Tekst om te onthouden: “Ik heb niemands zilver, of goud, of kleding begeerd. En gijzelf weet, dat deze handen tot mijn nooddruft, en van hen, die met mij waren, gediend hebben. Ik heb u in alles getoond, dat men, alzo arbeidende, de zwakken moet opnemen en gedenken aan de woorden van de Heere Jezus, dat Hij gezegd heeft: Het is zaliger te geven, dan te ontvangen”
Handelingen 20:33–35
“Niet alleen met onze woorden moeten wij met de mensen spreken, maar alles, wat deel uit maakt van onze persoon, moet een preek voor hen zijn.” –Testimonies 2, blz. 618.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 217-219, 285-297.
A. Waar ging Paulus heen na Efeze?
Handelingen 20:1-5.
B. Wat gebeurde er op zaterdagavond, toen Paulus in Troas was, terwijl hij predikte in een bovenkamer met veel lichten?
Handelingen 20:6-12.
“De broeders kwamen de laatste avond van zijn (Paulus’)verblijf bijeen ‘om brood te breken’. Het feit dat hun geliefde leraar op het punt stond om te vertrekken, had een groter gezelschap bijeengebracht dan gewoonlijk.. Zij vergaderden in een ‘bovenzaal’ van de derde verdieping. Hier predikte de apostel met het vuur van zijn liefde en bezorgdheid voor hen tot middernacht.
In een van de open vensters zat een jongeman, Eutychus geheten. In deze gevaarlijke positie sliep hij in en viel naar beneden. Opeens was alles in rep en roer. De jongeling werd dood opgenomen, en velen schaarden zich schreiend en weeklagend om hem heen. Maar Paulus baande zich een weg door de verschrikte menigte, sloeg de armen om hem heen, en smeekte in ernstig gebed, of God de dode in het leven wilde terugroepen. Zijn bede werd verhoord.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 286.
A. Waarom scheidde Paulus zich even af van zijn medereizigers?
Handelingen 20:13.
“Het schip, waarmee Paulus en zijn metgezellen hun reis wilden voortzetten, was op het punt om af te varen, en de broeders haastten zich aan boord te komen. De apostel zelf evenwel koos de kortste weg over land tussen Troas en Assus om zich in laatstgenoemde plaats weer bij zijn broeders te voegen. Hierdoor kreeg hij een korte tijd voor meditatie en gebed. De moeilijkheden en gevaren in verband met zijn toekomstig bezoek aan Jeruzalem, de geesteshouding van de gemeente aldaar ten aanzien van hem en zijn werk, zowel de gesteldheid van de gemeenten en de belangen van het evangeliewerk in andere velden, waren onderwerpen van ernstige, bezorgde overweging, en hij wilde van deze bijzondere gelegenheid gebruik maken God te vragen om kracht en leiding.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 287.
B. Waar ging Paulus heen, en wat deed hij onderweg?
Handelingen 20:14-17.
C. Welke plechtige boodschap had Paulus voor de Efeziërs?
Handelingen 20:18-27.
“Het was niet de bedoeling van Paulus geweest dit getuigenis af te leggen, maar terwijl hij sprak, verlichtte de Geest der inspiratie hem, en bevestigde zijn vrees, dat dit de laatste ontmoeting met zijn Efezische broeders zou zijn.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 288.
D. Wat moeten pastorale leiders steeds in gedachte houden?
Handelingen 20:28.
“Hij, die de waarheid door ongerechtigheid bedekt, die verklaart erin te geloven en deze toch elke dag geweld aandoet door zijn inconsequente levenswijze, geeft zich over aan de dienst van Satan en leidt zielen in het verderf.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 118.
“De gemeente van God is gekocht met het bloed van Christus, en elke herder moet beseffen, dat de schapen onder hun hoede een onschatbare som kosten… Zij moeten de schapen, die aan hun zorg zijn toevertrouwd, als van de hoogste waarde beschouwen, en beseffen, dat zij geroepen zijn om een strikt verslag van hun dienstwerk af te leggen.” –Spiritual Gifts 3, blz. 125.
A. Voor welk ernstig gevaar moet de gemeente oppassen?
Handelingen 20:29-30.
“Nooit, nooit is er een tijd geweest, waarin de waarheid meer lijden zal door verkeerde voorstellingen, door kleinering en vervalsing of door verdorven woordenstrijd van de mensen dan in deze laatste dagen… Men wordt bekoord door iets vreemds of iets nieuws en is niet verstandig genoeg om de aard te onderscheiden van ideeën, die mensen als iets bijzonders aanbieden. Maar iets van groot belang noemen en het verbinden met de woorden van God, maakt het nog niet tot waarheid. O, hoe vraagt deze lage maatstaf van godsvrucht in de kerken om berisping! Mensen, die iets origineels willen, zullen nieuwe en vreemde dingen brengen, en zonder bedenken weven zij deze wankele theorieën dooreen als kostbaar geheel, die zij dan presenteren als een zaak van leven en dood.” –Bijbelkommentaar, blz.451-452.
B. Hoe weerspiegelden Paulus’ voorbeeld en woorden de leringen van Christus Zelf?
Handelingen 20:31-35.
“Zijn (Paulus’) werkhanden getuigden voor de mensen, die deze handen zagen, dat hij van niemand afhankelijk was voor zijn levensonderhoud. Zij ontnamen volgens hem niets aan de kracht van zijn roerende oproepen, die verstandig, intelligent en welsprekend waren, meer dan van enige andere man, die aandeel in het christelijk dienstwerk had…
Wij denken niet, dat het voor alle predikanten verplicht is te doen, zoals Paulus heeft gedaan. Toch vertellen wij iedereen, dat Paulus een christen van het beste soort was. Zijn voorbeeld laat zien, dat handenarbeid niet noodzakelijkerwijze iemands invloed hoeft te verkleinen, dat het werken met de handen in elke eerzame bezigheid niemand ruw, grof en onhoffelijk behoeft te maken.” –Bijbelkommentaar, blz.451.
C. Wat toont, hoe diep de mensen waren geraakt door Paulus’ oprechte oproepen?
Handelingen 20:36-38.
A. Welke waarschuwing kwam er tijdens de reis van de zendelingen in Tyrus, en wat deden zij voor hun vertrek vandaar?
Handelingen 21:1-5.
B. Waar gingen zij toen naartoe?
Handelingen 21:6-9.
C. Beschrijf, hoe Paulus een andere waarschuwing kreeg, en hoe hij antwoordde.
Handelingen 21:10-14.
Hoe kan zijn toewijding ons inspireren?
“Paulus trok warme harten aan, waar hij ook ging; zijn ziel was verbonden met de ziel van zijn broeders. Toen hij afscheid van hen nam, wetende en hen verzekerend, dat zij zijn gezicht nooit meer zouden zien, waren zij vervuld van verdriet, en smeekten hem zo ernstig om nog bij hen te blijven, dat hij uitriep: ‘Wat doet gij, dat gij weent, en mijn hart week maakt?’ Zijn medelevend hart brak, toen hij getuige was en hun verdriet voelde bij deze laatste scheiding. Zij hadden hem lief en voelden, dat ze hem niet konden opgeven. Welke christen bewondert niet het karakter van Paulus? Vast als een rots stond hij in het verdedigen van de waarheid, hij was liefdevol en zachtaardig als een kind, als hij omringd werd door zijn vrienden.” –The Review and Herald, 8 september 1885.
“Houd de ziel eerlijk. Laat dit de taal van de ziel zijn: Ik geloof in God, in Zijn voorzienigheid, in de Bijbel, en in waarheid en duidelijkheid van doel. Ik kan niet, ik zal niet, één jota afwijken van mijn plicht en de aanspraken, die de Heer op mij heeft. Ik kan niet, ik durf niet, mijn belangrijke interesse in heilige dingen in de minste mate opofferen om verlichting te krijgen van de druk van tijdelijke problemen. Ik zal altijd wachten; nederig wandelen met God; in zachtmoedigheid wandelen, in nederigheid, in eenvoud van ziel, totdat de Heer mij succes en overwinning geeft op Zijn eigen tijd en manier.” –Manuscript Releases 12, blz. 107.
D. Welk nieuws ontving Paulus, toen hij in Jeruzalem aankwam?
Handelingen 21:15-21.
A. Verklaar de raad, die aan Paulus werd gegeven en hoe hij zich onderwierp.
Handelingen 21:22-26.
“Deze concessie was niet in harmonie met zijn (Paulus’) leer noch met de vaste onkreukbaarheid van zijn karakter. Zijn raadgevers waren niet onfeilbaar. Hoewel sommigen van deze mannen schreven onder de leiding van Gods Geest, dwaalden ze soms, als ze niet onder rechtstreekse invloed daarvan stonden.” –Bijbelkommentaar, blz. 452.
B. Beschrijf het noodlottige gevolg van deze daad, en hoe alleen het leven van Paulus werd gespaard.
Handelingen 21:27-32.
Hoe herhaalt de geschiedenis zich?
“Elia werd in Israël beschouwd als een onruststoker, Jeremia als een verrader, Paulus als een tempelschenner. Altijd zijn zij, die de waarheid trouw wilden blijven, uitgemaakt voor opruiers, ketters en scheurmakers. Velen, die te ongelovig zijn om het vaste profetische woord te aanvaarden, zullen blindelings instemmen met de beschuldiging tegen hen, die algemeen aanvaarde zonden afkeuren. Deze houding zal steeds meer voorkomen. En de Bijbel zegt heel duidelijk, dat er een tijd zal komen, dat de wetten van de staat zo in strijd zullen zijn met Gods wetten, dat allen, die Gods geboden willen gehoorzamen, als boosdoeners zullen worden bestempeld en bestraft.” –De Grote Strijd, blz. 425.
1. Wanneer was de bijeenkomst op de eerste dag van de week, en hoe weten wij dat?
2. Wat leert de apostel Paulus mij over het leiden van zielen in het geloof?
3. Leg de tegenstelling uit tussen Paulus en veel belijdende predikers nu.
4. Waarom was Paulus zo’n toegewijde zendeling en hoe kan ik meer op hem lijken?
5. Hoe en waarom zal de vervolging zoals die tegen Paulus spoedig worden herhaald?