Het Evangelie volgens Paulus: Galaten — SABBAT, 16 oktober 2021

Les 3: Op naar Antiochië

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En Hij (de Heer) zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden”

Handelingen 22:21

“Hoe velen doen, alsof zij het gevaar van zondaars beseffen? Hoe velen brengen degenen, van wie zij weten, dat zij in gevaar zijn, tot God en leggen hen voor in gebed en smeken Hem om hen te redden? ” –Testimonies for the Church 6, blz. 413.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 95-97;; 117-120.

ZONDAG — 10 oktober

1. Verlangend om zijn bekering te delen

A. Wat had Paulus meegemaakt bij zijn terugkeer naar Damascus?

Handelingen 9:22-25.

Handelingen 9:22: Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is. Handelingen 9:23: En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden. Handelingen 9:24: Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten. Handelingen 9:25: Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

“De Joden konden de wijsheid van zijn (Paulus’) argumenten niet weerstaan, en daarom overlegden zij samen om zijn stem met geweld het zwijgen op te leggen, het enige argument dat nog aan een zinkende zaak was overgelaten. Zij besloten hem te vermoorden. De apostel werd bekend gemaakt met hun doel. De poorten van de stad werden dag en nacht waakzaam bewaakt om zijn ontsnapping te voorkomen. De bezorgdheid van de discipelen dreef hen in gebed tot God; er sliepen weinigen onder hen, omdat zij druk bezig waren met het bedenken van manieren en middelen om de uitverkoren apostel te laten ontsnappen. Ten slotte bedachten zij een plan, waardoor hij ’s nachts door een raam in een mand over de muur werd neergelaten. Op deze vernederende manier ontsnapte Paulus uit Damascus.” –The Story of Redemption, blz. 276.

B. Waar was hij toen heen gegaan en waarom?

Galaten 1:18.

Galaten 1:18: Daarna kwam ik na drie jaren weder te Jeruzalem om Petrus te bezoeken, en ik bleef bij hem vijftien dagen.

“Hij (Paulus) ging nu naar Jeruzalem, waar hij de apostelen daar, en vooral Petrus, wilde leren kennen. Hij verlangde er erg naar de Galilese vissers te ontmoeten, die met Christus op aarde hadden geleefd, gebeden en met Hem hadden gesproken.” –The Story of Redemption, blz. 276.

MAANDAG — 11 oktober

2. Een vreemd ontvangst

A. Beschrijf de langverwachte introductie van Paulus bij de discipelen.

Handelingen 9:26-28.

Handelingen 9:26: Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was. Handelingen 9:27: Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus. Handelingen 9:28: En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem;

“Hij (Paulus) probeerde zich bij de broederen, de discipelen te voegen; maar groot was zijn verdriet en teleurstelling, toen hij merkte, dat zij hem niet als één der hunnen wilden ontvangen. Zij herinnerden zich zijn vroegere vervolgingen en verdachten hem ervan, een rol te spelen om hen te misleiden en te vernietigen. Weliswaar hadden zij gehoord van zijn wondere bekering, maar omdat hij zich onmiddellijk had teruggetrokken naar Arabië en zij van hem niets meer met zekerheid hadden vernomen, hadden zij geen geloof geschonken aan het gerucht van zijn grote verandering.

Barnabas, die vrijgevig van zijn middelen had gegeven om het werk van Christus te ondersteunen en de noden van de armen te verlichten, had Paulus gekend, toen hij de gelovigen nog tegenstond. Hij kwam nu naar voren en hernieuwde die kennismaking, hoorde Paulus’ getuigenis met betrekking tot zijn wondere bekering en zijn ervaringen van af die tijd. Hij geloofde Paulus ten volle, ontving hem, nam hem bij de hand en bracht hem in de aanwezigheid van de apostelen. Hij vertelde zijn ervaring, die hij zojuist had vernomen, dat Jezus persoonlijk aan Paulus was verschenen, terwijl deze op weg was naar Damascus; dat Hij met hem gesproken had, dat Paulus zijn gezicht teruggekregen had als antwoord op het gebed van Ananias en dat hij nadien in de synagoge van de stad had volgehouden, dat Jezus de Zoon van God was.

De apostelen aarzelden niet langer; zij konden geen weerstand bieden aan God. Petrus en Jakobus, die in die tijd de enige apostelen in Jeruzalem waren, gaven de vroegere felle vervolger van hun geloof de rechterhand der gemeenschap; en hij werd nu evenzeer geliefd en gerespecteerd, als hij eerder gevreesd en vermeden was.” –Bijbelkommentaar, blz. 441-442.

B. Hoe was Paulus door anderen in Jeruzalem ontvangen?

Handelingen 9:29.

Handelingen 9:29: En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden.

“Paulus was stellig van mening dat deze leraars in Israël, die eens zijn goede bekenden waren geweest, even oprecht en eenzaam waren als hijzelf was geweest. Maar hij had de geest van zijn Joodse broeders verkeerd beoordeeld, en in de hoop op hun spoedige bekering werd hij bitter teleurgesteld… Droefheid vervulde zijn hart. Gewillig zou hij zijn leven hebben gegeven, indien hij daardoor sommigen tot kennis der waarheid had kunnen brengen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 96.

DINSDAG — 12 oktober

3. Tijd om te vertrekken

A. Wat had de Heer Paulus in een visioen te Jeruzalem verteld?

Handelingen 22:17-21.

Handelingen 22:17: En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; Handelingen 22:18: En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. Handelingen 22:19: En ik zeide: Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen geselde, die in U geloofden; Handelingen 22:20: En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden. Handelingen 22:21: En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden.

“Paulus … aarzelde om Jeruzalem te verlaten zonder de koppige Joden te overtuigen van de waarheid van zijn geloof; hij dacht dat, zelfs als zijn leven voor de waarheid zou worden opgeofferd, het niet meer zou zijn dan het vreselijke verhaal, dat hij tegen zichzelf had voor de dood van Stefanus, goed te maken… Maar het antwoord was beslister dan voorheen: ‘Ga heen, want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden’.

Toen de broeders hoorden van het visioen van Paulus en de zorg, die God voor hem had, nam hun bezorgdheid voor hem toe; want zij realiseerden zich, dat hij inderdaad een uitverkoren werktuig van de Heer was om de waarheid aan de heidenen te brengen. Zij bespoedigden zijn geheime ontsnapping uit Jeruzalem, uit angst voor zijn vermoord worden door de Joden.” –The Story of Redemption, blz. 279-280.

B. Wat vertelde Paulus als gevolg van deze situatie over, hoe beperkt zijn tijd onder de discipelen was?

Galaten 1:19-20,

Galaten 1:19: En zag geen ander van de apostelen, dan Jakobus, den broeder des Heeren. Galaten 1:20: Hetgeen nu ik u schrijf, ziet, ik getuig voor God, dat ik niet lieg!

Galaten 1:22.

Galaten 1:22: En ik was van aangezicht onbekend aan de Gemeenten in Judea, die in Christus zijn.

C. Hoe zorgde God voor Paulus, terwijl Hij de weg effende voor de gemeente in Judea, Galilea en Samaria om ook te groeien?

Galaten 1:21;

Galaten 1:21: Daarna ben ik gekomen in de gewesten van Syrie en van Cilicie.

Handelingen 9:30-31.

Handelingen 9:30: Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen. Handelingen 9:31: De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd.

D. Vertel de geschiedenis van de opkomst en vooruitgang van de gemeente in Antiochië, de commerciële metropool van Syrië.

Handelingen 11:19-26 (eerste deel).

Handelingen 11:19: Degenen nu, die verstrooid waren door de verdrukking, die over Stefanus geschied was, gingen het land door tot Fenicie toe, en Cyprus, en Antiochie, tot niemand het Woord sprekende, dan alleen tot de Joden.

“In de volkrijke stad Antiochië vond Paulus een voortreffelijk arbeidsveld. Zijn geleerdheid, wijsheid en ijver oefenden op de inwoners en bezoekers van deze cultuurstad een machtige invloed uit. Hij bleek juist de hulp te zijn die Barnabas nodig had…

Daar het de wil van God is, dat uitverkoren arbeiders met talent en vol overgave in belangrijke volkscentra zullen worden geplaatst om in openbare samenkomsten de leiding te nemen, is het ook Zijn bedoeling, dat de gemeenteleden in deze steden de hun van God gegeven talenten zullen gebruiken om voor zielen te arbeiden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 118, 119.

WOENSDAG — 13 oktober

4. De gemeente in Antiochië

A. Wat was onderscheidend aan de gemeente in Antiochië?

Handelingen 11:26 (laatste deel).

[Acts.11.26.b]

“In Antiochië werden de discipelen voor het eerst ‘christenen’ genoemd. Die naam werd hun gegeven, omdat Christus het voornaamste onderwerp van hun prediking, hun onderwijs en hun gesprek was. Zij verhaalden steeds weer de gebeurtenissen, die hadden plaatsgevonden gedurende de dagen van Zijn aardse bediening, toen Zijn discipelen gezegend waren met Zijn persoonlijke tegenwoordigheid, onvermoeibaar weidden zij uit over Zijn onderwijzingen en Zijn wonderbare genezingen. Met bevende lippen en betraande ogen spraken zij over Zijn zieleworsteling in de hof, Zijn verraad, verhoor en terechtstelling, van het geduld en de ootmoed, waarmee Hij de smaad en de pijniging, Hem door Zijn vijanden opgelegd, had verdragen, en van het goddelijk medelijden, waarmee Hij voor Zijn vervolgers had gebeden. Zijn opstanding en hemelvaart en Zijn werk in de hemel als Voorspraak van de gevallen mensheid waren hoofdontwerpen, waarover zij graag spraken. Terecht mochten de heidenen hen ‘christenen’ noemen, daar zij Christus predikten en zij hun gebeden via Hem tot God richtten.

Het was God, die hun de naam ‘christen’ gaf. Dit is een koninklijke naam voor allen, die zich met Christus verbinden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 118.

B. Hoe onthult de Schrift, dat de naam “christen” een ereteken is?

Jakobus 2:7;

Jakobus 2:7: Lasteren zij niet den goeden naam, die over u aangeroepen is?

1 Petrus 4:16,

1 Petrus 4:16: Maar indien iemand lijdt als een Christen, die schame zich niet, maar verheerlijke God in dezen dele.

1 Petrus 4:14.

1 Petrus 4:14: Indien gij gesmaad wordt om den Naam van Christus, zo zijt gij zalig; want de Geest der heerlijkheid, en de Geest van God rust op u. Wat hen aangaat, Hij wordt wel gelasterd, maar wat u aangaat, Hij wordt verheerlijkt.

C. Hoe kunnen wij ons laten inspireren door de eerste discipelen, als wij leven, zoals wij doen in een wereld, waar de overgrote meerderheid ongelovig is?

Handelingen 4:13.

Handelingen 4:13: Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

“Levend te midden van een volk (de gelovigen in Antiochië), dat zich maar weinig om de dingen van eeuwige waarde scheen te bekommeren, probeerden zij de aandacht van de oprechten van hart te trekken, en een beslist getuigenis af te leggen omtrent Hem, die zij liefhadden en dienden. In hun bescheiden werk van evangeliebediening leerden zij afhankelijk te zijn van de kracht van de Heilige Geest om het woord des levens doeltreffend te maken. En zo legden zij dagelijks onder de verschillende lagen der bevolking getuigenis af van hun geloof in Christus.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 119.

DONDERDAG — 14 oktober

5. God verheerlijken

A. Hoe kunnen wij worden aangemoedigd en gemotiveerd door het rapport, dat de gemeenten in Judea hebben ontvangen over het werk van Paulus?

Galaten 1:23-24.

Galaten 1:23: Maar zij hadden alleenlijk gehoord, dat men zeide: Degene, die ons eertijds vervolgde, verkondigt nu het geloof, hetwelk hij eertijds verwoestte. Galaten 1:24: En zij verheerlijkten God in mij.

“De apostel Paulus kon van de eerste gemeente zeggen: ‘Zij verheerlijkten God in mij’ Galaten 1:24. Zullen wij er niet naar streven zo te leven, dat dezelfde woorden van ons kunnen worden gezegd? De Heer zal voorzien in wegen en middelen voor degenen, die Hem met hun hele hart zullen zoeken. Hij verlangt, dat wij de goddelijke supervisie erkennen, die werd getoond bij het voorbereiden van arbeidsvelden en het bereiden van de weg voor deze velden om met succes te worden bezet.

Laten predikers en evangelisten meer tijd van ernstig gebed hebben met degenen, die overtuigd zijn door de waarheid. Bedenk, dat Christus altijd met u is. De Heer heeft de kostbaarste tentoonstellingen van zijn genade klaarstaan om de oprechte, nederige werker te versterken en te bemoedigen. Weerkaatst dan naar anderen het licht, dat God op u heeft laten schijnen. Degenen, die dit doen, brengen de Heer het kostbaarste offer. De harten van hen, die de goede boodschap van verlossing brengen, stralen van de geest van lof.” –Testimonies for the Church 6, blz. 413.

“Het werk Gods in de hedendaagse wereld heeft gebrek aan krachtige vertegenwoordigers van de Bijbelse waarheid. De ingezegende predikers alleen zijn niet opgewassen tegen de taak om de grote steden te waarschuwen. God doet niet enkel een beroep op predikers, maar ook op artsen, verpleegsters, colporteurs, Bijbelverspreiders en andere toegewijde lekenwerkers met verschillende talenten, die een kennis hebben van Gods Woord en die de kracht van Zijn genade kennen om de noden van de nog niet gewaarschuwde steden onder ogen te zien. De tijd gaat snel voorbij en er valt nog veel te doen. Iedere arbeidskracht moet meehelpen, opdat de geboden kansen wijselijk worden benut.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 119.

VRIJDAG — 15 oktober

Terugblik

1. Wat moet ik leren van Paulus’ reden om van plaats tot plaats te gaan?

2. Hoe kan ik in mijn invloedssfeer meer zijn, zoals Barnabas voor Paulus was?

3. Wat kan ik doen om mijn plaatselijke gemeente te helpen schijnen, zoals degene in Antiochië deed?

4. Wat moet ik bij het lezen van Paulus’ verhaal in Galaten 1:11-24 opmerken uit, hoe hij niet mopperde of klaagde over alles, wat hij werkelijk heeft geleden?

5. Wat zou ik kunnen doen om mij niet af te houden van God vollediger te verheerlijken?