Het Evangelie volgens Paulus: Romeinen — SABBAT, 5 maart 2022

Les 10: VERANDERD DOOR GODS LIEFDE

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En wordt deze wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God is”

Romeinen 12:2

“Wij moeten onszelf geven aan de dienst van God, en we moeten deze offerande zo volmaakt mogelijk doen zijn. God is niet tevreden met minder dan het beste, dat we geven kunnen. Zij, die Hem met geheel hun hart liefhebben, zullen ernaar streven Hem het beste deel van hun leven te wijden, en zich geheel en al in overeenstemming te brengen met de wetten, die hun mogelijkheden om Zijn wil te volbrengen, doen toenemen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 316.

Aanvullende studie :: : -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 223-228.

ZONDAG — 27 februari

1. Een levend offer

A. Welke plechtige oproep wordt aan ieder van ons gedaan?

Romeinen 12:1.

Romeinen 12:1: Ik bid u dan, broeders, door de ontfermingen Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levende, heilige en Gode welbehagelijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst.

“Nadrukkelijk leerde God, dat elk offer voor de dienst in het heiligdom ‘gaaf’ moest zijn. (Exodus 12:5). De priesters moesten elk dier, dat als een offer werd gebracht, onderzoeken, en moesten elk dier afwijzen, dat een of ander gebrek vertoonde. Alleen een vlekkeloos offer kon een symbool zijn van de volmaakte reinheid van Hem, die Zich zou opofferen als ‘een onberispelijk en vlekkeloos lam’ (1 Petrus 1:19). De apostel Paulus wijst op deze offeranden als een illustratie van, wat de volgelingen van Christus moeten worden.” —Patriarchen en Profeten, blz. 315.

B. Waar vindt echte verandering plaats?

Romeinen 12:2.

Romeinen 12:2: En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

“Christus vraagt alles. Zou Hij minder eisen, zo ware Zijn offer te dierbaar, te groot om ons op zo’n niveau te brengen. Ons heilig geloof roept met luide stem: Afscheiding. We moeten niet aan de wereld, of aan dode, harteloze belijders gelijkvormig worden, ‘Wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds’. Dit is een weg der zelfverloochening.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 82.

MAANDAG — 28 februari

2. Arm van geest worden

A. Voor wat wordt ieder van ons, als gelovigen, gewaarschuwd aangaande onszelf?

Romeinen 12:3;

Romeinen 12:3: Want door de genade, die mij gegeven is, zeg ik een iegelijk, die onder u is, dat hij niet wijs zij boven hetgeen men behoort wijs te zijn; maar dat hij wijs zij tot matigheid, gelijk als God een iegelijk de mate des geloofs gedeeld heeft.

Prediker 7:16.

Prediker 7:16: Wees niet al te rechtvaardig, noch houd uzelven al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen?

“Er is onder ons een kwaad, dat verbeterd moet worden. Broeders en zusters voelen zich vrij om naar de veronderstelde gebreken van anderen te kijken en erover te spreken, wanneer juist die vrijheid een duidelijk gebrek in zichzelf aan het licht brengt. Zij maken duidelijk, dat zij wijs zijn in hun eigen verbeelding; en God kan hun Zijn speciale zegen niet geven, want zij zouden zichzelf verheffen en de kostbare zaak van de waarheid schaden. Toen de wereld verstoken was van de kennis van God, kwam Jezus om deze onschatbare zegen te schenken, kennis van het vaderlijke karakter van onze hemelse Vader.” –Testimonies to Ministers, blz. 193.

B. Welk beroep doet Christus op ons allemaal, dwalende zondaars als wij zijn?

Matthéüs 5:3,

Mattheüs 5:3: Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

Mattheüs 5:5;

Mattheüs 5:5: Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beerven.

Mattheüs 11:28-30.

Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

“(Zie Matthéüs 11:30). We moeten de school van Christus binnengaan om van Hem zachtmoedigheid en nederigheid te leren. Verlossing is het proces, waardoor de ziel wordt opgeleid voor de hemel. Deze opleiding betekent kennis van Christus. Het betekent vrijmaking van ideeën, gewoonten en praktijken, die verworven zijn in de school van de vorst der duisternis. De ziel moet bevrijd worden van alles, wat tegengesteld is aan de trouw aan God…

Eigenliefde brengt onrust teweeg. Wanneer we wedergeboren zijn, zal hetzelfde gevoelen, dat in Jezus was, in ons zijn, het gevoelen dat Hem ertoe bracht Zich te vernederen, opdat wij behouden zouden worden. Dan zullen wij niet jagen naar de hoogste plaats. We zullen verlangen aan de voeten van Jezus te zitten en van Hem te leren. We zullen begrijpen, dat de waarde van ons werk niet bestaat in het maken van uiterlijk vertoon en drukte in deze wereld en in werkzaam en ijverig zijn in eigen kracht. De waarde van ons werk is evenredig aan de mate van de Heilige Geest, Die wij ontvangen. Vertrouwen op God brengt groter geestelijke kwaliteiten met zich mee, zodat we onze ziel kunnen bezitten in lijdzaamheid.” —De Wens der Eeuwen, blz. 280-281.

“Niemand dan God kan de trots van het hart van de mens onderwerpen. Wij kunnen onszelf niet redden. Wij kunnen onszelf niet verbeteren. In de hemelse hoven zal geen lied gezongen worden, voor mij die mijzelf liefhad, en mijzelf waste, mijzelf verloste, voor mij zij glorie en eer, zegen en lof. Maar dit is de grondtoon van het lied, dat door velen hier in deze wereld wordt gezongen. Zij weten niet, wat het betekent om zachtmoedig en nederig van hart te zijn; en zij bedoelen dit niet te weten, als zij het kunnen vermijden. Het hele evangelie is opgebouwd uit het leren van Christus, Zijn zachtmoedigheid en nederigheid.” –Testimonies to Ministers, blz. 456.

DINSDAG — 1 maart

3. In de kring van christenen

A. Hoe illustreert Paulus het werk van de gemeente?

Romeinen 12:4-5;

Romeinen 12:4: Want gelijk wij in een lichaam vele leden hebben, en de leden alle niet dezelfde werking hebben; Romeinen 12:5: Alzo zijn wij velen een lichaam in Christus, maar elkeen zijn wij elkanders leden.

1 Korinthe 12:12-23.

1 Korinthe 12:12: Want gelijk het lichaam een is, en vele leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, vele zijnde, maar een lichaam zijn, alzo ook Christus. 1 Korinthe 12:13: Want ook wij allen zijn door een Geest tot een lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot een Geest gedrenkt. 1 Korinthe 12:14: Want ook het lichaam is niet een lid, maar vele leden. 1 Korinthe 12:15: Indien de voet zeide: Dewijl ik de hand niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is hij daarom niet van het lichaam? 1 Korinthe 12:16: En indien het oor zeide: Dewijl ik het oog niet ben, zo ben ik van het lichaam niet; is het daarom niet van het lichaam? 1 Korinthe 12:17: Ware het gehele lichaam het oog, waar zou het gehoor zijn? Ware het gehele lichaam gehoor, waar zou de reuk zijn? 1 Korinthe 12:18: Maar nu heeft God de leden gezet, een iegelijk van dezelve in het lichaam, gelijk Hij gewild heeft. 1 Korinthe 12:19: Waren zij alle maar een lid, waar zou het lichaam zijn? 1 Korinthe 12:20: Maar nu zijn er wel vele leden, doch maar een lichaam. 1 Korinthe 12:21: En het oog kan niet zeggen tot de hand: Ik heb u niet van node; of wederom het hoofd tot de voeten: Ik heb u niet van node. 1 Korinthe 12:22: Ja veeleer, de leden, die ons dunken de zwakste des lichaams te zijn, die zijn nodig. 1 Korinthe 12:23: En die ons dunken de minst eerlijke leden des lichaams te zijn, denzelven doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.

“Door een vergelijking van de gemeente met het menselijk lichaam illustreert de apostel op doelmatige wijze de hechte en harmonieuze verwantschap, die onder alle leden van de gemeente van Christus moet bestaan.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 236.

B. Wat verwacht God van alle leden van Zijn gemeente? Efeze 4:1-3, 12-13.

“Ik wijs u op de woorden van de apostel Paulus in het vierde hoofdstuk van de Efeziërs. Dit hele hoofdstuk is een les, die wij naar Gods wens moeten leren en in praktijk brengen.

In het vierde hoofdstuk van Efeze wordt Gods plan zo duidelijk en eenvoudig verklaard, dat al Zijn kinderen op deze waarheid beslag kunnen leggen. Hier worden de middelen, door Hem bepaald voor het bewaren van eenvoud in Zijn gemeente, duidelijk verklaard, opdat haar leden aan de wereld een gezond godsdienstig leven kunnen openbaren.” —Bijbelkommentaar, blz. 539-540.

C. Verklaar de sleutels tot goede harmonie in de gemeente.

Romeinen 12:9.

Romeinen 12:9: De liefde zij ongeveinsd. Hebt een afkeer van het boze, en hangt het goede aan.

“Goddelijke liefde doet een dringend beroep op ons hart, wanneer ze ons vraagt dezelfde tedere liefde te openbaren, die door Christus werd getoond. Alleen die mens, die een onzelfzuchtige liefde koestert voor zijn broeder, heeft God werkelijk lief. De ware christen zal nimmer opzettelijk een ziel, die in gevaar en nood verkeert, ongewaarschuwd en onverzorgd laten gaan. Hij zal zich niet ver verwijderd houden van de dwalenden, en hen verder laten verzinken in ongeluk en ontmoediging, of ten prooi laten vallen aan de macht van Satan.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 402.

“Wij moeten de Heer zoeken in nederigheid en berouwvol, onze eigen zonden belijden en in hechte eenheid met elkaar komen. Broeders en zusters, bidt, bidt, voor uzelf en voor anderen.” —The Review and Herald, 29 april 1909.

WOENSDAG — 2 maart

4. De werkelijkheid van de menselijke natuur

A. Zelfs als wij jarenlang het christendom hebben beleden, wat moeten wij dan voortdurend bedenken?

Jeremia 17:9;

Jeremia 17:9: Arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja, dodelijk is het, wie zal het kennen?

1 Korinthe 8:1 (tweede helft).

[1Cor.8.1.b]

“De vormen van ongeloof zijn heel verschillend, want Satan let op elke gelegenheid om enkele van zijn eigenschappen aan te wenden. In het natuurlijke hart is de neiging om trots of opgeblazen te worden als succes volgt op de gedane inspanningen. Maar in het werk van God is geen plaats voor zelfverheffing. Hoe uw intelligentie ook moge zijn, hoe oprecht en ijverig u ook werkt, u zult verliezen, als u geen afstand doet van uw eigen neigingen tot trots en zich niet onderwerpt om u door Gods Geest te laten leiden.

Geestelijke dood in de ziel blijkt uit geestelijke trots en een onbruikbaar leven; wie een dergelijke ervaring hebben, maken zelden rechte paden voor hun voet. Als trots wordt gekoesterd, worden juist die eigenschappen van de geest, die genadegaven tot zegen zouden maken, als ze zouden worden aangenomen, vergiftigd. De overwinningen, die een reuk des levens ten leven zouden zijn geweest, als God de eer was gegeven, worden besmeurd door zelfverheerlijking. Het lijken wellicht onbelangrijke dingen, nauwelijks het opmerken waard, maar het aldus gezaaide zaad zal beslist geen oogst voortbrengen. Het zijn die kleine zonden, zo algemeen, dat ze vaak onopgemerkt blijven, die Satan voor zijn werk gebruikt.” —Bijbelkommentaar, blz. 478-479.

B. Welke houding, die maar al te vaak wordt onderschat, is eigenlijk een hoogste teken van echt christendom?

Filippensen 2:3;

Filippenzen 2:3: Doet geen ding door twisting of ijdele eer, maar door ootmoedigheid achte de een den ander uitnemender dan zichzelven.

Romeinen 12:10.

Romeinen 12:10: Hebt elkander hartelijk lief met broederlijke liefde; met eer de een de ander voorgaande.

“God verlangt meer van Zijn volgelingen dan velen beseffen… Wij zullen geen excuus hebben om op de dag des Heeren, als wij er niet in slagen de maatstaf te bereiken, die God ons in Zijn woord heeft voorgehouden…

Paulus zou willen, dat wij onderscheid maken tussen de zuivere, onbaatzuchtige liefde, waartoe de geest van Christus aanzet, en de zinloze, bedrieglijke schijn, die in de wereld veelvuldig voorkomt. Deze lage vervalsing heeft reeds velen verleid. Het onderscheid tussen goed en kwaad zal vervagen door met de overtreder in te stemmen, in plaats van hem getrouw op zijn fouten te wijzen. Zo’n gedrag komt nooit voort uit echte vriendschap. De geest, die hiertoe aanzet, woont alleen in het vleselijke hart. Terwijl de christen altijd vriendelijk, medelevend en vergevingsgezind zal zijn, kan hij het nooit met het kwaad eens zijn… De geest van Christus zal ons ertoe brengen de zonde te haten, terwijl wij bereid zijn elk offer te brengen om de zondaar te redden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 141-142.

DONDERDAG — 3 maart

5. Onszelf afwenden van werelds gerichtheid

A. Welke evenwichtige vermaningen moeten in ons leven worden weerspiegeld, omdat wij leven in een zeer intensieve tijd?

Romeinen 12:11;

Romeinen 12:11: Zijt niet traag in het benaarstigen. Zijt vurig van geest. Dient den Heere.

1 Johannes 2:15-17.

1 Johannes 2:15: Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 1 Johannes 2:16: Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld. 1 Johannes 2:17: En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

“Wachten, waken en ijverig werken moeten gecombineerd worden. Ons leven moet niet een en al jachten en jagen en maken van plannen zijn voor de dingen van de wereld, ten koste van persoonlijke vroomheid en de toewijding, die God verlangt. Wij moeten in ijver niet traag zijn, maar vurig van Geest zijn en de Heer dienen. De lamp van de ziel moet in orde gehouden worden, en wij moeten naast de lampen de olie der genade in onze kruiken hebben. Alle voorzorg moet worden getroffen om geestelijke achteruitgang te voorkomen, zodat de dag des Heren ons niet als een dief overvalt. Wij moeten niet doen, alsof die dag nog ver weg is; hij is nabij, en niemand mag zeggen, zelfs niet in zijn hart, laat staan door zijn werken, ‘Mijn Heer blijft uit’, opdat hij daardoor niet gelijk gesteld zal worden met huichelaars en ongelovigen.

Ik zag, dat Gods volk in groot gevaar verkeert; velen zitten aan de wereld vast; hun belangstelling en interesse zijn op de wereld gericht. Zij geven geen goed voorbeeld. De wereld wordt misleid door de leefwijze van velen, die grote en edele waarheden belijden…

Broeder A werd aan mij getoond als voorbeeld van een groep, die zich in een dergelijke positie bevindt. Zij zijn nooit ongevoelig geweest voor het geringste wereldse voordeel. Met een ijverige handelsgeest en succesvolle investeringen, door niet met guldens, maar met kwartjes en dubbeltjes te werken, hebben zij bezittingen vergaard. Door dit te doen hebben zij echter eigenschappen aangeleerd, die strijdig zijn met de ontwikkeling van een christelijk karakter…

Alle bekwaamheden, die de mens bezit, behoren God toe. Conformiteit met, en hechting aan de wereld worden uitdrukkelijk in Zijn woord verboden. Wanneer de kracht van de hervormende genade van God in het hart wordt gevoeld, zal deze een mens, die voorheen werelds was, brengen tot alle paden van weldadigheid.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 224-225.

VRIJDAG — 4 maart

Terugblik

1. Hoe moet mijn verbintenis met Christus de manier, waarop ik denk, beïnvloeden?

2. Hoe schijnt de zachtmoedige in tegenstelling tot degenen met de typische menselijke natuur?

3. Op welke manieren kan ik actiever zijn in het bevorderen van eenheid in mijn gemeente?

4. Hoe zal het mij ten goede komen om echt van mijn broeders te denken, dat zij beter zijn dan ik?

5. Van welke aspecten van de wereld moet ik mijzelf afwenden?

Eerste Sabbatgaven voor een kerk in Keilor Park, Australië

Thuisbasis van ongeveer vijfmiljoen mensen, Melbourne, Victoria is de meest zuidelijke hoofdstad van het vasteland van Australië. De Zevende Dags Adventisten Reformatiebeweging is hier al meer dan vijftig jaar aanwezig.

In 1972 werd een kerkgebouw gewijd in de westelijke buitenwijk van Keilor Park, door vrijwilligers handen. Toen het werd gebouwd, werd gedacht, dat de grootte van het gebouw voldoende was. Echter, door de jaren heen is ons ledenaantal gegroeid, er werden veel kinderen geboren, en het aantal kerkbezoekers is toegenomen.

Na een halve eeuw als lvuurtoren voor de gemeenschap te hebben gestaan, heeft het kerkgebouw in Keilor Park serieuze reparaties nodig. Het is ook te klein geworden om het groeiend aantal mensen op te vangen, dat hier komt aanbidden. De afgelopen jaren is de fundering rondom het heiligdom aan het zakken en de muur en dakconstructie zijn niet bestand tegen het verschuiven van de fundering. Dit zou een zeer moeilijke en dure reparatie worden.

Na lang wikken en wegen kwamen de broeders tot de conclusie, dat herbouwen van de kerk het beste, eenvoudigste en doeltreffendste, wat de kosten betreft, oplossing zou zijn. Het is dus onze wens een grotere kerk te bouwen, waarin we God kunnen aanbidden en een getuige zijn voor hen om ons heen. Wij zijn ook van plan om er in een nieuwe eetruimte op te nemen voor kookdemonstraties en gezondheidslezingen te geven voor publiek.

We hebben de nodige goedkeuring ontvangen van de lokale overheid, we hebben bouwplannen opgesteld en zijn nu bezig met het krijgen van een bouwvergunning.

Tegen de tijd, dat deze oproep u bereikt, zal de bouw begonnen zijn, en de leden en vrienden van de Keilor Park Gemeente hebben uw hulp nodig. De vergunning vereist, dat de parkeerplaats wordt verhard met asfalt, en dit heeft de kosten aanzienlijk verhoogd. Wij verwachten, dat het Au$ 450.000 zal kosten om dit project te voltooien. We hebben tot nu toe Au$ 220.000 bijeengebracht en hebben veel leden, vrienden en zelfs buren in onze gemeenschap, die bereid zijn tijd op te offeren om te helpen bij de bouw van ons nieuwe kerkgebouw. ‘Laten wij ons opmaken, dat wij bouwen’ (Nehemia 3:18). Doet u alstublieft mee met deze onderneming en help ons deze vuurtoren voor het westen van Melbourne te voltooien. Dank u, en moge God elke gever zegenen!

–Uw broeders en zusters van de Australische Unie