Tekst om te onthouden: “Want de zonde zal over u niet heersen; want gij zijt niet onder de wet, maar onder de genade”
Romeinen 6:14
“De verzoening van Christus is niet alleen maar een handige manier, waardoor onze zonden vergeven kunnen worden; het is een goddelijk geneesmiddel voor de genezing van zonde en het herstel van geestelijke gezondheid. Het is het door God ingestelde middel, waardoor de gerechtigheid van Christus niet alleen op ons, maar in ons hart en karakter kan zijn.” —Bijbelkommentaar, blz. 467.
Aanvullende studie :: -Romeinen 6 (het hele hoofdstuk);; -The Signs of the Times, 27 januari;; - 3 februari 1898: “Christus kennen”.
A. Wat gebeurt er, als een berouwvolle zondaar gerechtvaardigd is?
Matthéüs 6:12;
Johannes 1:12-13.
“Er is vergiffenis voor de berouwvolle zondaar; want Christus is ‘het Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt’ (Johannes 1:29). Gods belofte luidt: ‘Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol’. ‘Een nieuw hart zal Ik u geven… Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven’ (Jesaja 1:18; Ezechiël 36:26-27).” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 12.
“Gods vergiffenis is niet zuiver een rechtskundige daad, waardoor Hij ons vrijstelt van veroordeling. Het is niet slechts vergiffenis voor zonde, maar een verzaken van de zonde. Het is het uitvloeisel van verlossende liefde, die het hart verandert.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 101.
“Degenen, die Christus aannemen als een zonde vergevende Verlosser, zijn bekleed met Zijn klederen van licht. Hij neemt hun zonden weg en schenkt hun Zijn gerechtigheid. Hun vreugde is volledig…
Hij, die werkelijk bekeerd is, zal zo vervuld zijn met de liefde van God, dat hij ernaar zal verlangen anderen de vreugde te geven, die hij zelf bezit.” –Manuscript Releases 13, blz. 212.
A. Zijn wij vrij om in zonde te leven, nadat wij gerechtvaardigd zijn door het geloof?
Romeinen 6:1-2.
“Door trouw gehoorzaam te zijn aan de waarheid maken zij hun roeping en verkiezing vast.” —Bijbelkommentaar, blz. 536.
B. Wat symboliseert de doop eigenlijk?
Romeinen 6:3-5.
“De opstanding van Christus wordt herdacht, wanneer wij ons met Hem laten begraven in de doop, en opstaan uit het watergraf, in de gelijkheid aan Zijn opstanding, om in nieuwigheid des levens te leven.” –Eerste Geschriften, blz. 257.
“Allen, die zonen of dochters van God zijn, zullen goddeloosheid en wereldse lusten weigeren. Allen, die hun positie aan de kant van de Heer innemen, zullen, als takken van de Ware Wijnstok, voeding ontvangen en zullen door de wijnstok worden gestimuleerd om dezelfde vrucht te dragen. Zij zullen in samenwerking met God zijn, overeenkomstig hun vermogen, zich oefenend tot godzaligheid door te wandelen in nieuwigheid des levens, hetgeen dagelijkse berouw tot God is, en geloof jegens onze Heer Jezus Christus.” —The Review and Herald, 23 februari 1897.
C. Wanneer sterft de gelovige voor de zonde?
2 Korinthe 5:14;
Romeinen 6:6.
Hoe kan hij/zij deze ervaring behouden?
Romeinen 6:11-13;
1 Korinthe 15:31.
“Paulus’ heiliging was het gevolg van een constante strijd met het ik. Hij zei: ‘Ik sterf alle dagen’ (1 Korinthe 15:31). Zijn wil en zijn verlangens waren elke dag in strijd met de plicht en de wil van God. In plaats van neigingen te volgen deed hij Gods wil, hoewel zijn eigen natuur kruisigend.” –Testimonies for the Church 8, blz. 313.
“Toen u opstond uit het watergraf tijdens uw doop, hebt u beleden dood te zijn en verklaard, dat uw leven veranderd was, met Christus verborgen in God. U hebt beweerd, dat u dood was voor de zonde en gereinigd was van uw geërfde en aangeleerde trekken van het kwaad. Bij het doorgaan met de rite van de doop hebt u voor God beloofd om dood te blijven voor de zonde. Uw mond zou een geheiligde mond blijven, uw tong een bekeerde tong. U zou spreken over Gods goedheid en Zijn geheiligde naam loven. Op deze wijze zou u een grote hulp zijn en zegen betekenen voor de gemeente.” —Bijbelkommentaar, blz. 556.
A. Wat is betrokken bij dood voor de zonde en het ik?
Romeinen 6:15-18;
Kolossensen 3:1-5;
Kolossensen 3:8-10.
B. Waar moeten onze genegenheden gecentreerd zijn?
Kolossensen 3:2;
Hebreeën 12:2.
“De hemel zal goedkoop genoeg zijn, indien wij hem door lijden verkrijgen. Wij moeten onszelf de gehele weg langs verloochenen, onszelf dagelijks afsterven, Jezus alleen laten verschijnen, en Zijn heerlijkheid voortdurend in het oog houden.” —Eerste Geschriften, blz. 70-71.
“Als degenen, die heden het Woord Gods onderwijzen, meer en steeds meer het kruis van Christus zouden roemen, zou hun arbeid veel succesvoller zijn. Wanneer zondaars ertoe gebracht kunnen worden om ernstig naar het kruis op te zien, en wanneer zij een volle blik op de gekruisigde Heiland kunnen werpen, zullen zij zich de diepte van Gods ontferming en de schandelijkheid van hun zonde bewust worden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 154.
C. Welke zekerheid is gegeven, dat wij inderdaad de zonde kunnen overwinnen in de kracht van Jezus?
Romeinen 6:14;
1 Johannes 5:4;
1 Korinthe 15:57.
“Het is onmogelijk voor ons in eigen kracht de aandrang van onze gevallen natuur te weerstaan. Langs deze weg zal Satan de verleiding tot ons doen komen. Christus wist, dat de vijand tot ieder menselijk wezen zou komen, om misbruik te maken van de aangeboren zwakheid en om door valse leerstellingen allen, wier vertrouwen niet in God is, in zijn netten te verstrikken. En door de weg te gaan, die ook de mens moet gaan, heeft onze Heere ons de weg tot overwinning voorbereid. Het is niet Zijn wil, dat wij in een ongunstige positie geplaatst zouden worden in de strijd met Satan. Hij wil niet, dat wij beangstigd of ontmoedigd zullen worden door de aanvallen van de slang. ‘Houdt goede moed’, zegt Hij; ‘Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 16:33).
Laat hij, die worstelt tegen de macht van de begeerte, zien op de Heiland in de woestijn der verzoeking. Zie op Hem in Zijn doodsstrijd aan het kruis, wanneer Hij uitroept: ‘Mij dorst’. Hij heeft alles verdragen, wat wij mogelijk te dragen kunnen krijgen. Zijn overwinning is de onze.
Jezus rustte in de wijsheid en kracht van Zijn hemelse Vader. Hij verklaart: ‘De Heere Heere helpt Mij, daarom werd Ik niet te schande’ (Jesaja 50:7).” —De Wens der Eeuwen, blz. 93.
A. Hoe kunnen wij overwinnen, zoals Christus deed?
2 Petrus 1:4.
“’De overste der wereld komt’, zei Jezus, ‘en heeft aan Mij niets’ (Johannes 14:30). In Hem was niets, dat inging op de bedrieglijke wijsheid van Satan. Hij stemde niet in met de zonde. Zelfs niet in gedachten gaf Hij toe aan de verleiding. Zo kan het ook met ons zijn. Christus’ menselijke natuur was verbonden met de goddelijkheid. Hij was gereed de strijd aan te binden, omdat de Heilige Geest in Hem woonde. En Hij kwam om ons deel te doen hebben aan de goddelijke natuur. Zolang we met Hem door het geloof zijn verbonden, heeft de zonde geen macht meer over ons. God tracht de hand van geloof in ons te grijpen om die hand zo te leiden, dat ze zich aan de goddelijkheid van Christus zal vasthouden, opdat wij volmaaktheid van karakter mogen bereiken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 94.
“Zullen wij de vijandschap, die Christus tussen de mens en de slang heeft geplaatst, niet aannemen?” —That I May Know Him, blz. 16.
B. Hoe beschrijft Paulus de menselijke toestand, wanneer men gescheiden is van God? Efeze 2:1-3;
Romeinen 6:20-21.
Maar wat gebeurt er, als wij ons overgeven aan Christus?
Romeinen 6:19,
Romeinen 6:22-23.
“Satan werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, niet alleen door toegang te hebben tot hun geest, maar werkt door hun invloed, bewust en onbewust, om anderen te trekken tot dezelfde ongehoorzaamheid.” –Selected Messages 1, blz. 94.
“Wanneer de ziel zich aan Christus overgeeft, neemt een nieuwe macht bezit van het nieuwe hart. Er wordt een verandering teweeggebracht, die de mens nooit zelf kan bewerken. Het is een bovennatuurlijk werk, dat een bovennatuurlijk element brengt in de menselijke natuur. De ziel, die aan Christus is overgegeven, wordt Zijn eigen burcht, die Hij bezet houdt in een opstandige wereld, en het is Zijn bedoeling, dat deze ziel geen ander gezag zal kennen dan het Zijne. Een ziel, die op deze wijze in het bezit is van de hemelse machten, is onaantastbaar voor de aanvallen van Satan. Maar, tenzij wij ons aan de heerschappij van Christus overgeven, zullen wij geregeerd worden door de boze. Het is onvermijdelijk, dat wij in de macht zijn van één van beide grote machten, die strijden om de oppermacht in deze wereld. Het is niet noodzakelijk, dat wij moedwillig kiezen voor het koninkrijk der duisternis om onder de heerschappij daarvan te komen. We hoeven slechts na te laten ons te verbinden met het koninkrijk des lichts. Indien wij niet samenwerken met de hemelse machten, zal Satan bezit nemen van het hart en het tot zijn woonplaats maken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 274.
A. Wat is beloofd aan hen, die volharden in het geloven in Christus?
Kolossensen 1:21-23;
Romeinen 6:23 (tweede deel).
“Als wij ons vertrouwen stellen in Jezus Christus, gehoorzaam zijn tot gerechtigheid, werken engelen van God in onze harten tot gerechtigheid.” –Selected Messages 1, blz. 94.
B. Hoe karakteriseerde Christus het eeuwige leven in Zijn voorbede, en op welke voorwaarde is eeuwig leven mogelijk?
Johannes 17:3;
1 Johannes 5:12-13,
1 Johannes 5:20.
“(Zie Johannes 17:3). Deze woorden betekenen veel. Alleen door Christus te kennen kunnen wij God kennen. De Gezondene van God roept allen op om naar deze woorden te luisteren. Het zijn de woorden van God, en iedereen moet er acht opslaan; want door hen zullen zij geoordeeld worden. Christus reddend te kennen is bezield worden door geestelijke kennis, Zijn woorden in praktijk brengen. Zonder dit is al het andere waardeloos.” –The Signs of the Times, 27 januari 1898.
“Kennis van God zal een soort kennis vormen, die zo blijvend zal zijn als de eeuwigheid.” –Fundamentals of Christian Education, blz. 392.
“Terwijl wij Christus kennen in één betekenis, dat Hij de Verlosser van de wereld is, betekent het meer dan dit. Wij moeten een persoonlijke kennis en ervaring hebben in Christus Jezus, een experimentele kennis van Christus, wat Hij voor ons is en wat wij zijn voor Christus. Dat is de ervaring, die iedereen wil. Nu, ik kan het voor niemand van u hebben, en u kunt het ook niet voor mij hebben. Het werk, dat voor ons gedaan moet worden, is door de openbaring van de Heilige Geest van God in de menselijke geest en het menselijk hart. Het hart moet gezuiverd en geheiligd worden.” –This Day With God, blz. 213.
“God kennen is Hem liefhebben.” –De Wens der Eeuwen, blz. 11.
1. Wat gebeurt er met mijn prioriteiten, als de Schepper in mij een nieuw hart schept?
2. Wat gebeurt er met de manier, waarop ik spreek, met een nieuw hart?
3. Wat gebeurt er, als ik mijn genegenheid op Christus blijf vestigen?
4. Hoe is mijn menselijke natuur zonder Christus, en wat verandert er, als ik mijn wil volledig aan Christus overgeef?
5. Waarom is het zo belangrijk voor mij om Jezus te kennen als mijn Vriend en Verlosser?