Het Evangelie volgens Paulus: Galaten — SABBAT, 27 november 2021

Les 9: Christelijke vrijheid

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht, noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende”

Galaten 5:6

“Het geloof, dat door liefde werkt en de ziel zuivert, is de heilige, verheffende, heiligmakende werking, die de schokkende menselijke natuur moet verzachten en onderwerpen. De liefde van Christus moet de gelovigen dwingen, waardoor zij zich in harmonie vermengen bij het kruis van Golgotha.” –Medical Ministry, blz. 316.

Aanvullende studie :: -Patriarchen en Profeten, blz. 118-121

ZONDAG — 21 november

1. De slavin door het vlees

A. Hoe laat Abrahams ervaring de geestelijke slavernij zien van het leven in onze eigen eindige kracht?

Genesis 16:1-4,

Genesis 16:1: Doch Sarai, Abrams huisvrouw, baarde hem niet; en zij had een Egyptische dienstmaagd, welker naam was Hagar. Genesis 16:2: Zo zeide Sarai tot Abram: Zie toch, de HEERE heeft mij toegesloten, dat ik niet bare; ga toch in tot mijn dienstmaagd, misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram hoorde naar de stem van Sarai. Genesis 16:3: Zo nam Sarai, Abrams huisvrouw, de Egyptische Hagar, haar dienstmaagd, ten einde van tien jaren, welke Abram in het land Kanaan gewoond had, en zij gaf haar aan Abram, haar man, hem tot een vrouw. Genesis 16:4: En hij ging in tot Hagar, en zij ontving. Als zij nu zag, dat zij ontvangen had, zo werd haar vrouw veracht in haar ogen.

Genesis 16:11-12,

Genesis 16:11: Ook zeide des HEEREN Engel tot haar: Zie, gij zijt zwanger, en zult een zoon baren, en gij zult zijn naam Ismael noemen, omdat de HEERE uw verdrukking aangehoord heeft. Genesis 16:12: En hij zal een woudezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn, en de hand van allen tegen hem; en hij zal wonen voor het aangezicht van al zijn broederen.

Genesis 16:15;

Genesis 16:15: En Hagar baarde Abram een zoon; en Abram noemde den naam zijns zoons, die Hagar gebaard had, Ismael.

Galaten 4:22-25.

Galaten 4:22: Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, een uit de dienstmaagd, en een uit de vrije. Galaten 4:23: Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis; Galaten 4:24: Hetwelk dingen zijn, die andere beduiding hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van den berg Sinai, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar; Galaten 4:25: Want dit, namelijk Agar, is Sinai, een berg in Arabie, en komt overeen met Jeruzalem, dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen.

“Zonder vragen had Abraham de belofte van een zoon aanvaard, maar hij wachtte niet tot God op Zijn eigen tijd en op Zijn eigen wijze deze belofte in vervulling deed gaan. Er was uitstel, om zijn geloof in Gods macht op de proef te stellen; maar hij doorstond de proef niet. Met de gedachte, dat ze op haar hoge leeftijd onmogelijk meer een kind kon krijgen, stelde Sara voor, als een plan waarmee Gods doel in vervulling kon gaan, dat Abraham een van haar dienstmaagden zou nemen als tweede vrouw. Veelwijverij was zo algemeen verspreid, dat het niet meer als zonde werd beschouwd, maar niettemin was het een schending van Gods wet, en nadelig voor de heiligheid en vrede van de gezinsband. Het huwelijk van Abraham met Hagar eindigde met kwade gevolgen, niet alleen voor zijn eigen gezin, maar ook voor latere geslachten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 118.

“Het gebrek aan geloof bij Abraham en Sara had als gevolg, dat Ismaël geboren werd, waardoor het zaad van de rechtvaardigen vermengd werd met dat van de goddelozen…

Ismaël werd ertoe gedreven het woeste leven van een woestijnhoofdmaan te leiden… De machtige natie, die van hem afstamde, was een rusteloos heidens volk.” –Patriarchen en Profeten, blz.146.

MAANDAG — 22 november

2. De vrije vrouw door belofte

A. Toen Abraham en Sara volledig vertrouwden op Gods belofte van een zoon, wat gebeurde er toen en waarom?

Genesis 18:11-14;

Genesis 18:11: Abraham nu en Sara waren oud, en wel bedaagd; het had Sara opgehouden te gaan naar de wijze der vrouwen. Genesis 18:12: Zo lachte Sara bij zichzelve, zeggende: Zal ik wellust hebben, nadat ik oud geworden ben, en mijn heer oud is? Genesis 18:13: En de HEERE zeide tot Abraham: Waarom heeft Sara gelachen, zeggende: Zou ik ook waarlijk baren, nu ik oud geworden ben? Genesis 18:14: Zou iets voor den HEERE te wonderlijk zijn? Ter gezetter tijd zal Ik tot u wederkomen, omtrent dezen tijd des levens, en Sara zal een zoon hebben!

Genesis 21:1-2;

Genesis 21:1: En de HEERE bezocht Sara, gelijk als Hij gezegd had; en de HEERE deed aan Sara gelijk als Hij gesproken had. Genesis 21:2: En Sara werd bevrucht, en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom, ter gezetter tijd, dien hem God gezegd had.

Hebreeën 11:11.

Hebreeën 11:11: Door het geloof heeft ook Sara zelve kracht ontvangen, om zaad te geven, en boven den tijd haars ouderdoms heeft zij gebaard; overmits zij Hem getrouw heeft geacht, Die het beloofd had.

B. Beschrijf, net als het wonder van de bejaarde Sara die beviel, het wonderbaarlijke voorrecht, dat de kinderen des geloofs ter beschikking staat.

Galaten 4:26-28.

Galaten 4:26: Maar Jeruzalem, dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. Galaten 4:27: Want er is geschreven: Wees vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij, die geen barensnood hebt, want de kinderen der eenzame zijn veel meer, dan dergene, die den man heeft. Galaten 4:28: Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was.

“Christus is in staat om de meest zondige mensen uit de put van achteruitgang op te heffen en hen te plaatsen, waar zij erkend zullen worden als kinderen van God, erfgenamen met Christus tot een onsterfelijke erfenis.

Velen zijn volkomen ontmoedigd. Omdat zij veracht en verlaten zijn, zijn zij onaangedaan geworden. Zij worden gezien als niet in staat het evangelie van Christus te begrijpen of te ontvangen. Maar door het wonder van goddelijke genade kunnen zij worden veranderd. Onder de bediening van de Heilige Geest zal de domheid, die hun verheffing zo hopeloos doet lijken, voorbijgaan. De doffe, troebele geest zal ontwaken. De slaaf van de zonde zal worden vrijgemaakt. Geestelijk leven zal herleven en versterken. Ondeugd zal verdwijnen en onwetendheid zal worden overwonnen. Door het geloof, dat door liefde werkt, zal het hart worden gezuiverd en de geest verlicht.” –Testimonies for the Church 7, blz. 229.

C. Waarom moesten Hagar en Ismaël volkomen uit Abrahams huisgezin worden geworpen, en wat zijn enkele diepe geestelijke lessen, die wij hiervan kunnen leren?

Genesis 21:9-12;

Genesis 21:9: En Sara zag den zoon van Hagar, de Egyptische, dien zij Abraham gebaard had, spottende. Genesis 21:10: En zij zeide tot Abraham: Drijf deze dienstmaagd en haar zoon uit; want de zoon dezer dienstmaagd zal met mijn zoon, met Izak, niet erven. Genesis 21:11: En dit woord was zeer kwaad in Abrahams ogen, ter oorzake van zijn zoon. Genesis 21:12: Maar God zeide tot Abraham: Laat het niet kwaad zijn in uw ogen, over den jongen, en over uw dienstmaagd; al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar haar stem; want in Izak zal uw zaad genoemd worden.

Galaten 4:29-31;

Galaten 4:29: Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene, die naar den Geest geboren was, alzo ook nu. Galaten 4:30: Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. Galaten 4:31: Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije.

Romeinen 13:12.

Romeinen 13:12: De nacht is voorbijgegaan, en de dag is nabij gekomen. Laat ons dan afleggen de werken der duisternis, en aandoen de wapenen des lichts.

“Als God polygamie had goedgekeurd, dan zou Hij Abraham niet hebben opgedragen Hagar en haar zoon weg te sturen. Hij zou iedereen een les hiermee leren, dat de rechten en het geluk van de huwelijksrelatie altijd gerespecteerd en bewaakt moeten worden, zelfs met een groot offer. Sara was de eerste en enige echte vrouw van Abraham. Als echtgenote en moeder had ze rechten, die geen ander in het gezin kon hebben. Zij had eerbied voor haar man en noemde hem heer, maar zij was jaloers, opdat zijn genegenheid niet gedeeld zou worden met Hagar. God berispte Sara niet voor de koers, die zij volgde. Abraham werd door de engelen terechtgewezen, omdat hij Gods macht wantrouwde, wat hem ertoe had gebracht Hagar tot vrouw te nemen en te denken, dat de belofte door haar zou worden vervuld.” –The Story of Redemption, blz. 80.

DINSDAG — 23 november

3. Bevrijding

A. Hoe nodigt Paulus ons uit om bevrijding door Christus te aanvaarden?

Galaten 5:1.

Galaten 5:1: Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen.

“Zij, die in Christus geloven en Zijn geboden gehoorzamen, zijn niet onderworpen aan Gods wet; want voor hen, die geloven en gehoorzamen, is Zijn wet geen wet van slavernij, maar van vrijheid. Iedereen, die in Christus gelooft, iedereen die vertrouwt op de bewarende kracht van een verrezen Heiland, die de straf heeft ondergaan, die over de overtreder is uitgesproken, iedereen die verleiding weerstaat en te midden van het kwaad het voorbeeld na volgt, dat in Christus’ leven is gegeven, zal door geloof in het zoenoffer van Christus een deelgenoot van de goddelijke natuur worden, ontsnappen aan het verderf, dat in de wereld is door begeerte. Iedereen, die door geloof Gods geboden gehoorzaamt, zal de toestand van zondeloosheid bereiken, waarin Adam leefde vóór zijn overtreding.” –In Heavenly Places, blz. 146.

B. Welke oproep doet Paulus om ons standpunt vast te houden en om onenigheid te vermijden, die wordt veroorzaakt, door verder te gaan met wat staat geschreven?

Galaten 5:2-4.

Galaten 5:2: Ziet, ik Paulus zeg u, zo gij u laat besnijden, dat Christus u niet nut zal zijn. Galaten 5:3: En ik betuig wederom een iegelijk mens, die zich laat besnijden, dat hij een schuldenaar is de gehele wet te doen. Galaten 5:4: Christus is u ijdel geworden, die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; gij zijt van de genade vervallen.

“Judaïserende leraars … drongen erop aan, dat bekeerlingen tot het christendom de ceremoniële wet zouden waarnemen wat betreft de kwestie van de besnijdenis. Zij handhaafden nog steeds, dat het oorspronkelijke Israël bestond uit verheven en bevoorrechte kinderen van Abraham en recht hadden op alle beloften, die aan hem waren gedaan. Zij dachten werkelijk, dat zij door het innemen van een tussenvlak tussen Jood en christendom, erin zouden slagen de blaam, die op het christendom rustte, weg te nemen en grote aantallen Joden zouden kunnen binnenhalen.

Zij rechtvaardigden hun positie, die met die van Paulus in strijd was, door te laten zien dat de handelwijze van de apostel, die de heidenen in de gemeente opnam zonder besneden te zijn, meer Joden verhinderde het geloof aan te nemen, dan er bekeerlingen uit de heidenen werden toegevoegd. Op deze wijze verontschuldigden zij hun tegenstand tegen de resultaten van de kalme bedaardheid van Gods erkende dienstknechten. Zij weigerden te erkennen, dat het werk van Christus de gehele wereld omvatte. Zij beweerden, dat Hij alleen de Zaligmaker was van de Joden was; daarom handhaafden zij de gedachte, dat de heidenen besneden moesten worden, alvorens zij konden worden toegelaten tot de voorrechten van de gemeente van Christus.” –Bijbelkommentaar, blz. 529-530.

WOENSDAG — 24 november

4. Geloof verkeerd begrepen

A. Wat vatte de nederige, getrouwe positie van Paulus samen?

Galaten 5:5.

Galaten 5:5: Want wij verwachten door den Geest, uit het geloof, de hoop der rechtvaardigheid.

“Leg uw zaak bij de Heer en geloof in Zijn Woord. Geloof, o, geloof het Woord van de Heer en wandel door geloof, niet door aanschouwen. Wijd u weer aan God. Wees trouw en oprecht aan een ‘Zo zegt de Heer’, en sta vast in de vrijheid, waarmee Christus u vrijmaakt.” –The Upward Look, blz. 337.

B. Hoe werd de apostel vaak verkeerd begrepen door andersdenkenden, zowel in Galatië als elders in de gemeente?

Galaten 5:7-12;

Galaten 5:7: Gij liept wel; wie heeft u verhinderd der waarheid niet gehoorzaam te zijn? Galaten 5:8: Dit gevoelen is niet uit Hem, Die u roept. Galaten 5:9: Een weinig zuurdesem verzuurt het gehele deeg. Galaten 5:10: Ik vertrouw van u in den Heere, dat gij niet anders zult gevoelen; maar die u ontroert, zal het oordeel dragen, wie hij ook zij. Galaten 5:11: Maar ik, broeders! Indien ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik nog vervolgd? Zo is dan de ergernis des kruises vernietigd. Galaten 5:12: Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!

1 Korinthe 1:10-13.

1 Korinthe 1:10: Maar ik bid u, broeders, door den Naam van onzen Heere Jezus Christus, dat gij allen hetzelfde spreekt, en dat onder u geen scheuringen zijn, maar dat gij samengevoegd zijt in een zelfden zin, en in een zelfde gevoelen. 1 Korinthe 1:11: Want mij is van u bekend gemaakt, mijn broeders, door die van het huisgezin van Chloe zijn, dat er twisten onder u zijn. 1 Korinthe 1:12: En dit zeg ik, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus, en ik van Apollos; en ik van Cefas; en ik van Christus. 1 Korinthe 1:13: Is Christus gedeeld? Is Paulus voor u gekruist? Of zijt gij in Paulus' naam gedoopt?

“Bij die gelegenheid had de raad (van discipelen te Jeruzalem) besloten, dat de bekeerlingen uit de Joodse gemeente de instellingen van de Mozaïsche wet konden waarnemen, als ze dat wilden, terwijl deze inzettingen niet verplicht zouden worden voor bekeerlingen uit de heidenen. De groep, die daar tegen was, maakte hiervan gebruik door aan te dringen op een onderscheid tussen hen, die zich aan de ceremoniële wet hielden en hen, die dat niet deden, met de bewering, dat de laatsten verder van God waren dan de eersten.

De verontwaardiging van Paulus was gewekt. Zijn stem werd gehoord met de strenge bestraffing: ‘Indien gij u laat besnijden, zal Christus u geen nut doen’. De partij, die handhaafde, dat het christendom zonder besnijdenis waardeloos was, schaarde zich tegen de apostel, en hij moest hun het hoofd bieden in elke gemeente, die hij had gesticht of bezocht: Jeruzalem, Antiochië, Galatië, Korinthe, Efeze en Rome. God had er bij hem op aangedrongen om het grote werk te doen, Christus en Dien gekruisigd te prediken; besneden te zijn of onbesneden te zijn, was niets. De judaïserende partij zag hem (Paulus) als een afvallige, die erop uit was de scheidsmuur af te breken, die God had opgericht tussen de Israëlieten en de wereld. Zij bezochten elke gemeente, die hij had gesticht, en verwekten verdeeldheid. Met de gedachte, dat het doel de middelen heiligt, verspreidden zij valse aanklachten tegen de apostel en trachtten hem in diskrediet te brengen. Wanneer Paulus bij het bezoeken van de gemeenten achter deze ijverige en gewetenloze tegenstanders aankwam, ontmoette hij velen, die hem wantrouwden en sommigen, die zelfs zijn werk verachtten.

Deze verdeeldheid met betrekking tot de ceremoniële wet en de betrekkelijke verdiensten van de verscheidene evangeliedienaars, die de leer van Christus verkondigden, bezorgden de apostel veel zorg en hard werk. (Zie 1 Korinthe 1:10-13).” –Bijbelkommentaar, blz. 530.

DONDERDAG — 25 november

5. Wat voor actie?

A. Terwijl de ceremoniële wet en besnijdenis door God waren gegeven met een doel binnen het oude Hebreeuwse beheer, wat moeten allen beseffen, die Christus aannemen als de enige Bron van eeuwig leven?

Galaten 5:6.

Galaten 5:6: Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.

“Echt geloof werkt altijd door liefde. Als u naar Golgotha kijkt, is het niet om uw ziel tot rust te brengen bij het niet vervullen van uw plicht, niet om uzelf in slaap te brengen, maar om geloof in Jezus te scheppen, geloof dat zal werken, de ziel te zuiveren van het slijm van egoïsme. Als wij beslag leggen op Christus door geloof, is ons werk net begonnen. Ieder mens heeft verdorven en zondige gewoonten, die moeten worden overwonnen door krachtige strijd. Elke ziel is vereist om de strijd van het geloof te strijden. Als iemand een volgeling van Christus is, kan hij niet scherp zijn in zaken, hij kan niet hardvochtig zijn, verstoken van medeleven. Hij kan niet grof zijn in zijn spraak. Hij kan niet vol trots en eigendunk zijn. Hij kan niet aanmatigend zijn, noch kan hij harde woorden gebruiken, afkeuren en veroordelen.” –Selected Messages 2, blz. 20.

“Het werk van de liefde ontstaat uit het werk van het geloof. Bijbelse godsdienst betekent altijd werken. ‘Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken’. ‘Bewerkt uw eigen zaligheid met vreze en beven, want het is God, die in u werkt, beide het willen het werken, naar Zijn welbehagen’. Wij moeten ijverig zijn in goede werken; denk eraan goede werken te blijven doen. De waarachtige Getuige zegt: ‘Ik weet uw werken’.

Hoewel het waar is, dat onze vele activiteiten in zichzelf de zaligheid niet verdienen, is het ook een feit, dat het geloof, dat ons met Christus verenigt, de ziel zal wekken tot waakzaamheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 531.

VRIJDAG — 26 november

Terugblik

1. Hoe vergissen wij ons op dezelfde manier, als toen Hagar een zoon voor Abraham moest dragen?

2. Welke zegen en plicht kwamen, toen Abraham en Sara meer op God vertrouwden?

3. Hoe kan ik in gevaar zijn iets toe te voegen aan of af te trekken van, wat God heeft geschreven om mogelijk een groter aantal bekeerlingen te krijgen, en waarom zou dit verkeerd zijn om te doen?

4. Op welke manieren zou ik onenigheid kunnen veroorzaken over kwesties, die niet heilzaam zijn?

5. Wat moet de echte motivatie zijn achter alles, wat ik doe in het leven?