Lessen uit het boek Handelingen (2) — Sabbat, 31 juli 2021

Les 5: Een oproep aan het verstand en hart

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom, dat zij zich bekeren”

Handelingen 17:30

“Onze inspanningen moeten niet ophouden, omdat openbare bijeenkomsten een tijdlang zijn gestaakt. Zolang er geïnteresseerden zijn, moeten wij hun de gelegenheid geven om de waarheid te leren kennen.” –Evangelism, blz.. 337.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 166-179.

ZONDAG — 25 juli

1. Redenen voor drie Sabbatten

A. Beschrijf na Filippi de volgende missie van Paulus en Silas.

Handelingen 17:1-3.

Handelingen 17:1: En door Amfipolis en Apollonia hun weg genomen hebbende, kwamen zij te Thessalonica, alwaar een synagoge der Joden was. Handelingen 17:2: En Paulus, gelijk hij gewoon was, ging tot hen in, en drie sabbatten lang handelde hij met hen uit de Schriften, Handelingen 17:3: Dezelve openende, en voor ogen stellende, dat de Christus moest lijden en opstaan uit de doden, en dat deze Jezus is de Christus, Dien ik, zeide hij, ulieden verkondige.

“Na het verlaten van Filippi gingen Paulus en Silas op weg naar Thessaloniki. Zij hadden daar het voorrecht om een grote menigte mensen in de synagoge toe te spreken, met goed resultaat. Hun uiterlijk vertoonde het bewijs van hun recente schandelijke behandeling en vereiste een verklaring van wat zij hadden doorstaan. Dit deden zij zonder zichzelf te verhogen, maar verheerlijkten de genade van God, die hun bevrijding had bewerkstelligd. De apostelen hadden echter het gevoel, dat zij geen tijd hadden om bij hun eigen beproevingen stil te staan. Zij waren belast met de boodschap van Christus en waren zeer ernstig in zijn werk.

Paulus maakte de profetieën in het Oude Testament, met betrekking op de Messias, en de overeenstemming van die profetieën met het leven en de leringen van Christus, duidelijk in de gedachten van al zijn toehoorders, die bewijsmateriaal over het onderwerp zouden aanvaarden.” – Sketches From the Life of Paul, blz. 81-82.

“Paulus was een adventist; hij presenteerde de belangrijke gebeurtenis van de wederkomst van Christus met zo’n kracht en redenen, dat een diepe indruk, die nooit weggaat, werd gemaakt op de gedachten van de Thessalonicensen.” – Sketches From the Life of Paul, blz. 83.

MAANDAG — 26 juli

2. Opschudding

A. Hoe werd de boodschap in Thessalonica ontvangen?

Handelingen 17:4.

Handelingen 17:4: En sommigen uit hen geloofden, en werden Paulus en Silas toegevoegd, en van de godsdienstige Grieken een grote menigte, en van de voornaamste vrouwen niet weinige.

“Toen op deze wijze de waarheden van het evangelie te Thessalonica met grote kracht werden verkondigd, werd de aandacht van vele toehoorders getrokken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 170.

B. Beschrijf de manier, waarop de vijand van zielen zijn jaloerse toorn toonde, en wat kunnen wij nu leren van deze ervaring.

Handelingen 17:5-8.

Handelingen 17:5: Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, dit benijdende, namen tot zich enige boze mannen uit de marktboeven, en maakten, dat het volk te hoop liep, en beroerden de stad; en op het huis van Jason aanvallende, zochten zij hen tot het volk te brengen. Handelingen 17:6: En als zij hen niet vonden, trokken zij Jason en enige broeders voor de oversten der stad, roepende: Dezen, die de wereld in roer hebben gesteld, zijn ook hier gekomen; Handelingen 17:7: Welke Jason in zijn huis genomen heeft; en alle dezen doen tegen de geboden des keizers, zeggende, dat er een andere Koning is, namelijk Jezus. Handelingen 17:8: En zij beroerden de schare, en de oversten der stad, die dit hoorden.

“Zij (de jaloerse Joden) wekten de hartstochten van de waardeloze menigte op door sluw bedachte leugens, en spoorden hen aan tot een luidruchtige aanval op het huis van Jason, het tijdelijke huis van de apostelen. Dit deden zij met een woede, die meer leek op die van wilde dieren dan van mensen. Zij hadden van de Joden instructies gekregen om Paulus en Silas te halen en naar de autoriteiten te slepen, hen ervan beschuldigend heel deze opschudding en opstand te hebben veroorzaakt.

Toen zij echter in het huis hadden ingebroken, ontdekten zij, dat de apostelen er niet waren. Vrienden, die hadden begrepen, wat er ging gebeuren, hadden hen de stad uit gehaast…

Degenen, die in onze tijd niet populaire waarheid prediken, stuiten op vastberaden weerstand, net als de apostelen. Zij behoeven van een grote meerderheid van belijdende christenen geen gunstiger ontvangst te verwachten dan Paulus van zijn Joodse broeders. Er zal een verbond van tegengestelde elementen tegen hen zijn; want hoe verschillend van elkaar verschillende organisaties ook mogen zijn in hun gevoelens en godsdienstig geloof, hun krachten zijn verenigd in het onder de voet vertrappen van het vierde gebod in de wet van God.

Degenen, die zelf de waarheid niet zullen aanvaarden, zijn zeer ijverig, zodat anderen die niet zullen ontvangen; en degenen, die volhardend onwaarheden bedenken en de lage hartstochten van de mensen aanwakkeren, ontbreken niet om de waarheid van God krachteloos te maken. Maar de boodschappers van Christus moeten zich wapenen met waakzaamheid en gebed, en voorwaarts gaan met geloof, vastberadenheid en moed, en, in de naam van Jezus, hun werk doen, zoals de apostelen deden. Zij moeten de wereld de waarschuwing laten horen, de overtreders van de wet leren, wat zonde is, en hen wijzen op Jezus Christus als het grote en enige middel.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 84-86.

DINSDAG — 27 juli

3. Omgaan met verschillende geesten

A. Welke zegeningen waren er te Beréa, en hoe is dit een les voor ons?

Handelingen 17:10-12.

Handelingen 17:10: En de broeders zonden terstond des nachts Paulus en Silas weg naar Berea; welke, daar gekomen zijnde, gingen heen naar de synagoge der Joden; Handelingen 17:11: En dezen waren edeler, dan die te Thessalonica waren, als die het woord ontvingen met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzo waren. Handelingen 17:12: Velen dan uit hen geloofden, en van de Griekse eerlijke vrouwen en van de mannen niet weinige.

“Afvalligheden hebben plaatsgevonden en de Heer heeft toegestaan, dat dit soort zaken zich in het verleden hebben ontwikkeld om te laten zien, hoe gemakkelijk Zijn volk zal worden misleid als het afhankelijk is van de woorden van mensen in plaats van de Schrift zelf te onderzoeken, zoals de edele mensen van Beréa, om te zien of deze dingen zo zijn.” –Selected Messages 2, blz. 394.

“Laat een ieder, die beweert te geloven, dat de Heer spoedig komt, de Schrift onderzoeken als nooit tevoren; want Satan is vastbesloten om met elk mogelijk middel te proberen om zielen in duisternis te houden en de geest te verblinden voor de gevaren van de tijd, waarin wij leven. Laat iedere gelovige zijn Bijbel opnemen met ernstig gebed, opdat hij door de Heilige Geest verlicht mag worden over, wat waarheid is, opdat hij meer zal weten van God en van Jezus Christus, die Hij gezonden heeft. Zoeken naar de waarheid als naar verborgen schatten, en stel de vijand teleur. De tijd van beproeving staat voor de deur, want de luide roep van de derde engel is al begonnen in de openbaring van de gerechtigheid van Christus, de zonde-vergevende Verlosser. Dit is het begin van het licht van de engel, wiens heerlijkheid de hele aarde zal vervullen. Want het is het werk van een ieder tot wie de waarschuwingsboodschap is gekomen, om Jezus op te heffen, om Hem aan de wereld te presenteren.” –Selected Messages 1, blz. 362-363.

B. Naar wat voor plaats werd Paulus haastig weggestuurd, en waarom?

Handelingen 17:13-15.

Handelingen 17:13: Maar als de Joden van Thessalonica verstonden, dat het Woord Gods ook te Berea van Paulus verkondigd werd, kwamen zij ook daar en bewogen de scharen. Handelingen 17:14: Doch de broeders zonden toen van stonde aan Paulus weg, dat hij ging als naar de zee; maar Silas en Timotheus bleven aldaar. Handelingen 17:15: En die Paulus geleidden, brachten hem tot Athene toe; en als zij bevel gekregen hadden aan Silas en Timotheus, dat zij op het spoedigste tot hem zouden komen, vertrokken zij.

“Athene was de hoofdstad van het heidendom. Paulus trof hier niet, zoals in Lystra, een onontwikkelde, lichtgelovige bevolking aan, maar mensen, vermaard om hun intelligentie en beschaving. Overal zag men standbeelden van hun goden en van door hen vereerde helden uit de geschiedenis en de poëzie, terwijl prachtige bouw- en schilderkunst de nationale roem en de algemene verering van de heidense afgoden weergaven, de zinnen van het volk waren door de schoonheid en de praal van de kunst verrukt. De heilige plaatsen en tempels, waaraan onnoemelijke kosten waren besteed, verhieven overal hun massieve vormen. Roemrijke wapenfeiten en daden van vermaarde mannen werden door beeldhouwwerk, altaren en gedenkplaten in gedachtenis gehouden. Dit alles maakte Athene tot een geweldig kunstmuseum.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 173-174.

WOENSDAG — 28 juli

4. Verstandig … toch misleid

A. Beschrijf de inleiding van Paulus tot de Atheense cultuur.

Handelingen 17:16-21.

Handelingen 17:16: En terwijl Paulus hen te Athene verwachtte, werd zijn geest in hem ontstoken, ziende, dat de stad zo zeer afgodisch was. Handelingen 17:17: Hij handelde dan in de synagoge met de Joden, en met degenen, die godsdienstig waren, en op de markt alle dagen met degenen, die hem voorkwamen. Handelingen 17:18: En sommigen van de Epikureische en Stoische wijsgeren streden met hem; en sommigen zeiden: Wat wil toch deze klapper zeggen? Maar anderen zeiden: Hij schijnt een verkondiger te zijn van vreemde goden; omdat hij hun Jezus en de opstanding verkondigde. Handelingen 17:19: En zij namen hem, en brachten hem op de plaats, genaamd Areopagus, zeggende: Kunnen wij niet weten, welke deze nieuwe leer zij, daar gij van spreekt? Handelingen 17:20: Want gij brengt enige vreemde dingen voor onze oren; wij willen dan weten, wat toch dit zijn wil. Handelingen 17:21: (Die van Athene nu allen, en de vreemdelingen, die zich daar onthielden, besteedden hun tijd tot niets anders dan om wat nieuws te zeggen en te horen.)

“In deze grote stad, waar God niet werd aanbeden, voelde Paulus zich terneergedrukt door een gevoel van eenzaamheid. Hij verlangde naar het medeleven en de hulp van zijn medearbeiders. Voor zover het menselijke vriendschap betrof, voelde hij zich geheel verlaten. In zijn brief aan de Thessalonicenzen geeft hij zijn gevoelens weer met de woorden: ‘alleen te Athene’ (1 Thessalonicensen 3:1). Klaarblijkelijk deden zich aan Paulus onoverkomelijke moeilijkheden voor, die het hem onmogelijk maakten om de harten der mensen te bereiken.

Terwijl Paulus op Silas en Timótheüs wachtte, liet hij zijn tijd niet ongebruikt voorbijgaan. ‘Hij hield … in de synagoge samensprekingen met de Joden en met hen, die God vereerden, en op de markt dagelijks met hen, die hij er aantrof’. Maar zijn voornaamste werk in Athene was het uitdragen van de heilstijding aan hen, die van God en Zijn voornemen ten opzichte van het gevallen mensdom geen helder begrip hadden. Spoedig zou de apostel het heidendom in zijn meest scherpzinnige, bekorende vorm ontmoeten…

Sommigen durfden de apostelen belachelijk te maken als iemand, die zowel maatschappelijk als intellectueel ver beneden hen stond…

Alle anderen, die met hem in contact kwamen, werden spoedig gewaar, dat hij beschikte over een schat van kennis, die nog groter was dan de hunne. Zijn geestvermogen dwong de geleerden eerbied af, terwijl zijn ernstige, logische redenering en de macht van zijn welsprekendheid de aandacht van alle toehoorders in beslag nam. Zijn hoorders begrepen, dat zij niet met een beginneling te doen hadden, maar dat hij in staat was alle klassen der maatschappij met overtuigende bewijsgronden, tot staving van de leerstellingen die hij onderwees, tegemoet te treden. Zo stond de apostel daar onverschrokken en hij bestreed zijn tegenstanders op hun eigen gebied, doordat hij logica tegenover logica, filosofie tegenover filosofie en welsprekendheid tegenover welsprekendheid stelde.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 174-175.

B. Welk punt wordt gemist door milieuaanbidders in deze tijd?

Handelingen 17:22-28.

Handelingen 17:22: En Paulus, staande in het midden van de plaats, genaamd Areopagus, zeide: Gij mannen van Athene! ik bemerke, dat gij alleszins gelijk als godsdienstiger zijt. Handelingen 17:23: Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden, op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden. Handelingen 17:24: De God, Die de wereld gemaakt heeft en alles wat daarin is; Deze, zijnde een Heere des hemels en der aarde, woont niet in tempelen met handen gemaakt; Handelingen 17:25: En wordt ook van mensenhanden niet gediend, als iets behoevende, alzo Hij Zelf allen het leven en den adem, en alle dingen geeft; Handelingen 17:26: En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning. Handelingen 17:27: Opdat zij den Heere zouden zoeken, of zij Hem immers tasten en vinden mochten; hoewel Hij niet verre is van een iegelijk van ons. Handelingen 17:28: Want in Hem leven wij, en bewegen ons, en zijn wij; gelijk ook enigen van uw poeten gezegd hebben: Want wij zijn ook Zijn geslacht.

“Van zichzelf kan hij (de mens) de natuur niet verklaren zonder haar boven God te plaatsen. Hij verkeert in een toestand, die vergelijkbaar is met die van de Atheners, die, te midden van hun altaren gewijd aan de aanbidding van de natuur, er een hadden met de inscriptie: ‘Aan de onbekende God’. God was hun inderdaad onbekend. Hij is onbekend bij iedereen, die, zonder de leiding van de goddelijke Leraar, de studie van de natuur op zich neemt. Zij zullen zeker tot verkeerde conclusies komen.” –Testimonies 8, blz. 257.

DONDERDAG — 29 juli

5. Werkelijkheid en middelpunt

A. Welke oproep aan de Atheners is een verstandige herinnering aan ons, aan wie veel meer licht is toevertrouwd dan zij, en die leven, zoals wij in de tijd van het onderzoekend oordeel?

Handelingen 17:29-31.

Handelingen 17:29: Wij dan, zijnde Gods geslacht, moeten niet menen, dat de Godheid goud, of zilver, of steen gelijk zij, welke door mensenkunst en bedenking gesneden zijn. Handelingen 17:30: God dan, de tijden der onwetendheid overzien hebbende, verkondigt nu allen mensen alom, dat zij zich bekeren. Handelingen 17:31: Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.

“Voordat iemand in de woningen van de verlosten mag gaan, moet zijn geval zijn onderzocht, en moeten zijn karakter en zijn daden door God zijn beoordeeld. Allen zullen worden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken staat en ze zullen op grond van hun werken worden beloond. Dit oordeel vindt niet plaats op het ogenblik van hun overlijden. Let maar eens goed op de woorden van Paulus: ‘Hij heeft een dag bepaald, waarop Hij de aardbodem rechtvaardig zal oordelen door een Man, die Hij aangewezen heeft; waarvan Hij voor allen het bewijs geleverd heeft door Hem uit de doden op te wekken’ (Handelingen 17:31). Hier zegt de apostel duidelijk, dat er een dag, die in zijn tijd nog in de toekomst lag, bepaald is, waarop de wereld zal worden geoordeeld.” –De Grote Strijd, blz. 502.

B. Hoe eindigde het werk van Paulus in Athene?

Handelingen 17:32-34.

Handelingen 17:32: Als zij nu van de opstanding der doden hoorden, spotten sommigen daarmede; en sommigen zeiden: Wij zullen u wederom hiervan horen. Handelingen 17:33: En alzo is Paulus uit het midden van hen uitgegaan. Handelingen 17:34: Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.

“Aan het einde van zijn werk zag hij (Paulus) naar de resultaten van zijn arbeid. Uit de grote vergadering, die naar zijn welsprekende woorden had geluisterd, werden slechts drie mannen tot het geloof bekeerd. Hij besloot van die tijd af, zich aan de eenvoud van het evangelie te houden. Hij was overtuigd, dat de geleerdheid van de wereld machteloos was om de harten van de mensen te bewegen, maar dat het evangelie de kracht Gods tot zaligheid was.” –Bijbelkommentaar, blz. 448.

VRIJDAG — 30 juli

Terugblik

1. Wat kan ik leren van de ijver van de apostelen na hun pijn in Filippi?

2. Hoe zal Paulus’ algemene ervaring in Thessalonica spoedig worden herhaald?

3. Welke houding, die in Beréa werd aangetroffen, is voor ons in deze tijd van cruciaal belang?

4. In welke opzichten lijkt de huidige samenleving op wat er in Athene bestond?

5. Welke les, die Paulus in Athene heeft geleerd, moet ik ook leren?