Het Evangelie volgens Paulus: Romeinen — SABBAT, 5 februari 2022

Les 6: VAN SLAVERNIJ NAAR SUCCES

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want hetgeen voor de wet onmogelijk was, omdat zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in de gelijkheid van het zondige vlees, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees. Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”

Romeinen 8:3–4

“Het christelijke leven is geen verandering of verbetering van het oude, maar een verandering van natuur. Het betekent de dood voor het eigen ik en voor de zonde, en een volkomen nieuw leven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 135.

Aanvullende studie :: -Bijbelkommentaar, blz. 471-475.

ZONDAG — 30 januari

1. Een afbeelding

A. Wat was de toestand van het oude Israël, toen zij probeerden in hun eigen kracht Gods morele wet te gehoorzamen?

Romeinen 10:1-3.

Romeinen 10:1: Broeders, de toegenegenheid mijns harten, en het gebed, dat ik tot God voor Israel doe, is tot hun zaligheid. Romeinen 10:2: Want ik geef hun getuigenis, dat zij een ijver tot God hebben, maar niet met verstand. Romeinen 10:3: Want alzo zij de rechtvaardigheid Gods niet kennen, en hun eigen gerechtigheid zoeken op te richten, zo zijn zij der rechtvaardigheid Gods niet onderworpen.

“Het volk besefte niet de zondigheid van hun eigen hart, omdat ze zonder Christus onmogelijk Gods wet konden houden.” –Patriarchen en Profeten, blz. 335.

B. Welk praktisch beeld gebruikt Paulus om de verbinding tussen de mensheid en Gods morele wet uit te leggen, en hoe kunnen wij dood zijn voor de veroordeling van die wet?

Romeinen 7:1-4.

Romeinen 7:1: Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft? Romeinen 7:2: Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans. Romeinen 7:3: Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt. Romeinen 7:4: Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

“Keer uw ogen af van de onvolmaaktheden van anderen en richt deze standvastig op Christus. Bestudeer met een berouwvol hart Zijn leven en karakter. U hoeft niet alleen meer verlicht te zijn, maar ook bezield, zodat u het banket kunt zien, dat voor u is, en het vlees en bloed van de Zoon van God, dat Zijn Woord is, kunt eten en drinken. Door het goede Woord des levens te proeven, door u te voeden met het brood des levens, kunt u de kracht van een toekomende wereld zien en opnieuw geschapen worden in Christus Jezus.” –This Day With God, blz. 46.

MAANDAG — 31 januari

2. Paulus stierf, niet de wet

A. Wat is het belangrijkste doel van de morele wet?

Romeinen 7:7-9.

Romeinen 7:7: Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. Romeinen 7:8: Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. Romeinen 7:9: En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.

“(Zie Romeinen 7:7-9). Zonde werd toen openbaar in al haar ware afschuwelijkheid, en zijn (Paulus’) gevoel van eigenwaarde was verdwenen. Hij werd nederig. Niet langer schreef hij goedheid en verdienste aan zichzelf toe. Hij dacht niet langer beter van zichzelf dan hij behoorde te doen en schreef alle heerlijkheid aan God toe. Niet langer streefde hij naar grootheid. Hij stopte met de wens zichzelf te wreken en was niet langer gevoelig voor smaad, veronachtzaming of verachting. Niet langer zocht hij aardse verbondenheid, positie of eer. Hij trok anderen niet naar beneden om zelf hogerop te komen. Hij was zachtmoedig, minzaam en nederig van hart, omdat hij zijn les had geleerd in de school van Christus. Hij sprak over Jezus en diens mateloze liefde, en werd meer en meer aan Zijn beeld gelijkvormig. Hij gebruikte al zijn energie om zielen voor Christus te winnen. Toen beproeving hem trof als gevolg van zijn onzelfzuchtige arbeid voor zielen, boog hij zich neer in gebed, en zijn liefde voor hen groeide. Zijn leven was met Christus verborgen in God, en hij had Jezus lief met al het vuur van zijn natuur. Elke gemeente was hem dierbaar; elk gemeentelid iemand van belang voor hem; want hij beschouwde iedere ziel als gekocht door het bloed van Christus.” —Bijbelkommentaar, blz. 471-472.

B. Beschrijf Paulus’ eerste ervaring met Gods wet.

Romeinen 7:10-12.

Romeinen 7:10: En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. Romeinen 7:11: Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. Romeinen 7:12: Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.

“Bij het herhalen van zijn ervaring geeft de apostel Paulus een belangrijke waarheid weer betreffende het werk, dat door bekering moet plaatsvinden. Hij zegt: ‘Ik heb eertijds geleefd zonder wet’, hij voelde geen veroordeling; ‘toen echter het gebod kwam’, toen Gods wet tot zijn geweten sprak, ‘begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven’. Toen zag hij zich als een zondaar, veroordeeld door de goddelijke wet. Let wel, het was Paulus, die stierf, niet de wet.” —Bijbelkommentaar, blz. 472.

C. Verklaar de strijd tussen de wet en de zondaar.

Romeinen 7:13-17.

Romeinen 7:13: Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate werd zondigende door het gebod. Romeinen 7:14: Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Romeinen 7:15: Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. Romeinen 7:16: En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. Romeinen 7:17: Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

D. Beschrijf de strijd van het vleselijk denken om zijn eigen gerechtigheid te zoeken.

Romeinen 7:18-21.

Romeinen 7:18: Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. Romeinen 7:19: Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Romeinen 7:20: Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Romeinen 7:21: Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.

DINSDAG — 1 februari

3. De enige uitweg

A. Hoe beschouwt de berouwvolle gelovige Gods morele wet?

Romeinen 7:22.

Romeinen 7:22: Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

Aan de andere kant, wat beseft hij over zichzelf? Vers 23.

“Hij, die tracht de hemel te bereiken door zijn eigen werken, door het houden van de wet, beproeft een onmogelijkheid. Er is geen veiligheid voor hem, die een zuiver wettische godsdienst heeft, een vorm van godzaligheid.” –De Wens der Eeuwen, blz. 135.

B. Wat had Paulus treurig geconcludeerd over zijn geestelijke toestand, en hoe werd dit ook weerspiegeld door de eerste Advent gelovigen?

Romeinen 7:24.

Romeinen 7:24: Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

“De zondaren werden zich bewust van hun toestand. Het ‘waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld’ en is doorgedrongen tot in de meest verborgen plaatsen van de ziel. Alles, wat in de duisternis verborgen was, kwam aan het licht. Hun geesten en harten werden aangegrepen. Ze werden overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Ze werden zich bewust van de gerechtigheid van God en beseften, hoe vreselijk het was om in hun zondige toestand en in hun onreinheid te verschijnen voor Hem, die de harten grondig kent. Met grote angst riepen zij uit: ‘Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?’” —De Grote Strijd, blz. 428.

C. Waar alleen kan hoop worden gevonden?

Romeinen 7:25 (eerste deel).

[Rom.7.25.a]

Maar wat neigt de natuurlijke, menselijke manier van denken, en waarom moet dit drastisch veranderen?

Romeinen 7:25 (tweede helft);

[Rom.7.25.b]

Jesaja 55:7.

Jesaja 55:7: De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.

“Met het verstand dienen wij de wet van God; maar de geesten van velen hebben de wereld gediend. En terwijl hun geest helemaal bezig was met aardse dingen en zichzelf diende, konden zij de wet van God niet dienen.” –Testimonies for the Church 1, blz. 150.

“Wij moeten begrijpen, hoe noodzakelijk het is, dat het ik sterft. Zelfkruisiging zal zielen op een geschikt punt plaatsen. Ik smeek degenen (van u), die beweren christenen te zijn, het ik te laten sterven, opdat u door de kracht van de Heilige Geest tot een nieuw leven wordt bewogen. Satan werkt met alle misleiding van ongerechtigheid in hen, die verloren gaan. Dagelijks hebben wij de bekerende kracht van God nodig, anders kunnen wij niet in de voetsporen van Christus wandelen. Als de geest verlicht is met betrekking tot wat zuiverheid en heiliging is, en het hart reageert op het streven van de Heilige Geest, zal een dagelijkse bekering het gevolg zijn.” –The Upward Look, blz. 269.

WOENSDAG — 2 februari

4. Nu geen veroordeling

A. Wat kon Paulus, en ook de eerste Advent gelovigen, na een totale, volslagen overgave van de geest aan Christus, uiteindelijk verklaren?

Romeinen 8:1-2.

Romeinen 8:1: Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Romeinen 8:2: Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.

“Toen ze het kruis van Golgotha en het oneindige offer voor de zonden van de mensen leerden kennen, drong het tot hen door, dat ze alleen door de verdiensten van Christus met God konden worden verzoend. In geloof namen ze ‘het Lam van God, dat de zonden der wereld wegneemt’, aan. Hun zonden werden door het bloed van Christus vergeven.” –De Grote Strijd, blz. 428.

“Hoewel het leven van de christen gekenmerkt moet zijn door nederigheid, mag het niet getekend zijn door droefheid of zelfverachting. Iedereen moet zó leven, dat hij Gods goedkeuring kan wegdragen en God hem kan zegenen. Het is niet de wil van onze hemelse Vader, dat wij ooit veroordeeld worden of in de duisternis blijven. Het is geen bewijs van ware nederigheid, als wij het hoofd laten hangen en aan zelfbeklag doen. Wij mogen tot Jezus gaan om gereinigd te worden, en daardoor zonder schaamte of verwijt staan tegenover de wet. (Zie Romeinen 8:1).” –De Grote Strijd, blz. 441.

B. Waar vinden wij vrijheid van zonde, en hoe vond Paulus verlossing van ‘de bewegingen van de zonde’?

Romeinen 8:3;

Romeinen 8:3: Want hetgeen der wet onmogelijk was, dewijl zij door het vlees krachteloos was, heeft God, Zijn Zoon zendende in gelijkheid des zondigen vleses, en dat voor de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees.

vergelijk 7:5 en 8:2.

“Het is diezelfde opwekkingskracht, die leven geeft aan de ziel, die ‘dood is door overtredingen en zonden’ (Efeze 2:1). Die geest des levens in Christus Jezus, ‘de kracht Zijner opstanding’, maakt de mens ‘vrij ... van de wet der zonde en des doods’ (Filippensen 3:10; Romeinen 8:2). De heerschappij van de boze is verbroken, en door het geloof wordt de ziel voor zonde bewaard. Hij, die zijn hart openstelt voor de Geest van Christus, krijgt deel aan die geweldige kracht, die zijn lichaam uit het graf zal doen herrijzen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 168-169.

“Wij moeten niet denken, dat onze eigen genade en verdiensten ons zullen redden; de genade van Christus is onze enige hoop op redding… Als wij God volledig vertrouwen, als wij vertrouwen op de verdiensten van Jezus als een zonde vergevende Verlosser, zullen wij alle hulp ontvangen, die wij kunnen wensen.” –Faith and Works, blz. 36.

“Er is behoefte aan mensen, die God zullen liefhebben, die geen klein, onvolgroeide godsdienst zullen hebben, maar die altijd nieuwe voorraden zullen verwerven van genade, spiritualiteit en energie door de geboden van de Heer te doen.” –The Review and Herald , 19 juni 1888.

DONDERDAG — 3 februari

5. Het Vlees tegenover de Geest

A. Wat is de keuze van degenen, die ‘wedergeboren’ zijn?

Romeinen 8:4-9.

Romeinen 8:4: Opdat het recht der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest. Romeinen 8:5: Want die naar het vlees zijn, bedenken, dat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken, dat des Geestes is. Romeinen 8:6: Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede; Romeinen 8:7: Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet. Romeinen 8:8: En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. Romeinen 8:9: Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.

“Er zetelen lage hartstochten in ons lichaam. En ze werken via ons lichaam. De woorden ‘vlees’ of ‘vleselijk’ of ‘vleselijke lust’ wijzen op onze lagere, verdorven natuur. Het vlees, op zichzelf, kan niet handelen tegen de wil van God in… Wij hebben het gebod gekregen, het vlees met zijn hartstochten en begeerten te kruisigen. Hoe doen we dit? Moeten we ons lichaam soms pijn doen? Nee, maar doodt de verleiding tot zonde. Ban verdorven gedachten uit. Breng al die gedachten in krijgsgevangenschap onder Christus. Elke dierlijke neiging moet aan de hogere eigenschappen van onze ziel onderworpen worden. De liefde voor God moet de opperheerschappij hebben. Christus moet een onverdeelde troon bestijgen. We moeten ons lichaam zien als Zijn duur gekocht eigendom. Onze lichaamsdelen moeten instrumenten tot gerechtigheid worden.” —Het Bijbels Gezin, blz. 101-102.

B. Wat is onze geestelijke toestand, als wij geleid worden door de Heilige Geest?

Romeinen 8:10-14;

Romeinen 8:10: En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonden wil; maar de geest is leven om der gerechtigheid wil. Romeinen 8:11: En indien de Geest Desgenen, Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij, Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken, door Zijn Geest, Die in u woont. Romeinen 8:12: Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven. Romeinen 8:13: Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven. Romeinen 8:14: Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

1 Johannes 4:7.

1 Johannes 4:7: Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God;

“Onze eindige wil moet onderworpen worden aan de wil van de Oneindige; de menselijke wil moet worden vermengd met de goddelijke. Dit zal de Heilige Geest ons tot hulp geven; en elke overwinning zal leiden tot het herstel van Gods verworven bezit, tot het herstel van Zijn beeld in de ziel.” –Our High Calling, blz. 153.

“Christus schenkt het behoud der mensen niet op een belijdenis alleen, maar op een geloof, dat geopenbaard wordt door werken der gerechtigheid. Doen en niet alleen zeggen wordt verwacht van de volgelingen van Christus. Door daden wordt het karakter gebouwd. (Zie Romeinen 8:14). Niet zij, wier harten zijn aangeraakt door de Geest, niet zij, die zich nu en dan aan de kracht daarvan overgeven, maar zij, die door de Geest geleid worden, zijn zonen Gods.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 131-132.

VRIJDAG — 4 februari

Terugblik

1. Wat betekent het om met Christus ‘getrouwd’ te zijn?

2. Wat gebeurt er, als wij in eigen kracht Gods wet proberen te volgen?

3. Waar moet onze geest zijn, als wij Christus willen volgen?

4. Welk goed nieuws wordt in de opening van Romeinen hoofdstuk 8 geïntroduceerd?

5. Hoe moeten wij blijven groeien in de ervaring, die in Romeinen 8 wordt getoond?

Eerste Sabbatgaven voor Welzijnsbijstand

‘Voorwaar zeg Ik u: Voor zoveel gij dit een van Mijn minste broeders gedaan hebt, zo hebt gij dat Mij gedaan’ (Matthéüs 25:40).

“Jezus hier identificeert Zichzelf met Zijn lijdend volk. Ik was het, die honger en dorst had. Ik was het, die een vreemdeling was. Ik was het, die naakt was. Ik was het. die ziek was. Ik was het, die in de gevangenis was. Toen u genoot van het eten, wat u rijkelijk op uw tafel verspreidde, was Ik aan het verhongeren in de bouwval of op straat niet ver van u. Toen u de deur sloot voor Mij, terwijl uw goed ingerichte kamers niet bezet waren, en Ik niet wist, waar Ik Mijn hoofd neer moest leggen. Uw kledingkasten waren gevuld met overvloedige voorradige verwisselbare kleding en waar middelen nodeloos waren verspild, welke u aan de behoeftigen had kunnen geven. Ik was verstoken van comfortabele kleding. Toen u genoot van uw gezondheid, was Ik ziek. Ongeluk wierp Mij in de gevangenis en men bond Mij met ketenen, neerbuigende Mijn geest, beroofd van Mijn vrijheid en hoop, terwijl u vrij rond liep. Wat een eenheid drukt Jezus hier uit, zoals er bestaat tussen Hem en Zijn lijdende discipelen! Hij maakte hun zaak tot de Zijne. Hij identificeert Zich als de persoon, die nu lijdt.” –Welfare Ministry, blz. 40.

Helaas zijn veel van onze broeders over de hele wereld onder degenen, die hier boven aangehaald worden. Behalve degenen, die in regio’s zijn opgeschrikt door natuurtragedies, epidemieën en pandemieën, leven velen in buitengewone armoede, veroorzaakt door burgeroorlogen, politieke conflicten en andere echt sociale tragedies, waar veel weduwen en wezen zijn. De afdeling Welzijn van de Generale Conferentie werkt niet alleen aan primaire behoeften zoals voedsel, kleding en gezondheid, maar ook om alternatieve bronnen van inkomsten te creëren, het aanmoedigen van kleine gemeenschappelijke bedrijven, boerderijen en bakkerijen, evenals scholen bouwen en landbouwwerktuigen en zaden kopen, allemaal met het doel om manieren te vinden om betere levensomstandigheden te bevorderen zonder afhankelijk te zijn van hulp van buitenaf. Dit is een uitdaging, maar we geloven in de goddelijke voorziening en worden versterkt door de financiële steun van onze broeders en zusters wereldwijd. Laten we vandaag, als we geven, bedenken, dat we dienen ‘één van de minste’ van deze kleine broeders. Wees alstublieft genereus en onbaatzuchtig, geef een echt offer. Laten we het beste van onszelf in deze gave steken, zodat we, wanneer we het voorrecht hebben onze Heiland te ontmoeten, onder degenen kunnen zijn, die de vreugde hebben te horen: ‘Gij hebt het voor Mij gedaan’!

–De Afdeling Welzijn van de Generale Conferentie