Tekst om te onthouden: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen. Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende”
Galaten 5:25–26
“Wij hoeven niet zo ijverig voor onze broeders en zusters te zijn en in deze ijver het werk te verwaarlozen, dat voor onszelf gedaan moet worden. De fout van een ander zal onze zaken niet dichter bij het goede brengen.” –This Day With God, blz. 83.
Aanvullende studie :: -Testimonies for the Church 2, blz. 50-55;; -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 309-311;-Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 199-201;; 491-498.
A. Welke tijdloze oproep van Paulus weerklinkt tot onze tijd?
Galaten 5:25-26.
“Degenen, die niet geestelijk zijn, lijken vaak een ijver te hebben, die de ijver van de trouwe kinderen van God overtreft. Dit komt, omdat zij vastbesloten zijn, dat hun wegen en hun plannen succes zullen hebben. Zij zeggen tegen zichzelf: Ik zal de hele kracht van mijn wezen in dit plan steken, en ik zal er voortdurend aan werken, totdat ik zie, dat het lukt. Ik zal volhouden, totdat ik zegevier. Maar alle godsdienst, die een mens heeft, wordt vaak aangetroffen in deze ambitieuze ijver, waarvan men denkt, dat deze naar de christelijke orde is. Doe dit weg en er blijft niets over. Zij zijn als de Farizeeën, die tienden gaven van munt, anijs en komijn, maar lieten de meer belangrijke zaken van de wet na, het oordeel, de barmhartigheid en de liefde van God.” –The Ellen G. White 1888 Materials, blz. 1374-1375.
“Allen, die van Christus willen leren, moeten ontdaan worden van menselijke wijsheid. De ziel moet worden gereinigd van alle ijdelheid en trots, en vrijgemaakt worden van alles, wat deze in bezit heeft gehouden, en Christus moet op de troon in het hart worden geplaatst. De voortdurende strijd in de ziel, die het gevolg is van egoïsme en zelfgenoegzaamheid moet worden bestraft, en nederigheid en zachtmoedigheid moeten de plaats innemen van onze natuurlijke eigendunk.” –Sermons and Talks 1, blz.271-272.
A. Welke ervaring moeten bijna allen wel eens het hoofd bieden?
Psalm 69:6,
Psalmen 69:17-20.
“Wat uw angsten of beproevingen ook mogen zijn, leg uw geval voor aan de Here. Uw geest zal gesterkt worden om vol te houden. De weg zal voor u geopend worden om u vrij te maken uit verwarring en moeilijkheden.” –De Wens der Eeuwen, blz. 279.
B. Beschrijf, hoe wij moeten beginnen, met deze werkelijkheid in gedachte, met betrekking tot iemand, die een fout heeft gemaakt.
Galaten 6:1;
Matthéüs 18:15.
“Als u bedroefd bent, omdat uw buren of vrienden hun eigen hart schade berokkenen, als zij overvallen zijn door schuld, volg dan de Bijbelse regel. ‘Ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen’ (Matthéüs 18:15). Als u naar degene gaat, waarvan u denkt, dat hij een fout heeft gemaakt, zorg er dan voor, dat u in een zachtmoedige en nederige geest spreekt; want de toorn des mensen bewerkt de gerechtigheid Gods niet. De dwaling kan op geen andere manier worden hersteld dan in de geest van zachtmoedigheid, zachtheid en tedere liefde. Wees voorzichtig in uw manier van doen. Vermijd alles, uiterlijk, gebaar, woord of toon, dat naar trots of zelfgenoegzaamheid ruikt. Bescherm uzelf voor een woord of blik, die uzelf zou verheffen, of uw goedheid en gerechtigheid zou stellen tegenover hun tekortkomingen. Pas op voor de meest afstandelijke benadering van minachting, aanmatiging of verachting. Vermijd zorgvuldig elke schijn van boosheid; en hoewel u duidelijk spreekt, laat er geen smaad zijn, geen honende beschuldiging, geen blijk van warmte dan die van oprechte liefde. Laat er vooral geen schaduw zijn van haat of kwade wil, geen bitterheid of zuurheid van uitdrukking. Niets dan vriendelijkheid en zachtheid kan stromen uit een hart van liefde. Toch hoeven al deze kostbare vruchten u er niet van te weerhouden op de meest ernstige, plechtige manier te spreken, alsof engelen hun ogen op u richtten en u handelde met betrekking tot het komende oordeel. Houd in gedachten, dat het succes van terechtwijzen in hoge mate afhangt van de geest, waarin deze wordt gegeven. Verwaarloos het oprechte gebed niet, dat u een nederige geest zult hebben, en dat engelen van God voor u mogen uitgaan om te werken aan de harten, die u probeert te bereiken, en deze zo verzachten door hemelse indrukken, die uw inspanningen kunnen helpen. Als er iets goeds wordt bereikt, komt dit niet door uzelf. God alleen moet verhoogd worden. God alleen heeft het allemaal gedaan.” –Testimonies for the Church 2, blz.52-53.
A. Wat moet ons helpen de verleiding te weerstaan om anderen over de fouten van iemand anders te vertellen?
Lukas 6:31;
Spreuken 25:9.
“U hebt uzelf verontschuldigd voor het kwaadspreken over uw broeder of zuster of naaste tegen anderen, voordat u naar hem toe bent gegaan en de stappen ondernam, die God absoluut geboden heeft. U zegt: “Wel, ik sprak met niemand, totdat ik zo belast was, dat ik het niet kon nalaten.” Wat belastte u? Was het niet een duidelijke veronachtzaming van uw eigen plicht, van een zo zegt de Here? U bevond zich onder de schuld van de zonde, omdat u de overtreder niet ging vertellen tussen u en hem alleen, wat zijn fout was. Toen u dit niet deed, was u God ongehoorzaam, hoe zou u anders dan belast kunnen worden, tenzij uw hart verhard was, terwijl u het gebod van God vertrapte en in uw hart uw broeder of naaste haatte? En op welke manier ontlastte u uzelf? God berispt u voor een zonde van nalatigheid door uw broeder zijn fout niet te vertellen, en u zich verontschuldigt en uzelf troost door een zonde van nalatigheid te begaan door de fouten van uw broeder aan iemand anders te vertellen! Is dit de juiste manier om zielenrust te verkrijgen door zonde te begaan?” –Testimonies for the Church 2, blz. 53.
B. Hoe zou die persoon kunnen reageren, als wij iemand met zijn fout aankomen?
Spreuken 14:16.
Maar wat is onze plicht, ongeacht het risico?
“Help hen, die gedwaald hebben, door van uw ervaringen te vertellen. Laat hun zien hoe, toen u ernstige fouten maakte, geduld, vriendelijkheid en hulpvaardigheid van de kant van uw medewerkers u hoop en moed gaf.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 425.
“Al uw inspanningen om de dwalende te redden kunnen vergeefs zijn. Zij kunnen u kwaad met goed vergelden. Zij kunnen misschien eerder woede opwekken dan overtuiging. Wat als zij niet naar een goed doel luisteren en de slechte weg volgen, die zij zijn begonnen? Dit zal regelmatig voorkomen. Soms zal de mildste en tederste terechtwijzing geen goed effect hebben. In dat geval zal de zegen, die u een ander wilde laten ontvangen door een weg van gerechtigheid te volgen, door op te houden met kwaad te doen en te leren goed te doen, terugkeren naar uw eigen hart. Als de dwalenden volharden in zonde, behandel hen dan vriendelijk en laat hen over aan uw hemelse Vader. U hebt uw ziel bevrijd; hun zonde rust niet langer op u; u bent nu geen deelhebber aan hun zonde.” –Testimonies for the Church 2, blz. 53-54.
A. Waarom moeten wij de cultuur van laster overwinnen?
Titus 3:2;
Jakobus 4:11.
“Spreek geen kwaad van iemand. Hoor geen kwaad van iemand. Als er geen toehoorders zijn, zullen er geen kwaadsprekers zijn. Als iemand kwaadspreekt in uw aanwezigheid, toets hem. Weiger hem te horen, hoewel zijn manier van doen altijd zo zacht is en zijn spraak mild. Hij kan trouw belijden, en toch bedekte hints geven en de persoon in het donker kwellen.
Weiger resoluut te luisteren, hoewel de fluisteraar klaagt, dat hij wordt belast, totdat hij spreekt. Inderdaad belast! Met een vervloekt geheim, dat goede vrienden scheidt. Ga, belaste mensen, en bevrijdt u van uw last op de door God aangewezen manier. Ga eerst uw broeder vertellen wat zijn fout is, tussen u en hem alleen.” –Testimonies for the Church 2, blz. 54.
B. Wat gebeurt er alleen, als de schuldige weigert er acht op te slaan?
Matthéüs 18:16-17.
“Als dit niet lukt, neem dan één of twee vrienden mee en vertel het hem in hun bijzijn. Als deze stappen mislukken, vertel het aan de gemeente. Geen enkele ongelovige mag bekend worden gemaakt met de geringste bijzonderheid van de zaak. Het aan de gemeente vertellen is de laatste stap, die moet worden genomen. Maak het niet bekend aan de vijanden van ons geloof.” –Testimonies for the Church 2, blz. 54.
C. Leg uit, wat echt herstel kan maken of breken.
Galaten 6:2-3.
“Bedenk, dat het herstelwerk onze last moet zijn. Dit werk moet niet gedaan worden op een trotse, aandringende, meesterlijke manier. Zeg niet op uw manier: “Ik heb de kracht, en ik zal die gebruiken”, en strooi beschuldigingen over de dwalende… Het werk, dat wij voor onze broeders en zusters moeten doen, is hen niet terzijde te schuiven, hen niet tot ontmoediging of wanhoop te dwingen door te zeggen: “U hebt mij teleurgesteld en ik zal niet proberen u te helpen.” Hij, die zichzelf verheft als vol wijsheid en kracht, en iemand terneerdrukt, die onderdrukt en bedroefd is en hulp verlangt, toont de geest van de Farizeeër en omhult zichzelf met de mantel van zijn eigen zelf gevormde waardigheid. In zijn geest dankt hij God, dat hij niet is zoals andere mensen, en veronderstelt, dat zijn handelwijze prijzenswaardig is en dat hij te sterk is om verleid te worden. (Zie Galaten 6:3).” –Testimonies for the Church 6, blz. 398-399.
A. Hoe kunnen wij voorkomen, dat we ons getuigenis voor Christus bederven?
Galaten 6:4-5.
“Een van de grootste vloeken in onze wereld (en dat ziet men overal in de gemeenten en in de maatschappij) is de zucht om te overheersen. Mensen laten zich geheel in beslag nemen door hun streven zich macht en populariteit te verschaffen. Deze geest heeft zich tot onze smart en schande ook geopenbaard in de rijen van Sabbatvierders. Maar geestelijk succes verkrijgen alleen zij, die in de school van Christus zachtmoedigheid en ootmoed hebben geleerd.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 46.
“Wie zichzelf in beoordelingsvermogen en ervaring hoger acht dan zijn broeders en hun raad en vermaningen veracht, toont daarmee aan, dat hij een gevaarlijke dwaling koestert. Het hart is bedrieglijk. Hij moet zijn karakter en leven aan de hand van de Bijbelse maatstaf toetsen… Ieder mens moet uiteindelijk voor zichzelf staan; niet luisteren naar de mening van de partij, die hem steunt of tegenwerkt, niet naar de mening van wie dan ook, maar naar zijn eigen ware karakter in Gods oog.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 201.
B. Hoe kan onze invloed anderen echte hoop geven?
Galaten 6:6-10.
“Tot aan het oordeel zult u nooit de invloed van een vriendelijke, doordachte handelwijze tegenover de dwalende, de onredelijke, de onwaardige te weten komen. Wanneer wij ondankbaarheid en verraad van heilig vertrouwen ontmoeten, worden wij tot ontevredenheid of ontstemming geprikkeld. Dit verwacht de schuldige, hij is erop voorbereid. Maar vriendelijke verdraagzaamheid wekt verbazing en roept betere impulsen wakker en het verlangen naar een beter leven.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 425.
1. Welk kenmerk van Lucifer moet in elke christen worden uitgeroeid?
2. Wat moet ik eerst overwegen, voordat ik erover nadenk om iemand anders te corrigeren?
3. Waarom kan ik niet met de eer strijken, ook al lijkt het erop dat mijn woorden iemand helpen?
4. Op welke tijden kan ik mij misschien schuldig hebben gemaakt aan het steunen van een cultuur van laster?
5. Waarom kunnen de meest nederige tijden in mijn leven de beste voor mij geweest zijn?