Het Evangelie volgens Paulus: Romeinen — SABBAT, 26 maart 2022

Les 13: EEN LAATSTE ERFENIS VAN GELOOF

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “De God nu der hoop vervulle u met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest”

Romeinen 15:13

“Mijn broeders en zusters, houdt de geest op Jezus gericht. Houdt het hart verheven in gebed tot God. Aanschouwt Jezus en wat Hij voor ons heeft doorstaan en geleden, opdat wij dat leven zouden hebben, dat in overeenstemming is met het leven van God.” –Letters and Manuscripts 21, Ms. 95, 1906.

Aanvullende studie :: : -De Weg tot Gezondheid, blz. 434-444.

ZONDAG — 20 maart

1. Moedig bouwen

A. Hoe bouwen wij elkaar het meest doeltreffend op?

Romeinen 14:19.

Romeinen 14:19: Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.

“Jezus Zelf kocht de vrede nooit door een compromis. Zijn hart vloeide over van liefde voor het gehele mensdom, maar Hij was nooit toegevend tegenover hun zonden. Hij was te zeer hun Vriend om te zwijgen, wanneer zij een richting insloegen, die zou leiden tot verderf van hun zielen, de zielen, die Hij gekocht had met Zijn eigen bloed. Hij arbeidde ervoor, dat de mens trouw zou zijn tegenover zichzelf, trouw tegenover zijn hoger en eeuwig belang. De dienstknechten van Christus zijn geroepen tot hetzelfde werk, en zij moeten er acht op slaan, dat zij niet, in hun pogingen tweedracht te vermijden, de waarheid verlaten. Zij moeten ‘najagen hetgeen de vrede en de onderlinge opbouwing bevordert’ (Romeinen 14:19), maar ware vrede kan nooit tot stand gebracht worden door uit te gaan van een compromis. En niemand kan trouw zijn aan beginsel zonder tegenstand op te wekken. Een christendom, dat geestelijk is, zal bestreden worden door de kinderen der ongehoorzaamheid. Maar Jezus gebood Zijn discipelen: ‘Weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden’. Zij, die trouw zijn aan God, hoeven niet te vrezen voor de macht van mensen of de vijandschap van Satan. In Christus is hun eeuwig leven zeker. Hun enige vrees moet zijn, dat zij niet de waarheid opgeven en elders verraad plegen aan het vertrouwen, waarmee God hen heeft geëerd.” –De Wens der Eeuwen, blz. 304.

MAANDAG — 21 maart

2. Gelijk zijn aan Christus

A. Welke verantwoordelijkheid verwaarloost ieder van ons, als leden van het lichaam van Christus, maar al te vaak?

Galaten 6:1-2;

Galaten 6:1: Broeders, indien ook een mens vervallen ware door enige misdaad, gij, die geestelijk zijt, brengt den zodanige te recht met den geest der zachtmoedigheid; ziende op uzelven, opdat ook gij niet verzocht wordt. Galaten 6:2: Draagt elkanders lasten, en vervult alzo de wet van Christus.

Romeinen 15:1-2.

Romeinen 15:1: Maar wij, die sterk zijn, zijn schuldig de zwakheden der onsterken te dragen, en niet onszelven te behagen. Romeinen 15:2: Dat dan een iegelijk van ons zijn naaste behage ten goede, tot stichting.

“Ik ga nog steeds als geloofsgenoot om met broeders en zusters, die zich schuldig hebben gemaakt aan grove zonden, en die zelfs nu hun zonden niet zien, zoals God ze ziet. De Heer is echter geduldig met deze personen, en waarom zou ik dat niet zijn? Hij zal Zijn Geest nog opdracht geven om zo’n indruk op hun hart te maken, dat de zonde hen zal voorkomen, zoals dat met Paulus het geval was, als uitermate zondig.

Wij weten slechts weinig over ons eigen hart en zijn ons weinig bewust van onze eigen behoefte aan de genade van God. Daarom koesteren wij zo weinig dat lieflijke medeleven, dat Jezus ons toont, en dat wij ten opzichte van elkaar moeten tonen. Wij moeten eraan denken, dat onze geloofsgenoten zwakke, falende stervelingen zijn, net als wij. Stel, dat een broeder door onoplettendheid door verzoeking is overweldigd, en geheel tegengesteld aan zijn normale gedrag een of andere fout heeft begaan; welke actie moet dan tegen hem worden ondernomen? Van de Bijbel leren wij, dat mannen, die God gebruikte om een groot en goed werk te verrichten, grove zonden begingen. De Heer liet deze niet onbestraft voorbijgaan, maar Hij verstootte Zijn dienaren ook niet. Wanneer zij zich bekeerden, vergaf Hij hen genadig, openbaarde hen Zijn aanwezigheid en werkte door hen. Laten arme, zwakke stervelingen beseffen, hoe groot hun eigen behoefte aan medelijden en verdraagzaamheid van God en van hun geloofsgenoten is. Laten zij voorzichtig zijn, hoe zij anderen beoordelen en veroordelen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 200-201.

B. Beschrijf het voorbeeld, dat onze Meester ons heeft gegeven.

Romeinen 15:3.

Romeinen 15:3: Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen.

“Terwijl Hij (Jezus) in de wereld was, was Hij niet van de wereld. Het smartte Hem voortdurend om in aanraking te komen met de vijandigheid, de ontaarding en de slechtheid, die Satan had veroorzaakt, maar Hij moest een taak volbrengen om de mens in harmonie te brengen met het goddelijke plan, en de aarde met de hemel te verbinden, en Hij achtte geen offer te groot voor het bereiken van dit doel. Hij ‘is in alle dingen op gelijke wijze als wij verzocht geweest’. Satan stond klaar om Hem bij elke stap aan te vallen, en richtte zijn felste verzoekingen op Hem; toch schrijft de Bijbel over Hem als ons Voorbeeld: ‘Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog is gevonden’…

Terwijl Hij een afschuw had van de zonde, weende Hij vol medelijden over de zondaar. Hij behaagde Zichzelf niet. De Majesteit van de hemel bekleedde Zich met de nederigheid van een kind. Dit is het karakter van Christus. Lopen wij in Zijn voetstappen?” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 345.

DINSDAG — 22 maart

3. Hoop om vooruit te schijnen

A. Waar is onze hoop, wanneer wij geplaagd worden door duisternis?

Romeinen 15:4,

Romeinen 15:4: Want al wat te voren geschreven is, dat is tot onze lering te voren geschreven, opdat wij, door lijdzaamheid en vertroosting der Schriften, hoop hebben zouden.

Romeinen 15:13.

Romeinen 15:13: De God nu der hoop vervulle ulieden met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat gij overvloedig moogt zijn in de hoop, door de kracht des Heiligen Geestes.

“Arme, bevende ziel, rust in de beloften van God. Door dit te doen zullen de boeien van de vijand worden verbroken, zijn suggesties zullen machteloos zijn. Luister niet naar het gefluister van de vijand. Ga vrij, onderdrukte ziel. Houd goede moed. Zeg tegen uw arme, wanhopige hart: ‘Hoop op God, want ik zal Hem toch prijzen, die de gezondheid van mijn gemoedsrust is en mijn God’. Ik weet, dat God u lief heeft. Stel uw vertrouwen in Hem. Denk niet aan die dingen, die droefheid en leed brengen; keer u af van elke onaangename gedachte en denk aan de dierbare Jezus. Sta stil bij Zijn macht om te redden, Zijn onsterfelijke, weergaloze liefde voor u, ook u.” –Testimonies for the Church 2, blz. 319.

B. Wat moet het doel zijn van onze broederschap in Christus?

Romeinen 15:5-7.

Romeinen 15:5: Doch de God der lijdzaamheid en der vertroosting geve u, dat gij eensgezind zijt onder elkander naar Christus Jezus; Romeinen 15:6: Opdat gij eendrachtelijk, met een mond, moogt verheerlijken den God en Vader van onzen Heere Jezus Christus. Romeinen 15:7: Daarom neemt elkander aan, gelijk ook Christus ons aangenomen heeft, tot de heerlijkheid Gods.

“Wanneer Christus een zo groot offer bracht om mensen te redden en ze tot een eenheid te smeden, zoals Hij één was met de Vader, welk offer is dan te groot om door Zijn volgelingen gebracht te worden ten einde die eenheid te bewaren?

Wanneer de wereld een volmaakte harmonie ziet bestaan in de gemeente Gods, dan zal dat voor hen een machtig bewijs zijn ten gunste van de christelijke godsdienst.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 462.

C. Hoe moet deze gezegende ervaring zich uitbreiden?

Romeinen 15:8-12,

Romeinen 15:8: En ik zeg, dat Jezus Christus een dienaar geworden is der besnijdenis, vanwege de waarheid Gods, opdat Hij bevestigen zou de beloftenissen der vaderen; Romeinen 15:9: En de heidenen God vanwege de barmhartigheid zouden verheerlijken; gelijk geschreven is: Daarom zal ik U belijden onder de heidenen, en Uw Naam lofzingen. Romeinen 15:10: En wederom zegt Hij: Weest vrolijk, gij heidenen met Zijn volk! Romeinen 15:11: En wederom: Looft den Heere, al gij heidenen, en prijst Hem, al gij volken! Romeinen 15:12: En wederom zegt Jesaja: Er zal zijn de wortel van Jessai, en Die opstaat, om over de heidenen te gebieden; op Hem zullen de heidenen hopen.

Romeinen 15:16.

Romeinen 15:16: Opdat ik een dienaar van Jezus Christus zij onder de heidenen, het Evangelie van God bedienende, opdat de offerande der heidenen aangenaam worde, geheiligd door den Heiligen Geest.

“De Heer heeft verklaard, dat de heidenen zullen worden vergaderd, en niet alleen de heidenen, maar de Joden… Er zijn overal Joden en aan hen moet het licht van de tegenwoordige waarheid worden gebracht. Onder hen zijn er velen, die tot het licht zullen komen en die de onveranderlijkheid van de wet van God met wonderbaarlijke kracht zullen verkondigen. De Heere God zal werken. Hij zal wonderbaarlijke dingen doen in gerechtigheid.” –Evangelism, blz. 578.

“Paulus leert, dat gelovigen moeten zijn ‘geheiligd door de Heilige Geest’ (Romeinen 15:16). Welke taak heeft de Heilige Geest? Jezus sprak tot Zijn discipelen: ‘Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid’ (Johannes 16:13).” –De Grote Strijd, blz. 434.

WOENSDAG — 23 maart

4. Waarheid verspreiden, geen leugens

A. Waarvoor waarschuwde Paulus aan het einde van zijn brief de gelovigen in Rome?

Romeinen 16:17-19.

Romeinen 16:17: En ik bid u, broeders, neemt acht op degenen, die tweedracht en ergernissen aanrichten tegen de leer, die gij van ons geleerd hebt; en wijkt af van dezelve. Romeinen 16:18: Want dezulken dienen onzen Heere Jezus Christus niet, maar hun buik; en verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen. Romeinen 16:19: Want uw gehoorzaamheid is tot kennis van allen gekomen. Ik verblijde mij dan uwenthalve; en ik wil, dat gij wijs zijt in het goede, doch onnozel in het kwade.

Hoe komt dit probleem tegenwoordig voor?

“Broeder J is misleid en misleidt anderen. Zijn thema was toewijding, toen zijn hart niet goed was. Zijn geest is verdeeld. Hij heeft geen anker gehad om hem vast te houden en is afgedreven zonder een vast geloof. Een groot deel van zijn tijd is besteed in verband met de ene en de andere verslagen en verhalen, die bedoeld zijn om de geest af te leiden en te verontrusten. Hij heeft veel te zeggen over mijn man en mij, en tegen de visioenen. Hij heeft de positie aangenomen van: ‘Vertel het … en ik zal het doorvertellen’. God stuurde hem niet op zo’n missie. Hij weet niet, wie hij heeft gediend. Satan heeft hem gebruikt om gedachten in verwarring te brengen. De weinige invloed, die hij had, heeft hij gebruikt om de gedachten een vooroordeel te geven tegen de boodschap van de derde engel… God zal de ogen van oprechte zielen openen om het wrede werk te begrijpen van degenen, die verstrooien en verdeeldheid zaaien. Hij zal degenen aanduiden, die verdeeldheid veroorzaken, opdat iedere oprechte kan ontsnappen aan Satans strik.” –Testimonies for the Church 1, blz. 334.

B. Waarom kunnen wij voorwaarts gaan en hoopvol vooruitkijken?

Romeinen 16:20.

Romeinen 16:20: En de God des vredes zal den satan haast onder uw voeten verpletteren. De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.

“Tot de tijd, dat Christus met macht en grote heerlijkheid zal verschijnen op de wolken des hemels, zullen de mensen in de geest meer ontaarden en zich van de waarheid keren tot fabelen. Nochtans zal de Gemeente zware tijden meemaken. Ze zal profeteren met zakken bekleed. Maar ofschoon ze met ketterijen en vervolgingen zal te kampen hebben, ofschoon ze moet strijden tegen de ongelovige en de afvallige, zal ze niettemin het hoofd van Satan vermorzelen. De Heere zal een volk hebben zo zuiver als goud en met een geloof zo vast als een rots van graniet. Ze zijn in de wereld Zijn getuigen, Zijn instrumenten om een bijzonder,een glorievol werk te doen in de tijd van Zijn voorbereiding.

De Evangelieboodschap wint geen enkele ziel voor Christus, of baant zich haar weg tot een enkel hart, zonder het hoofd van Satan te verwonden. Wanneer een gevangene aan zijn greep wordt ontworsteld, bevrijd uit zijn kluisters, leidt de tiran een nederlaag. De uitgevershuizen, de persen zijn middelen in Gods hand om aan elke taal en volk het kostelijke licht der waarheid te zenden. Tot zelfs in heidense landen breekt het licht door en doet afbreuk aan het bijgeloof en elke denkbare dwaling.” —Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 612-613.

DONDERDAG — 24 maart

5. Het eeuwige, prachtige mysterie

A. Hoe moeten wij de ontvouwing van het mysterie van de verlossing hartgrondiger koesteren?

Romeinen 16:25-27.

Romeinen 16:25: Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest; Romeinen 16:26: Maar nu geopenbaard is, en door de profetische Schriften, naar het bevel des eeuwigen Gods, tot gehoorzaamheid des geloofs, onder al de heidenen bekend is gemaakt; Romeinen 16:27: Den zelven alleen wijzen God zij door Jezus Christus de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

“Vanaf de eerste aankondiging der hoop in het vonnis, uitgesproken in het Paradijs, tot de laatste heerlijke belofte van de Openbaring: ‘Zij zullen Zijn aangezicht zien en Zijn naam zal op hun voorhoofden zijn’ (Openbaring 22:4), is de omlijnde gedachte van elk boek en elk onderdeel van de Bijbel de ontvouwing van dit wonderlijke onderwerp, de verheffing van de mens, de kracht Gods, ‘die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus’ (1 Korinthe 15:57).

Wie deze gedachte in zich opneemt, heeft vóór zich een onbegrensd studieterrein. Hij heeft de sleutel, die de hele schatkamer van Gods Woord voor hem zal ontsluiten.

De wetenschap der verlossing is de wetenschap van alle wetenschap; de wetenschap die bestudeerd wordt door de engelen en de verstandelijke wezens der niet gevallen werelden; de wetenschap die de aandacht van onze Heere en Heiland in beslag neemt; de wetenschap die ingaat tot het doel, uitgedacht door de Oneindige en ‘eeuwenlang verzwegen’ (Romeinen 16:25), de wetenschap, die door de eindeloze eeuwen heen, bestudeerd zal worden door Gods verlosten. Dit is de hoogste studie, waarmee de mens zich kan bezighouden. En als geen andere studie zal ze de geest verkwikken en de ziel verheffen.” —Karaktervorming, blz. 125-126.

“In ons leven hier, aards en door de zonde beperkt, wordt de grootste vreugde gesmaakt en de hoogste opvoeding verkregen in het dienen. En in het toekomstige leven zal, niet belemmerd door de beperkingen van een zondige mensheid, eveneens in het dienen onze grootste vreugde en hoogste opvoeding gevonden worden. Steeds zullen wij getuigen en in dat getuigen bij vernieuwing leren ‘de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid… welke is Christus onder u, de hoop der heerlijkheid’ (Kolossensen 1:27).” –Karaktervorming, blz. 308-309.

VRIJDAG — 25 maart

Terugblik

1. Hoe kan ik anderen doeltreffender opbouwen met mijn gesprek?

2. Wat moet mijn gebed zijn, als ik gebreken bij anderen opmerk?

3. Wat kunnen wij doen om onze gemeenschap in Christus te laten bloeien en uitbreiden?

4. Waarom zijn kwaadspreken en roddelen zo schadelijk voor de gemeente?

5. Noem enkele van de grootste vreugden van het hiernamaals.