Tekst om te onthouden: “En Hij (de Heer) zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”
Handelingen 22:21
“Hoe velen doen, alsof zij het gevaar van zondaars beseffen? Hoe velen brengen degenen, van wie zij weten, dat zij in gevaar zijn, tot God en leggen hen voor in gebed en smeken Hem om hen te redden? ” –Testimonies for the Church 6, blz. 413.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 95-97;; 117-120.
A. Wat had Paulus meegemaakt bij zijn terugkeer naar Damascus?
Handelingen 9:22-25.
“De Joden konden de wijsheid van zijn (Paulus’) argumenten niet weerstaan, en daarom overlegden zij samen om zijn stem met geweld het zwijgen op te leggen, het enige argument dat nog aan een zinkende zaak was overgelaten. Zij besloten hem te vermoorden. De apostel werd bekend gemaakt met hun doel. De poorten van de stad werden dag en nacht waakzaam bewaakt om zijn ontsnapping te voorkomen. De bezorgdheid van de discipelen dreef hen in gebed tot God; er sliepen weinigen onder hen, omdat zij druk bezig waren met het bedenken van manieren en middelen om de uitverkoren apostel te laten ontsnappen. Ten slotte bedachten zij een plan, waardoor hij ’s nachts door een raam in een mand over de muur werd neergelaten. Op deze vernederende manier ontsnapte Paulus uit Damascus.” –The Story of Redemption, blz. 276.
B. Waar was hij toen heen gegaan en waarom?
Galaten 1:18.
“Hij (Paulus) ging nu naar Jeruzalem, waar hij de apostelen daar, en vooral Petrus, wilde leren kennen. Hij verlangde er erg naar de Galilese vissers te ontmoeten, die met Christus op aarde hadden geleefd, gebeden en met Hem hadden gesproken.” –The Story of Redemption, blz. 276.
A. Beschrijf de langverwachte introductie van Paulus bij de discipelen.
Handelingen 9:26-28.
“Hij (Paulus) probeerde zich bij de broederen, de discipelen te voegen; maar groot was zijn verdriet en teleurstelling, toen hij merkte, dat zij hem niet als één der hunnen wilden ontvangen. Zij herinnerden zich zijn vroegere vervolgingen en verdachten hem ervan, een rol te spelen om hen te misleiden en te vernietigen. Weliswaar hadden zij gehoord van zijn wondere bekering, maar omdat hij zich onmiddellijk had teruggetrokken naar Arabië en zij van hem niets meer met zekerheid hadden vernomen, hadden zij geen geloof geschonken aan het gerucht van zijn grote verandering.
Barnabas, die vrijgevig van zijn middelen had gegeven om het werk van Christus te ondersteunen en de noden van de armen te verlichten, had Paulus gekend, toen hij de gelovigen nog tegenstond. Hij kwam nu naar voren en hernieuwde die kennismaking, hoorde Paulus’ getuigenis met betrekking tot zijn wondere bekering en zijn ervaringen van af die tijd. Hij geloofde Paulus ten volle, ontving hem, nam hem bij de hand en bracht hem in de aanwezigheid van de apostelen. Hij vertelde zijn ervaring, die hij zojuist had vernomen, dat Jezus persoonlijk aan Paulus was verschenen, terwijl deze op weg was naar Damascus; dat Hij met hem gesproken had, dat Paulus zijn gezicht teruggekregen had als antwoord op het gebed van Ananias en dat hij nadien in de synagoge van de stad had volgehouden, dat Jezus de Zoon van God was.
De apostelen aarzelden niet langer; zij konden geen weerstand bieden aan God. Petrus en Jakobus, die in die tijd de enige apostelen in Jeruzalem waren, gaven de vroegere felle vervolger van hun geloof de rechterhand der gemeenschap; en hij werd nu evenzeer geliefd en gerespecteerd, als hij eerder gevreesd en vermeden was.” –Bijbelkommentaar, blz. 441-442.
B. Hoe was Paulus door anderen in Jeruzalem ontvangen?
Handelingen 9:29.
“Paulus was stellig van mening dat deze leraars in Israël, die eens zijn goede bekenden waren geweest, even oprecht en eenzaam waren als hijzelf was geweest. Maar hij had de geest van zijn Joodse broeders verkeerd beoordeeld, en in de hoop op hun spoedige bekering werd hij bitter teleurgesteld… Droefheid vervulde zijn hart. Gewillig zou hij zijn leven hebben gegeven, indien hij daardoor sommigen tot kennis der waarheid had kunnen brengen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 96.
A. Wat had de Heer Paulus in een visioen te Jeruzalem verteld?
Handelingen 22:17-21.
“Paulus … aarzelde om Jeruzalem te verlaten zonder de koppige Joden te overtuigen van de waarheid van zijn geloof; hij dacht dat, zelfs als zijn leven voor de waarheid zou worden opgeofferd, het niet meer zou zijn dan het vreselijke verhaal, dat hij tegen zichzelf had voor de dood van Stefanus, goed te maken… Maar het antwoord was beslister dan voorheen: ‘Ga heen, want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden’.
Toen de broeders hoorden van het visioen van Paulus en de zorg, die God voor hem had, nam hun bezorgdheid voor hem toe; want zij realiseerden zich, dat hij inderdaad een uitverkoren werktuig van de Heer was om de waarheid aan de heidenen te brengen. Zij bespoedigden zijn geheime ontsnapping uit Jeruzalem, uit angst voor zijn vermoord worden door de Joden.” –The Story of Redemption, blz. 279-280.
B. Wat vertelde Paulus als gevolg van deze situatie over, hoe beperkt zijn tijd onder de discipelen was?
Galaten 1:19-20,
Galaten 1:22.
C. Hoe zorgde God voor Paulus, terwijl Hij de weg effende voor de gemeente in Judea, Galilea en Samaria om ook te groeien?
Galaten 1:21;
Handelingen 9:30-31.
D. Vertel de geschiedenis van de opkomst en vooruitgang van de gemeente in Antiochië, de commerciële metropool van Syrië.
Handelingen 11:19-26 (eerste deel).
“In de volkrijke stad Antiochië vond Paulus een voortreffelijk arbeidsveld. Zijn geleerdheid, wijsheid en ijver oefenden op de inwoners en bezoekers van deze cultuurstad een machtige invloed uit. Hij bleek juist de hulp te zijn die Barnabas nodig had…
Daar het de wil van God is, dat uitverkoren arbeiders met talent en vol overgave in belangrijke volkscentra zullen worden geplaatst om in openbare samenkomsten de leiding te nemen, is het ook Zijn bedoeling, dat de gemeenteleden in deze steden de hun van God gegeven talenten zullen gebruiken om voor zielen te arbeiden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 118, 119.
A. Wat was onderscheidend aan de gemeente in Antiochië?
Handelingen 11:26 (laatste deel).
“In Antiochië werden de discipelen voor het eerst ‘christenen’ genoemd. Die naam werd hun gegeven, omdat Christus het voornaamste onderwerp van hun prediking, hun onderwijs en hun gesprek was. Zij verhaalden steeds weer de gebeurtenissen, die hadden plaatsgevonden gedurende de dagen van Zijn aardse bediening, toen Zijn discipelen gezegend waren met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid, onvermoeibaar weidden zij uit over Zijn onderwijzingen en Zijn wonderbare genezingen. Met bevende lippen en betraande ogen spraken zij over Zijn zieleworsteling in de hof, Zijn verraad, verhoor en terechtstelling, van het geduld en de ootmoed, waarmee Hij de smaad en de pijniging, Hem door Zijn vijanden opgelegd, had verdragen, en van het goddelijk medelijden, waarmee Hij voor Zijn vervolgers had gebeden. Zijn opstanding en hemelvaart en Zijn werk in de hemel als Voorspraak van de gevallen mensheid waren hoofdontwerpen, waarover zij graag spraken. Terecht mochten de heidenen hen ‘christenen’ noemen, daar zij Christus predikten en zij hun gebeden via Hem tot God richtten.
Het was God, die hun de naam ‘christen’ gaf. Dit is een koninklijke naam voor allen, die zich met Christus verbinden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 118.
B. Hoe onthult de Schrift, dat de naam “christen” een ereteken is?
Jakobus 2:7;
1 Petrus 4:16,
1 Petrus 4:14.
C. Hoe kunnen wij ons laten inspireren door de eerste discipelen, als wij leven, zoals wij doen in een wereld, waar de overgrote meerderheid ongelovig is?
Handelingen 4:13.
“Levend te midden van een volk (de gelovigen in Antiochië), dat zich maar weinig om de dingen van eeuwige waarde scheen te bekommeren, probeerden zij de aandacht van de oprechten van hart te trekken, en een beslist getuigenis af te leggen omtrent Hem, die zij liefhadden en dienden. In hun bescheiden werk van evangeliebediening leerden zij afhankelijk te zijn van de kracht van de Heilige Geest om het woord des levens doeltreffend te maken. En zo legden zij dagelijks onder de verschillende lagen der bevolking getuigenis af van hun geloof in Christus.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 119.
A. Hoe kunnen wij worden aangemoedigd en gemotiveerd door het rapport, dat de gemeenten in Judea hebben ontvangen over het werk van Paulus?
Galaten 1:23-24.
“De apostel Paulus kon van de eerste gemeente zeggen: ‘Zij verheerlijkten God in mij’ Galaten 1:24. Zullen wij er niet naar streven zo te leven, dat dezelfde woorden van ons kunnen worden gezegd? De Heer zal voorzien in wegen en middelen voor degenen, die Hem met hun hele hart zullen zoeken. Hij verlangt, dat wij de goddelijke supervisie erkennen, die werd getoond bij het voorbereiden van arbeidsvelden en het bereiden van de weg voor deze velden om met succes te worden bezet.
Laten predikers en evangelisten meer tijd van ernstig gebed hebben met degenen, die overtuigd zijn door de waarheid. Bedenk, dat Christus altijd met u is. De Heer heeft de kostbaarste tentoonstellingen van zijn genade klaarstaan om de oprechte, nederige werker te versterken en te bemoedigen. Weerkaatst dan naar anderen het licht, dat God op u heeft laten schijnen. Degenen, die dit doen, brengen de Heer het kostbaarste offer. De harten van hen, die de goede boodschap van verlossing brengen, stralen van de geest van lof.” –Testimonies for the Church 6, blz. 413.
“Het werk Gods in de hedendaagse wereld heeft gebrek aan krachtige vertegenwoordigers van de Bijbelse waarheid. De ingezegende predikers alleen zijn niet opgewassen tegen de taak om de grote steden te waarschuwen. God doet niet enkel een beroep op predikers, maar ook op artsen, verpleegsters, colporteurs, Bijbelverspreiders en andere toegewijde lekenwerkers met verschillende talenten, die een kennis hebben van Gods Woord en die de kracht van Zijn genade kennen om de noden van de nog niet gewaarschuwde steden onder ogen te zien. De tijd gaat snel voorbij en er valt nog veel te doen. Iedere arbeidskracht moet meehelpen, opdat de geboden kansen wijselijk worden benut.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 119.
1. Wat moet ik leren van Paulus’ reden om van plaats tot plaats te gaan?
2. Hoe kan ik in mijn invloedssfeer meer zijn, zoals Barnabas voor Paulus was?
3. Wat kan ik doen om mijn plaatselijke gemeente te helpen schijnen, zoals degene in Antiochië deed?
4. Wat moet ik bij het lezen van Paulus’ verhaal in Galaten 1:11-24 opmerken uit, hoe hij niet mopperde of klaagde over alles, wat hij werkelijk heeft geleden?
5. Wat zou ik kunnen doen om mij niet af te houden van God vollediger te verheerlijken?