Het Evangelie volgens Paulus: Galaten — SABBAT, 30 oktober 2021

Les 5: Volledig uit genade leven

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ik ben met Christus gekruisigd; en ik leef; doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelf voor mij overgegeven heeft”

Galaten 2:20

“Echt geloof eigent zich toe de gerechtigheid van Christus, en de zondaar wordt tot een overwinnaar met Christus gemaakt; want hij is een deelhebber gemaakt van de goddelijke natuur, en zo worden goddelijkheid en menselijkheid gecombineerd.” –God’s Amazing Grace, blz. 177.

Aanvullende studie :: -¬Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 179-189.

ZONDAG — 24 oktober

1. Gods wedergeboren gevende genade

A. Hoe presenteert Paulus Gods genade in het verlossingsplan, en de houding waarmee wij deze moeten aannemen?

Galaten 2:15-18;

Galaten 2:15: Wij zijn van nature Joden, en niet zondaars uit de heidenen; Galaten 2:16: Doch wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit de werken der wet, maar door het geloof van Jezus Christus, zo hebben wij ook in Christus Jezus geloofd, opdat wij zouden gerechtvaardigd worden uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der wet; daarom dat uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden. Galaten 2:17: Maar indien wij, die in Christus zoeken gerechtvaardigd te worden, ook zelven zondaars bevonden worden, is dan Christus een dienaar der zonde? Dat zij verre. Galaten 2:18: Want indien ik, hetgeen ik afgebroken heb, datzelve wederom opbouw, zo stel ik mijzelven tot een overtreder.

Efeze 2:8-10.

“De Opperherder is Rechter en illustreert de grote principes, die de procedure van de afrekening moeten regelen met Zijn dienaren, die gerechtvaardigd zijn door geloof, beoordeeld naar hun werken. Geloof werkt door liefde en zuivert de ziel van morele verontreiniging, zodat het een tempel voor de Heer mag worden.” –This Day With God, blz. 208.

“Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen. Levend geloof stelt de bezitter ervan in staat beslag te leggen op de verdiensten van Christus, stelt hem in staat veel troost en voldoening te ontlenen aan het verlossingsplan.” –Selected Messages 1,blz. 364.

“Hoewel wij in harmonie moeten zijn met Gods wet, worden wij niet gered door de werken van de wet, toch kunnen wij niet worden gered zonder gehoorzaamheid. De wet is de maatstaf, waaraan het karakter wordt gemeten. Maar wij kunnen onmogelijk de geboden van God onderhouden zonder de wedergeboren gevende genade van Christus. Alleen Jezus kan ons van alle zonde reinigen. Hij verlost ons niet door de wet, noch verlost Hij ons in ongehoorzaamheid aan de wet.” –Faith and Works, blz. 95-96.

MAANDAG — 25 oktober

2. Genade begrijpen

A. Waarmee wordt iedere poging om verlossing te verkrijgen door onze eigen kracht of door enig veronderstelde prestatie van onszelf vergeleken?

Genesis 4:3-5.

Genesis 4:3: En het geschiedde ten einde van enige dagen, dat Kain van de vrucht des lands den HEERE offer bracht. Genesis 4:4: En Habel bracht ook van de eerstgeborenen zijner schapen, en van hun vet. En de HEERE zag Habel en zijn offer aan; Genesis 4:5: Maar Kain en zijn offer zag Hij niet aan. Toen ontstak Kain zeer, en zijn aangezicht verviel.

“Als een man zichzelf kon verlossen door zijn eigen werken, zou hij iets in zichzelf hebben om zich in te verheugen. De inspanning, die de mens in zijn eigen kracht levert om verlossing te verkrijgen, wordt vertegenwoordigd door het offer van Kaïn.” –Selected Messages 1, blz. 363.

B. Wat doet Gods genade eigenlijk voor ons?

Titus 2:11-14;

Titus 2:11: Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen. Titus 2:12: En onderwijst ons, dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld; Titus 2:13: Verwachtende de zalige hoop en verschijning der heerlijkheid van den groten God en onzen Zaligmaker Jezus Christus; Titus 2:14: Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken.

Titus 3:4-7.

Titus 3:4: Maar wanneer de goedertierenheid van God, onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, Titus 3:5: Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes; Titus 3:6: Denwelken Hij over ons rijkelijk heeft uitgegoten door Jezus Christus, onzen Zaligmaker; Titus 3:7: Opdat wij, gerechtvaardigd zijnde door Zijn genade, erfgenamen zouden worden naar de hope des eeuwigen levens.

“Jezus staat in het heilige der heiligen, nu om voor ons te verschijnen in de tegenwoordigheid van God. Daar houdt Hij niet op om Zijn volk van moment tot moment volmaakt in Zichzelf te presenteren. Maar omdat wij zo voor de Vader worden vertegenwoordigd, moeten wij ons niet voorstellen, dat wij Zijn genade moeten aannemen en zorgeloos, onverschillig en genotzuchtig worden. Christus is niet de bediener van zonde. Wij zijn volmaakt in Hem, aangenomen in de Geliefde, alleen als wij door geloof in Hem blijven.” –Faith and Works, blz. 107.

C. Verklaar de voortdurend grote diepte van onze enorme behoefte aan Gods genade.

2 Korinthe 3:3-5;

2 Korinthe 3:3: Als die openbaar zijt geworden, dat gij een brief van Christus zijt, en door onzen dienst bereid, die geschreven is niet met inkt, maar door den Geest des levenden Gods, niet in stenen tafelen, maar in vlezen tafelen des harten. 2 Korinthe 3:4: En zodanig een vertrouwen hebben wij door Christus bij God. 2 Korinthe 3:5: Niet dat wij van onszelven bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelven; maar onze bekwaamheid is uit God;

Galaten 2:19.

Galaten 2:19: Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou.

“Wij worden gerechtvaardigd door het geloof. De ziel, die de betekenis van deze woorden begrijpt, zal nooit zelfvoldaan zijn. Wij zijn van onszelf onbekwaam om ook maar iets van onszelf te denken. De Heilige Geest is onze bekwaamheid in het werk van karakteropbouw, in het vormen van het karakter naar de goddelijke gelijkenis. Als wij menen, dat wij zelf in staat zijn om ons eigen leven te vormen, maken wij een ernstige vergissing. Uit onszelf kunnen wij nooit de overwinning over de verzoeking behalen. Maar zij, die oprecht in Christus geloven, zullen door de Heilige Geest worden bewerkt. De persoon, in wiens hart geloof aanwezig is, zal opwassen tot een prachtige tempel voor de Heere. Hij wordt geleid door de genade van Christus. Naarmate hij op de lessen van de Heilige Geest vertrouwt, zal hij groeien.” –Bijbelkommentaar, blz. 526.

DINSDAG — 26 oktober

3. Vertrouwen op de Leverancier van genade

A. Hoe kunnen wij de voordelen van Gods genade in ons leven behouden?

Hebreeën 12:1-3.

Hebreeën 12:1: Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen allen last, en de zonde, die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan, die ons voorgesteld is; Hebreeën 12:2: Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechter hand des troons van God. Hebreeën 12:3: Want aanmerkt Dezen, Die zodanig een tegenspreken van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet verflauwt en bezwijkt in uw zielen.

“Alles wat de mens zonder Christus kan doen, is verontreinigd met zelfzucht en zonde; maar wat door geloof wordt bewerkstelligd, is aanvaardbaar voor God. Als wij proberen de hemel te verwerven door de verdiensten van Christus, maakt de ziel vorderingen. Opkijkend naar Jezus, de auteur en voleinder van ons geloof, mogen wij doorgaan van kracht naar kracht, van overwinning naar overwinning; want door Christus heeft de genade van God onze volledige verlossing uitgewerkt.” –Selected Messages 1, blz. 364.

“Niemand kan worden gerechtvaardigd door zijn eigen werken. Hij kan verlost worden van de schuld van zonde, van de veroordeling van de wet, van de straf op overtreding, alleen op grond van het lijden, de dood en de opstanding van Christus. Geloof is de enige voorwaarde, waarop rechtvaardiging kan worden verkregen, en geloof omvat niet alleen geloof, maar ook vertrouwen.” –Selected Messages 1, blz. 389.

“Als de zondaar zicht heeft op de mateloze bekoorlijke eigenschappen van Jezus, ziet de zonde er niet langer aantrekkelijk uit voor hem; want hij aanschouwt de Belangrijkste onder de tienduizend, de Enige totaal lieflijke. Hij beseft door een persoonlijke ervaring de kracht van het evangelie, waarvan de uitgestrektheid van het ontwerp alleen wordt geëvenaard door de kostbaarheid van het doel.” –Faith and Works, blz. 107.

B. Hoe moeten wij voorkomen, dat wij Gods genade verijdelen?

Galaten 2:21.

Galaten 2:21: Ik doe de genade Gods niet te niet; want indien de rechtvaardigheid door de wet is, zo is dan Christus tevergeefs gestorven.

“Een vast geloof zal niemand wegleiden tot fanatisme of tot het handelen van een luie dienaar. Het is de betoverende kracht van Satan, die mensen ertoe aanzet om naar zichzelf te kijken in plaats van naar Jezus. De gerechtigheid van Christus moet voor ons uit gaan, als de heerlijkheid van de Heer onze beloning wordt. Als wij Gods wil doen, mogen wij grote zegeningen aanvaarden als Gods gratis geschenk, maar niet vanwege enige verdienste in ons; dit heeft geen waarde. Doe het werk van Christus, en u zult God eren en meer dan overwinnaars worden door Hem, die ons heeft liefgehad en Zijn leven voor ons heeft gegeven, opdat wij leven en verlossing zullen hebben in Jezus Christus.” –Faith and Works, blz. 27-28.

“Hoewel echt geloof volkomen op Christus vertrouwt voor zaligheid, zal het leiden tot volmaakte overeenstemming met Gods wet. Geloof wordt openbaar door de werken.” –Bijbelkommentaar, blz. 466.

WOENSDAG — 27 oktober

4. Zuiver blijven of bevlekt worden?

A. Hoe kunnen wij de ontzagwekkende ervaring van leven door Gods genade samenvatten?

Galaten 2:20.

Galaten 2:20: Ik ben met Christus gekruist; en ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft, en Zichzelven voor mij overgegeven heeft.

“Door de genade van Christus kunnen wij alles vervullen, wat God van ons eist.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 94.

“De neigingen, die het natuurlijke hart beheersen, moeten door de genade van Christus worden onderworpen, voordat de gevallen mens geschikt is om de hemel binnen te gaan en te genieten van de samenleving van de reine, heilige engelen. Wanneer de mens sterft voor de zonde en wordt opgewekt tot nieuw leven in Christus, vervult de goddelijke liefde zijn hart; zijn verstand is geheiligd; hij drinkt uit een onuitputtelijke bron van vreugde en kennis, en het licht van een eeuwige dag schijnt op zijn pad, want met hem is voortdurend het licht des levens.” –God’s Amazing Grace, blz. 250.

“De aanraking van het geloof opent voor ons de goddelijke schatkamer van kracht en wijsheid; en zo bewerkstelligt God, door middel van instrumenten van klei, de wonderen van Zijn genade. Dit levende geloof is nu onze grote behoefte. Wij moeten weten, dat Jezus inderdaad de onze is; dat Zijn Geest ons hart reinigt en loutert. Als de volgelingen van Christus echt geloof hadden, met zachtmoedigheid en liefde, wat een werk zouden zij dan kunnen volbrengen! Welke vrucht zou worden gezien tot eer van God!” –God’s Amazing Grace, blz. 265.

B. Waarom werd Paulus zo verontrust over de gelovigen, die in Galatië woonden, en wat moeten wij hiervan leren?

Galaten 3:1;

Galaten 3:1: O gij uitzinnige Galaten, wie heeft u betoverd, dat gij der waarheid niet zoudt gehoorzaam zijn; denwelken Jezus Christus voor de ogen te voren geschilderd is geweest, onder u gekruist zijnde?

Johannes 3:3.

Johannes 3:3: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

“De apostel drong er bij de Galaten op aan de valse leraars, door wie zij waren misleid, te verlaten, en terug te keren tot het geloof, dat met onmiskenbare bewijzen van goddelijke instemming was gepaard gegaan. De mannen, die getracht hadden hen van het geloof in het evangelie af te brengen, waren huichelaars, goddeloos van hart en verdorven in levenswandel. Hun godsdienst bestond uit een reeks ceremoniën, en door deze na te komen veronderstelden zij de gunst van God te verkrijgen. Zij kenden geen verlangen naar een evangelie, dat gehoorzaamheid vereiste aan het woord. ‘Tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien’ (Johannes 3:3). Zij gevoelden, dat een op zulk een leer gebaseerde godsdienst een al te groot offer vorderde, en zij klemden zich aan hun dwaling vast, daarmee zichzelf en anderen misleidend.

Uiterlijke religieuze vormen in de plaats te stellen van heiligheid van hart en leven is voor de onbekeerde natuur nog steeds even aangenaam, als dit ten tijde van de judaïstische leraars het geval was. Evenals toen zijn er ook heden ten dage onoprechte geestelijke leiders, aan wier leerstellingen velen gretig gehoor geven. Het is Satans opzettelijk streven om zielen aan de hoop op redding door het geloof in Christus en gehoorzaamheid aan Gods wet te onttrekken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 283.

DONDERDAG — 28 oktober

5. Christus als ons middelpunt houden

A. Welke vragen stelde Paulus om de ogen van de Galaten te openen om het specifieke type van “betovering” te zien, dat hen had misleid?

Galaten 3:2-5.

Galaten 3:2: Dit alleen wil ik van u leren: hebt gij den Geest ontvangen uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs? Galaten 3:3: Zijt gij zo uitzinnig? Daar gij met den Geest begonnen zijt, voleindigt gij nu met het vlees? Galaten 3:4: Hebt gij zoveel tevergeefs geleden? Indien maar ook tevergeefs! Galaten 3:5: Die u dan den Geest verleent, en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken der wet, of uit de prediking des geloofs?

“Satan is degene, die betovert, en hij heeft gewrocht, dat Christus uit de ziel verdreven kan worden en dat hij zelf daar op de troon mag zijn.” –Sons and Daughters of God, blz. 336.

B. Wat was daarentegen het middelpunt van Paulus’ onderwijs?

2 Korinthe 4:5-6.

2 Korinthe 4:5: Want wij prediken niet onszelven, maar Christus Jezus, den Heere; en onszelven, dat wij uw dienaars zijn om Jezus' wil. 2 Korinthe 4:6: Want God, Die gezegd heeft, dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is Degene, Die in onze harten geschenen heeft, om te geven verlichting der kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Jezus Christus.

“Niet om zichzelf te verhogen, maar om de genade van God te verheerlijken bewees Paulus op deze wijze aan hen, die hem zijn apostelschap ontzegden, ‘volstrekt niet te hebben ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen’ (2 Korinthe 11:5). Zij, die zijn roeping en zijn werk probeerden te kleineren, streden tegen Christus. Want Zijn genade en kracht werden door Paulus geopenbaard. De apostel was door de tegenstand van zijn vijanden gedwongen stelling te nemen tot handhaving van zijn ambt en gezag.

Paulus smeekte degenen, die eens in hun leven de kracht van God hadden ervaren, tot hun eerste liefde voor de evangeliewaarheden terug te keren. Met onweerlegbare argumenten schilderde hij hun het voorrecht om vrije mannen en vrouwen te worden in Christus, door wiens verzoenende genade allen, die zich geheel overgeven, bekleed worden met het kleed van Zijn gerechtigheid. Hij nam het standpunt in, dat iedere ziel, die gered wilde worden, een onvervalste, persoonlijke beleving van de dingen Gods moest hebben.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 284.

VRIJDAG — 29 oktober

Terugblik

1. Wat moet ik mij realiseren over Gods genade?

2. Hoe kan ik groeien in genade?

3. Hoe komt geloof tot uiting?

4. Wat was er zo gevaarlijk aan degenen, die de Galaten hadden betoverd?

5. Waardoor loop ik het risico mijn eerste liefde voor het evangelie te verliezen?