Tekst om te onthouden: “Versterkende de zielen der discipelen, en vermanende, dat zij zouden blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen moeten ingaan in het Koninkrijk Gods”
Handelingen 14:22
“Hij (Paulus) liet zich geen gelegenheid ontgaan om van de Heiland te spreken of om nooddruftigen te helpen. Hij ging van de ene plaats naar de andere, verkondigde het evangelie van Christus en stichtte gemeenten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 270.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 134-139.
A. Wat kwamen de discipelen van Christus in Lystra tegen, toen zij gedwongen waren Ikonium te ontvluchten voor vervolging vanwege hun geloof?
Handelingen 14:8.
“Wij moeten altijd klaar staan het lijden te verlichten en te helpen, die in nood verkeren.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 24.
B. Wat bemerkte de apostel over hem, terwijl de man naar het spreken van Paulus luisterde, en wat gebeurde er als gevolg daarvan?
Handelingen 14:9-10.
“Eens toen Paulus de mensen vertelde van Christus’ werk als Heelmeester van de zieken en ellendigen, zag hij onder zijn toehoorders een lamme, wiens ogen op hem waren gericht en die zijn woorden aannam en geloofde. Paulus’ hart ging in medelijden uit naar deze ongelukkige man, in wie hij iemand bespeurde, die ‘geloof had om genezing te vinden’. In tegenwoordigheid van de bijgelovige schare beval Paulus de kreupele recht op zijn voeten te staan. Tevoren was de lijder slechts in staat geweest een zittende houding aan te nemen. Maar nu gehoorzaamde hij ogenblikkelijk het bevel van Paulus, en voor het eerst in zijn leven stond hij op zijn voeten. Deze geloofsdaad ging met kracht gepaard.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 134-135.
A. Hoe reageerden de mensen van Lystra op het wonder, dat zij zagen?
Handelingen 14:11-13.
“Toen de scharen zagen wat Paulus gedaan had, verhieven zij hun stem en zeiden in het Lycaonisch: De goden zijn, in mensengedaante, tot ons neergedaald’. Deze bewering was in overeenstemming met één van hun overleveringen, volgens welke de goden zo nu en dan de aarde bezochten. Barnabas noemden zij vanwege zijn eerbiedwaardig voorkomen, zijn waardige houding en zijn welwillende gelaatsuitdrukking, Jupiter, de vader der goden. Van Paulus dachten ze, dat hij Mercurius was, ‘omdat hij het was, die het woord voerde’, en ernstig, actief en welbespraakt, woorden van waarschuwing en vermaning tot hen richtte.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 135.
B. Wat toont, dat de apostelen vastbesloten waren om alle eer aan Christus te schenken?
Handelingen 14:14-18.
“De inwoners van Lystra verlangden ernaar om hun dankbaarheid te tonen en wisten de priester van Jupiter te bewegen de apostelen te eren. Deze ‘bracht stieren en kransen aan bij het poortgebouw en wilde met de scharen offeren’. Paulus en Barnabas, die afzondering en rust hadden gezocht, merkten van deze voorbereidingen niets. Spoedig echter werd hun aandacht getrokken door het geluid van muziek en het geestdriftige gejuich van een grote volksmenigte, die tot voor het huis was gekomen waar zij zich ophielden.
Toen de apostelen de oorzaak van dit bezoek en de hiermee gepaard gaande opgewondenheid begrepen, ‘scheurden zij hun mantels en sprongen naar voren onder de schare’, in de hoop verdere handelingen te voorkomen…
Niettegenstaande de apostelen uitdrukkelijk ontkenden, dat zij goden waren, en ondanks de pogingen van Paulus om de gedachten van het volk te richten op de ware God als het enige Wezen, dat verering toekomt, was het bijna niet mogelijk de heidenen van hun voornemen om een offerande aan te bieden, af te brengen. Zij geloofden zo vast, dat deze mannen goden waren, en zij waren zo vol geestdrift, dat zij met tegenzin hun vergissing erkenden…
Eerst na veel overredingskracht van de zijde van Paulus, en een zorgvuldige uiteenzetting betreffende de zending van hemzelf en Barnabas als afgezanten van de God des hemels en van Zijn Zoon, de grote Heelmeester, gelukte het om het volk van hun voornemen af te brengen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 135-137.
A. Leg uit, wat de geesten van de mensen van Lystra ervan weerhield het evangelie te aanvaarden, en hoe hun houding veranderde.
Handelingen 14:19.
“De vijandige Joden van Antiochië, door wiens invloed de apostelen uit dat district werden gedreven, verenigden zich met bepaalde Joden van Ikonium en volgden het spoor van de apostelen. Het wonder, gedaan aan de kreupele, en het effect ervan op degenen, die het meemaakten, wekte hun afgunst op en leidde hen naar de plaats van het werk van de apostelen en gaven hun valse lezing over het werk. Zij ontkenden, dat God er enig aandeel in had en beweerden, dat het werd bereikt door de demonen, die deze mannen dienden.
Dezelfde klasse had de Heiland vroeger ervan beschuldigd duivels uit te werpen door de macht van de prins der duivelen; zij hadden Hem aangeklaagd als een bedrieger; en nu bezochten zij met dezelfde onredelijke toorn Zijn apostelen. Door middel van onwaarheden inspireerden zij de mensen van Lystra met de bitterheid van de geest, waardoor zij zelf werden aangedreven. Zij beweerden grondig bekend te zijn met de geschiedenis en het geloof van Paulus en Barnabas, en gaven zij hun karakter en werk zo verkeerd weer, dat deze heidenen, die bereid waren de apostelen als goddelijke wezens te aanbidden, hen nu als slechter beschouwden dan moordenaars, en dat wie dan ook hen uit de wereld zouden verdrijven, zou God en de mensheid een goede dienst bewijzen.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 59.
“Hun eerste begrip van geloof in de ware God, en van de aanbidding in het eerbetoon, die Hem toekomen, werd in hun harten gevormd; en terwijl zij naar Paulus luisterden, zette Satan de ongelovige Joden van andere steden aan om Paulus op de voet te volgen en het werk, dat door hem gedaan werd, tot niet te brengen… De verwondering en bewondering van de mensen veranderden nu in haat.” –Eerste Geschriften, blz. 240.
“De teleurstelling, die de inwoners van Lystra ondergingen, doordat hun het voorrecht werd ontzegd om aan de apostelen een offer te brengen, bracht hen ertoe zich tegen Paulus en Barnabas te keren met een geestdrift, bijna even groot als die waarmee zij hen als goden hadden begroet. Opgehitst door de Joden, namen zij zich voor de apostelen met geweld aan te grijpen. De Joden drongen er bij hen op aan om Paulus geen gelegenheid tot spreken te geven, met de bewering dat, indien zij hem dit voorrecht verleenden, hij het volk zou betoveren.
Weldra werden de moorddadige plannen van de vijanden van het evangelie tot uitvoering gebracht. De inwoners van Lystra gaven zich over aan de invloed van het kwaad; een satanische woede maakte zich van hen meester, en zij grepen Paulus en stenigden hem meedogenloos.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 137.
A. Wat heeft Jezus van tevoren zijn volk voorzegd, zoals blijkt uit de manier, waarop de mensen van Lystra zich tegen Paulus keerden?
Johannes 16:1-4 (eerste deel).
“Degenen, die in deze laatste dagen de waarheden van Gods woord geloven en onderwijzen , stuiten op soortgelijke tegenstand (zoals Paulus in Lystra) van gewetenloze personen, die de waarheid niet willen aanvaarden en die niet aarzelen om te liegen en zelfs de meest verblindende leugens rond te strooien om de invloed te vernietigen en de weg af te schermen van degenen, die God met een waarschuwende boodschap naar de wereld heeft gezonden. Terwijl de ene klasse de onwaarheden bedenkt en deze verspreidt, is een andere klasse zo verblind door de waanideeën van Satan, dat zij deze als de woorden van de waarheid aannemen. Zij zijn in de netten van de aartsvijand, terwijl zij zichzelf vleien, dat zij de kinderen van God zijn. ‘Daarom zal God hun zenden een kracht der dwaling, dat zij de leugen zouden geloven; opdat zij allen veroordeeld worden, die de waarheid niet geloofd hebben, maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid’.” –Sketches From the Life of Paul, blz. 60.
B. Hoe versterkte de Heer Paulus op wonderbaarlijke wijze lichamelijk en geestelijk in zijn buitengewoon pijnlijke beproeving in Lystra?
Handelingen 14:20-21 (eerste deel).
Hoe gebruikte Hij de apostel ook om de nieuwe gelovigen daar te versterken?
“In dit donkere uur van beproeving bleef de groep van gelovigen te Lystra, die door het werk van Paulus en Barnabas tot het geloof in Jezus was gekomen, trouw en standvastig. De redeloze tegenstand en de wrede vervolging van hun vijanden dienden slechts om het geloof van deze toegewijde broeders te versterken. En nu, in het aangezicht van gevaar en hoon, toonden zij hun trouw door het lichaam van hem, die zij dood waanden, te omringen.
Hoe groot was hun verbazing, toen de apostel midden in hun geklaag het hoofd ophief en, met de lof van God op de lippen, opstond. Voor de gelovigen gold dit onverwachte herstel van Gods dienstknecht als een wonder van goddelijke kracht, en het scheen ‘s Hemels zegel te drukken op hun verandering van levensovertuiging. Zij verheugden zich met onuitsprekelijke blijdschap, en prezen God met een hernieuwd geloof.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz.. 137-138.
A. Wat toont Paulus’ vergevingsgezinde geest?
Handelingen 14:21 (laatste deel)
Handelingen 14:-22.
“Onder hen, die zich te Lystra hadden bekeerd en die ooggetuigen waren van het lijden van Paulus, bevond zich iemand, die later een uitnemende werker voor Christus zou worden en die de beproevingen en de vreugden van het pionierswerk in moeilijke gebieden met de apostelen zou delen. Dit was een jonge man, Timótheüs genaamd. Toen Paulus uit de stad werd gesleept, bevond deze jeugdige discipel zich onder de mensen, die zich om het schijnbaar levenloze lichaam schaarden en die hem zagen opstaan, gewond en met bloed besmeurd, maar met lofprijzingen op de lippen, omdat hij ter wille van Christus had mogen lijden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 138.
B. Wat kunnen wij leren van de werkmethode van de apostelen?
Handelingen 14:23-28.
“Degenen, die door zijn arbeid tot het geloof in Christus, als hun Verlosser, waren gekomen, werden te rechter tijd tot een gemeente georganiseerd. Zelfs als de gelovigen maar gering in aantal waren, gebeurde dit. Op deze wijze werd de christenen geleerd elkaar te helpen, gedachtig aan de belofte: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn naam, daar ben Ik in hun midden’ (Matthéüs 18:20).
En Paulus vergat de op deze wijze tot stand gebrachte gemeenten niet. De zorg voor deze gemeenten drukte als een steeds zwaarder wordende last op zijn gemoed. Hoe klein een gezelschap ook mocht zijn, het was niettemin het voorwerp van zijn aanhoudende zorg. Teder waakte hij over kleine gemeenten, in het bewustzijn dat zij bijzondere zorg nodig hadden, opdat de leden volkomen in de waarheid zouden worden bevestigd en zouden leren ernstige, onzelfzuchtige pogingen aan te wenden voor degenen, die hen omringden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 139.
1. Waarom kon de man niet op zijn voeten lopen?
2. Hoe reageerden de discipelen, toen de mensen van Lystra hen wilden eren?
3. Beschrijf de tactiek, die de vijand gebruikte om Gods werk in Lystra te stoppen.
4. Waarom kan ik bemoedigd worden door de manier, waarop Paulus zijn beproevingen in Lystra behandelde?
5. Leg de waarde uit van kleine gemeenten in de ogen van God.
De boodschap van de reformatie kwam naar de noordoostelijke regio van India in 1980, toen broeder D. Sureshkumar de mensen in dit gebied bezocht. Door Gods genade hebben we nog steeds broeders in het meest noordelijke deel van Dibrugarh, een stad die gedeeltelijk bekend staat om zijn olie industrie, maar ook in een grote gemeenschap van thee plantages, waar verschillende inheemse theestammen leven en werken.
Dibrugarh ligt in de staat Assam, net ten zuiden van de oostelijke Himalaya langs valleien van de Brahmaputra en de Barak rivier. De staat heeft een oppervlakte van 78.438 km2 (3.285 SQ. mi) en wordt in het noorden begrensd door Bhutan en Arunachal Pradesh; Nagaland en Manipur in het oosten; Meghalaya, Tripura, Mizoram en Bangladesch in het zuiden; en West Bengalen in het westen via de Siliguri Corridor, een strook land van 22 km lang die met de rest van India verbindt.
Assam is een van ’s werelds meest bevolkte onderverdelingen, waar momenteel ongeveer 31 miljoen mensen wonen, een stijging van 17% over de afgelopen 10 jaar. Volgens de volkstelling in 2011 was 61,47% Hindoe, 34,22% Moslim en 3,7% Christelijke minderheden. Andere godsdiensten volgen: Jaïnisme (0,1%), Boeddhisme (0.2%), Sikhs (0,1%) en Animisme. De officiële en meest voorkomende taal is Assamees, gevolgd door Bengaals.
De theetuin gemeenschap wordt geschat op ongeveer 6,5 miljoen zielen, waarvan naar schatting 4 miljoen wonen in woonwijken die zijn gebouwd in 799 theestaten, verspreid over de theeteelt-regio’s van Assam. Nog eens 2,5 miljoen mensen wonen in nabijgelegen dorpen net daarbuiten. Ze zijn geen enkele etnische groep, maar bestaan uit verschillende etnische groepen, die tientallen talen spreken met enige Assamese invloeden en verschillende culturen.
Ons doel is het eeuwige evangelie hier te promoten door een kerk en een gemeenteschool te bouwen in Dibrugarh. Dit monument voor de Heer moet een stralend licht zijn voor deze regio en we hebben uw hulp daarbij nodig. Vandaar dit beroep op alle broeders, zusters en jeugd om genereus bij te dragen aan dit project, ‘dat gij in alles rijk wordt, tot alle milddadigheid, welke door ons werkt dankzegging tot God’ (2 Korinthe 9:11). Voor uw vriendelijke hulp betuigen wij onze dank en hartelijke groeten.
Uw broeders en zusters te Dibrugarh