Lessen uit het boek Handelingen (1) — SABBAT, 29 mei 2021

Les 9: Op naar Samaria

Tekst om te onthouden

“Tekst om te onthouden: “En Filippus liep toe, en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij, hetgeen gij leest?”

Handelingen 8:30

“In de ervaring van Filippus en de Ethiopiër wordt het werk gepresenteerd, waartoe de Heer Zijn volk roept. De Ethiopiër vertegenwoordigt een grote klasse, die zendelingen nodig heeft zoals Filippus, zendelingen die de stem van God zullen horen en gaan, waar Hij hen heen stuurt. Er zijn mensen in de wereld, die de Schrift lezen, maar die de betekenis ervan niet kunnen begrijpen. De mannen en vrouwen, die kennis van God hebben, zijn nodig om het woord aan deze zielen uit te leggen.” –Testimonies for the Church 8, blz. 58.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 72-83.

ZONDAG — 23 mei

1. Verblinde woede

A. Welke hachelijke situatie moest de gemeente het hoofd bieden na de steniging van Stéfanus, en wie was daarvan de hoofdoorzaak?

Handelingen 8:1-3;

Handelingen 8:1: En Saulus had mede een welbehagen aan zijn dood. En er werd te dien dage een grote vervolging tegen de Gemeente, die te Jeruzalem was; en zij werden allen verstrooid door de landen van Judea en Samaria, behalve de apostelen. Handelingen 8:2: En enige godvruchtige mannen droegen Stefanus te zamen ten grave en maakten groten rouw over hem. Handelingen 8:3: En Saulus verwoestte de Gemeente, gaande in de huizen; en trekkende mannen en vrouwen, leverde hen over in de gevangenis.

Handelingen 26:9-11.

Handelingen 26:9: Ik meende waarlijk bij mijzelven, dat ik tegen den Naam van Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen moest doen. Handelingen 26:10: Hetwelk ik ook gedaan heb te Jeruzalem, en ik heb velen van de heiligen in de gevangenissen gesloten, de macht van de overpriesters ontvangen hebbende; en als zij omgebracht werden, stemde ik het toe. Handelingen 26:11: En door al de synagogen heb ik hen dikmaals gestraft, en gedwongen te lasteren; en boven mate tegen hen woedende, heb ik hen vervolgd, ook tot in de buiten landse steden.

“Bij het verhoor en de dood van Stefanus scheen Saulus met een waanzinnige ijver te zijn vervuld. Later ergerde hij zich aan zijn eigen heimelijke overtuiging, dat Stefanus door God was geëerd ten tijde, dat hij door mensen werd onteerd. Saulus ging voort om de gemeente Gods te vervolgen; hij jaagde op de gelovigen, nam hen in hun huizen gevangen en leverde hen over aan de priesters en oversten tot gevangenschap en dood. De vurige ijver, waarmee hij de vervolging voortzette, bracht verschrikking onder de christenen te Jeruzalem teweeg. De Romeinse overheid deed geen enkele poging om dit wrede werk tot staan te brengen, en in het geheim hielp zij de Joden om dezen met zich te verzoenen om hun geest te winnen.

Na de dood van Stefanus werd Saulus tot lid van het Sanhedrin gekozen, uit erkentelijkheid voor de rol, die hij bij deze gelegenheid had gespeeld. Een tijdlang was hij een machtig instrument van Satan om diens opstand tegen de Zoon van God door te zetten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 73-74.

MAANDAG — 24 mei

2. Wanneer geconfronteerd met vervolging

A. Wat deed de gemeente als antwoord op de hevige vervolging, en wat moeten wij nu hiervan leren?

Handelingen 8:4;

Handelingen 8:4: Zij dan nu, die verstrooid waren, gingen het land door, en verkondigden het Woord.

Matthéüs 10:21-23.

Mattheüs 10:21: En de ene broeder zal den anderen broeder overleveren tot den dood, en de vader het kind, en de kinderen zullen opstaan tegen de ouders, en zullen hen doden. Mattheüs 10:22: En gij zult van allen gehaat worden om Mijn Naam; maar die volstandig zal blijven tot het einde, die zal zalig worden. Mattheüs 10:23: Wanneer zij u dan in deze stad vervolgen, vliedt in de andere; want voorwaar zeg ik u: Gij zult uw reis door de steden Israels niet geeindigd hebben, of de Zoon des mensen zal gekomen zijn.

“De Heer heeft gezegd: ‘Mijn Sabbatten moet gij onderhouden, want dat is een teken tussen Mij en u, van geslacht tot geslacht’ (Exodus 31:13). “Niemand mag Zijn bevel ongehoorzaam worden om aan vervolging te ontkomen. Maar laat iedereen de woorden van Christus overdenken: ‘Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere’ (Matthéüs 10:23). Als het te vermijden is, geef uzelf dan niet over in de macht van mensen, die door de geest van de antichrist gedreven worden. Wij moeten al het mogelijke doen om hen, die gewillig zijn om voor de waarheid te lijden, voor onderdrukking en wreedheid te sparen.

Christus is ons voorbeeld. De vastbeslotenheid van de antichrist om de opstand, die hij in de hemel begon, voort te zetten, zal in de kinderen van de ongehoorzaamheid blijven doorwerken. Hun na-ijver en haat tegen hen, die het vierde gebod gehoorzamen, zal steeds bitterder worden. Maar Gods volk mag zijn banier niet verbergen. Zij mogen de geboden van God niet negeren en voor een gemakkelijk leven met de menigte meedoen in het kwade…

Maar zij, die God verlaten om hun leven te redden, zullen door Hem verlaten worden. Door te trachten hun leven te redden, door het opgeven van de waarheid, zullen zij het eeuwige leven verliezen.” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 223.

B. Welk tijdloos principe zal tot het einde standhouden?

Prediker 11:1-2.

Prediker 11:1: Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen. Prediker 11:2: Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.

“Zolang de proeftijd duurt, zal er voor de colporteur gelegenheid zijn om te werken. Wanneer de godsdienstige kerkgenootschappen zich verenigen met het pausdom om Gods volk te onderdrukken, zullen plaatsen, waar godsdienstvrijheid is, worden geopend door evangelisatie colporteurs. Als de vervolging op één plaats hevig wordt, laat de werkers dan doen, wat Christus heeft opgedragen. ‘Wanneer men u vervolgt in deze stad, vlucht naar de andere’. Als de vervolging daar komt, ga naar nog een andere plaats. God zal Zijn volk leiden en hen tot een zegen maken in vele plaatsen. Zonder vervolging zou men niet zo wijdverbreid zijn verspreid om de waarheid te verkondigen… Totdat in de hemel het woord ‘Het is volbracht’ wordt gesproken, zullen er altijd plaatsen zijn om te werken en harten om de boodschap te ontvangen.” –Testimonies for the Church 6, blz. 478.

DINSDAG — 25 mei

3. Een nieuwe veilige haven

A. Waar ging Filippus heen als zendeling, en met welke resultaten?

Handelingen 8:5-8.

Handelingen 8:5: En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus. Handelingen 8:6: En de scharen hielden zich eendrachtelijk aan hetgeen van Filippus gezegd werd, dewijl zij hoorden en zagen de tekenen, die hij deed. Handelingen 8:7: Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen dezelve uit, roepende met grote stem; en vele geraakten en kreupelen werden genezen. Handelingen 8:8: En er werd grote blijdschap in die stad.

Wat toont dit over zielen in schijnbaar hopeloze plaatsen?

“Het persoonlijk bezoek van de Heiland aan Samaria, en later, de lofbetuigingen van de barmhartige Samaritaan, en de dankbare vreugde van die melaatse, een Samaritaan, die als enige van de tien terugkeerde om Christus te danken, hadden een grote betekenis voor de discipelen. De les drong diep in hun hart door. In Zijn opdracht aan hen, juist voor Zijn hemelvaart, noemde Jezus Samaria met Jeruzalem en Judea als de plaatsen, waar zij het eerst het evangelie moesten prediken. Zijn leer had hen voorbereid om deze opdracht te vervullen. Toen zij in de naam van hun Meester naar Samaria gingen, bemerkten zij, dat de mensen bereid waren hen te ontvangen. De Samaritanen hadden gehoord van Christus’ woorden van lof en van Zijn genadewerken, verricht voor mensen van hun volk. Zij zagen dat, ondanks de ruwe wijze, waarop zij Hem behandeld hadden, Hij alleen gedachten van liefde jegens hen had, en hun harten werden gewonnen. Na Zijn hemelvaart ontvingen zij de boodschappers van de Heiland, en de discipelen haalden een kostbare oogst binnen onder hen, die eenmaal hun bitterste vijanden waren geweest.” –De Wens der Eeuwen, blz. 424-425.

“En toen de discipelen vanuit Jeruzalem verdreven waren, vonden sommigen van hen een veilig toevluchtsoord in Samaria.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 78.

B. Vertel de geschiedenis van een ongewone doop daar.

Handelingen 8:9-13.

Handelingen 8:9: En een zeker man, met name Simon, was te voren in de stad plegende toverij, en verrukkende de zinnen des volks van Samaria, zeggende van zichzelven, dat hij wat groots was. Handelingen 8:10: Welken zij allen aanhingen, van den kleine tot den grote, zeggende: Deze is de grote kracht Gods. Handelingen 8:11: En zij hingen hem aan, omdat hij een langen tijd met toverijen hun zinnen verrukt had. Handelingen 8:12: Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en van den Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, beiden, mannen en vrouwen. Handelingen 8:13: En Simon geloofde ook zelf, en gedoopt zijnde, bleef gedurig bij Filippus; en ziende de tekenen en grote krachten, die er geschiedden, ontzette hij zich.

“Bezetenen worden vaak voorgesteld als mensen, die erg lijden. Toch waren er uitzonderingen. Sommigen waren bereid onder Satans invloed te komen om over bovennatuurlijke kracht te beschikken. Voor zulke mensen was de duivel natuurlijk helemaal geen probleem. Tot deze groep behoorden zij, die een waarzeggende geest hadden: Simon de tovenaar, Elymas de tovenaar en de vrouw die Paulus en Silas achterna liep te Filippi.” –De Grote Strijd, blz. 475.

C. Waarom was de hulp van Petrus en Johannes nu zo belangrijk?

Handelingen 8:14-17.

Handelingen 8:14: Als nu de apostelen, die te Jeruzalem waren, hoorden, dat Samaria het Woord Gods aangenomen had, zonden zij tot hen Petrus en Johannes; Handelingen 8:15: Dewelken, afgekomen zijnde, baden voor hen, dat zij den Heiligen Geest ontvangen mochten. Handelingen 8:16: (Want Hij was nog op niemand van hen gevallen, maar zij waren alleenlijk gedoopt in den Naam van den Heere Jezus.) Handelingen 8:17: Toen legden zij de handen op hen, en zij ontvingen den Heiligen Geest.

“(Zie Handelingen 8:14). De Geest van God wachtte om zielen te verlichten en hen tot de waarheid te bekeren.” –Testimonies for the Church 8, blz. 57.

WOENSDAG — 26 mei

4. Manipulatieve waanideeën

A. Hoe werd de onderliggende geest van Simon de tovenaar, toen een gedoopt gemeentelid, geopenbaard, en hoe worden wij gewaarschuwd voor dit soort verborgen spiritisme, dat misbruik maakt van de naam van Christus?

Handelingen 8:18-24;

Handelingen 8:18: En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan, Handelingen 8:19: Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange. Handelingen 8:20: Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt! Handelingen 8:21: Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God. Handelingen 8:22: Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd. Handelingen 8:23: Want ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid. Handelingen 8:24: Doch Simon, antwoordende, zeide: Bidt gijlieden voor mij tot den Heere, opdat niets over mij kome van hetgeen gij gezegd hebt.

Openbaring 16:13-14.

Openbaring 16:13: En ik zag uit den mond des draaks, en uit den mond van het beest, en uit den mond des valsen profeets, drie onreine geesten gaan, den vorsen gelijk; Openbaring 16:14: Want het zijn geesten der duivelen, en zij doen tekenen, welke uitgaan tot de koningen der aarde en der gehele wereld, om die te vergaderen tot den krijg van dien groten dag des almachtigen Gods.

“(Zie Openbaring 16:13-14). De gehele wereld zal verstrikt raken in de netten van deze misleiding, maar zij, die bewaard worden door de kracht van God en door het geloof in Zijn Woord, zullen ontkomen. De mensen laten zich snel in slaap sussen door een gevoel van zekerheid. Dit zal hun noodlottig worden en ze zullen pas uit hun slaap wakker schrikken, wanneer Gods gramschap wordt uitgestort.” –De Grote Strijd, blz. 517.

“De demonen zullen er binnenkort voor zorgen, dat er spectaculaire verschijnselen van bovennatuurlijke aard aan de hemel te zien zullen zijn. De geesten van duivelen zullen uitgaan naar ‘de koningen der aarde’ en naar de gehele wereld om hen te misleiden en hen over te halen zich achter Satan te scharen in zijn laatste strijd tegen Gods heerschappij. Satans medewerkers zullen zowel de machthebbers als hun onderdanen misleiden. Sommige mensen zullen zich voor Christus uitgeven, en de titel en aanbidding, die alleen de Verlosser der wereld toekomen, voor zich opeisen. Ze zullen wonderbaarlijke genezingen verrichten en zullen beweren, dat ze openbaringen uit de hemel hebben ontvangen, die indruisen tegen de leer van de Bijbel.

Dit grote drama van bedrog zal zijn dieptepunt bereiken, wanneer Satan zelf zich voor Christus uitgeeft. De gemeente kijkt al heel lang uit naar de wederkomst van Christus als de vervulling van haar zalige hoop. De grote bedrieger zal het doen voorkomen, alsof Christus inderdaad is teruggekomen. In verschillende delen van de wereld zal Satan zich aan de mensen tonen als een betoverend wezen met een verblindende glans, een wezen dat min of meer beantwoordt aan de beschrijving van de Zoon van God, door Johannes in de Openbaring gegeven. (Openbaring 1:13-15). Zijn heerlijkheid overtreft alles, wat stervelingen ooit hebben gezien… Hij is vriendelijk en sympathiek en verkondigt enkele van de verheven waarheden, die Christus ook verkondigde. Hij geneest de zieken. Maar dan zal deze valse Christus beweren, dat hij de Sabbat heeft vervangen door de zondag. Hij geeft aan iedereen het bevel, dat ze de dag moeten heiligen, die hij gezegend heeft. Hij zegt, dat zij, die volharden in het vieren van de zevende dag, hem verwerpen, omdat ze niet willen luisteren naar zijn engelen, die hij met licht en waarheid naar hen gezonden heeft. Dit is het grootste, alles overtreffende bedrog. Zoals de Samaritanen, die door Simon de tovenaar werden bedrogen, wordt de massa, van klein tot groot, ook door deze toverkracht misleid en zegt: ‘Deze is, wat genoemd wordt de grote kracht Gods’ (Handelingen 8:10).” –De Grote Strijd, blz. 575-576.

DONDERDAG — 27 mei

5. Een voorbeeld voor ons

A. Waarom kunnen wij worden gemotiveerd door de manier, waarop de Heilige Geest Filippus leidde naar een oprechte ziel, die antwoorden nodig had, die hij kon geven?

Handelingen 8:26-31,

Handelingen 8:26: En een engel des Heeren sprak tot Filippus, zeggende: Sta op, en ga heen tegen het zuiden, op den weg, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza, welke woest is. Handelingen 8:27: En hij stond op en ging heen; en ziet, een Moorman, een kamerling, en een machtig heer van Candace, de koningin der Moren, die over al haar schat was, welke was gekomen om aan te bidden te Jeruzalem; Handelingen 8:28: En hij keerde wederom, en zat op zijn wagen, en las den profeet Jesaja. Handelingen 8:29: En de Geest zeide tot Filippus: Ga toe, en voeg u bij dezen wagen. Handelingen 8:30: En Filippus liep toe, en hoorde hem den profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest? Handelingen 8:31: En hij zeide: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? En hij bad Filippus, dat hij zou opkomen, en bij hem zitten.

Handelingen 8:35.

Handelingen 8:35: En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus.

“Toen God Filippus zijn werk aanwees, zei de discipel niet: “Dat bedoelt de Heer niet”. Neen; ’hij stond op en ging’. Hij had de les van overeenkomstig aan Gods wil geleerd. Hij besefte, dat elke ziel kostbaar is in de ogen van God, en dat engelen worden gestuurd om hen, die licht zoeken, in contact te brengen met hen, die hen kunnen helpen…

De Heilige Geest zal hen leiden en aanwijzingen geven, die bereid zijn te gaan, waar God roept, en de woorden te spreken, die Hij hun geeft…

Hoewel u misschien zwak, dwalend en zondig bent, biedt de Heer u het aanbod van een partnerschap met Hemzelf. Hij nodigt u uit om onder goddelijk onderricht te komen. Verenigd met Christus mag u de werken van God werken. ‘Zonder mij’, zei Christus, ‘kunt u niets doen’. Door de profeet Jesaja wordt de belofte gegeven: ‘Uw gerechtigheid zal voor uw aangezicht heengaan, en de heerlijkheid des Heeren zal uw achterhoede wezen’.

“Gij gemeenten van de levende God, bestudeer deze belofte en bedenk, hoe uw gebrek aan geloof, aan geestelijkheid, aan goddelijke kracht, de komst van het koninkrijk van God verhindert. Als u voorwaarts zou gaan om het werk van Christus te doen, zouden engelen van God de weg voor u openen, harten voorbereiden om het evangelie te ontvangen. Was een ieder van u een levendige zendeling, dan zou de boodschap voor deze tijd snel verkondigd worden in alle landen, aan elk volk, natie en taal. Dit is het werk, dat gedaan moet worden, voordat Christus zal komen in macht en grote heerlijkheid. Ik roep de gemeente op om ernstig te bidden, zodat u uw verantwoordelijkheden mag begrijpen. Bent u persoonlijke arbeiders samen met God? Zo niet, waarom niet? Wanneer denkt u uw door de Hemel aangewezen werk te doen ?” –The Review and Herald, 2 maart 1911.

VRIJDAG — 28 mei

Terugblik

1. Wat gebeurt er soms, als een persoon het door de hemel gezonden licht weerstaat?

2. Wat kan God mij zeggen, als ik op een bepaalde plaats moeilijkheden tegen kom?

3. Waar is er een ‘Samaria’ bij mij in de buurt, dat open kan staan voor de waarheid?

4. Op welke manieren zal de vijand van zielen spiritisme gebruiken om mensen te verstrikken?

5. Hoe zal ik kansen zoeken, zoals God aan Filippus gaf?