Tekst om te onthouden: “Maar doet aan de Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden”
Romeinen 13:14
“(Zie Romeinen 13:14). Laat iedere ziel acht slaan op deze woorden en weten, dat de Heer Jezus geen compromis zal aanvaarden.” –Testimonies to Ministers, blz. 171.
Aanvullende studie :: -Testimonies for the Church 6, blz. 394-403.
A. Leg uit, wat de veelomvattende plichten zijn van christenen uit alle tijdperken met betrekking tot aardse autoriteiten.
Romeinen 13:1-7;
Handelingen 4:18-20;
Handelingen 5:17-20.
“Toen de discipelen na Zijn opstanding Christus predikten, en dien gekruisigd, bevalen de autoriteiten ‘hun in het geheel niet meer te spreken over of te leren op gezag van de naam van Jezus’…. (Zie Handelingen 4:19-20). Zij gingen door met het verkondigen van het goede nieuws van verlossing door Christus, en de kracht van God ging gepaard aan hun boodschap. De zieken werden genezen, en duizenden werden aan de gemeente toegevoegd…
De God des hemels, de machtige Heerser van het universum, nam het werk echter Zelf ter hand; want mensen voerden oorlog tegen Zijn werk. Hij liet hun duidelijk zien, dat er een Heerser is, die boven de mens staat, Wiens gezag gerespecteerd moet worden…
Zij, die mensen willen dwingen tot het gehoorzamen van pauselijke instellingen en Gods gezag te vertrappen, doen een soortgelijk werk als de Joodse leiders in de tijd van de apostelen. Wanneer de wetten van aardse heersers lijnrecht tegenover de wetten van de Opperheer van het universum komen te staan, zullen Gods getrouwe onderdanen Hem blijven gehoorzamen.” —Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 580-581.
“Ik zag, dat het in elk opzicht onze plicht is de wetten van ons land te gehoorzamen, tenzij deze in conflict komen met de hogere wet, die God met luide stem verkondigd heeft van de Sinaï, en daarna met Zijn eigen vinger op steen gegrift.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 47.
A. Welke houding en toetssteen leerde Christus met betrekking tot onze plichten jegens God en de regering?
Markus 12:13-17;
Romeinen 14:16.
“Christus’ antwoord was geen ontwijking, maar een eerlijk antwoord op de vraag. Terwijl Hij een Romeinse munt, waarop de naam en de beeltenis van Caesar waren geslagen, in Zijn hand hield, verklaarde Hij, dat, aangezien zij leefden onder de bescherming van de Romeinse macht, zij die macht de steun, die zij eiste, moesten verlenen, zolang dit niet in strijd kwam met een hogere plicht. Maar terwijl ze op vreedzame wijze onderdanig moesten zijn aan de wetten van het land, moesten ze te allen tijde in de eerste plaats God trouw blijven.” –De Wens der Eeuwen, blz. 523.
B. Beschrijf de houding, die wij altijd moeten tonen ten opzichte van regeerders, zoals blijkt uit getrouwe mannen van God.
Daniël 6:16-22;
Titus 3:1-2;
1 Petrus 2:17.
“Wij moeten de menselijke regeringen als een goddelijke instelling erkennen, en gehoorzaamheid aan hen, zolang zij binnen hun wettelijke grenzen blijven, als een heilige plicht de mensen voorhouden. Maar wanneer hun aanspraken in tegenspraak komen met die van God, dan moeten wij Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen. Gods Woord moet als verheven boven alle menselijke wetgeving worden beschouwd. Een ‘zo zegt de Heere’ mag niet ten achter worden gesteld bij een “zo zegt de kerk” of een “zo zegt de staat”. De kroon van Christus moet boven de diademen van aardse machthebbers worden verheven.
Van ons wordt niet geëist, dat wij gezagsdragers zullen trotseren. Onze woorden, tenzij gesproken of geschreven, moeten zorgvuldig worden overdacht, opdat van ons niet kan worden gezegd, dat we vijandig staan tegenover wet en orde. Wij moeten niets zeggen of doen, dat ons de weg onnodig zou blokkeren. Wij moeten in de naam van Christus voorwaarts gaan met de verkondiging van de waarheden, die ons zijn toevertrouwd.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 50.
“Het is niet verstandig om aanhoudend kritiek uit te oefenen op, hetgeen de regering doet. Het is niet onze taak personen of instellingen aan te vallen… Ons werk is een volk voor te bereiden, dat staan zal in de grote dag van God. Wij moeten ons niet op zijwegen begeven, wat strijd veroorzaakt of tegenstand opwekt bij hen, die niet van ons geloof zijn…
In alle ootmoed, in de geest der genade en in de liefde Gods moeten we de mensen wijzen op het feit, dat de Here God de Schepper is van hemel en aarde, en dat de zevende dag de Sabbat des Heren is.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 42-43, 44.
A. Beschrijf de invloed van het hebben van Gods wet in ons hart.
Romeinen 13:8-10.
“Gods wet wordt alleen vervuld als mensen Hem liefhebben met hart, verstand, ziel en kracht, en hun naaste als zichzelf. Het is de openbaring van deze liefde, die eer brengt aan God in de hoge, en op aarde vrede en goede wil aan de mensen. De Heer wordt verheerlijkt, wanneer het grote doel van Zijn wet is bereikt. Het is het werk van de Heilige Geest van eeuw tot eeuw om liefde te schenken aan de harten van mensen, want liefde is het levende principe van broederschap.
Niet één gaatje of hoekje van de ziel moet een schuilplaats zijn voor egoïsme. God verlangt, dat het plan van de hemel uitgevoerd zal worden en dat de goddelijke orde en harmonie van de hemel zal zegevieren, in elk gezin, in elke gemeente, in elke instelling. Had deze liefde de samenleving doordrongen, dan zouden wij de uitwerking zien van nobele principes van christelijke verfijning en hoffelijkheid, en in christelijke naastenliefde voor de verworvenheid van het bloed van Christus. Geestelijke verandering zou worden gezien in al onze gezinnen, in onze instellingen, in onze gemeenten. Wanneer deze verandering plaatsvindt, zullen deze middelen instrumenten worden, waarmee God hemels licht aan de wereld zal geven en zo, door goddelijke discipline en training, mannen en vrouwen geschikt maken voor de samenleving van de hemel.
Jezus is heengegaan om woningen te bereiden voor degenen, die zichzelf, door Zijn liefde en genade, voorbereiden op de verblijfplaatsen van gelukzaligheid. In het gezin van God in de hemel zal er niemand gevonden worden, die egoïstisch is. De vrede en harmonie van de hemelse hoven zullen niet worden verstoord door de aanwezigheid van iemand, die ruw of onvriendelijk is. Hij, die in deze wereld zichzelf verheft in het werk, dat hem te doen is gegeven, zal het koninkrijk van God nooit zien, tenzij hij van geest is veranderd, tenzij hij zachtmoedig en nederig wordt en de eenvoud toont van een klein kind.” —Testimonies for the Church 8, blz. 139-140.
B. Welke ontnuchterende roep weerklinkt tot ons nu meer dan ooit?
Romeinen 13:11.
“Laten predikanten en leke-leden uitgaan in de rijpende velden om de lauwen en onverschilligen te zeggen, dat ze de Heere moeten zoeken, zolang Hij te vinden is.” —Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 264.
“Nu is de dag des Heeren dichterbij dan toen wij eerst geloofden, en moeten wij oprechter, ijveriger en vuriger zijn dan in die eerste dagen. De gevaren, die ons bedreigen, zijn nu groter dan toen. Zielen zijn meer verhard. Nu moeten wij vervuld worden met de Geest van Christus, en wij moeten niet rusten, voordat wij die hebben ontvangen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 134.
A. Wat is cruciaal, als wij het einde der tijden naderen?
Romeinen 13:12-14.
“De Heer heeft de hemel niet gesloten voor Zijn volk; maar hun eigen weg van voortdurend terugvallen, gekibbel, afgunst en strijd, heeft hen van Hem gescheiden. Trots en liefde voor de wereld leven in het hart…
Onzuiverheid is wijdverbreid, zelfs onder degenen, die belijden de volgelingen van Christus te zijn. Velen nemen gretig deel aan werelds, demoraliserend amusement, dat Gods woord verbiedt. Zo verbreken zij steeds hun verbinding met God en rangschikken zij zich bij de liefhebbers van het plezier van de wereld. Als God hun zonden voor hen zou presenteren, zoals zij in Zijn ogen verschijnen, zouden zij vervuld zijn van schaamte en schrik.
En wat heeft deze alarmerende toestand veroorzaakt? Velen hebben de theorie van de godsdienstige waarheid aangenomen, maar zijn niet tot haar principes bekeerd. Er zijn er inderdaad maar weinig, die echt bedroefd zijn over de zonde; die diepe, scherpe overtuigingen hebben van de verdorvenheid van de niet wedergeboren natuur, en proberen te wandelen, zoals Christus gewandeld heeft. Het stenen hart wordt niet ingeruild voor een hart van vlees. Weinigen zijn bereid op de Rots te vallen en gebroken te worden.
Wat een ongeëvenaarde liefde en neerbuigendheid, dat Christus, toen wij geen aanspraak hadden op goddelijke barmhartigheid, bereid was om onze verlossing op Zich te nemen! Maar onze grote Heelmeester eist van elke ziel onvoorwaardelijke gehoorzaamheid. Wij mogen nooit voorschrijven voor ons eigen geval. Christus heeft de volledige controle over onze wil en handelen, anders zal Hij niet voor ons ondernemen.” — The Signs of the Times, 14 juli 1887.
“Wij staan als het ware aan de grens van de eeuwige wereld. Wij kijken uit naar de glorieuze verschijning van onze Heer; de nacht is ver gevorderd; de dag is nabij. Wanneer wij de grootheid van het verlossingsplan beseffen, zullen wij veel moediger, meer bereid tot zelfopoffering en meer toegewijd zijn dan nu.
Er wacht een groot werk om door ons te worden gedaan, voordat succes onze inspanningen zal bekronen. Er moeten besliste hervormingen plaatsvinden in onze gezinnen en in onze gemeenten. Ouders moeten zich inspannen voor de redding van hun kinderen. God zal onze inspanningen ondersteunen, wanneer wij van onze kant alles doen, wat Hij ons heeft opgedragen en waartoe Hij ons heeft bekwaamd. Maar vanwege ons ongeloof, wereldsgezindheid en traagheid, sterven zielen, die met bloed zijn gekocht, in de schaduw van onze eigen gezinnen in hun eigen zonden, zonder te zijn gewaarschuwd. Kan Satan dan altijd maar weer triomferen? O nee! Het licht, dat van het kruis van Golgotha schijnt, geeft aan, dat er een groter werk gedaan moet worden dan onze ogen tot dusver hebben aanschouwd.” –Getuigenissen voor de gemeente 5, blz. 312.
A. Hoe moeten wij, gezien het feit dat alle mensen verschillend zijn, met elkaar omgaan?
Romeinen 14:7-13.
“Elke samenwerking van het leven vraagt om de uitoefening van zelfbeheersing, verdraagzaamheid en sympathie. Wij verschillen zo sterk in gezindheid, gewoonten, opleiding, dat onze manier van kijken naar dingen verschilt. Wij oordelen anders. Ons begrip van de waarheid, onze ideeën met betrekking tot het gedrag van het leven, zijn niet in alle opzichten hetzelfde. Er zijn er geen twee, wiens leven in elk opzicht hetzelfde is. De beproevingen van de één zijn niet de beproevingen van de ander. De plichten, die de één licht vindt, zijn voor de ander zeer moeilijk en verwarrend.
Zo broos, zo onwetend, zo vatbaar voor misvattingen is de menselijke natuur, dat iedereen voorzichtig moet zijn in de schatting, die hij op een ander plaatst. Wij weten weinig van de invloed van onze daden op het leven van anderen. Wat wij doen of zeggen, lijkt ons misschien van weinig belang, maar als wij onze ogen konden openen, zouden wij inzien, dat de belangrijkste gevolgen ten goede of ten kwade ervan afhingen.” –Gospel Workers, blz. 473.
B. Hoe ziet de Heer degenen, die verdeeldheid veroorzaken in Zijn gemeente, en hoe alleen kunnen wij eenheid bereiken, zowel in het gezin als in de gemeente?
Spreuken 6:16-19;
Kolossensen 1:27-28.
“Gescheiden zijn van Christus is de oorzaak van verdeeldheid en tweedracht in het gezin en in de gemeente. Nader tot Christus komen betekent: Nader tot elkaar komen. Het geheim van ware eenheid in de gemeente en in het gezin is niet diplomatie, niet een kwestie van een goede manager. Het is niet een bovenmenselijke worsteling om moeilijkheden te overwinnen, ook al moet hieraan wel veel gedaan worden, maar het is eenheid met Christus…
Hoe dichter wij bij Christus komen, des te dichter zijn we bij elkaar. Wij verheerlijken God, als Zijn volk harmonieus met elkaar omgaat.” –Het Bijbels Gezin, blz. 145.
1. Welk voorbeeld geef ik vrienden en familie met betrekking tot aardse autoriteit?
2. Leg de harmonie uit van het eren van de Majesteit van de hemel boven alles.
3. Hoe zou mijn houding de Geest van God in mijn leven kunnen belemmeren?
4. Welke acties moet ik ondernemen ter voorbereiding op de wederkomst van Christus?
5. Hoe zullen mijn relaties met anderen veranderen, als ik Christus volledig zoek?