Tekst om te onthouden: “Die (Jezus Christus) Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Wien zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”
Galaten 1:4–5
“Zij, die hem (Paulus) hoorden, wisten dat hij met Jezus was geweest. Omgord met kracht uit de hoge, kon hij geestelijke zaken naar de geest onderscheiden en de bolwerken van Satan verbreken. Door deze voorstelling van Gods liefde, zoals deze zich in het offer van Zijn eniggeboren Zoon openbaarde, werden harten gebroken en velen tot de vraag gebracht: wat moet ik doen om behouden te worden?” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 154.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 92-95;; 282-284.
A. Hoe begon Paulus zijn brief aan de Galaten?
Galaten 1:1-5.
“Paulus en zijn medewerkers verkondigden de leer van rechtvaardigmaking door geloof in het verzoenende offer van Christus. Zij stelden Christus voor als degene die, de hulpeloze toestand van het gevallen mensdom ziende, kwam om mannen en vrouwen te redden door een leven te leiden in gehoorzaamheid aan Gods wet en de straf der ongehoorzaamheid te dragen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 153.
“Door Zijn leven te geven voor het leven van de wereld overbrugde Christus de kloof, die de zonde had gemaakt, door deze door zonde vervloekte aarde te verenigen met het universum van de hemel als een provincie. God koos deze wereld om het schouwspel te zijn van Zijn machtige werken van genade. Terwijl het vonnis van veroordeling erover werd opgeschort vanwege de rebellie van de inwoners, terwijl de wolken van toorn zich opstapelden vanwege de overtreding van de wet van God, werd een mysterieuze stem gehoord in de hemel: ‘Zie, Ik kom … om uw welbehagen te doen, o mijn God’ (Psalm 40:8-9). Onze plaatsvervanger en borg kwam uit de hemel en verklaarde, dat Hij de enorme en onschatbare schenking van eeuwig leven met Zich had meegebracht.” –This Day With God, blz. 84.
A. Wat was er in Galatië gebeurd, waarover Paulus zich zorgen maakte?
Galaten 1:6-7.
“Terwijl Paulus in Corinthe verbleef, had hij reden tot ernstige bezorgdheid over enige van de reeds gevestigde gemeenten. Door de invloed van valse leraren, die onder de gelovigen van Jeruzalem waren opgestaan, wonnen ketterij en materialisme spoedig veld onder de gelovigen in Galatië. Deze valse leraren vermengden Joodse overleveringen met de waarheden van het evangelie. Met voorbijzien van het besluit van de algemene vergadering te Jeruzalem, drongen zij de bekeerden uit de heidenen de naleving van de ceremoniële wet op.
De toestand was kritiek. De dingen, die ten onrechte waren geïntroduceerd dreigden weldra de gemeenten in Galatië af te breken.
Het ging Paulus zeer ter harte en hij was verontrust door deze openlijke afval van een deel van hen, aan wie hij getrouw de grondbeginselen van het evangelie had onderwezen. Onmiddellijk schreef hij aan de misleide gelovigen, belichtte de valse theorieën, die ze hadden aanvaard, en berispte met grote gestrengheid allen, die van het geloof waren afgeweken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 281.
B. Wat kan ervoor zorgen, dat dergelijke dingen gebeuren?
Spreuken 16:28;
Amos 2:4.
“In bijna elke gemeente waren enkele leden, die van geboorte Joden waren. Bij deze bekeerlingen vonden de Joodse leraars grif gehoor en door hen kregen zij houvast in de gemeenten. Het was onmogelijk om door schriftuurlijke argumenten de leer, die Paulus onderwees, omver te werpen; daarom namen ze hun toevlucht tot de meest gewetenloze praktijken. Zij zeiden, dat hij geen discipel van Jezus was geweest en van Hem geen opdracht had gekregen; toch had hij het gewaagd om leerstellingen te prediken, die rechtstreeks tegengesteld waren aan die van Petrus, Jakobus en de andere apostelen. Op deze wijze slaagden de boodschappers van het Judaïsme er in veel van de christelijke bekeerlingen van hun leraar in het evangelie te vervreemden. Toen ze zover waren, brachten zij hen ertoe terug te keren tot het waarnemen van de ceremoniële wet als noodzakelijk voor de zaligheid. Geloof in Christus en gehoorzaamheid aan de wet der tien geboden werd beschouwd als van ondergeschikt belang. Verdeeldheid, ketterij en zinnelijkheid wonnen snel terrein onder de gelovigen in Galatië.” –Bijbelkommentaar, blz. 525.
A. Waarom zullen wij allemaal acht slaan op de krachtige woorden, die Paulus moest verklaren aan de gemeenten in Galatië?
Galaten 1:8-9.
“Velen hebben een eigen evangelie bedacht, op dezelfde manier als zij een eigen wet in de plaats hebben gesteld van Gods wet.” –The Review and Herald, 3 september 1901.
“Uiterlijke religieuze vormen in de plaats te stellen van heiligheid van hart en leven is voor de onbekeerde natuur nog steeds even aangenaam als dit ten tijde van de Judaïstische leraars het geval was. Evenals toen zijn er ook heden ten dage onoprechte geestelijke leiders, aan wier leerstellingen velen gretig gehoor geven. Het is Satans opzettelijk streven om zielen aan de hoop op redding door het geloof in Christus en gehoorzaamheid aan Gods wet te onttrekken. In ieder tijdperk past de aartsvijand zijn verleidingen aan de vooroordelen of de neigingen aan van diegenen, die hij poogt te misleiden. In apostolische tijden verleidde hij de Joden om de ceremoniële wet te verheerlijken en Christus te verwerpen; in de tegenwoordige tijd beweegt hij vele belijdende christenen ertoe, onder het voorwendsel Christus te eren, de zedenwet te minachten, en te beweren dat haar voorschriften ongestraft kunnen worden overtreden. Het is de plicht van iedere dienaar van God krachtig en vastberaden deze afvalligen van het geloof te weerstaan, en hun dwalingen door het Woord der waarheid onbevreesd aan de kaak te stellen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 283-284.
B. Verklaar Paulus’ positie als Gods dienstknecht, en hoe dit deed denken aan Christus’ woorden tijdens de Bergrede.
Galaten 1:10;
Lukas 6:26,
Lucas 6:22-23 (eerste helft).
“De waarheid van God is nooit populair geweest bij de wereld. Het natuurlijke hart is altijd afkerig van de waarheid. Ik dank God, dat wij afstand moeten doen van de liefde voor de wereld, van de trots van ons hart en van alles wat neigt tot afgoderij, om volgelingen te zijn van de Man van Golgotha. Degenen, die de waarheid gehoorzamen, zullen nooit geliefd en geëerd worden door de wereld. Van de lippen van de goddelijke Leraar, terwijl Hij in nederigheid onder de mensenkinderen wandelde, werden de woorden gehoord: Wie Mijn discipel wil zijn, laat hij zijn kruis opnemen en Mij volgen. Ja, volg ons Voorbeeld. Was Hij op zoek naar lof en eer van mensen? O neen! Zullen wij dan eer of lof van wereldlingen zoeken? Degenen, die geen liefde voor God hebben, zullen de kinderen van God niet liefhebben.” –Testimonies for the Church 2, blz. 491.
A. Hoe was Paulus’ geloof in Jezus gevestigd, en, hoewel wij Christus niet mogen gezien hebben, zoals de apostel deed, waarop moet ons geloof eveneens stevig gegrondvest zijn?
Galaten 1:11-12;
Romeinen 16:25-27.
“Het was door voorlichting van God Zelf, dat Paulus werd genoopt de Galaten op zo’n ernstige en afdoende manier te waarschuwen en te vermanen. Hij schreef zonder aarzeling of vertwijfeling, maar met de zekerheid van een gevestigde overtuiging en absolute kennis.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 283.
“De scheppende kracht, die de werelden deed ontstaan, ligt in het Woord van God. Dit Woord verleent kracht; het verwekt leven. Elk gebod is een belofte; wanneer het door de wil wordt aangenomen en in de ziel opgenomen, brengt het met zich het leven van de Oneindige. Het verandert de natuur en herschept de ziel naar het beeld Gods.
Het aldus toebedeelde leven wordt op dezelfde manier onderhouden. ‘Van alle woord dat uit de mond Gods uitgaat’ (Matthéüs 4:4) zal de mens leven.” –Karaktervorming, blz. 126.
B. Waarom legde Paulus de nadruk op de levens veranderende transformatie, die zijn roeping met zich meebracht?
Galaten 1:1,
Galaten 1:13-16.
“In zijn pogen om het vertrouwen van zijn broeders in Galatië te herwinnen, handhaafde Paulus op bekwame wijze zijn bevoegdheid als een apostel van Christus. Hij verklaarde, dat hij een apostel was, ‘niet vanwege mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden’. Niet van mensen, maar van de hoogste autoriteit in de hemel had hij zijn opdracht ontvangen. En zijn ambt was erkend door een algemene vergadering te Jeruzalem; bij al zijn werkzaamheden onder de heidenen had Paulus zich aan de besluiten van deze vergadering gehouden.
Niet om zichzelf te verhogen, maar om de genade van God te verheerlijken, bewees Paulus op deze wijze aan hen, die hem zijn apostelschap ontzegden, ‘volstrekt niet te hebben ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen’ (2 Korinthe 11:5). Zij, die zijn roeping en zijn werk probeerden te kleineren, streden tegen Christus. Want Zijn genade en kracht werden door Paulus geopenbaard. De apostel was door de tegenstand van zijn vijanden gedwongen stelling te nemen tot handhaving van zijn ambt en gezag.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 284.
A. Verklaar Gods leiding niet lang na de bekering van Paulus, en wat wij ervan kunnen leren.
Galaten 1:17;
Job 22:21.
“Toen Paulus voortging met zijn verbaasde toehoorders uit te nodigen, ‘dat zij met berouw zich tot God zouden bekeren en werken doen, met hun berouw in overeenstemming’ voldoen’ (Handelingen 26:20), ‘trad hij steeds krachtiger op en bracht de Joden, die te Damascus woonden, in verwarring door te bewijzen, dat deze de Christus is’. Doch velen verhardden hun harten en weigerden om aan zijn boodschap gehoor te geven. En spoedig veranderde hun verbazing in blinde haat, gelijk aan die, welke ze Jezus hadden toegedragen.
De tegenstand werd zo hevig, dat het Paulus niet werd toegestaan zijn werkzaamheden te Damascus voort te zetten. Een hemelse bode beval hem voor enige tijd weg te gaan; en hij vertrok, ‘naar Arabië’ (Galaten 1:17), waar hij een veilige wijkplaats vond.
Hier, in de eenzaamheid van de woestijn, had Paulus ruimschoots de gelegenheid tot rustige studie en overdenking. Hij overdacht kalm de door hem beleefde ervaringen en maakte ernst met zijn bekering. Hij zocht God met zijn gehele hart en rustte niet, totdat hij zeker wist dat zijn berouw was aanvaard en zijn zonden vergeven. Hij verlangde naar de zekerheid, dat Jezus in zijn komend dienstwerk met hem zou zijn. Hij ontledigde zijn ziel van de vooroordelen en overleveringen, die tot nu toe zijn levenswijze hadden bepaald, en ontving onderwijzing uit de Bron der waarheid. Jezus onderhield Zich met hem, en bevestigde hem in het geloof door hem een rijke mate van wijsheid en genade te verlenen.
Wanneer het verstand van de mens in verbinding is gebracht met Gods verstand, het vergankelijke met het onvergankelijke, is de uitwerking op lichaam en ziel niet te meten. In zulk een gemeenschap vindt men de hoogste ontwikkeling. Het is Gods eigen methode tot vernieuwing.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 93-94.
1. Waarom is het voor iedereen belangrijk om het hoofddoel van Christus’ zending te kennen?
2. Hoe wordt het soort behandeling, waarmee Paulus in Galatië werd geconfronteerd, tegenwoordig vaak herhaald?
3. Wat is vaak het verborgen motief achter kritiek onder Gods volk?
4. Waarom en hoe bevestigde Paulus zijn gezag als apostel van Christus?
5. Hoe kan ik ervoor zorgen, dat ik een periode van meer rust heb alleen met God?