Lessen uit het boek Handelingen (2) — Sabbat 25 september 2021

Les 13: In ketenen van eer

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods tot de heidenen gezonden is, en dezen zullen horen”

Handelingen 28:28

“Het (de kracht van vervolging) kan de werking van het woord der waarheid op harten en gewetens niet belemmeren. Paulus mag dan gebonden zijn, hij mag dan een geketende gevangene zijn, maar het woord van God kan niet worden gebonden. Het zal het werk tot stand brengen, waarnaar het wordt gestuurd, en menselijke krachten kunnen het niet voorkomen.” –The Review and Herald, 11 september 1888.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 326-335;; 356-364.

ZONDAG — 19 september

1. Op het eiland Melite

A. Hoe werden de schipbreukelingen op het eiland Melite ontvangen, en waardoor kon Paulus Gods macht meteen openbaren?

Handelingen 28:1-6.

Handelingen 28:1: En als zij ontkomen waren, toen verstonden zij, dat het eiland Melite heette. Handelingen 28:2: En de barbaren bewezen ons geen gemene vriendelijkheid; want een groot vuur ontstoken hebbende, namen zij ons allen in, om den regen, die overkwam, en om de koude. Handelingen 28:3: En als Paulus een hoop rijzen bijeengeraapt en op het vuur gelegd had, kwam er een adder uit door de hitte, en vatte zijn hand. Handelingen 28:4: En als de barbaren het beest zagen aan zijn hand hangen, zeiden zij tot elkander: Deze mens is gewisselijk een doodslager, welken de wraak niet laat leven, daar hij uit de zee ontkomen is. Handelingen 28:5: Maar hij schudde het beest af in het vuur, en leed niets kwaads. Handelingen 28:6: En zij verwachtten, dat hij zou opzwellen, of terstond dood nedervallen. Maar als zij lang gewacht hadden, en zagen, dat geen ongemak hem overkwam, werden zij veranderd, en zeiden, dat hij een god was.

“Zijn (van Paulus) handen brachten het hout om het vuur aan te steken ten behoeve van de koud geworden schipbreukelingen. Toen zij zagen, dat de dodelijke adder aan zijn hand vastzat, werden zij vervuld met angst; maar Paulus schudde hem kalm in het vuur, wetende dat het hem geen kwaad kon doen; want hij vertrouwde onvoorwaardelijk op God.” –My Life Today, blz. 334.

B. Leg uit op welke manieren de Heer Paulus in de gelegenheid heeft gesteld om de eilandbewoners te dienen.

Handelingen 28:7-10.

Handelingen 28:7: En hier, omtrent dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, met name Publius, zijn landhoeven, die ons ontving, en drie dagen vriendelijk herbergde. Handelingen 28:8: En het geschiedde, dat de vader van Publius, met koortsen en den roden loop bevangen zijnde, te bed lag; tot denwelken Paulus inging, en als hij gebeden had, legde hij de handen op hem, en maakte hem gezond. Handelingen 28:9: Als dit dan geschied was, kwamen ook tot hem de anderen, die krankheden hadden in het eiland, en werden genezen. Handelingen 28:10: Die ons ook eerden met veel eer, en als wij vertrekken zouden, bestelden zij ons hetgeen van node was.

“Gedurende de drie maanden, dat de schipbreukelingen op Malta verbleven, benutten Paulus en zijn medewerkers vele gelegenheden om het evangelie te prediken. De Here werkte door hen op opmerkelijke wijze. Ter wille van Paulus werd het gehele gezelschap van schipbreukelingen met grote voorkomendheid behandeld.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 326.

MAANDAG — 20 september

2. Gedenkwaardige momenten

A. Toen de reis weer begon, welke zegen was er in Putéoli?

Handelingen 28:11-14.

Handelingen 28:11: En na drie maanden voeren wij af in een schip van Alexandrie, dat in het eiland overwinterd had, hebbende tot een teken, Kastor en Pollux. Handelingen 28:12: En als wij te Syrakuse aangekomen waren, bleven wij aldaar drie dagen; Handelingen 28:13: Van waar wij omvoeren, en kwamen aan te Regium; en alzo, na een dag, de wind zuid werd, kwamen wij den tweeden dag te Puteoli; Handelingen 28:14: Alwaar wij broeders vonden, en werden gebeden, zeven dagen bij hen te blijven; en alzo gingen wij naar Rome.

“In deze plaats bevonden zich enige christenen, en zij verzochten de apostelen zeven dagen bij hen te blijven, een verzoek dat door de hoofdman vriendelijk werd toegestaan.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 328.

B. Beschrijf de verbazingwekkende aankomst van Paulus in Rome.

Handelingen 28:15-16.

Handelingen 28:15: En vandaar kwamen de broeders, van onze zaken gehoord hebbende, ons tegemoet tot Appiusmarkt, en de drie tabernen; welke Paulus ziende, dankte hij God en greep moed. Handelingen 28:16: En toen wij te Rome gekomen waren, gaf de hoofdman de gevangenen over aan den overste des legers; maar aan Paulus werd toegelaten op zichzelven te wonen met den krijgsknecht, die hem bewaarde.

“Julius stond de apostel graag iedere gunst toe, die hij bij machte was te verlenen; maar hij kon niet zijn staat van gevangene veranderen, noch hem bevrijden van de boeien, waarmee hij aan zijn bewaker was verbonden. Met een bezwaard hart ging Paulus het langverwachte bezoek aan de hoofdstad der wereld tegemoet. Hoe verschilden de omstandigheden van die, welke hij zich had voorgesteld! Hoe zou hij, geboeid en gebrandmerkt, het evangelie moeten verkondigen? Zijn hoop om in Rome vele zielen voor de waarheid te winnen scheen op teleurstelling te zullen uitlopen.

Ten slotte bereikten de reizigers Forum Appii, dat dertien uur gaans van Rome verwijderd lag. Toen zij zich een weg baanden door de menigten, die zich op de grote verkeersweg verdrongen, ving de grijsaard, die aan een groep hardvochtig uitziende misdadigers geketend was, menige verachtelijke blik op en werd hij het voorwerp van allerlei ruwe, lage spotternijen.

Plotseling weerklinkt een vreugdekreet, en een man maakt zich los uit de voorbijtrekkende menigte, valt de gevangene om de hals en omarmt hem met vreugdetranen, zoals een zoon een lang afwezige vader verwelkomt. Telkens weer herhaalt zich het voorval…

Als de hem toegenegen discipelen zich in geestdrift rondom hun vader in het geloof scharen, komt het gehele gezelschap tot staan. De soldaten zijn over dit oponthoud ongeduldig. Toch wagen zij het niet deze vreugdevolle ontmoeting te onderbreken, want ook zij hebben geleerd hun gevangene te ontzien en te waarderen. In dat afgetobde, door smart gekenmerkte gelaat zien de discipelen het beeld van Christus weerspiegeld. Zij verzekeren Paulus, dat zij hem niet hebben vergeten en hem nog steeds liefhebben; dat zij hem dankbaar zijn voor de vreugdevolle verwachting, die hun leven bezielt, en hun vrede met God schenkt. In het vuur van hun liefde zouden zij hem de gehele weg naar de stad op hun schouders hebben willen dragen, indien zij slechts toestemming daarvoor zouden hebben verkregen.

Slechts weinigen begrepen de betekenis van Lucas’ woorden, dat Paulus, toen hij zijn broeders zag, ‘God dankte en moed greep’.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 328-329.

DINSDAG — 21 september

3. Versterkt voor de opdracht

A. Hoe zou Paulus later uitdrukken, hoe getroost hij was door de manier, waarop hij in Rome was ontvangen?

2 Timótheüs 1:16-17.

2 Timotheüs 1:16: De Heere geve den huize van Onesiforus barmhartigheid; want hij heeft mij dikmaals verkwikt, en heeft zich mijner keten niet geschaamd. 2 Timotheüs 1:17: Maar als hij te Rome gekomen was, heeft hij mij zeer naarstiglijk gezocht, en heeft mij gevonden.

“Te midden van de schreiende gelovigen, die hem hun medeleven betuigden en die zich voor zijn boeien niet schaamden, prees de apostel God met luide stem. De wolk van droefenis, die zijn gemoed had overschaduwd, was weggevaagd. Zijn leven als christen was een opeenvolging geweest van moeiten, lijden en teleurstellingen, maar in dat uur voelde hij zich rijkelijk beloond. Met vaste tred en een verheugd hart zette hij zijn weg voort. Hij wilde zich over het verleden niet beklagen, noch de toekomst vrezen; maar hij wist ook, dat hij zielen uit een veel verschrikkelijker gevangenschap had mogen bevrijden, en hij verheugde zich in zijn lijden om Christus’ wille.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 329.

B. Wat deed Paulus meteen in Rome, hoewel het zijn leven opnieuw in gevaar had kunnen brengen?

Handelingen 28:17-20.

Handelingen 28:17: En het geschiedde na drie dagen dat Paulus samenriep degenen, die de voornaamsten der Joden waren. En als zij samengekomen waren, zeide hij tot hen: Mannen broeders, ik, die niets gedaan heb tegen het volk of de vaderlijke gewoonten, ben gebonden uit Jeruzalem overgeleverd in de handen der Romeinen; Handelingen 28:18: Dewelken, mij onderzocht hebbende, wilden mij loslaten, omdat geen schuld des doods in mij was. Handelingen 28:19: Maar als de Joden zulks tegenspraken, werd ik genoodzaakt mij op den keizer te beroepen; doch niet, alsof ik iets had, mijn volk te beschuldigen. Handelingen 28:20: Om deze oorzaak dan heb ik u bij mij geroepen, om u te zien en aan te spreken; want vanwege de hope Israels ben ik met deze keten omvangen.

“Te Rome leverde de hoofdman Julius zijn gevangenen aan de commandant van de keizerlijke garde uit. Het goede getuigenis, dat hij van Paulus gaf, te zamen met de brief van Festus, was oorzaak, dat de apostel bij de commandant in goed aanzien kwam, en in plaats van in de gevangenis te worden geworpen, werd hem toegestaan om op zichzelf te wonen. Hoewel aanhoudend geketend aan een soldaat, was hij vrij zijn vrienden te ontvangen en te werken aan de voortgang van de zaak van Christus…

Vele Joden die enkele jaren tevoren uit Rome waren verbannen, hadden toestemming ontvangen terug te keren, zodat daar weer een aanzienlijk aantal aanwezig was. Paulus besloot in de allereerste plaats hun de feiten aangaande zichzelf en zijn werk voor te leggen, alvorens zijn vijanden gelegenheid zouden hebben hen tegen hem op te zetten. Hij riep daarom drie dagen na zijn aankomst te Rome hun leidinggevende mannen bijeen, en zette op een eenvoudige, openhartige wijze uiteen, waarom hij als een gevangene naar Rome was gekomen…

Hij zij niets van de mishandeling, die hij van de zijde der Joden had ondergaan, noch van hun herhaalde samenzwering om hem om te brengen. Zijn woorden werden gekenmerkt door voorzichtigheid en goedheid. Hij trachtte niet de persoonlijke aandacht of sympathie te verkrijgen, maar wilde de waarheid verdedigen en de eer van het evangelie hoog houden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 329-330.

WOENSDAG — 22 september

4. Opnieuw getuigen

A. Hoe reageerden de Joden op Paulus’ inleiding?

Handelingen 28:21-23.

Handelingen 28:21: Maar zij zeiden tot hem: Wij hebben noch brieven u aangaande van Judea ontvangen; noch iemand van de broeders, hier gekomen zijnde, heeft van u iets kwaads geboodschapt of gesproken. Handelingen 28:22: Maar wij begeren wel van u te horen, wat gij gevoelt; want wat deze sekte aangaat, ons is bekend, dat zij overal tegengesproken wordt. Handelingen 28:23: En als zij hem een dag gesteld hadden, kwamen er velen in zijn woonplaats; denwelken hij het Koninkrijk Gods uitlegde, en betuigde, en poogde hen te bewegen tot het geloof in Jezus, beide uit de wet van Mozes en de profeten, van des morgens vroeg tot den avond toe.

“Aangezien zij (de Joden) zelf deze wens te kennen gaven, nodigde Paulus hen uit een dag vast te stellen, waarop hij hun de waarheid van het evangelie kon voorleggen. Op de afgesproken tijd kwamen zij te zamen, aan ‘wie hij met nadruk het Koninklijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus, uit de wet van Mozes en de profeten, van de vroege morgen tot de avond toe’. Hij verhaalde zijn eigen belevenis, en staafde de argumenten uit het Oude Testament op eenvoudige, oprechte en krachtige wijze.

De apostel toonde aan, dat godsdienst niet bestaat uit kerkelijke gebruiken en ceremoniën, uit geloofsbelijdenissen en leerstellingen. Indien dit zo was, zou de natuurlijke mens deze door onderzoek kunnen verstaan, evenals hij de wereldse dingen verstaat. Paulus leerde, dat godsdienst een doelmatige, verlossende kracht, een absoluut goddelijk beginsel is, een persoonlijke belevenis van vernieuwende kracht Gods in de ziel is.

Hij toonde aan, hoe Mozes van tevoren Israël had gewezen op Christus als profeet, naar wie zij moesten horen; hoe alle profeten van Hem hadden getuigd als van Gods grote Geneesmiddel voor de zonden, als de Onschuldige die de zonden van de schuldigen zou dragen. Hij keurde hun vormen en ceremoniën niet af, maar toonde aan, dat zij in het vasthouden aan de ceremoniële dienst, bezig waren Hem te verwerpen, die het tegenbeeld was van dit gehele systeem.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 330-333.

B. Hoe eindigde de bijeenkomst ten behoeve van Paulus?

Handelingen 28:24-29.

Handelingen 28:24: En sommigen geloofden wel, hetgeen gezegd werd, maar sommigen geloofden niet. Handelingen 28:25: En tegen elkander oneens zijnde, scheidden zij; als Paulus dit ene woord gezegd had, namelijk: Wel heeft de Heilige Geest gesproken door Jesaja, den profeet, tot onze vaderen, Handelingen 28:26: Zeggende: Ga heen tot dit volk, en zeg: Met het gehoor zult gij horen, en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien, en geenszins bemerken. Handelingen 28:27: Want het hart dezes volks is dik geworden, en met de oren hebben zij zwaarlijk gehoord, en hun ogen hebben zij toegedaan; opdat zij niet te eniger tijd met de ogen zouden zien, en met de oren horen, en met het hart verstaan, en zij zich bekeren, en Ik hen geneze. Handelingen 28:28: Het zij u dan bekend, dat de zaligheid Gods den heidenen gezonden is, en dezelve zullen horen. Handelingen 28:29: En als hij dit gezegd had, gingen de Joden weg, veel twisting hebbenden onder elkander.

“Vele maanden verstreken na de aankomst van Paulus in Rome, alvorens de Joden van Jeruzalem persoonlijk verschenen om hun aanklachten tegen de gevangene in te dienen. Herhaaldelijk werden hun plannen verijdeld. En nu Paulus voor het hoogste gerechtshof van het Romeinse rijk zou worden verhoord, wilden zij niet opnieuw een nederlaag riskeren. Lysias, Felix, Festus en Agrippa hadden allen hun geloof in zijn onschuld tot uitdrukking gebracht. Zijn vijanden konden slechts dan op succes hopen, als zij de keizer door een list zouden kunnen beïnvloeden. Vertraging zou hun voorts dienstbaar zijn, daar dit hun de tijd zou verlenen hun plannen te verbeteren en uit te voeren. Zo wachtten zij een tijdlang, eer zij persoonlijk hun aanklachten tegen de apostel inbrachten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 334.

DONDERDAG — 23 september

5. Gods waarheid gerechtvaardigd

A. Wat was Paulus in staat om te doen, voordat hij later de marteldood stierf, en wat kon hij verklaren?

Handelingen 28:30-31;

Handelingen 28:30: En Paulus bleef twee gehele jaren in zijn eigen gehuurde woning; en ontving allen, die tot hem kwamen; Handelingen 28:31: Predikende het Koninkrijk Gods, en lerende van den Heere Jezus Christus met alle vrijmoedigheid, onverhinderd.

2 Timótheüs 4:6-8.

2 Timotheüs 4:6: Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. 2 Timotheüs 4:7: Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden; 2 Timotheüs 4:8: Voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, welke mij de Heere, de rechtvaardige Rechter, in dien dag geven zal; en niet alleen mij, maar ook allen, die Zijn verschijning liefgehad hebben.

“Op deze wijze oefende Paulus, ogenschijnlijk van daadwerkelijke arbeid verstoten, een verder strekkende, en meer blijvende invloed uit dan, wanneer hij zich vrijelijk onder de gemeenten had kunnen bewegen zoals dit in vroegere jaren het geval was geweest.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 334.

B. Wat zal ons de komende tijd versterken?

Psalm 76:11;

Psalmen 76:11: Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.

Psalmen 119:126.

Psalmen 119:126: Het is tijd voor den HEERE, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.

“God heeft altijd voor uitkomst gezorgd, als Zijn volk in grote moeilijkheden verkeerde, wanneer de laatste hoop vervlogen leek, dat de ondergang kon worden afgewend. De plannen van slechte mensen, de vijanden van de gemeente, zijn ondergeschikt aan Zijn kracht en overheersende voorzienigheid. Hij kan het hart van staatslieden aanraken; de woede van het gepeupel en de afvalligen, de haters van God, Zijn waarheid en Zijn volk, kan gekeerd worden, zoals de waterstromen gekeerd worden, als Hij dat wil. Gebed brengt de arm van de Almachtige in beweging. Hij, die de sterren aan de hemel beveelt, wiens woorden de golven van de zee beheersen, dezelfde almachtige Schepper zal voor Zijn volk zorgen, als zij Hem in geloof aanroepen. Hij zal de machten van de duisternis tegenhouden, tot de wereld is gewaarschuwd en allen, die er gehoor aan geven, klaar zijn voor het conflict. (Zie Psalm 76:11)…

God wil, dat de waarheid als toets naar voren wordt gebracht en het onderwerp zal worden van onderzoek en discussie, zelfs als deze met smaad beladen is. Het verstand van de mensen moet wakker worden geschud. Ieder twistgesprek, elke smaad of spot, zal door God gebruikt worden om het kwaad aan het licht te brengen en mensen wakker te schudden, die anders door zouden slapen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 370-371.

VRIJDAG — 24 september

Terugblik

1. Hoe kunnen situaties, die gestrand lijken, kansen bieden?

2. Wat toont de kracht, die Paulus’ brieven op gelovigen hadden?

3. Hoe gebruikt God gebeurtenissen zoals Paulus ‘aankomst in Rome om ons op te heffen?

4. Welke ervaring van Paulus herinnert ons eraan, dat Gods timing perfect is?

5. Hoe kan God mij gebruiken om in moeilijke omstandigheden de waarheid te verspreiden?