Het Evangelie volgens Paulus: Romeinen — SABBAT, 29 januari 2022

Les 5: NIET LANGER SLAVEN OM TE ZONDIGEN

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”

Romeinen 6:14

“De verzoening van Christus is niet alleen maar een handige manier, waardoor onze zonden vergeven kunnen worden; het is een goddelijk geneesmiddel voor de genezing van zonde en het herstel van geestelijke gezondheid. Het is het door God ingestelde middel, waardoor de gerechtigheid van Christus niet alleen op ons, maar in ons hart en karakter kan zijn.” —Bijbelkommentaar, blz. 467.

Aanvullende studie :: -Romeinen 6 (het hele hoofdstuk);; -The Signs of the Times, 27 januari;; - 3 februari 1898: “Christus kennen”.

ZONDAG — 23 januari

1. Gods kracht in rechtvaardiging

A. Wat gebeurt er, als een berouwvolle zondaar gerechtvaardigd is?

Matthéüs 6:12;

Mattheüs 6:12: En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.

Johannes 1:12-13.

Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Johannes 1:13: Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

“Er is vergiffenis voor de berouwvolle zondaar; want Christus is ‘het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29). Gods belofte luidt: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’. ‘Een nieuw hart zal Ik u geven… Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven’ (Jesaja 1:18; Ezechiël 36:26-27).” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 12.

“Gods vergiffenis is niet zuiver een rechtskundige daad, waardoor Hij ons vrijstelt van veroordeling. Het is niet slechts vergiffenis voor zonde, maar een verzaken van de zonde. Het is het uitvloeisel van verlossende liefde, die het hart verandert.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 101.

“Degenen, die Christus aannemen als een zonde vergevende Verlosser, zijn bekleed met Zijn klederen van licht. Hij neemt hun zonden weg en schenkt hun Zijn gerechtigheid. Hun vreugde is volledig…

Hij, die werkelijk bekeerd is, zal zo vervuld zijn met de liefde van God, dat hij ernaar zal verlangen anderen de vreugde te geven, die hij zelf bezit.” –Manuscript Releases 13, blz. 212.

MAANDAG — 24 januari

2. Dood voor zonde, leven voor Christus

A. Zijn wij vrij om in zonde te leven, nadat wij gerechtvaardigd zijn door het geloof?

Romeinen 6:1-2.

Romeinen 6:1: Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade te meerder worde? Romeinen 6:2: Dat zij verre. Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven?

“Door trouw gehoorzaam te zijn aan de waarheid maken zij hun roeping en verkiezing vast.” —Bijbelkommentaar, blz. 536.

B. Wat symboliseert de doop eigenlijk?

Romeinen 6:3-5.

Romeinen 6:3: Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Romeinen 6:4: Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Romeinen 6:5: Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding;

“De opstanding van Christus wordt herdacht, wanneer wij ons met Hem laten begraven in de doop, en opstaan uit het watergraf, in de gelijkheid aan Zijn opstanding, om in nieuwigheid des levens te leven.” –Eerste Geschriften, blz. 257.

“Allen, die zonen of dochters van God zijn, zullen goddeloosheid en wereldse lusten weigeren. Allen, die hun positie aan de kant van de Heer innemen, zullen, als takken van de Ware Wijnstok, voeding ontvangen en zullen door de wijnstok worden gestimuleerd om dezelfde vrucht te dragen. Zij zullen in samenwerking met God zijn, overeenkomstig hun vermogen, zich oefenend tot godzaligheid door te wandelen in nieuwigheid des levens, hetgeen dagelijkse berouw tot God is, en geloof jegens onze Heer Jezus Christus.” —The Review and Herald, 23 februari 1897.

C. Wanneer sterft de gelovige voor de zonde?

2 Korinthe 5:14;

2 Korinthe 5:14: Want de liefde van Christus dringt ons;

Romeinen 6:6.

Romeinen 6:6: Dit wetende, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam der zonde te niet gedaan worde, opdat wij niet meer de zonde dienen.

Hoe kan hij/zij deze ervaring behouden?

Romeinen 6:11-13;

Romeinen 6:11: Alzo ook gijlieden, houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levende zijt in Christus Jezus, onzen Heere. Romeinen 6:12: Dat dan de zonde niet heerse in uw sterfelijk lichaam, om haar te gehoorzamen in de begeerlijkheden deszelven lichaams. Romeinen 6:13: En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.

1 Korinthe 15:31.

1 Korinthe 15:31: Ik sterf alle dagen, hetwelk ik betuig bij onzen roem, dien ik heb in Christus Jezus, onzen Heere.

“Paulus’ heiliging was het gevolg van een constante strijd met het ik. Hij zei: ‘Ik sterf alle dagen’ (1 Korinthe 15:31). Zijn wil en zijn verlangens waren elke dag in strijd met de plicht en de wil van God. In plaats van neigingen te volgen deed hij Gods wil, hoewel zijn eigen natuur kruisigend.” –Testimonies for the Church 8, blz. 313.

“Toen u opstond uit het watergraf tijdens uw doop, hebt u beleden dood te zijn en verklaard, dat uw leven veranderd was, met Christus verborgen in God. U hebt beweerd, dat u dood was voor de zonde en gereinigd was van uw geërfde en aangeleerde trekken van het kwaad. Bij het doorgaan met de rite van de doop hebt u voor God beloofd om dood te blijven voor de zonde. Uw mond zou een geheiligde mond blijven, uw tong een bekeerde tong. U zou spreken over Gods goedheid en Zijn geheiligde naam loven. Op deze wijze zou u een grote hulp zijn en zegen betekenen voor de gemeente.” —Bijbelkommentaar, blz. 556.

DINSDAG — 25 januari

3. Overwinning verzekerd

A. Wat is betrokken bij dood voor de zonde en het ik?

Romeinen 6:15-18;

Romeinen 6:15: Wat dan? Zullen wij zondigen, omdat wij niet zijn onder de wet, maar onder de genade? Dat zij verre. Romeinen 6:16: Weet gij niet, dat wien gij uzelven stelt tot dienstknechten ter gehoorzaamheid, gij dienstknechten zijt desgenen, dien gij gehoorzaamt, of der zonde tot den dood, of der gehoorzaamheid tot gerechtigheid? Romeinen 6:17: Maar Gode zij dank, dat gij wel dienstknechten der zonde waart, maar dat gij nu van harte gehoorzaam geworden zijt aan het voorbeeld der leer, tot hetwelk gij overgegeven zijt; Romeinen 6:18: En vrijgemaakt zijnde van de zonde, zijt gemaakt dienstknechten der gerechtigheid.

Kolossensen 3:1-5;

Kolossenzen 3:1: Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods. Kolossenzen 3:2: Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Kolossenzen 3:3: Want gij zijt gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God. Kolossenzen 3:4: Wanneer nu Christus zal geopenbaard zijn, Die ons leven is, dan zult ook gij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid. Kolossenzen 3:5: Doodt dan uw leden, die op de aarde zijn, namelijk hoererij, onreinigheid, schandelijke beweging, kwade begeerlijkheid, en de gierigheid, welke is afgodendienst.

Kolossensen 3:8-10.

Kolossenzen 3:8: Maar nu legt ook gij dit alles af, namelijk gramschap, toornigheid, kwaadheid, lastering, vuil spreken uit uw mond. Kolossenzen 3:9: Liegt niet tegen elkander, dewijl gij uitgedaan hebt den ouden mens met zijn werken, Kolossenzen 3:10: En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft;

B. Waar moeten onze genegenheden gecentreerd zijn?

Kolossensen 3:2;

Kolossenzen 3:2: Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Hebreeën 12:2.

Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God.

“De hemel zal goedkoop genoeg zijn, indien wij hem door lijden verkrijgen. Wij moeten onszelf de gehele weg langs verloochenen, onszelf dagelijks afsterven, Jezus alleen laten verschijnen, en Zijn heerlijkheid voortdurend in het oog houden.” —Eerste Geschriften, blz. 70-71.

“Als degenen, die heden het Woord Gods onderwijzen, meer en steeds meer het kruis van Christus zouden roemen, zou hun arbeid veel succesvoller zijn. Wanneer zondaars ertoe gebracht kunnen worden om ernstig naar het kruis op te zien, en wanneer zij een volle blik op de gekruisigde Heiland kunnen werpen, zullen zij zich de diepte van Gods ontferming en de schandelijkheid van hun zonde bewust worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 154.

C. Welke zekerheid is gegeven, dat wij inderdaad de zonde kunnen overwinnen in de kracht van Jezus?

Romeinen 6:14;

Romeinen 6:14: Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade.

1 Johannes 5:4;

1 Johannes 5:4: Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, namelijk ons geloof.

1 Korinthe 15:57.

1 Korinthe 15:57: Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.

“Het is onmogelijk voor ons in eigen kracht de aandrang van onze gevallen natuur te weerstaan. Langs deze weg zal Satan de verleiding tot ons doen komen. Christus wist, dat de vijand tot ieder menselijk wezen zou komen, om misbruik te maken van de aangeboren zwakheid en om door valse leerstellingen allen, wier vertrouwen niet in God is, in zijn netten te verstrikken. En door de weg te gaan, die ook de mens moet gaan, heeft onze Heere ons de weg tot overwinning voorbereid. Het is niet Zijn wil, dat wij in een ongunstige positie geplaatst zouden worden in de strijd met Satan. Hij wil niet, dat wij beangstigd of ontmoedigd zullen worden door de aanvallen van de slang. ‘Houdt goede moed’, zegt Hij; ‘Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33).

Laat hij, die worstelt tegen de macht van de begeerte, zien op de Heiland in de woestijn der verzoeking. Zie op Hem in Zijn doodsstrijd aan het kruis, wanneer Hij uitroept: ‘Mij dorst’. Hij heeft alles verdragen, wat wij mogelijk te dragen kunnen krijgen. Zijn overwinning is de onze.

Jezus rustte in de wijsheid en kracht van Zijn hemelse Vader. Hij verklaart: ‘De Heere Heere helpt Mij, daarom werd Ik niet te schande’ (Jesaja 50:7).” —De Wens der Eeuwen, blz. 93.

WOENSDAG — 26 januari

4. Slaven van zonde tegenover slaven van gerechtigheid

A. Hoe kunnen wij overwinnen, zoals Christus deed?

2 Petrus 1:4.

2 Petrus 1:4: Door welke ons de grootste en dierbare beloften geschonken zijn, opdat gij door dezelve der goddelijke natuur deelachtig zoudt worden, nadat gij ontvloden zijt het verderf, dat in de wereld is door de begeerlijkheid.

“’De overste der wereld komt’, zei Jezus, ‘en heeft aan Mij niets’ (Johannes 14:30). In Hem was niets, dat inging op de bedrieglijke wijsheid van Satan. Hij stemde niet in met de zonde. Zelfs niet in gedachten gaf Hij toe aan de verleiding. Zo kan het ook met ons zijn. Christus’ menselijke natuur was verbonden met de goddelijkheid. Hij was gereed de strijd aan te binden, omdat de Heilige Geest in Hem woonde. En Hij kwam om ons deel te doen hebben aan de goddelijke natuur. Zolang we met Hem door het geloof zijn verbonden, heeft de zonde geen macht meer over ons. God tracht de hand van geloof in ons te grijpen om die hand zo te leiden, dat ze zich aan de goddelijkheid van Christus zal vasthouden, opdat wij volmaaktheid van karakter mogen bereiken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 94.

“Zullen wij de vijandschap, die Christus tussen de mens en de slang heeft geplaatst, niet aannemen?” —That I May Know Him, blz. 16.

B. Hoe beschrijft Paulus de menselijke toestand, wanneer men gescheiden is van God? Efeze 2:1-3;

Romeinen 6:20-21.

Romeinen 6:20: Want toen gij dienstknechten waart der zonde, zo waart gij vrij van de gerechtigheid. Romeinen 6:21: Wat vrucht dan hadt gij toen van die dingen, waarover gij u nu schaamt? Want het einde derzelve is de dood.

Maar wat gebeurt er, als wij ons overgeven aan Christus?

Romeinen 6:19,

Romeinen 6:19: Ik spreek op menselijke wijze, om der zwakheid uws vleses wil; want gelijk gij uw leden gesteld hebt, om dienstbaar te zijn der onreinigheid en der ongerechtigheid, tot ongerechtigheid, alzo stelt nu uw leden, om dienstbaar te zijn der gerechtigheid, tot heiligmaking.

Romeinen 6:22-23.

Romeinen 6:22: Maar nu, van de zonde vrijgemaakt zijnde, en Gode dienstbaar gemaakt zijnde, hebt gij uw vrucht tot heiligmaking, en het einde het eeuwige leven. Romeinen 6:23: Want de bezoldiging der zonde is de dood, maar de genadegift Gods is het eeuwige leven, door Jezus Christus, onzen Heere.

“Satan werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, niet alleen door toegang te hebben tot hun geest, maar werkt door hun invloed, bewust en onbewust, om anderen te trekken tot dezelfde ongehoorzaamheid.” –Selected Messages 1, blz. 94.

“Wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft, neemt een nieuwe macht bezit van het nieuwe hart. Er wordt een verandering teweeggebracht, die de mens nooit zelf kan bewerken. Het is een bovennatuurlijk werk, dat een bovennatuurlijk element brengt in de menselijke natuur. De ziel, die aan Christus is overgegeven, wordt Zijn eigen burcht, die Hij bezet houdt in een opstandige wereld, en het is Zijn bedoeling, dat deze ziel geen ander gezag zal kennen dan het Zijne. Een ziel, die op deze wijze in het bezit is van de hemelse machten, is onaantastbaar voor de aanvallen van Satan. Maar, tenzij wij ons aan de heerschappij van Christus overgeven, zullen wij geregeerd worden door de boze. Het is onvermijdelijk, dat wij in de macht zijn van één van beide grote machten, die strijden om de oppermacht in deze wereld. Het is niet noodzakelijk, dat wij moedwillig kiezen voor het koninkrijk der duisternis om onder de heerschappij daarvan te komen. We hoeven slechts na te laten ons te verbinden met het koninkrijk des lichts. Indien wij niet samenwerken met de hemelse machten, zal Satan bezit nemen van het hart en het tot zijn woonplaats maken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 274.

DONDERDAG — 27 januari

5. De gave van eeuwig leven

A. Wat is beloofd aan hen, die volharden in het geloven in Christus?

Kolossensen 1:21-23;

Kolossenzen 1:21: En Hij heeft u, die eertijds vervreemd waart, en vijanden door het verstand in de boze werken, nu ook verzoend, Kolossenzen 1:22: In het lichaam Zijns vleses, door den dood, opdat Hij u zou heilig en onberispelijk en onbeschuldiglijk voor Zich stellen; Kolossenzen 1:23: Indien gij maar blijft in het geloof, gefondeerd en vast, en niet bewogen wordt van de hope des Evangelies, dat gij gehoord hebt, hetwelk gepredikt is onder al de kreature, die onder den hemel is; van hetwelk ik Paulus een dienaar geworden ben;

Romeinen 6:23 (tweede deel).

[Rom.6.23.b]

“Als wij ons vertrouwen stellen in Jezus Christus, gehoorzaam zijn tot gerechtigheid, werken engelen van God in onze harten tot gerechtigheid.” –Selected Messages 1, blz. 94.

B. Hoe karakteriseerde Christus het eeuwige leven in Zijn voorbede, en op welke voorwaarde is eeuwig leven mogelijk?

Johannes 17:3;

Johannes 17:3: En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.

1 Johannes 5:12-13,

1 Johannes 5:12: Die den Zoon heeft, die heeft het leven; die den Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet. 1 Johannes 5:13: Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.

1 Johannes 5:20.

1 Johannes 5:20: Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.

“(Zie Johannes 17:3). Deze woorden betekenen veel. Alleen door Christus te kennen kunnen wij God kennen. De Gezondene van God roept allen op om naar deze woorden te luisteren. Het zijn de woorden van God, en iedereen moet er acht opslaan; want door hen zullen zij geoordeeld worden. Christus reddend te kennen is bezield worden door geestelijke kennis, Zijn woorden in praktijk brengen. Zonder dit is al het andere waardeloos.” –The Signs of the Times, 27 januari 1898.

“Kennis van God zal een soort kennis vormen, die zo blijvend zal zijn als de eeuwigheid.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 392.

“Terwijl wij Christus kennen in één betekenis, dat Hij de Verlosser van de wereld is, betekent het meer dan dit. Wij moeten een persoonlijke kennis en ervaring hebben in Christus Jezus, een experimentele kennis van Christus, wat Hij voor ons is en wat wij zijn voor Christus. Dat is de ervaring, die iedereen wil. Nu, ik kan het voor niemand van u hebben, en u kunt het ook niet voor mij hebben. Het werk, dat voor ons gedaan moet worden, is door de openbaring van de Heilige Geest van God in de menselijke geest en het menselijk hart. Het hart moet gezuiverd en geheiligd worden.” –This Day With God, blz. 213.

“God kennen is Hem liefhebben.” –De Wens der Eeuwen, blz. 11.

VRIJDAG — 28 januari

Terugblik

1. Wat gebeurt er met mijn prioriteiten, als de Schepper in mij een nieuw hart schept?

2. Wat gebeurt er met de manier, waarop ik spreek, met een nieuw hart?

3. Wat gebeurt er, als ik mijn genegenheid op Christus blijf vestigen?

4. Hoe is mijn menselijke natuur zonder Christus, en wat verandert er, als ik mijn wil volledig aan Christus overgeef?

5. Waarom is het zo belangrijk voor mij om Jezus te kennen als mijn Vriend en Verlosser?