar Zijn liefde is als die van een oudere broeder. Zolang onze verbondenheid met Hem gehandhaafd blijft, kan niemand ons uit Zijn hand rukken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 403.

“Toen Christus de menselijke natuur aannam, verbond Hij Zich met de mensheid met een liefdesband, die nimmer verbroken kan worden door enige macht, uitgezonderd de eigen keuze van de mens. De Satan zal ons steeds verleiden en ons ertoe aanzetten om deze band te verbreken, om de keus te maken ons te scheiden van Christus. Op dit punt moeten wij op onze hoede zijn, moeten wij ons inspannen en bidden, opdat niets ons ertoe mag brengen om een andere meester te kiezen. Want het staat ons altijd vrij om dat te doen. Laat ons onze ogen gevestigd houden op Christus. Dan zal Hij ons behoeden. Als we op Jezus zien, zijn we veilig. Niets kan ons uit Zijn hand rukken. Als we steeds naar Hem kijken, worden we veranderd ‘naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Heere, die Geest is’ (2 Korinthe 3:18).” —Schreden naar Christus, blz. 86.

VRIJDAG — 11 februari

Terugblik

1. Welke verandering vindt er plaats, als we in Gods gezin worden opgenomen?

2. Beschrijf de kenmerkende vruchten van aanneming in Zijn gezin.

3. Verklaar de activiteit, die de Godheid nu voor ons uitvoert.

4. Waarom hoeven we niet gestrest te zijn, als wij met onverwachte moeilijkheden worden geconfronteerd?

5. Wat gebeurt er, als wij onze ogen op Jezus gericht houden?