Het Evangelie volgens Paulus: Galaten — SABBAT, 20 november 2021

Les 8: Het evangelie in zijn puurheid

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus”

Galaten 4:7

“God heeft de mens een volledige leefregel gegeven in Zijn wet. Gehoorzaam, zal hij ernaar leven, door de verdiensten van Christus. Overtreding, deze heeft de macht om te veroordelen. De wet zendt mensen naar Christus, en Christus wijst hen terug naar de wet.” –Our High Calling, blz. 138.

Aanvullende studie :: -Selected Messages 1, blz. 233-235, 340-344;; -Manuscript Releases 9, blz. 181-187.

ZONDAG — 14 november

1. Onze enige Hoop

A. Wat moeten wij leren van Paulus’ standpunt, vooral als wij de niet populaire waarheid met anderen delen?

2 Korinthe 4:5;

2 Korinthe 4:5: Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil.

Galaten 3:19-22.

Galaten 3:19: Waartoe is dan de wet? Zij is om der overtredingen wil daarbij gesteld, totdat het zaad zou gekomen zijn, dien het beloofd was; en zij is door de engelen besteld in de hand des Middelaars. Galaten 3:20: En de Middelaar is niet Middelaar van een, maar God is een. Galaten 3:21: Is dan de wet tegen de beloftenissen Gods? Dat zij verre; want indien er een wet gegeven ware, die machtig was levend te maken, zo zou waarlijk de rechtvaardigheid uit de wet zijn. Galaten 3:22: Maar de Schrift heeft het alles onder de zonde besloten, opdat de belofte uit het geloof van Jezus Christus aan de gelovigen zou gegeven worden.

“Tot de heidenen predikte hij (Paulus) Christus als hun enige hoop op verlossing, maar had aanvankelijk niets definitiefs te zeggen over de wet. Maar nadat hun harten waren verwarmd met de presentatie van Christus als de gave van God aan onze wereld, en wat was omvat in het werk van de Verlosser in het kostbare offer om de liefde van God voor de mens te tonen, in de meest welsprekende eenvoud, toonde hij die liefde voor de hele mensheid, Jood en heiden, zodat zij gered zouden kunnen worden door hun hart aan Hem over te geven. Zo, toen zij zich, gevormd en onderworpen aan de Heer, overgaven, presenteerde hij de wet van God als de test van hun gehoorzaamheid. Dit was de manier van werken, zijn methoden aangepast om zielen te winnen. Als hij abrupt en onhandig was geweest in het hanteren van het Woord, zou hij noch Jood noch heiden hebben bereikt.

Hij leidde de heidenen om de verbazingwekkende waarheden van de liefde van God te zien… De vraag werd gesteld, waarom zo’n immens offer nodig was, en toen ging hij terug naar de typen, en ging hij door de Oudtestamentische Schrift, Christus openbarend in de wet, en zij werden bekeerd tot Christus en tot de wet.” –The Southern Work, blz. 77.

MAANDAG — 15 november

2. Tot Christus gebracht worden

A. Waarmee wordt de wet vergeleken in verband met Christus en onze grote behoefte aan Hem?

Galaten 3:23-26;

Galaten 3:23: Doch eer het geloof kwam, waren wij onder de wet in bewaring gesteld, en zijn besloten geweest tot op het geloof, dat geopenbaard zou worden. Galaten 3:24: Zo dan, de wet is onze tuchtmeester geweest tot Christus, opdat wij uit het geloof zouden gerechtvaardigd worden. Galaten 3:25: Maar als het geloof gekomen is, zo zijn wij niet meer onder den tuchtmeester. Galaten 3:26: Want gij zijt allen kinderen Gods door het geloof in Christus Jezus.

Johannes 15:5.

Johannes 15:5: Ik ben de Wijnstok, en gij de ranken; die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht; want zonder Mij kunt gij niets doen.

“Als de zondaar in de grote morele spiegel kijkt, ziet hij zijn karaktergebreken. Hij ziet zichzelf zoals hij is, bevlekt, verontreinigd en veroordeeld. Maar hij weet, dat de wet op geen enkele manier de schuld kan wegnemen of de overtreder gratie kan verlenen. Hij moet verder gaan dan dit. De wet is slechts de tuchtmeester om hem tot Christus te brengen. Hij moet naar zijn zonde dragende Verlosser kijken. En als Christus aan hem wordt geopenbaard aan het kruis van Golgotha, stervend onder het gewicht van de zonden van de hele wereld, toont de Heilige Geest hem de houding van God jegens allen, die berouw hebben van hun overtredingen. (Zie Johannes 3:16).” –Selected Messages 1, blz. 213.

“Mij is gevraagd naar de wet in Galaten. Welke wet is de tuchtmeester om ons tot Christus te brengen? Ik antwoord: Zowel de ceremoniële als het morele wetboek van de tien geboden.” –Selected Messages 1, blz. 233.

“Door Christus, en Christus alleen, kunnen de bronnen van leven de natuur van de mens bezielen, zijn smaak veranderen en zijn genegenheden naar de hemel laten stromen.” –Selected Messages 1, blz. 341.

“(Zie Galaten 3:24). In dit Schriftgedeelte spreekt de Heilige Geest door de apostel met name van de zedenwet. De wet openbaart ons de zonde en maakt, dat wij onze behoefte aan Christus gevoelen, en tot Hem vluchten om vergeving en vrede door het betonen van berouw jegens God en geloof in onze Heere Jezus Christus…

De wet der tien geboden moet zozeer niet gezien worden van de kant van de verboden, als wel van de genadige kant. Haar verboden vormen de absolute garantie van geluk door gehoorzaamheid. Als ze in Christus worden aanvaard, bewerkt ze in ons die zuiverheid van karakter, die ons tot in de eeuwigheid vreugde zal brengen. Voor hen, die gehoorzaam zijn, is het een beschermende muur. Wij zien in haar de goedheid van God, die door de onveranderlijke beginselen van gerechtigheid aan de mensen te openbaren, hen beschermt tegen het kwaad, dat een gevolg is van overtreding…

De wet is een uiting van Gods gedachten. Als wij deze in Christus aanvaarden, worden het onze gedachten. Die verheffen ons boven de macht van natuurlijke verlangens en neigingen, boven verzoekingen die tot zonde leiden.” –Bijbelkommentaar, blz. 528-529.

B. Hoe is onze belofte aan Christus door de doop bedoeld om een verandering in ons leven te bevestigen ?

Galaten 3:27;

Galaten 3:27: Want zovelen als gij in Christus gedoopt zijt, hebt gij Christus aangedaan.

Romeinen 13:14.

Romeinen 13:14: Maar doet aan den Heere Jezus Christus, en verzorgt het vlees niet tot begeerlijkheden.

DINSDAG — 16 november

3. Zich in harmonie vormen

A. Noem een belangrijk aspect van Christus’ ware volgelingen.

Galaten 3:28.

Galaten 3:28: Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.

“Wie van de menselijke familie zich aan Christus geeft, wie de waarheid hoort en haar gehoorzaamt, worden kinderen van één familie. De onwetende en de wijze, de rijke en de arme, de heiden en de slaaf, blank of zwart, Jezus betaalde het aankoopgeld voor hun ziel. Als zij in Hem geloven, wordt Zijn reinigende bloed op hen aangebracht. De naam van de zwarte man staat in het boek des levens naast die van de blanke. Allen zijn één in Christus. Geboorte, status, nationaliteit of kleur kunnen mensen niet verheffen of verlagen. Het karakter maakt de mens. Als een rode man (Indiaan), een Chinees of een Afrikaan zijn hart aan God geeft, in gehoorzaamheid en geloof, heeft Jezus hem niet minder lief vanwege zijn kleur. Hij noemt hem Zijn geliefde broeder.” –Selected Messages 2, blz. 342.

“Als de kinderen van God één zijn in Christus, hoe kijkt Jezus dan naar kaste, naar maatschappelijke verschillen, naar de scheiding tussen de mens en zijn medemens vanwege kleur, ras, positie, rijkdom, geboorte of verworvenheden? Het geheim van eenheid wordt gevonden in de gelijkheid van gelovigen in Christus.” –Selected Messages 1, blz. 259.

B. Verklaar onze christelijke plicht, aangezien er in de samenleving ongelijkheden bestaan. Efeze 6:5-9.

“Christus en Zijn zending zijn verkeerd voorgesteld, en grote scharen mensen hebben het gevoel, dat zij in werkelijkheid zijn uitgesloten van de evangeliedienst. Maar geef hun niet het gevoel, dat ze van Christus afgesloten zijn. Er zijn geen scheidingsmuren, die de mens of Satan kan optrekken, of het geloof kan er doorheen dringen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 349.

“Er is geen persoon, geen natie, die in elke gewoonte en gedachte volmaakt is. De één moet van de ander leren. Daarom wil God de verschillende nationaliteiten samen mengen, om één in oordeelsvermogen, één in voornemen te worden. Dan zal de eenheid, die in Christus bestaat, als voorbeeld zichtbaar gemaakt worden…

Zie op Jezus, broeders, volg Zijn wijze van doen en Zijn geest na, en u zult geen moeite hebben met het bereiken van deze verschillende groepen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 174, 175.

“Het christendom kweekt een nauwe verbintenis tussen meester en knecht, koning en onderdaan, de evangeliedienaar en de ontaarde zondaar, die in Christus reiniging van zonden heeft verkregen. Zij zijn in hetzelfde bloed gewassen en door dezelfde Geest herboren. Zij zijn één geworden in Christus Jezus.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 339.

WOENSDAG — 17 november

4. Zuiverheid van geloof in Zijn offer

A. Leg het voorrecht uit van aanneming in Gods gezin.

Galaten 3:29; 4:1-7.

Galaten 3:29: En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen. Galaten 4:1: Doch ik zeg, zo langen tijd als de erfgenaam een kind is, zo verschilt hij niets van een dienstknecht, hoewel hij een heer is van alles; Galaten 4:2: Maar hij is onder voogden en verzorgers, tot den tijd van den vader te voren gesteld. Galaten 4:3: Alzo wij ook, toen wij kinderen waren, zo waren wij dienstbaar gemaakt onder de eerste beginselen der wereld. Galaten 4:4: Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; Galaten 4:5: Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden. Galaten 4:6: En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader! Galaten 4:7: Zo dan, gij zijt niet meer een dienstknecht, maar een zoon; en indien gij een zoon zijt, zo zijt gij ook een erfgenaam van God door Christus.

Hoe gebeurt dit?

Johannes 1:12-13.

Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Johannes 1:13: Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

“Door eenvoudig in God te gaan geloven, heeft de Heilige Geest in uw hart nieuw leven gewekt. U bent een nieuw geboren kind in Gods gezin, en Hij houdt van u, zoals Hij van Zijn Zoon houdt.” –Schreden naar Christus, blz. 62.

“Hoe wonderbaarlijk is het verlossingsplan in zijn eenvoud en volheid. Het voorziet niet alleen in de volledige vergeving van de zondaar, maar ook in het herstel van de overtreder, waardoor een weg wordt gebaand, waardoor hij kan worden aanvaard als een zoon van God. Door gehoorzaamheid kan hij de bezitter van liefde, vrede en vreugde zijn. Zijn geloof kan hem verenigen in zijn zwakheid met Christus, de bron van goddelijke kracht, en door de verdiensten van Christus kan hij de goedkeuring van God vinden, omdat Christus aan de eisen van de wet heeft voldaan en Hij Zijn gerechtigheid toerekent aan de berouwvolle, gelovige ziel.” –That I May Know Him, blz. 96.

B. Welke nieuwe verordening gaf Christus aan Zijn gemeente vanwege het kwaad van trots in onze menselijke natuur, maar hoe lieten de Galaten in plaats daarvan zien, dat zij er niet in slaagden Zijn kruisiging zelfs maar te waarderen?

Johannes 13:14;

Johannes 13:14: Indien dan Ik, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, zo zijt gij ook schuldig, elkanders voeten te wassen.

Galaten 4:8-10.

Galaten 4:8: Maar toen, als gij God niet kendet, diendet gij degenen, die van nature geen goden zijn; Galaten 4:9: En nu, als gij God kent, ja, veelmeer van God gekend zijt, hoe keert gij u wederom tot de zwakke en arme beginselen, welke gij wederom van voren aan wilt dienen? Galaten 4:10: Gij onderhoudt dagen, en maanden, en tijden, en jaren.

“Deze instelling (van nederigheid) spreekt niet zozeer tot het menselijk verstand als wel tot het hart. Zijn zedelijke en geestelijke natuur heeft dit nodig. Als Zijn discipelen dit niet nodig hadden gehad, zou Christus’ laatste instelling hen niet zijn nagelaten in verband met, en behorend bij het laatste avondmaal. Christus wilde aan Zijn discipelen een inzetting nalaten, die voor hen zou doen, wat zij juist nodig hadden, die zou dienen om hen los te maken van de vormen en ceremoniën, waarmee ze zich tot dan toe hadden beziggehouden en die door het aannemen van het evangelie niet langer van kracht waren. Het voortzetten van deze riten zou een belediging voor Jehova betekenen.” –Bijbelkommentaar, blz. 405-406.

“In de gemeenten van Galatië had openlijke, ongemarkeerde dwaling het geloof van het evangelie vervangen. Christus, het ware fundament, werd praktisch afgezworen vanwege de achterhaalde ceremoniën van het Judaïsme.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 190.

DONDERDAG — 18 november

5. Een werk van liefde

A. Wat kunnen wij allemaal leren van de tedere oproepen van Paulus?

Galaten 4:11-18.

Galaten 4:11: Ik vrees voor u, dat ik niet enigszins tevergeefs aan u gearbeid heb. Galaten 4:12: Weest gij als ik, want ook ik ben als gij; broeders, ik bid u; gij hebt mij geen ongelijk gedaan. Galaten 4:13: En gij weet, dat ik u door zwakheid des vleses het Evangelie de eerste maal verkondigd heb; Galaten 4:14: En mijn verzoeking, die in mijn vlees geschiedde, hebt gij niet veracht noch verfoeid; maar gij naamt mij aan als een engel Gods, ja, als Christus Jezus. Galaten 4:15: Welke was dan uw gelukachting? Want ik geef u getuigenis, dat gij, zo het mogelijk ware, uw ogen zoudt uitgegraven, en mij gegeven hebben. Galaten 4:16: Ben ik dan uw vijand geworden, u de waarheid zeggende? Galaten 4:17: Zij ijveren niet recht over u; maar zij willen ons uitsluiten, opdat gij over hen zoudt ijveren. Galaten 4:18: Doch in het goede te allen tijd te ijveren is goed, en niet alleenlijk, als ik bij u tegenwoordig ben;

“Om verstandig om te gaan met verschillende klassen van geesten, onder verschillende omstandigheden en toestanden, is een werk, dat wijsheid en oordeel vereist, verlicht en geheiligd door de Geest van God. De dienaar van Christus moet leren, hoe belangrijk het is om zijn werk aan te passen aan de toestand van degenen, die hij zoekt om te helpen. Tederheid, geduld, besluitvaardigheid en vastberadenheid zijn evenzeer nodig; maar zij moeten worden uitgeoefend met gepast onderscheidingsvermogen. Alleen door een nauwe band met God te onderhouden, kunnen zijn dienstknechten hopen de beproevingen en moeilijkheden die steeds in de gemeenten opkomen, verstandig het hoofd te bieden.

Paulus had de Galaten het evangelie van Christus in zijn zuiverheid gepresenteerd. Zijn leringen waren in harmonie met de Schrift; en de Heilige Geest had getuigd bij zijn werken. Daarom waarschuwde hij zijn broeders om naar niets te luisteren, dat in tegenspraak zou zijn met de waarheid, die hun was onderwezen.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 190.

B. Hoe geven de wet en het evangelie samen hoop?

Galaten 4:19-21.

Galaten 4:19: Mijn kinderkens, die ik wederom arbeide te baren, totdat Christus een gestalte in u krijge. Galaten 4:20: Doch ik wilde, dat ik nu tegenwoordig bij u ware, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u. Galaten 4:21: Zegt mij, gij, die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet?

“Niemand, die in Jezus Christus gelooft, is onderworpen aan de wet van God; want Zijn wet is een wet van leven, niet van dood, voor degenen die haar voorschriften gehoorzamen. Allen die de geestelijkheid van de wet begrijpen, allen die de kracht ervan beseffen als openbaarder van zonde, verkeren in een even hulpeloze toestand als Satan zelf, tenzij zij de verzoening aanvaarden, die voor hen is voorzien in het genezende offer van Jezus Christus… Door geloof in Christus is gehoorzaamheid aan elk beginsel van de wet mogelijk gemaakt.” –Manuscript Releases 8, blz. 98.

VRIJDAG — 19 november

Terugblik

1. Waarom is het van belang om Christus te delen, als wij spreken over Gods morele wet?

2. Hoe doen degenen, die Christus of de wet verwerpen, zichzelf pijn?

3. Hoe kan ik de eenheid van Christus beter promoten met hen, die niet op mij lijken?

4. Wat is er mis, als christenen de Joodse rituelen in deze tijd voortzetten?

5. Hoe kan ik meer zoals Paulus zijn in mijn benadering van het winnen van zielen?