Lessen uit het boek Handelingen (2) — Sabbat, 14 augustus 2021

Les 7: Bevrijding van de Duisternis

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En velen van hen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden”

Handelingen 19:18

“Menig oprechte volgeling van Christus heeft een soortgelijke ervaring gehad (als de discipelen in Efeze). Een duidelijker begrip van Gods wil plaatst de mens in een nieuwe relatie tot Hem. Nieuwe taken worden getoond. Veel, wat voorheen onschuldig leek, of zelfs prijzenswaardig, wordt nu gezien als zondig.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 133.

Aanvullende studie :: -Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 255-266;; -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 205-211;; -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 157-164.

ZONDAG — 8 augustus

1. In meer licht komen

A. Wat kunnen wij leren van de genomen stap door bepaalde discipelen in Efeze, die in hun leven meer licht bracht?

Handelingen 19:1-7.

Handelingen 19:1: En het geschiedde, terwijl Apollos te Korinthe was, dat Paulus, de bovenste delen des lands doorreisd hebbende, te Efeze kwam; en enige discipelen aldaar vindende, Handelingen 19:2: Zeide hij tot hen: Hebt gij den Heiligen Geest ontvangen, als gij geloofd hebt? En zij zeiden tot hem: Wij hebben zelfs niet gehoord, of er een Heiligen Geest is. Handelingen 19:3: En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In den doop van Johannes. Handelingen 19:4: Maar Paulus zeide: Johannes heeft wel gedoopt den doop der bekering, zeggende tot het volk, dat zij geloven zouden in Dengene, Die na hem kwam, dat is, in Christus Jezus. Handelingen 19:5: En die hem hoorden werden gedoopt in den Naam van den Heere Jezus. Handelingen 19:6: En als Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen; en zij spraken met vreemde talen, en profeteerden. Handelingen 19:7: En alle deze waren omtrent twaalf mannen.

“Toen zij (de Joodse bekeerlingen in Efeze) door Johannes werden gedoopt, hadden zij geen volledig begrip van de zending van Jezus als degene, die de zonde op Zich neemt. Zij zaten nog vast aan ernstige dwalingen. Maar na meer licht ontvangen te hebben, namen zij vol blijdschap Jezus als hun Verlosser aan, en toen zij zover waren, kwam er een wijziging in hun verplichtingen. Naarmate hun geloof zuiverder werd, kwam er in hun leven ook een daarmee overeenstemmende verandering. Ten teken van deze verandering en als een erkentenis van hun geloof in Christus, werden zij in de naam van Jezus herdoopt.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 207-208.

“Het is een zaak om als een groot voorrecht en zegen te worden behandeld, en allen, die herdoopt zijn, zullen het zo in overweging nemen, als zij de juiste ideeën over dit onderwerp hebben…

De Heer roept op tot een besliste reformatie. En als een ziel werkelijk opnieuw bekeerd is, laat hem dan weer gedoopt worden. Laat hem zijn verbond met God vernieuwen, en God zal Zijn verbond met hem vernieuwen.” –Evangelism, blz. 375.

MAANDAG — 9 augustus

2. Echte wonderen tegenover valse

A. Beschrijf het werk van Paulus tijdens zijn twee jaren in Efeze.

Handelingen 19:8-12.

Handelingen 19:8: En hij ging in de synagoge, en sprak vrijmoediglijk, drie maanden lang met hen handelende, en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods. Handelingen 19:9: Maar als sommigen verhard werden, en ongehoorzaam waren, kwaadsprekende van den weg des Heeren voor de menigte, week hij van hen, en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus. Handelingen 19:10: En dit geschiedde twee jaren lang, alzo dat allen, die in Azie woonden, het Woord van den Heere Jezus hoorden, beiden Joden en Grieken. Handelingen 19:11: En God deed ongewone krachten door de handen van Paulus; Handelingen 19:12: Alzo dat ook van zijn lijf op de kranken gedragen werden de zweetdoeken of gordeldoeken, en dat de ziekten van hen weken, en de boze geesten van hen uitvoeren.

“Toen Paulus in rechtstreekse aanraking werd gebracht met de afgodische inwoners van Efeze, werd Gods macht op treffende wijze door hem ten toon gespreid. De apostelen konden niet altijd wonderen doen, als zij dat wilden. De Heere verleende Zijn dienstknechten deze speciale macht, wanneer de vooruitgang van Zijn werk of de eer van Zijn naam dat vroeg. Evenals Mozes en Aäron aan het hof van Farao moest de apostel nu de waarheid handhaven tegen de leugenachtige wonderen van de tovenaars in; vandaar dat de wonderen, die hij deed, van een heel andere aard waren, dan hij tot nu toe had verricht. Zoals de zoom van Christus’ kleed genezende kracht had gebracht aan de vrouw, die genezing zocht door aanraking in het geloof, werden bij deze gelegenheid kledingstukken het middel tot genezing voor allen, die geloofden; ‘hun kwalen weken van hen, en boze geesten voeren uit’. Toch vormden deze wonderen geen aanmoediging voor blind bijgeloof. Toen Jezus de aanraking van de lijdende vrouw voelde, riep Hij uit: ‘Er is kracht van Mij uitgegaan’. Zo zegt de Schrift, dat de Heere wonderen deed door de hand van Paulus, en dat de naam van de Heere Jezus werd grootgemaakt, en niet de naam van Paulus.” –Bijbelkommentaar, blz. 450.

B. Hoe werd de heiligheid van Christus’ naam gerechtvaardigd, waardoor velen enige verkeerde praktijken in hun leven opnieuw gingen onderzoeken?

Handelingen 19:13-18.

Handelingen 19:13: En sommigen van de omzwervende Joden, zijnde duivel bezweerders, hebben zich onderwonden den Naam van den Heere Jezus te noemen over degenen, die boze geesten hadden, zeggende: Wij bezweren u bij Jezus, Dien Paulus predikt! Handelingen 19:14: Dezen nu waren zekere zeven zonen van Sceva, een Joodsen overpriester, die dit deden. Handelingen 19:15: Maar de boze geest, antwoordende, zeide: Jezus ken ik, en Paulus weet ik; maar gijlieden, wie zijt gij? Handelingen 19:16: En de mens, in welken de boze geest was, sprong op hen, en hen meester geworden zijnde, kreeg de overhand tegen hen, alzo dat zij naakt en gewond uit dat huis ontvloden. Handelingen 19:17: En dit werd allen bekend, beiden Joden en Grieken, die te Efeze woonden; en er viel een vreze over hen allen, en de Naam van den Heere Jezus werd groot gemaakt. Handelingen 19:18: En velen dergenen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden.

“De ontevredenheid en vernedering van degenen, die de naam van Jezus hadden ontheiligd, werden al snel in heel Efeze bekend bij Joden en heidenen.. Er was onmiskenbaar bewijs geleverd van de heiligheid van die naam en het gevaar, dat zij liepen, als zij die naam zouden aanroepen, terwijl zij geen geloof hadden in de goddelijke opdracht van Christus. Schrik vervulde de geest van velen, en het werk van het evangelie werd door iedereen met ontzag en eerbied beschouwd.

Feiten, die voorheen verborgen waren, kwamen nu aan het licht. Door het christendom te aanvaarden hadden sommige broeders hun heidens bijgeloof niet volledig afgezworen. De praktijk van magie was tot op zekere hoogte nog onder hen. Overtuigd van hun fout door de gebeurtenissen, die onlangs hadden plaatsgevonden, kwamen zij en legden een volledige bekentenis af aan Paulus, en erkenden publiekelijk, dat hun geheime kunsten bedrieglijk en satanisch waren.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 136-137.

DINSDAG — 10 augustus

3. Alles overgeven

A. Wat voor stappen tonen echte bekering in het leven?

Handelingen 19:19-20.

Handelingen 19:19: Velen ook dergenen, die ijdele kunsten gepleegd hadden, brachten de boeken bijeen, en verbrandden ze in aller tegenwoordigheid; en berekenden de waarde derzelve, en bevonden vijftig duizend zilveren penningen. Handelingen 19:20: Alzo wies het Woord des Heeren met macht, en nam de overhand.

“Toen de Efeziërs zich bekeerden, veranderde dat hun gewoontes en gebruiken. Overtuigd door de Geest gingen ze krachtdadig aan de slag, en legden alle mysteries van hun toverij bloot. Ze kwamen, beleden en lieten zien, wat ze gedaan hadden. Ze waren heilig verontwaardigd, omdat ze zoveel eerbied hadden bewezen aan toverij, en omdat ze zoveel waarde hadden gehecht aan boeken, waarin volgens de regels van satanische listen de methodes stonden vermeld, hoe je aan toverij kon doen. Ze waren vastbesloten de boze niet langer te dienen, en brachten hun kostbare boeken en verbrandden die in het openbaar. Zo toonden ze hun oprechte bekering tot God…

Van de boeken, die de Efeziërs bij hun bekering tot het evangelie prijsgaven aan de vlammen, hadden ze vroeger genoten. Ze hadden hun geweten en hun geest erdoor laten leiden. Ze hadden ze kunnen verkopen, maar door dit te doen zou het kwaad voortduren. Achteraf hadden ze een afschuw van de satanische mysteries en de toverkunsten, en walgden van de kennis, die ze daaruit hadden. Ik zou jongeren, die zich met de waarheid hebben verbonden, willen vragen: Hebben jullie je toverboeken al verbrand?...

De wereld wordt overspoeld door boeken, die het zaad zaaien van scepsis, ongeloof en atheïsme. In meer of mindere mate hebben jullie iets geleerd uit deze boeken. Het zijn toverboeken. Ze verdrijven God uit onze gedachten en scheiden onze ziel van de ware Herder.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 259, 260.

B. Noem enkele oude, door de hemel gezonden waarschuwingen tegen magie en tovenarij.

Jesaja 47:9-14;

Jesaja 47:9: Doch deze beide dingen zullen u in een ogenblik overkomen, op een dag, de beroving van kinderen en weduwschap; volkomenlijk zullen zij u overkomen, vanwege de veelheid uwer toverijen, vanwege de menigte uwer bezweringen. Jesaja 47:10: Want gij hebt op uw boosheid vertrouwd; gij hebt gezegd: Niemand ziet mij; uw wijsheid en uw wetenschap heeft u afkerig gemaakt; en gij hebt in uw hart gezegd: Ik ben het, en niemand meer dan ik. Jesaja 47:11: Daarom zal er over u een kwaad komen, gij zult den dageraad daarvan niet weten; en een verderf zal er op u vallen, hetwelk gij niet zult kunnen verzoenen; want er zal snellijk een onstuimige verwoesting over u komen, dat gij het niet weten zult. Jesaja 47:12: Sta nu met uw bezweringen, en met de veelheid uwer toverijen, waarin gij gearbeid hebt van uw jeugd af; of gij misschien voordeel kondet doen, of gij misschien u kondet sterken. Jesaja 47:13: Gij zijt moede geworden in de veelheid uwer raadslagen; laat nu opstaan, die den hemel waarnemen, die in de sterren kijken, die naar de nieuwe manen voorzeggen; en laat ze u verlossen van die dingen, die over u komen zullen. Jesaja 47:14: Ziet, zij zullen zijn als stoppelen, het vuur zal ze verbranden, zij zullen zichzelven niet kunnen rukken uit de macht der vlam; het zal geen kool zijn om bij te warmen, geen vuur om daarvoor neder te zitten.

Maleáchi 3:5.

“Door middel van spiritualisme onderhouden vele zieken, bedroefden en nieuwsgierigen gemeenschap met boze geesten. Allen, die zich hieraan wagen, bevinden zich op gevaarlijk terrein.

De tovenaars uit heidense tijden hebben hun tegenhangers in de spiritualistische media, de helderzienden en de waarzeggers van vandaag… Overal, waar geprobeerd wordt om de mensen God te doen vergeten, oefent satan zijn betoverende macht uit.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 210-211.

WOENSDAG — 11 augustus

4. ‘Er is niets nieuws onder de zon’

A. Welke waarschuwingen tegen magie (spiritualisme) en tovenarij worden in onze tijd opnieuw benadrukt? Efeze 5:11;

Openbaring 22:14-15.

Openbaring 22:14: Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Openbaring 22:15: Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet.

“Velen schrikken vol ontzetting terug bij de gedachte de geesten te raadplegen, terwijl ze door aangenamere vormen van spiritisme worden aangetrokken. Anderen worden meegesleept door de leerstellingen van de Christian Science en door de mystiek van de theosofie en andere oosterse godsdiensten.” –Profeten en Koningen, blz. 131.

““De mystiek van de heidense afgoderij is vervangen door de geheime genootschappen en seances, door tovenaars van onze tijd. Hun onthullingen worden gretig aangenomen door duizenden, die weigeren het licht uit Gods woord of van Zijn Geest aan te nemen. Terwijl zij zich smalend uitlaten over de tovenaars van het verleden, lacht de grote bedrieger triomfantelijk, omdat zij zich overgeven aan zijn kunstige listen in een andere vorm.

Zijn agenten beweren nog steeds ziekten te kunnen genezen. Zij schrijven hun kracht toe aan elektriciteit en magnetisme ofwel de zogenaamde ‘sympathieke geneesmiddelen’. In werkelijkheid zijn zij slechts kanalen voor Satans elektrische stromen. Hiermee betovert hij de ziel en het lichaam van mensen…

Niet weinigen in deze christelijke tijd en deze christelijke natie zoeken eerder hun heil bij boze geesten dan te vertrouwen op de kracht van de levende God. De moeder, die bij het ziekbed van haar kind waakt, roept uit: “Ik kan niet meer doen. Is er geen dokter, die kracht heeft om mijn kind te genezen?” Haar wordt verteld van de geweldige genezingen, die worden verricht door sommige helderzienden of magnetiseurs, en zij vertrouwt haar geliefde kind aan hen toe; daarmee geeft zij het kind net zo zeker in handen van Satan, alsof hij naast haar stond. In vele gevallen wordt het toekomstige leven van het kind beheerst door een satanische kracht, die onmogelijk gebroken lijkt te kunnen worden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 159-160.

B. Wat was het volgende doel van Paulus na Efeze, maar welke onvoorziene moeilijkheid deed zich in de tussentijd voor?

Handelingen 19:21-29.

Handelingen 19:21: En als deze dingen volbracht waren, nam Paulus voor in den Geest, Macedonie en Achaje doorgegaan hebbende, naar Jeruzalem te reizen, zeggende: Nadat ik aldaar zal geweest zijn, moet ik ook Rome zien. Handelingen 19:22: En als hij naar Macedonie gezonden had twee van degenen, die hem dienden, namelijk Timotheus en Erastus, bleef hij zelf een tijd lang in Azie. Handelingen 19:23: Maar op dienzelfden tijd ontstond er geen kleine beroerte, vanwege den weg des Heeren. Handelingen 19:24: Want een, met name Demetrius, een zilversmid, die kleine zilveren tempelen van Diana maakte, bracht dien van die kunst geen klein gewin toe; Handelingen 19:25: Welke hij samenvergaderd hebbende, met de handwerkers van dergelijke dingen, zeide: Mannen, gij weet, dat wij uit dit gewin onze welvaart hebben; Handelingen 19:26: En gij ziet en hoort, dat deze Paulus veel volk, niet alleen van Efeze, maar ook bijna van geheel Azie, overreed en afgekeerd heeft, zeggende, dat het geen goden zijn, die met handen gemaakt worden. Handelingen 19:27: En wij zijn niet alleen in gevaar, dat dit deel in verachting kome, maar dat ook de tempel van de grote godin Diana als niets geacht zal worden, en dat ook haar majesteit zal ten ondergaan, aan welke gans Azie en de gehele wereld godsdienst bewijst. Handelingen 19:28: Als zij nu dit hoorden, werden zij vol van toornigheid, en riepen, zeggende: Groot is de Diana de Efezeren! Handelingen 19:29: En de gehele stad werd vol verwarring; en zij liepen met een gedruis eendrachtelijk naar de schouwplaats, met zich trekkende Gajus en Aristarchus, Macedoniers, metgezellen van Paulus op de reis.

“Er was te Efeze door de vervaardiging en verkoop van tempeltjes en beeldjes, gemaakt naar het voorbeeld van de tempel en het beeld van Artemis, een uitgebreide en winstgevende handel ontstaan. Degenen, die bij deze industrie geïnteresseerd waren, zagen hun inkomsten verminderen, en allen waren het erover eens, dat deze ongewenste verandering aan het werk van Paulus moest worden toegeschreven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 215.

DONDERDAG — 12 augustus

5. Gods tussenkomst

A. Beschrijf het gevaar, gevormd door de menigte handwerkslieden.

Handelingen 19:30-34.

Handelingen 19:30: En als Paulus tot het volk wilde ingaan, lieten het hem de discipelen niet toe. Handelingen 19:31: En sommigen ook der oversten van Azie, die hem vrienden waren, zonden tot hem, en baden, dat hij zichzelven op de schouwplaats niet zou begeven. Handelingen 19:32: Zij riepen dan de ene dit, de andere wat anders; want de vergadering was verward en het meerder deel wist niet, om wat oorzaak zij samengekomen waren. Handelingen 19:33: En zij deden Alexander uit de schare voortkomen, alzo hem de Joden voortstieten. En Alexander gewenkt hebbende met de hand, wilde bij het volk verantwoording doen. Handelingen 19:34: Maar als zij verstonden, dat hij een Jood was, werd er een stem van allen, roepende omtrent twee uren lang: Groot is de Diana der Efezeren!

“Paulus’ schuilplaats was niet ver verwijderd, en weldra vernam hij van het gevaar, waarin zijn geliefde broeders verkeerden. Niet denkend aan eigen veiligheid, wilde hij dadelijk naar het theater gaan, om de oproerkraaiers toe te spreken. Maar ‘de discipelen lieten hem dit niet toe’. Gajus en Aristarchus waren niet de prooi, die het volk zocht. Er was voor hen geen wezenlijk gevaar te duchten. Maar als men het bleke, bekommerde gelaat van de apostel zou zien, dan zouden de laagste hartstochten van het gepeupel terstond oplaaien, en er zou menselijkerwijze niet de geringste mogelijkheid bestaan om zijn leven te redden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 216.

B. Hoe gebruikte God de stadsbeambte om het tumult te stoppen?

Handelingen 19:35-41.

Handelingen 19:35: En als de stads schrijver de schare gestild had, zeide hij: Gij mannen van Efeze! wat mens is er toch, die niet weet, dat de stad der Efezeren de kerkbewaarster zij van de grote godin Diana, en van het beeld, dat uit den hemel gevallen is? Handelingen 19:36: Dewijl dan deze dingen onwedersprekelijk zijn, zo is het behoorlijk dat gij stil zijt, en niets onbedachts doet. Handelingen 19:37: Want gij hebt deze mannen hier gebracht, die noch kerkrovers zijn, noch uw godin lasteren. Handelingen 19:38: Indien dan nu Demetrius, en die met hem van de kunst zijn, tegen iemand enige zaak hebben, de rechtsdagen worden gehouden, en er zijn stadhouders; laat hen elkander verklagen. Handelingen 19:39: En indien gij iets van andere dingen verzoekt, dat zal in een wettelijke vergadering beslecht worden. Handelingen 19:40: Want wij staan in gevaar, dat wij van oproer zullen verklaagd worden om den dag van heden, alzo er geen oorzaak is, waardoor wij reden zullen kunnen geven van deze oploop. En dit gezegd hebbende, liet hij de vergadering gaan.

“Demetrius had in zijn toespraak gezegd, dat hun beroep in gevaar was. Deze woorden betroffen de werkelijke oorzaak tot het oproer te Efeze en tevens de oorzaak van vele vervolgingen, die de apostelen bij hun arbeid hadden te verduren. Demetrius en zijn vakgenoten zagen, dat door de prediking en de verspreiding van het evangelie, het werk van de beeldjesfabricage in gevaar was gebracht. Het inkomen van de heidense priesters en handwerkslieden stond op het spel. Om deze oorzaak verwekten zij tegen Paulus de meest bittere tegenstand.

De beslissing van de secretaris en van anderen, die eervolle posities bekleedden, had Paulus voor het volk verklaard als onschuldig aan enige onwettige handeling. Dit beduidde opnieuw een triomf van het christendom over overtreding en bijgeloof. God had een groot magistraat naar voren geschoven om Zijn apostel te rechtvaardigen en het oproerige gepeupel in bedwang te houden. Paulus’ hart was met dankbaarheid jegens God vervuld, dat zijn leven gespaard was gebleven, en dat het christendom door het oproer te Efeze niet in discrediet was gebracht.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 217.

VRIJDAG — 13 augustus

Terugblik

1. Waarom was opnieuw dopen passend voor de twaalf discipelen in Efeze?

2. Waarom werden de zwervende Joden niet gezegend door het gebruiken van de naam van Jezus?

3. Wat zijn enige “toverboeken”, die ik moet verwijderen?

4. Welke valstrikken van het moderne spiritualisme zouden mij persoonlijk in gevaar kunnen brengen?

5. Hoe gebruikt God soms onverwachte manieren om Zijn volk te bevrijden?