Lessen uit het boek Handelingen (2) — Sabbat, 21 augustus 2021

Les 8: Onzelfzuchtig zendingswerk

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Ik heb niemands zilver, of goud, of kleding begeerd. En gijzelf weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en van hen, die met mij waren, gediend hebben. Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen en gedenken aan de woorden van de Heere Jezus, dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen”

Handelingen 20:33–35

“Niet alleen met onze woorden moeten wij met de mensen spreken, maar alles, wat deel uit maakt van onze persoon, moet een preek voor hen zijn.” –Testimonies 2, blz. 618.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 217-219, 285-297.

ZONDAG — 15 augustus

1. Een wonder van God

A. Waar ging Paulus heen na Efeze?

Handelingen 20:1-5.

Handelingen 20:1: Nadat nu het oproer gestild was, Paulus, de discipelen tot zich geroepen en gegroet hebbende, ging uit om naar Macedonie te reizen. Handelingen 20:2: En als hij die delen doorgereisd, en hen met vele redenen vermaand had, kwam hij in Griekenland. Handelingen 20:3: En als hij aldaar drie maanden overgebracht had, en hem van de Joden lagen gelegd werden, als hij naar Syrie zoude varen, zo werd hij van zin weder te keren door Macedonie. Handelingen 20:4: En hem vergezelschapte tot in Azie Sopater van Berea; en van de Thessalonicensen Aristarchus en Sekundus; en Gajus van Derbe, en Timotheus en van die van Azie Tychikus en Trofimus. Handelingen 20:5: Dezen, vooraf heengegaan zijnde, wachtten ons te Troas.

B. Wat gebeurde er op zaterdagavond, toen Paulus in Troas was, terwijl hij predikte in een bovenkamer met veel lichten?

Handelingen 20:6-12.

Handelingen 20:6: Wij nu scheepten af van Filippi na de dagen der ongehevelde broden, en kwamen in vijf dagen bij hen te Troas, alwaar wij ons zeven dagen onthielden. Handelingen 20:7: En op den eersten dag der week, als de discipelen bijeengekomen waren om brood te breken, handelde Paulus met hen, zullende des anderen daags verreizen; en hij strekte zijne rede uit tot den middernacht. Handelingen 20:8: En er waren vele lichten in de opperzaal waar zij vergaderd waren. Handelingen 20:9: En een zeker jongeling, met name Eutychus, zat in het venster en met een diepen slaap overvallen zijnde, alzo Paulus lang tot hen sprak, door den slaap nederstortende, viel van de derde zoldering nederwaarts, en werd dood opgenomen. Handelingen 20:10: Doch Paulus, afgekomen zijnde, viel op hem, en hem omvangende, zeide hij: Weest niet beroerd; want zijn ziel is in hem. Handelingen 20:11: En als hij weder boven gegaan was, en brood gebroken en wat gegeten had, en lang, tot den dageraad toe, met hen gesproken had, vertrok hij alzo. Handelingen 20:12: En zij brachten den knecht levende, en waren bovenmate vertroost.

“De broeders kwamen de laatste avond van zijn (Paulus’)verblijf bijeen ‘om brood te breken’. Het feit dat hun geliefde leraar op het punt stond om te vertrekken, had een groter gezelschap bijeengebracht dan gewoonlijk.. Zij vergaderden in een ‘bovenzaal’ van de derde verdieping. Hier predikte de apostel met het vuur van zijn liefde en bezorgdheid voor hen tot middernacht.

In een van de open vensters zat een jongeman, Eutychus geheten. In deze gevaarlijke positie sliep hij in en viel naar beneden. Opeens was alles in rep en roer. De jongeling werd dood opgenomen, en velen schaarden zich schreiend en weeklagend om hem heen. Maar Paulus baande zich een weg door de verschrikte menigte, sloeg de armen om hem heen, en smeekte in ernstig gebed, of God de dode in het leven wilde terugroepen. Zijn bede werd verhoord.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 286.

MAANDAG — 16 augustus

2. Op een opdracht voor Christus

A. Waarom scheidde Paulus zich even af van zijn medereizigers?

Handelingen 20:13.

Handelingen 20:13: Maar wij, vooruit naar het schip gegaan zijnde, voeren af naar Assus, waar wij Paulus zouden innemen; want hij had het alzo bevolen, en hijzelf zou te voet gaan.

“Het schip, waarmee Paulus en zijn metgezellen hun reis wilden voortzetten, was op het punt om af te varen, en de broeders haastten zich aan boord te komen. De apostel zelf evenwel koos de kortste weg over land tussen Troas en Assus om zich in laatstgenoemde plaats weer bij zijn broeders te voegen. Hierdoor kreeg hij een korte tijd voor meditatie en gebed. De moeilijkheden en gevaren in verband met zijn toekomstig bezoek aan Jeruzalem, de geesteshouding van de gemeente aldaar ten aanzien van hem en zijn werk, zowel de gesteldheid van de gemeenten en de belangen van het evangeliewerk in andere velden, waren onderwerpen van ernstige, bezorgde overweging, en hij wilde van deze bijzondere gelegenheid gebruik maken God te vragen om kracht en leiding.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 287.

B. Waar ging Paulus heen, en wat deed hij onderweg?

Handelingen 20:14-17.

Handelingen 20:14: En als hij zich te Assus bij ons gevoegd had, namen wij hem in, en kwamen te Mitylene. Handelingen 20:15: En van daar afgescheept zijnde, kwamen wij den volgenden dag tegen Chios over, en des anderen daags legden wij aan te Samos, en bleven te Trogyllion, en den dag daaraan kwamen wij te Milete. Handelingen 20:16: Want Paulus had voorgenomen Efeze voorbij te varen, opdat hij niet den tijd in Azie zou verslijten; want hij spoedde zich, om (zo het hem mogelijk ware) op den pinksterdag te Jeruzalem te zijn. Handelingen 20:17: Maar hij zond van Milete naar Efeze, en hij ontbood de ouderlingen der Gemeente.

C. Welke plechtige boodschap had Paulus voor de Efeziërs?

Handelingen 20:18-27.

Handelingen 20:18: En als zij tot hem gekomen waren, zeide hij tot hen: Gijlieden weet, van den eersten dag af, dat ik in Azie ben aangekomen, hoe ik bij u den gansen tijd geweest ben; Handelingen 20:19: Dienende den Heere met alle ootmoedigheid, en vele tranen, en verzoekingen, die mij overkomen zijn door de lagen der Joden; Handelingen 20:20: Hoe ik niets achtergehouden heb van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en u geleerd hebben, in het openbaar en bij de huizen; Handelingen 20:21: Betuigende, beiden Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus. Handelingen 20:22: En nu ziet, ik, gebonden zijnde door den Geest, reis naar Jeruzalem, niet wetende, wat mij daar ontmoeten zal; Handelingen 20:23: Dan dat de Heilige Geest van stad tot stad betuigt, zeggende, dat mij banden en verdrukkingen aanstaande zijn. Handelingen 20:24: Maar ik acht op geen ding, noch houde mijn leven dierbaar voor mijzelven, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, en den dienst, welken ik van den Heere Jezus ontvangen heb, om te betuigen het Evangelie der genade Gods. Handelingen 20:25: En nu ziet, ik weet, dat gij allen, waar ik doorgegaan ben, predikende het Koninkrijk Gods, mijn aangezicht niet meer zien zult. Handelingen 20:26: Daarom betuig ik ulieden op deze huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen. Handelingen 20:27: Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods.

“Het was niet de bedoeling van Paulus geweest dit getuigenis af te leggen, maar terwijl hij sprak, verlichtte de Geest der inspiratie hem, en bevestigde zijn vrees, dat dit de laatste ontmoeting met zijn Efezische broeders zou zijn.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 288.

D. Wat moeten pastorale leiders steeds in gedachte houden?

Handelingen 20:28.

Handelingen 20:28: Zo hebt dan acht op uzelven en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

“Hij, die de waarheid door ongerechtigheid bedekt, die verklaart erin te geloven en deze toch elke dag geweld aandoet door zijn inconsequente levenswijze, geeft zich over aan de dienst van Satan en leidt zielen in het verderf.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 118.

“De gemeente van God is gekocht met het bloed van Christus, en elke herder moet beseffen, dat de schapen onder hun hoede een onschatbare som kosten… Zij moeten de schapen, die aan hun zorg zijn toevertrouwd, als van de hoogste waarde beschouwen, en beseffen, dat zij geroepen zijn om een strikt verslag van hun dienstwerk af te leggen.” –Spiritual Gifts 3, blz. 125.

DINSDAG — 17 augustus

3. De kracht van de waarheid

A. Voor welk ernstig gevaar moet de gemeente oppassen?

Handelingen 20:29-30.

Handelingen 20:29: Want dit weet ik, dat na mijn vertrek zware wolven tot u inkomen zullen, die de kudde niet sparen. Handelingen 20:30: En uit uzelven zullen mannen opstaan, sprekende verkeerde dingen, om de discipelen af te trekken achter zich.

“Nooit, nooit is er een tijd geweest, waarin de waarheid meer lijden zal door verkeerde voorstellingen, door kleinering en vervalsing of door verdorven woordenstrijd van de mensen dan in deze laatste dagen… Men wordt bekoord door iets vreemds of iets nieuws en is niet verstandig genoeg om de aard te onderscheiden van ideeën, die mensen als iets bijzonders aanbieden. Maar iets van groot belang noemen en het verbinden met de woorden van God, maakt het nog niet tot waarheid. O, hoe vraagt deze lage maatstaf van godsvrucht in de kerken om berisping! Mensen, die iets origineels willen, zullen nieuwe en vreemde dingen brengen, en zonder bedenken weven zij deze wankele theorieën dooreen als kostbaar geheel, die zij dan presenteren als een zaak van leven en dood.” –Bijbelkommentaar, blz.451-452.

B. Hoe weerspiegelden Paulus’ voorbeeld en woorden de leringen van Christus Zelf?

Handelingen 20:31-35.

Handelingen 20:31: Daarom waakt, en gedenkt, dat ik drie jaren lang nacht en dag, niet opgehouden heb een iegelijk met tranen te vermanen. Handelingen 20:32: En nu, broeders, ik bevele u Gode, en den woorde Zijner genade, Die machtig is u op te bouwen, en u een erfdeel te geven onder al de geheiligden. Handelingen 20:33: Ik heb niemands zilver, of goud, of kleding begeerd. Handelingen 20:34: En gijzelve weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en dergenen, die met mij waren, gediend hebben. Handelingen 20:35: Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen, en gedenken aan de woorden van den Heere Jezus, dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen.

“Zijn (Paulus’) werkhanden getuigden voor de mensen, die deze handen zagen, dat hij van niemand afhankelijk was voor zijn levensonderhoud. Zij ontnamen volgens hem niets aan de kracht van zijn roerende oproepen, die verstandig, intelligent en welsprekend waren, meer dan van enige andere man, die aandeel in het christelijk dienstwerk had…

Wij denken niet, dat het voor alle predikanten verplicht is te doen, zoals Paulus heeft gedaan. Toch vertellen wij iedereen, dat Paulus een christen van het beste soort was. Zijn voorbeeld laat zien, dat handenarbeid niet noodzakelijkerwijze iemands invloed hoeft te verkleinen, dat het werken met de handen in elke eerzame bezigheid niemand ruw, grof en onhoffelijk behoeft te maken.” –Bijbelkommentaar, blz.451.

C. Wat toont, hoe diep de mensen waren geraakt door Paulus’ oprechte oproepen?

Handelingen 20:36-38.

Handelingen 20:36: En als hij dit gezegd had, heeft hij nederknielende met hen allen gebeden. Handelingen 20:37: En er werd een groot geween van hen allen; en zij, vallende om den hals van Paulus, kusten hem; Handelingen 20:38: Zeer bedroefd zijnde, allermeest over het woord, dat hij gezegd had, dat zij zijn aangezicht niet meer zien zouden; en zij geleidden hem naar het schip.

WOENSDAG — 18 augustus

4. Onbevreesd en vastbesloten

A. Welke waarschuwing kwam er tijdens de reis van de zendelingen in Tyrus, en wat deden zij voor hun vertrek vandaar?

Handelingen 21:1-5.

Handelingen 21:1: En als het geschiedde, dat wij van hen gescheiden en afgevaren waren, zo liepen wij rechtuit en kwamen te Kos, en den dag daaraan te Rhodus, en van daar te Patara. Handelingen 21:2: En een schip gevonden hebbende, dat naar Fenicie overvoer, gingen wij er in en voeren af. Handelingen 21:3: En als wij Cyprus in het gezicht gekregen, en dat aan de linker hand gelaten hadden, voeren wij naar Syrie, en kwamen aan te Tyrus; want het schip zoude aldaar den last ontladen. Handelingen 21:4: En de discipelen gevonden hebbende, bleven wij daar zeven dagen; dewelke tot Paulus zeiden door den Geest, dat hij niet zou opgaan naar Jeruzalem. Handelingen 21:5: Toen het nu geschiedde, dat wij deze dagen doorgebracht hadden, gingen wij uit, en reisden voort; en zij geleidden ons allen met vrouwen en kinderen tot buiten de stad; en aan den oever nederknielende, hebben wij gebeden.

B. Waar gingen zij toen naartoe?

Handelingen 21:6-9.

Handelingen 21:6: En als wij elkander gegroet hadden, gingen wij in het schip; maar zijlieden keerden wederom, elk naar het zijne. Handelingen 21:7: Wij nu, de scheepvaart volbracht hebbende van Tyrus, kwamen aan te Ptolemais, en de broeders gegroet hebbende, bleven een dag bij hen. Handelingen 21:8: En des anderen daags, Paulus en wij, die met hem waren, gingen van daar en kwamen te Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, den evangelist (die een was van de zeven), bleven wij bij hem. Handelingen 21:9: Deze nu had vier dochters, nog maagden, die profeteerden.

C. Beschrijf, hoe Paulus een andere waarschuwing kreeg, en hoe hij antwoordde.

Handelingen 21:10-14.

Handelingen 21:10: En als wij daar vele dagen gebleven waren, kwam er een zeker profeet af van Judea, met name Agabus; Handelingen 21:11: En hij kwam tot ons, en nam den gordel van Paulus, en zichzelven handen en voeten gebonden hebbende, zeide: Dit zegt de Heilige Geest: Den man, wiens deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen. Handelingen 21:12: Als wij nu dit hoorden, baden beiden wij en die van die plaats waren, dat hij niet zou opgaan naar Jeruzalem. Handelingen 21:13: Maar Paulus antwoordde: Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt? Want ik ben bereid niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor den Naam van den Heere Jezus. Handelingen 21:14: En als hij zich niet liet afraden, hielden wij ons tevreden, zeggende: De wil des Heeren geschiede.

Hoe kan zijn toewijding ons inspireren?

“Paulus trok warme harten aan, waar hij ook ging; zijn ziel was verbonden met de ziel van zijn broeders. Toen hij afscheid van hen nam, wetende en hen verzekerend, dat zij zijn gezicht nooit meer zouden zien, waren zij vervuld van verdriet, en smeekten hem zo ernstig om nog bij hen te blijven, dat hij uitriep: ‘Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt?’ Zijn medelevend hart brak, toen hij getuige was en hun verdriet voelde bij deze laatste scheiding. Zij hadden hem lief en voelden, dat ze hem niet konden opgeven. Welke christen bewondert niet het karakter van Paulus? Vast als een rots stond hij in het verdedigen van de waarheid, hij was liefdevol en zachtaardig als een kind, als hij omringd werd door zijn vrienden.” –The Review and Herald, 8 september 1885.

“Houd de ziel eerlijk. Laat dit de taal van de ziel zijn: Ik geloof in God, in Zijn voorzienigheid, in de Bijbel, en in waarheid en duidelijkheid van doel. Ik kan niet, ik zal niet, één jota afwijken van mijn plicht en de aanspraken, die de Heer op mij heeft. Ik kan niet, ik durf niet, mijn belangrijke interesse in heilige dingen in de minste mate opofferen om verlichting te krijgen van de druk van tijdelijke problemen. Ik zal altijd wachten; nederig wandelen met God; in zachtmoedigheid wandelen, in nederigheid, in eenvoud van ziel, totdat de Heer mij succes en overwinning geeft op Zijn eigen tijd en manier.” –Manuscript Releases 12, blz. 107.

D. Welk nieuws ontving Paulus, toen hij in Jeruzalem aankwam?

Handelingen 21:15-21.

Handelingen 21:15: En na die dagen maakten wij ons gereed, en gingen op naar Jeruzalem. Handelingen 21:16: En met ons gingen ook sommigen der discipelen van Cesarea, leidende met zich een zekeren Mnason, van Cyprus, een ouden discipel, bij dewelken wij zouden te huis liggen. Handelingen 21:17: En als wij te Jeruzalem gekomen waren, ontvingen ons de broeders blijdelijk. Handelingen 21:18: En den volgenden dag ging Paulus met ons in tot Jakobus; en al de ouderlingen waren daar gekomen. Handelingen 21:19: En als hij hen gegroet had, verhaalde hij van stuk tot stuk, wat God onder de heidenen door zijn dienst gedaan had. Handelingen 21:20: En zij, dat gehoord hebbende, loofden den Heere, en zeiden tot hem: Gij ziet, broeder, hoevele duizenden van Joden er zijn, die geloven; en zij zijn allen ijveraars van de wet. Handelingen 21:21: En zij zijn aangaande u bericht, dat gij al de Joden, die onder de heidenen zijn, leert van Mozes afvallen, zeggende: dat zij de kinderen niet zouden besnijden, noch naar de wijze der wet wandelen.

DONDERDAG — 19 augustus

5. Geplaatst in ernstig gevaar

A. Verklaar de raad, die aan Paulus werd gegeven en hoe hij zich onderwierp.

Handelingen 21:22-26.

Handelingen 21:22: Wat is er dan te doen? Het is gans nodig, dat de menigte samenkome; want zij zullen horen, dat gij gekomen zijt. Handelingen 21:23: Doe dan hetgeen wij u zeggen: Wij hebben vier mannen, die een gelofte gedaan hebben. Handelingen 21:24: Neem dezen tot u, en heilig u met hen, en doe de onkosten nevens hen, opdat zij het hoofd bescheren mogen; en alle mogen weten, dat er niets is aan hetgeen, waarvan zij, aangaande u, bericht zijn; maar dat gij alzo wandelt, dat gij ook zelve de wet onderhoudt. Handelingen 21:25: Doch van de heidenen, die geloven, hebben wij geschreven en goed gevonden, dat zij niets dergelijks zouden onderhouden, dan dat zij zich wachten van hetgeen den afgoden geofferd is, en van bloed, en van het verstikte, en van hoererij. Handelingen 21:26: Toen nam Paulus de mannen met zich, en den dag daaraan met hen geheiligd zijnde, ging hij in den tempel, en verkondigde, dat de dagen der heiliging vervuld waren, blijvende daar, totdat voor een iegelijk van hen de offerande opgeofferd was.

“Deze concessie was niet in harmonie met zijn (Paulus’) leer noch met de vaste onkreukbaarheid van zijn karakter. Zijn raadgevers waren niet onfeilbaar. Hoewel sommigen van deze mannen schreven onder de leiding van Gods Geest, dwaalden ze soms, als ze niet onder rechtstreekse invloed daarvan stonden.” –Bijbelkommentaar, blz. 452.

B. Beschrijf het noodlottige gevolg van deze daad, en hoe alleen het leven van Paulus werd gespaard.

Handelingen 21:27-32.

Handelingen 21:27: Als nu de zeven dagen zouden voleindigd worden, zagen hem de Joden van Azie in den tempel, en beroerden al het volk, en sloegen de handen aan hem, Handelingen 21:28: Roepende: Gij Israelietische mannen, komt te hulp! Deze is de mens, die tegen het volk, en de wet, en deze plaats allen man overal leert; en bovendien heeft hij ook Grieken in den tempel gebracht, en heeft deze heilige plaats ontheiligd. Handelingen 21:29: Want zij hadden te voren Trofimus, den Efezier, met hem in de stad gezien, welken zij meenden, dat Paulus in den tempel gebracht had. Handelingen 21:30: En de gehele stad kwam in roer en het volk liep samen; en zij grepen Paulus, en trokken hem buiten den tempel; en terstond werden de deuren gesloten. Handelingen 21:31: En als zij hem zochten te doden, kwam het gerucht tot den overste der bende, dat geheel Jeruzalem in verwarring was. Handelingen 21:32: Welke terstond krijgsknechten en hoofdmannen over honderd tot zich nam, en liep af naar hen toe. Zij nu, den oversten en de krijgsknechten ziende, hielden op van Paulus te slaan.

Hoe herhaalt de geschiedenis zich?

“Elia werd in Israël beschouwd als een onruststoker, Jeremia als een verrader, Paulus als een tempelschenner. Altijd zijn zij, die de waarheid trouw wilden blijven, uitgemaakt voor opruiers, ketters en scheurmakers. Velen, die te ongelovig zijn om het vaste profetische woord te aanvaarden, zullen blindelings instemmen met de beschuldiging tegen hen, die algemeen aanvaarde zonden afkeuren. Deze houding zal steeds meer voorkomen. En de Bijbel zegt heel duidelijk, dat er een tijd zal komen, dat de wetten van de staat zo in strijd zullen zijn met Gods wetten, dat allen, die Gods geboden willen gehoorzamen, als boosdoeners zullen worden bestempeld en bestraft.” –De Grote Strijd, blz. 425.

VRIJDAG — 20 augustus

Terugblik

1. Wanneer was de bijeenkomst op de eerste dag van de week, en hoe weten wij dat?

2. Wat leert de apostel Paulus mij over het leiden van zielen in het geloof?

3. Leg de tegenstelling uit tussen Paulus en veel belijdende predikers nu.

4. Waarom was Paulus zo’n toegewijde zendeling en hoe kan ik meer op hem lijken?

5. Hoe en waarom zal de vervolging zoals die tegen Paulus spoedig worden herhaald?