Tekst om te onthouden: “Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van de satan tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen”
Handelingen 26:18
“Uit de meest verbitterde en meedogenloze vervolgers van de gemeente van Christus verrees de bekwaamste verdediger en meest succesvolle heraut van het evangelie.” - Sketches From the Life of Paul, blz. 9.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 84-93.
A. Wie was Saulus van Tarsen, en welke misleidende opdracht voerde hij ijverig uit?
Filippensen 3:5-6;
Handelingen 26:4-5,
Handelingen 26:9-11.
“Hij (Saulus) had geen persoonlijke kennis van Jezus van Nazareth of van Zijn missie, maar hij nam gemakkelijk de minachting en haat aan van de rabbi’s jegens iemand, die zo ver stond van het vervullen van hun ambitieuze hoop; en na de dood van Christus sloot hij zich gretig aan bij priesters en heersers in de vervolging van Zijn volgelingen als een verboden en gehate sekte.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 10.
B. Maar welke gebeurtenis had op de een of andere manier de geest van Saulus verontrust?
Handelingen 6:8-12;
Handelingen 7:57-60.
“Er was geen wettelijk vonnis over Stefanus uitgesproken; maar de Romeinse autoriteiten werden omgekocht met grote sommen geld om de zaak niet te onderzoeken. Saulus leek doordrongen te zijn met een uitzinnige ijver op de plaats van Stefanus’ proces en dood. Hij scheen boos te zijn over zijn eigen geheime overtuiging, dat Stefanus door God werd geëerd op het moment, dat hij door mensen werd onteerd.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 20.
A. Leg Saulus’ standpunt en plan uit op weg naar Damascus.
Handelingen 9:1-2.
“Saulus werd door de Joden zeer gewaardeerd om zijn ijver bij het vervolgen van de gelovigen. Na de dood van Stefanus werd hij gekozen tot lid van de raad van het Sanhedrin, gezien de rol die hij bij die gelegenheid had gespeeld. Deze geleerde en ijverige rabbi was een machtig instrument in de hand van Satan om zijn opstand tegen de Zoon van God uit te voeren.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 20.
“Saulus stond op het punt om voor zijn eigen zaken naar Damascus te reizen; maar hij was vastbesloten om een dubbel doel te bereiken, door onderweg alle gelovigen in Christus op te sporen. Daartoe verkreeg hij brieven van de hogepriester om in de synagogen voor te lezen, die hem machtigden al degenen, die ervan verdacht werden in Jezus te geloven, te grijpen en hen door boodschappers naar Jeruzalem te sturen om daar berecht en gestraft te worden.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 21.
B. Wat stopte plotseling de woede van Saulus, en hoe reageerde hij angstig?
Handelingen 9:3-5 (eerste deel).
C. Wat had Saulus geschokt om te ontdekken?
Handelingen 9:5 (middelste deel).
“Wat een vernedering was het voor Paulus om te weten, dat hij al die tijd zijn krachten had gebruikt tegen de waarheid, dat hij, in de mening van Gods werk te doen, Christus had vervolgd. Toen de Heiland Zich aan Paulus openbaarde in de heldere stralen van Zijn heerlijkheid, was hij vervuld met afschuw over zijn werk en over zichzelf. De macht van Christus’ heerlijkheid had hem kunnen verteren, maar Paulus was een gevangene der hoop. Hij werd lichamelijk verblind door de heerlijkheid van de tegenwoordigheid van Hem, die hij gelasterd had, maar dit was, opdat hij geestelijk zou zien, dat hij wakker geschud zou worden uit de loomheid, die zijn onderscheidingsvermogen had afgestompt en gedood. Zijn geweten, dat gewekt werd, werkte nu met een energie, die hem aanklaagde. De ijver van zijn werk, zijn hardnekkige weerstand tegen het licht dat door middel van Gods boodschappers op hem viel, veroordeelde nu zijn ziel.” –Bijbelkommentaar, blz. 440.
A. Wat bedoelde Jezus met Zijn slotopmerking?
Handelingen 9:5 (laatste deel).
“De Heiland had door Stefanus, wiens duidelijke verdediging niet kon worden weersproken, tot Saulus gesproken. De geleerde Jood had het gezicht van de martelaar, dat het licht van Christus’ heerlijkheid weerkaatste, het scheen alsof het ‘het gelaat van een engel’ was, gezien. Hij was getuige geweest van Stefanus’ lankmoedigheid tegenover zijn vijanden en van zijn bede om vergiffenis voor hen. Hij was ook getuige geweest van de standvastigheid en blijmoedige lijdzaamheid van velen, die hij had laten pijnigen en leed had veroorzaakt. Hij had gezien, hoe sommigen om des geloofs wille met vreugde zelfs hun leven gaven.
Al deze dingen hadden krachtig tot Saulus gesproken, en bij tijden drong zich aan zijn geest de nagenoeg overweldigende overtuiging op, dat Jezus de beloofde Messias was. In zulke tijden had hij hele nachten tegen deze overtuiging geworsteld.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 86-87.
“Elke poging om de voortgang van het evangelie te stoppen, leidt tot letsel en lijden voor de tegenstander. Vroeg of laat zal zijn eigen hart hem veroordelen; hij zal ontdekken, dat hij inderdaad tegen de prikkels heeft geschopt.” –The Review and Herald, 16 maart 1911.
B. Hoe reageerde Saulus, toen hij zag, dat hij verkeerd was geweest?
Handelingen 9:6 (eerste helft).
“Hij werd met bitter zelfverwijt vervuld. Niet langer beschouwde hij zichzelf als rechtvaardig, maar als veroordeeld door de wet, in denken, in de geest en in het doen. Hij zag zich als een zondaar, absoluut verloren, zonder de Heiland die hij had vervolgd.” –Bijbelkommentaar, blz. 440.
C. Wat volgde er in Saulus’ ervaring?
Handelingen 9:6 (laatste helft),
Handelingen 9:9.
“In de dagen en nachten van zijn blindheid had hij tijd om na te denken en hij wierp zich volkomen hulpeloos aan de voeten van Christus, als de Enige die hem vergiffenis kon schenken en hem kon bekleden met gerechtigheid.” –Bijbelkommentaar, blz. 440.
A. Hoe zegende Christus Saulus in Damascus?
Handelingen 9:10,
Handelingen 9:15-18;
Handelingen 22:13-16.
“Hoe anders, dan wat hij (Saulus) had verwacht, was zijn binnenkomst in die stad! Met trotse voldoening was hij Damascus genaderd, in de verwachting dat hij bij zijn aankomst zou worden begroet met uiterlijk vertoon en applaus vanwege de eer, die de hogepriester hem had verleend, en de grote ijver en doordringendheid die hij had getoond bij het opsporen van de gelovigen, om hen te brengen als gevangenen naar Jeruzalem, om daar veroordeeld te worden en zonder genade gestraft… Hij had besloten, dat geen christen aan zijn waakzaamheid zou ontsnappen; hij zou informeren naar mannen, vrouwen en kinderen aangaande hun geloof en dat van degenen met wie ze verbonden waren; hij zou huizen binnengaan, met macht om hun huisgenoten te grijpen en om hen als gevangenen naar Jeruzalem te sturen.
Maar hoe veranderde de scène ten opzichte van wat hij had verwacht! In plaats van macht uit te oefenen en eer te ontvangen, was hij zelf feitelijk een gevangene, beroofd van het zicht en afhankelijk van de leiding van zijn metgezellen. Hulpeloos en gekweld doorwroeging voelde hij zich, alsof hij ter dood veroordeeld was…
Hij leek volkomen uitgesloten te zijn van menselijk medeleven; en hij dacht na en bad met een door en door gebroken en berouwvolle geest.
Die drie dagen waren als drie jaar voor de blinde en door kennis geslagen Jood.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 25, 27.
“Het geloof van Saulus werd zwaar op de proef gesteld tijdens de drie dagen van vasten en gebed in het huis van Judas, in Damascus. Hij was totaal blind en had een totale duisternis van geest over wat er van hem verlangd werd… In zijn onzekerheid en verdriet riep hij ernstig tot God.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 29.
“Saulus wordt een leerling van de discipelen. In het licht van de wet ziet hij zichzelf als een zondaar. Hij ziet, dat Jezus, die hij in zijn onwetendheid als een bedrieger had beschouwd, de auteur en het fundament is van de godsdienst van Gods volk vanaf de dagen van Adam, en de voleinder van het geloof, dat nu zo duidelijk is voor zijn verlichte inzicht…
Door het licht van de morele wet, waarvan hij dacht, dat hij deze ijverig hield,zag Saulus zichzelf als een zondaar van zondaars. Hij had berouw, dat wil zeggen, stierf voor de zonde, werd gehoorzaam aan de wet van God, oefende geloof in Jezus Christus als zijn Verlosser, werd gedoopt en predikte Jezus net zo ernstig en ijverig als hij Hem ooit had aangeklaagd.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 30-31.
“Deze wonderbaarlijke bekering van Saulus toont op een verrassende manier de wonderbaarlijke kracht van Christus om de geest en het hart van de mens te overtuigen.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 27.
“Saulus, de vervolger, werd bekeerd en werd Paulus, de apostel der heidenen.” –Profeten en Koningen, blz. 428.
A. Leg de duidelijke roeping uit, die aan Saulus werd gegeven, wiens Hebreeuwse naam betekent ‘gevraagd om, gebeden voor’, later bekend onder zijn naam als een Romeins staatsburger, ‘Paulus’, wat ‘klein’ of ‘nederig’ betekent.
Handelingen 26:16-18.
B. Welk centraal thema moest hij benadrukken en waarom?
Galaten 1:3.
“‘Genade zij u’ (Efeze 1:2). Wij hebben alles te danken aan Gods vrije genade. Genade in het verbond verordineerde onze aanneming. Genade in de Heiland bewerkstelligde onze verlossing, onze wedergeboorte en onze verhoging tot erfgenaam met Christus. Niet omdat wij Hem eerst liefhadden, hield God van ons; maar ‘terwijl wij nog zondaars waren’, stierf Christus voor ons… Hoewel wij door onze ongehoorzaamheid Gods ongenoegen en veroordeling hebben verdiend, heeft Hij ons toch niet in de steek gelaten en ons achtergelaten om te worstelen met de macht van de vijand. Hemelse engelen voeren onze strijd voor ons, en door met hen samen te werken, kunnen wij de machten van het kwaad overwinnen.
Wij zouden nooit de betekenis van dit woord ‘genade’ hebben geleerd, als wij niet gevallen waren. God houdt van de zondeloze engelen, die Zijn dienst doen en gehoorzaam zijn aan al Zijn geboden, maar Hij geeft hun geen genade. Deze hemelse wezens kennen niets van genade; zij hebben deze nooit nodig gehad, want zij hebben nooit gezondigd. Genade is een eigenschap van God, die wordt getoond aan mensen die het niet verdienen. Wij hebben er zelf niet naar gezocht, maar het is erop uitgestuurd om ons te zoeken. God verheugt Zich om deze genade te schenken aan allen, die ernaar hongeren, niet omdat wij het waard zijn, maar omdat wij zo volkomen onwaardig zijn. Onze behoefte is de kwalificatie, die ons de zekerheid geeft, dat wij dit geschenk zullen ontvangen.
Gods voorziening van genade wacht op de vraag van elke door zonde zieke ziel. Deze zal elke geestelijke ziekte genezen. Hierdoor kunnen harten worden gereinigd van alle verontreiniging. Het is het evangelische middel voor iedereen, die gelooft.” –In Heavenly Places, blz. 34.
1. Hoe kan de Heer mij gewetensprikkels sturen, zoals Hij deed bij Saulus?
2. Wat gebeurt er als wij die gewetensprikkels aannemen of verwerpen?
3. Hoe wil de Heer, dat ik profijt heb van Saulus’ vroegere ervaring?
4. Waarom waren de drie dagen van blindheid zo belangrijk voor Saulus’ toekomst?
5. Hoe kan ik aangemoedigd worden door het centrale thema van Paulus’ boodschap?
Odessa, de 4e grootste stad in Oekraïne, heeft een populatie van 1.017.699 (2020). Gelegen aan de noordwestelijke oever van de Zwarte Zee op het kruispunt van Europa, het Midden-Oosten en Azië, staat dit multiculturele vervoersknooppunt bekend om zijn drukbezochte plaatsen, stranden en recreatie complexen. Odessa trekt een groot aantal toeristen, vooral in de zomer. De zeehavenstad is ook een belangrijk wetenschappelijk en educatief centrum van het land, met studenten uit zowel Oekraïne als het buitenland.
Historisch gezien is de dominante godsdienst in Odessa lange tijd Orthodox geweest, maar andere christelijke denominaties, zoals het Jodendom, zijn talrijk. Het is vrij duidelijk, dat deze stad volop mogelijkheden heeft om het evangelie te prediken. De gunstige tijd loopt ten einde, en er moet nog zoveel gedaan worden voor de redding van zielen!
De Reformatieboodschap vordert in Odessa, en de belangstelling groeit; er zijn gemeenteleden en mensen, die op zoek zijn naar de waarheid, en in het najaar van 2018 verhuisde een predikant met zijn gezin naar Odessa om verder zendingswerk te verrichten. Maar helaas hebben we nog steeds geen vaste plaats voor aanbidding.
Beste broeders en zusters, we vragen u vriendelijk om de verkondiging van het eeuwige evangelie in onze stad te ondersteunen met uw gebeden (Lukas 10:2). De dienaar van de Heer geeft ook van pas komende boodschappen, die vooral relevant zijn aangaande Odessa: “Er moet een speciaal werk gedaan worden op plaatsen, waar mensen voortdurend komen en gaan. Christus werkte veel in Kapérnaüm, omdat dit een plaats was, waar reizigers steeds doorheen kwamen, en waar velen verbleven.” –Evangelism, blz. 585. “Het licht komt: ‘Ga voorwaarts, betreed nieuwe gebieden, en de dienende engelen zullen u voorgaan… Richt gedenktekens op in nederige huizen van aanbidding en stel een plaats veilig voor de kleine kudde van de Heer, die uit de gewone kerken zal worden geworpen’.” –Letters and Manuscripts 14, Letter 260, 1899.
Wij geloven, dat God voor de redding van velen een lichthuis van de waarheid wil vestigen in Odessa; daarom vragen wij uw gulle giften voor de bouw van een gebedshuis in onze stad. Bij voorbaat zijn we u en de Heer dankbaar, en we bidden, dat Hij eenieder van u overvloedig mag zegenen.
–Uw broeders en zusters in Odessa