Tekst om te onthouden: “Want hetgeen voor de wet onmogelijk was, omdat zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in de gelijkheid van het zondige vlees, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”
Romeinen 8:3–4
“Het christelijke leven is geen verandering of verbetering van het oude, maar een verandering van natuur. Het betekent de dood voor het eigen ik en voor de zonde, en een volkomen nieuw leven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 135.
Aanvullende studie :: -Bijbelkommentaar, blz. 471-475.
A. Wat was de toestand van het oude Israël, toen zij probeerden in hun eigen kracht Gods morele wet te gehoorzamen?
Romeinen 10:1-3.
“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.
B. Welk praktisch beeld gebruikt Paulus om de verbinding tussen de mensheid en Gods morele wet uit te leggen, en hoe kunnen wij dood zijn voor de veroordeling van die wet?
Romeinen 7:1-4.
“Keer uw ogen af van de onvolmaaktheden van anderen en richt deze standvastig op Christus. Bestudeer met een berouwvol hart Zijn leven en karakter. U hoeft niet alleen meer verlicht te zijn, maar ook bezield, zodat u het banket kunt zien, dat voor u is, en het vlees en bloed van de Zoon van God, dat Zijn Woord is, kunt eten en drinken. Door het goede Woord des levens te proeven, door u te voeden met het brood des levens, kunt u de kracht van een toekomende wereld zien en opnieuw geschapen worden in Christus Jezus.” –This Day With God, blz. 46.
A. Wat is het belangrijkste doel van de morele wet?
Romeinen 7:7-9.
“(Zie Romeinen 7:7-9). Zonde werd toen openbaar in al haar ware afschuwelijkheid, en zijn (Paulus’) gevoel van eigenwaarde was verdwenen. Hij werd nederig. Niet langer schreef hij goedheid en verdienste aan zichzelf toe. Hij dacht niet langer beter van zichzelf dan hij behoorde te doen en schreef alle heerlijkheid aan God toe. Niet langer streefde hij naar grootheid. Hij stopte met de wens zichzelf te wreken en was niet langer gevoelig voor smaad, veronachtzaming of verachting. Niet langer zocht hij aardse verbondenheid, positie of eer. Hij trok anderen niet naar beneden om zelf hogerop te komen. Hij was zachtmoedig, minzaam en nederig van hart, omdat hij zijn les had geleerd in de school van Christus. Hij sprak over Jezus en diens mateloze liefde, en werd meer en meer aan Zijn beeld gelijkvormig. Hij gebruikte al zijn energie om zielen voor Christus te winnen. Toen beproeving hem trof als gevolg van zijn onzelfzuchtige arbeid voor zielen, boog hij zich neer in gebed, en zijn liefde voor hen groeide. Zijn leven was met Christus verborgen in God, en hij had Jezus lief met al het vuur van zijn natuur. Elke gemeente was hem dierbaar; elk gemeentelid iemand van belang voor hem; want hij beschouwde iedere ziel als gekocht door het bloed van Christus.” —Bijbelkommentaar, blz. 471-472.
B. Beschrijf Paulus’ eerste ervaring met Gods wet.
Romeinen 7:10-12.
“Bij het herhalen van zijn ervaring geeft de apostel Paulus een belangrijke waarheid weer betreffende het werk, dat door bekering moet plaatsvinden. Hij zegt: ‘Ik heb eertijds geleefd zonder wet’, hij voelde geen veroordeling; ‘toen echter het gebod kwam’, toen Gods wet tot zijn geweten sprak, ‘begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven’. Toen zag hij zich als een zondaar, veroordeeld door de goddelijke wet. Let wel, het was Paulus, die stierf, niet de wet.” —Bijbelkommentaar, blz. 472.
C. Verklaar de strijd tussen de wet en de zondaar.
Romeinen 7:13-17.
D. Beschrijf de strijd van het vleselijk denken om zijn eigen gerechtigheid te zoeken.
Romeinen 7:18-21.
A. Hoe beschouwt de berouwvolle gelovige Gods morele wet?
Romeinen 7:22.
Aan de andere kant, wat beseft hij over zichzelf? Vers 23.
“Hij, die tracht de hemel te bereiken door zijn eigen werken, door het houden van de wet, beproeft een onmogelijkheid. Er is geen veiligheid voor hem, die een zuiver wettische godsdienst heeft, een vorm van godzaligheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 135.
B. Wat had Paulus treurig geconcludeerd over zijn geestelijke toestand, en hoe werd dit ook weerspiegeld door de eerste Advent gelovigen?
Romeinen 7:24.
“De zondaren werden zich bewust van hun toestand. Het ‘waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld’ en is doorgedrongen tot in de meest verborgen plaatsen van de ziel. Alles, wat in de duisternis verborgen was, kwam aan het licht. Hun geesten en harten werden aangegrepen. Ze werden overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Ze werden zich bewust van de gerechtigheid van God en beseften, hoe vreselijk het was om in hun zondige toestand en in hun onreinheid te verschijnen voor Hem, die de harten grondig kent. Met grote angst riepen zij uit: ‘Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’” —De Grote Strijd, blz. 428.
C. Waar alleen kan hoop worden gevonden?
Romeinen 7:25 (eerste deel).
Maar wat neigt de natuurlijke, menselijke manier van denken, en waarom moet dit drastisch veranderen?
Romeinen 7:25 (tweede helft);
Jesaja 55:7.
“Met het verstand dienen wij de wet van God; maar de geesten van velen hebben de wereld gediend. En terwijl hun geest helemaal bezig was met aardse dingen en zichzelf diende, konden zij de wet van God niet dienen.” –Testimonies for the Church 1, blz. 150.
“Wij moeten begrijpen, hoe noodzakelijk het is, dat het ik sterft. Zelfkruisiging zal zielen op een geschikt punt plaatsen. Ik smeek degenen (van u), die beweren christenen te zijn, het ik te laten sterven, opdat u door de kracht van de Heilige Geest tot een nieuw leven wordt bewogen. Satan werkt met alle misleiding van ongerechtigheid in hen, die verloren gaan. Dagelijks hebben wij de bekerende kracht van God nodig, anders kunnen wij niet in de voetsporen van Christus wandelen. Als de geest verlicht is met betrekking tot wat zuiverheid en heiliging is, en het hart reageert op het streven van de Heilige Geest, zal een dagelijkse bekering het gevolg zijn.” –The Upward Look, blz. 269.
A. Wat kon Paulus, en ook de eerste Advent gelovigen, na een totale, volslagen overgave van de geest aan Christus, uiteindelijk verklaren?
Romeinen 8:1-2.
“Toen ze het kruis van Golgotha en het oneindige offer voor de zonden van de mensen leerden kennen, drong het tot hen door, dat ze alleen door de verdiensten van Christus met God konden worden verzoend. In geloof namen ze ‘het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt’, aan. Hun zonden werden door het bloed van Christus vergeven.” –De Grote Strijd, blz. 428.
“Hoewel het leven van de christen gekenmerkt moet zijn door nederigheid, mag het niet getekend zijn door droefheid of zelfverachting. Iedereen moet zó leven, dat hij Gods goedkeuring kan wegdragen en God hem kan zegenen. Het is niet de wil van onze hemelse Vader, dat wij ooit veroordeeld worden of in de duisternis blijven. Het is geen bewijs van ware nederigheid, als wij het hoofd laten hangen en aan zelfbeklag doen. Wij mogen tot Jezus gaan om gereinigd te worden, en daardoor zonder schaamte of verwijt staan tegenover de wet. (Zie Romeinen 8:1).” –De Grote Strijd, blz. 441.
B. Waar vinden wij vrijheid van zonde, en hoe vond Paulus verlossing van ‘de bewegingen van de zonde’?
Romeinen 8:3;
vergelijk 7:5 en 8:2.
“Het is diezelfde opwekkingskracht, die leven geeft aan de ziel, die ‘dood is door overtredingen en zonden’ (Efeze 2:1). Die geest des levens in Christus Jezus, ‘de kracht Zijner opstanding’, maakt de mens ‘vrij ... van de wet der zonde en des doods’ (Filippensen 3:10; Romeinen 8:2). De heerschappij van de boze is verbroken, en door het geloof wordt de ziel voor zonde bewaard. Hij, die zijn hart openstelt voor de Geest van Christus, krijgt deel aan die geweldige kracht, die zijn lichaam uit het graf zal doen herrijzen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 168-169.
“Wij moeten niet denken, dat onze eigen genade en verdiensten ons zullen redden; de genade van Christus is onze enige hoop op redding… Als wij God volledig vertrouwen, als wij vertrouwen op de verdiensten van Jezus als een zonde vergevende Verlosser, zullen wij alle hulp ontvangen, die wij kunnen wensen.” –Faith and Works, blz. 36.
“Er is behoefte aan mensen, die God zullen liefhebben, die geen klein, onvolgroeide godsdienst zullen hebben, maar die altijd nieuwe voorraden zullen verwerven van genade, spiritualiteit en energie door de geboden van de Heer te doen.” –The Review and Herald , 19 juni 1888.
A. Wat is de keuze van degenen, die ‘wedergeboren’ zijn?
Romeinen 8:4-9.
“Er zetelen lage hartstochten in ons lichaam. En ze werken via ons lichaam. De woorden ‘vlees’ of ‘vleselijk’ of ‘vleselijke lust’ wijzen op onze lagere, verdorven natuur. Het vlees, op zichzelf, kan niet handelen tegen de wil van God in… Wij hebben het gebod gekregen, het vlees met zijn hartstochten en begeerten te kruisigen. Hoe doen we dit? Moeten we ons lichaam soms pijn doen? Nee, maar doodt de verleiding tot zonde. Ban verdorven gedachten uit. Breng al die gedachten in krijgsgevangenschap onder Christus. Elke dierlijke neiging moet aan de hogere eigenschappen van onze ziel onderworpen worden. De liefde voor God moet de opperheerschappij hebben. Christus moet een onverdeelde troon bestijgen. We moeten ons lichaam zien als Zijn duur gekocht eigendom. Onze lichaamsdelen moeten instrumenten tot gerechtigheid worden.” —Het Bijbels Gezin, blz. 101-102.
B. Wat is onze geestelijke toestand, als wij geleid worden door de Heilige Geest?
Romeinen 8:10-14;
1 Johannes 4:7.
“Onze eindige wil moet onderworpen worden aan de wil van de Oneindige; de menselijke wil moet worden vermengd met de goddelijke. Dit zal de Heilige Geest ons tot hulp geven; en elke overwinning zal leiden tot het herstel van Gods verworven bezit, tot het herstel van Zijn beeld in de ziel.” –Our High Calling, blz. 153.
“Christus schenkt het behoud der mensen niet op een belijdenis alleen, maar op een geloof, dat geopenbaard wordt door werken der gerechtigheid. Doen en niet alleen zeggen wordt verwacht van de volgelingen van Christus. Door daden wordt het karakter gebouwd. (Zie Romeinen 8:14). Niet zij, wier harten zijn aangeraakt door de Geest, niet zij, die zich nu en dan aan de kracht daarvan overgeven, maar zij, die door de Geest geleid worden, zijn zonen Gods.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 131-132.
1. Wat betekent het om met Christus ‘getrouwd’ te zijn?
2. Wat gebeurt er, als wij in eigen kracht Gods wet proberen te volgen?
3. Waar moet onze geest zijn, als wij Christus willen volgen?
4. Welk goed nieuws wordt in de opening van Romeinen hoofdstuk 8 geïntroduceerd?
5. Hoe moeten wij blijven groeien in de ervaring, die in Romeinen 8 wordt getoond?
‘Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan’ (Matthéüs 25:40).
“Jezus hier identificeert Zichzelf met Zijn lijdend volk. Ik was het, die honger en dorst had. Ik was het, die een vreemdeling was. Ik was het, die naakt was. Ik was het. die ziek was. Ik was het, die in de gevangenis was. Toen u genoot van het eten, wat u rijkelijk op uw tafel verspreidde, was Ik aan het verhongeren in de bouwval of op straat niet ver van u. Toen u de deur sloot voor Mij, terwijl uw goed ingerichte kamers niet bezet waren, en Ik niet wist, waar Ik Mijn hoofd neer moest leggen. Uw kledingkasten waren gevuld met overvloedige voorradige verwisselbare kleding en waar middelen nodeloos waren verspild, welke u aan de behoeftigen had kunnen geven. Ik was verstoken van comfortabele kleding. Toen u genoot van uw gezondheid, was Ik ziek. Ongeluk wierp Mij in de gevangenis en men bond Mij met ketenen, neerbuigende Mijn geest, beroofd van Mijn vrijheid en hoop, terwijl u vrij rond liep. Wat een eenheid drukt Jezus hier uit, zoals er bestaat tussen Hem en Zijn lijdende discipelen! Hij maakte hun zaak tot de Zijne. Hij identificeert Zich als de persoon, die nu lijdt.” –Welfare Ministry, blz. 40.
Helaas zijn veel van onze broeders over de hele wereld onder degenen, die hier boven aangehaald worden. Behalve degenen, die in regio’s zijn opgeschrikt door natuurtragedies, epidemieën en pandemieën, leven velen in buitengewone armoede, veroorzaakt door burgeroorlogen, politieke conflicten en andere echt sociale tragedies, waar veel weduwen en wezen zijn. De afdeling Welzijn van de Generale Conferentie werkt niet alleen aan primaire behoeften zoals voedsel, kleding en gezondheid, maar ook om alternatieve bronnen van inkomsten te creëren, het aanmoedigen van kleine gemeenschappelijke bedrijven, boerderijen en bakkerijen, evenals scholen bouwen en landbouwwerktuigen en zaden kopen, allemaal met het doel om manieren te vinden om betere levensomstandigheden te bevorderen zonder afhankelijk te zijn van hulp van buitenaf. Dit is een uitdaging, maar we geloven in de goddelijke voorziening en worden versterkt door de financiële steun van onze broeders en zusters wereldwijd. Laten we vandaag, als we geven, bedenken, dat we dienen ‘één van de minste’ van deze kleine broeders. Wees alstublieft genereus en onbaatzuchtig, geef een echt offer. Laten we het beste van onszelf in deze gave steken, zodat we, wanneer we het voorrecht hebben onze Heiland te ontmoeten, onder degenen kunnen zijn, die de vreugde hebben te horen: ‘Gij hebt het voor Mij gedaan’!
–De Afdeling Welzijn van de Generale Conferentie