Tekst om te onthouden: “En velen van hen, die geloofden, kwamen, belijdende en verkondigende hun daden”
Handelingen 19:18
“Menig oprechte volgeling van Christus heeft een soortgelijke ervaring gehad (als de discipelen in Efeze). Een duidelijker begrip van Gods wil plaatst de mens in een nieuwe relatie tot Hem. Nieuwe taken worden getoond. Veel, wat voorheen onschuldig leek, of zelfs prijzenswaardig, wordt nu gezien als zondig.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 133.
Aanvullende studie :: -Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 255-266;; -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 205-211;; -Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 157-164.
A. Wat kunnen wij leren van de genomen stap door bepaalde discipelen in Efeze, die in hun leven meer licht bracht?
Handelingen 19:1-7.
“Toen zij (de Joodse bekeerlingen in Efeze) door Johannes werden gedoopt, hadden zij geen volledig begrip van de zending van Jezus als degene, die de zonde op Zich neemt. Zij zaten nog vast aan ernstige dwalingen. Maar na meer licht ontvangen te hebben, namen zij vol blijdschap Jezus als hun Verlosser aan, en toen zij zover waren, kwam er een wijziging in hun verplichtingen. Naarmate hun geloof zuiverder werd, kwam er in hun leven ook een daarmee overeenstemmende verandering. Ten teken van deze verandering en als een erkentenis van hun geloof in Christus, werden zij in de naam van Jezus herdoopt.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 207-208.
“Het is een zaak om als een groot voorrecht en zegen te worden behandeld, en allen, die herdoopt zijn, zullen het zo in overweging nemen, als zij de juiste ideeën over dit onderwerp hebben…
De Heer roept op tot een besliste reformatie. En als een ziel werkelijk opnieuw bekeerd is, laat hem dan weer gedoopt worden. Laat hem zijn verbond met God vernieuwen, en God zal Zijn verbond met hem vernieuwen.” –Evangelism, blz. 375.
A. Beschrijf het werk van Paulus tijdens zijn twee jaren in Efeze.
Handelingen 19:8-12.
“Toen Paulus in rechtstreekse aanraking werd gebracht met de afgodische inwoners van Efeze, werd Gods macht op treffende wijze door hem ten toon gespreid. De apostelen konden niet altijd wonderen doen, als zij dat wilden. De Heere verleende Zijn dienstknechten deze speciale macht, wanneer de vooruitgang van Zijn werk of de eer van Zijn naam dat vroeg. Evenals Mozes en Aäron aan het hof van Farao moest de apostel nu de waarheid handhaven tegen de leugenachtige wonderen van de tovenaars in; vandaar dat de wonderen, die hij deed, van een heel andere aard waren, dan hij tot nu toe had verricht. Zoals de zoom van Christus’ kleed genezende kracht had gebracht aan de vrouw, die genezing zocht door aanraking in het geloof, werden bij deze gelegenheid kledingstukken het middel tot genezing voor allen, die geloofden; ‘hun kwalen weken van hen, en boze geesten voeren uit’. Toch vormden deze wonderen geen aanmoediging voor blind bijgeloof. Toen Jezus de aanraking van de lijdende vrouw voelde, riep Hij uit: ‘Er is kracht van Mij uitgegaan’. Zo zegt de Schrift, dat de Heere wonderen deed door de hand van Paulus, en dat de naam van de Heere Jezus werd grootgemaakt, en niet de naam van Paulus.” –Bijbelkommentaar, blz. 450.
B. Hoe werd de heiligheid van Christus’ naam gerechtvaardigd, waardoor velen enige verkeerde praktijken in hun leven opnieuw gingen onderzoeken?
Handelingen 19:13-18.
“De ontevredenheid en vernedering van degenen, die de naam van Jezus hadden ontheiligd, werden al snel in heel Efeze bekend bij Joden en heidenen.. Er was onmiskenbaar bewijs geleverd van de heiligheid van die naam en het gevaar, dat zij liepen, als zij die naam zouden aanroepen, terwijl zij geen geloof hadden in de goddelijke opdracht van Christus. Schrik vervulde de geest van velen, en het werk van het evangelie werd door iedereen met ontzag en eerbied beschouwd.
Feiten, die voorheen verborgen waren, kwamen nu aan het licht. Door het christendom te aanvaarden hadden sommige broeders hun heidens bijgeloof niet volledig afgezworen. De praktijk van magie was tot op zekere hoogte nog onder hen. Overtuigd van hun fout door de gebeurtenissen, die onlangs hadden plaatsgevonden, kwamen zij en legden een volledige bekentenis af aan Paulus, en erkenden publiekelijk, dat hun geheime kunsten bedrieglijk en satanisch waren.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 136-137.
A. Wat voor stappen tonen echte bekering in het leven?
Handelingen 19:19-20.
“Toen de Efeziërs zich bekeerden, veranderde dat hun gewoontes en gebruiken. Overtuigd door de Geest gingen ze krachtdadig aan de slag, en legden alle mysteries van hun toverij bloot. Ze kwamen, beleden en lieten zien, wat ze gedaan hadden. Ze waren heilig verontwaardigd, omdat ze zoveel eerbied hadden bewezen aan toverij, en omdat ze zoveel waarde hadden gehecht aan boeken, waarin volgens de regels van satanische listen de methodes stonden vermeld, hoe je aan toverij kon doen. Ze waren vastbesloten de boze niet langer te dienen, en brachten hun kostbare boeken en verbrandden die in het openbaar. Zo toonden ze hun oprechte bekering tot God…
Van de boeken, die de Efeziërs bij hun bekering tot het evangelie prijsgaven aan de vlammen, hadden ze vroeger genoten. Ze hadden hun geweten en hun geest erdoor laten leiden. Ze hadden ze kunnen verkopen, maar door dit te doen zou het kwaad voortduren. Achteraf hadden ze een afschuw van de satanische mysteries en de toverkunsten, en walgden van de kennis, die ze daaruit hadden. Ik zou jongeren, die zich met de waarheid hebben verbonden, willen vragen: Hebben jullie je toverboeken al verbrand?...
De wereld wordt overspoeld door boeken, die het zaad zaaien van scepsis, ongeloof en atheïsme. In meer of mindere mate hebben jullie iets geleerd uit deze boeken. Het zijn toverboeken. Ze verdrijven God uit onze gedachten en scheiden onze ziel van de ware Herder.” –Boodschap aan Jonge Mensen, blz. 259, 260.
B. Noem enkele oude, door de hemel gezonden waarschuwingen tegen magie en tovenarij.
Jesaja 47:9-14;
Maleáchi 3:5.
“Door middel van spiritualisme onderhouden vele zieken, bedroefden en nieuwsgierigen gemeenschap met boze geesten. Allen, die zich hieraan wagen, bevinden zich op gevaarlijk terrein.
De tovenaars uit heidense tijden hebben hun tegenhangers in de spiritualistische media, de helderzienden en de waarzeggers van vandaag… Overal, waar geprobeerd wordt om de mensen God te doen vergeten, oefent satan zijn betoverende macht uit.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 210-211.
A. Welke waarschuwingen tegen magie (spiritualisme) en tovenarij worden in onze tijd opnieuw benadrukt? Efeze 5:11;
Openbaring 22:14-15.
“Velen schrikken vol ontzetting terug bij de gedachte de geesten te raadplegen, terwijl ze door aangenamere vormen van spiritisme worden aangetrokken. Anderen worden meegesleept door de leerstellingen van de Christian Science en door de mystiek van de theosofie en andere oosterse godsdiensten.” –Profeten en Koningen, blz. 131.
““De mystiek van de heidense afgoderij is vervangen door de geheime genootschappen en seances, door tovenaars van onze tijd. Hun onthullingen worden gretig aangenomen door duizenden, die weigeren het licht uit Gods woord of van Zijn Geest aan te nemen. Terwijl zij zich smalend uitlaten over de tovenaars van het verleden, lacht de grote bedrieger triomfantelijk, omdat zij zich overgeven aan zijn kunstige listen in een andere vorm.
Zijn agenten beweren nog steeds ziekten te kunnen genezen. Zij schrijven hun kracht toe aan elektriciteit en magnetisme ofwel de zogenaamde ‘sympathieke geneesmiddelen’. In werkelijkheid zijn zij slechts kanalen voor Satans elektrische stromen. Hiermee betovert hij de ziel en het lichaam van mensen…
Niet weinigen in deze christelijke tijd en deze christelijke natie zoeken eerder hun heil bij boze geesten dan te vertrouwen op de kracht van de levende God. De moeder, die bij het ziekbed van haar kind waakt, roept uit: “Ik kan niet meer doen. Is er geen dokter, die kracht heeft om mijn kind te genezen?” Haar wordt verteld van de geweldige genezingen, die worden verricht door sommige helderzienden of magnetiseurs, en zij vertrouwt haar geliefde kind aan hen toe; daarmee geeft zij het kind net zo zeker in handen van Satan, alsof hij naast haar stond. In vele gevallen wordt het toekomstige leven van het kind beheerst door een satanische kracht, die onmogelijk gebroken lijkt te kunnen worden.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 159-160.
B. Wat was het volgende doel van Paulus na Efeze, maar welke onvoorziene moeilijkheid deed zich in de tussentijd voor?
Handelingen 19:21-29.
“Er was te Efeze door de vervaardiging en verkoop van tempeltjes en beeldjes, gemaakt naar het voorbeeld van de tempel en het beeld van Artemis, een uitgebreide en winstgevende handel ontstaan. Degenen, die bij deze industrie geïnteresseerd waren, zagen hun inkomsten verminderen, en allen waren het erover eens, dat deze ongewenste verandering aan het werk van Paulus moest worden toegeschreven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 215.
A. Beschrijf het gevaar, gevormd door de menigte handwerkslieden.
Handelingen 19:30-34.
“Paulus’ schuilplaats was niet ver verwijderd, en weldra vernam hij van het gevaar, waarin zijn geliefde broeders verkeerden. Niet denkend aan eigen veiligheid, wilde hij dadelijk naar het theater gaan, om de oproerkraaiers toe te spreken. Maar ‘de discipelen lieten hem dit niet toe’. Gajus en Aristarchus waren niet de prooi, die het volk zocht. Er was voor hen geen wezenlijk gevaar te duchten. Maar als men het bleke, bekommerde gelaat van de apostel zou zien, dan zouden de laagste hartstochten van het gepeupel terstond oplaaien, en er zou menselijkerwijze niet de geringste mogelijkheid bestaan om zijn leven te redden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 216.
B. Hoe gebruikte God de stadsbeambte om het tumult te stoppen?
Handelingen 19:35-41.
“Demetrius had in zijn toespraak gezegd, dat hun beroep in gevaar was. Deze woorden betroffen de werkelijke oorzaak tot het oproer te Efeze en tevens de oorzaak van vele vervolgingen, die de apostelen bij hun arbeid hadden te verduren. Demetrius en zijn vakgenoten zagen, dat door de prediking en de verspreiding van het evangelie, het werk van de beeldjesfabricage in gevaar was gebracht. Het inkomen van de heidense priesters en handwerkslieden stond op het spel. Om deze oorzaak verwekten zij tegen Paulus de meest bittere tegenstand.
De beslissing van de secretaris en van anderen, die eervolle posities bekleedden, had Paulus voor het volk verklaard als onschuldig aan enige onwettige handeling. Dit beduidde opnieuw een triomf van het christendom over overtreding en bijgeloof. God had een groot magistraat naar voren geschoven om Zijn apostel te rechtvaardigen en het oproerige gepeupel in bedwang te houden. Paulus’ hart was met dankbaarheid jegens God vervuld, dat zijn leven gespaard was gebleven, en dat het christendom door het oproer te Efeze niet in discrediet was gebracht.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 217.
1. Waarom was opnieuw dopen passend voor de twaalf discipelen in Efeze?
2. Waarom werden de zwervende Joden niet gezegend door het gebruiken van de naam van Jezus?
3. Wat zijn enige “toverboeken”, die ik moet verwijderen?
4. Welke valstrikken van het moderne spiritualisme zouden mij persoonlijk in gevaar kunnen brengen?
5. Hoe gebruikt God soms onverwachte manieren om Zijn volk te bevrijden?