Lessen uit het boek Handelingen (1) — SABBAT, 15 mei 2021

Les 7: Vrijmoedigheid geschonken

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En zij hielden niet op, elke dag, en in de tempel en bij de huizen te leren, en Jezus Christus te verkondigen”

Handelingen 5:42

“Laat de mensen begrijpen, dat u een boodschap hebt, die leven betekent, eeuwig leven voor hen, als zij die aannemen. Als enig onderwerp de ziel enthousiast moet maken, is het de verkondiging van de laatste boodschap van genade aan een verloren gaande wereld.” –Evangelism, blz. 297.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 56-62.

ZONDAG — 9 mei

1. Alles op het altaar

A. Welke invloed had het oordeel over Ananías en Saffira op de gelovigen?

Handelingen 5:11.

Handelingen 5:11: En er kwam grote vreze over de gehele Gemeente, en over allen, die dit hoorden.

Wat moet een ieder van ons bedenken in verband met een eigendom in deze tijd?

“Huizen en landerijen zullen van geen nut zijn voor de heiligen in de tijd der benauwdheid, want zij zullen dan moeten vluchten voor verwoede volksmenigten, en in die tijd zullen zij hun bezittingen niet met voordeel kunnen verkopen om de zaak van de tegenwoordige waarheid vooruit te helpen. Mij werd getoond, dat het de wil van God is, dat de heiligen zich losmaken van alle lasten, voordat de tijd der benauwdheid aanbreekt, en een verbond met God maken met offerande. Indien zij hun bezittingen op het altaar houden, en God ernstig smeken om aan hen hun plicht te tonen, dan zal Hij hen leren, wanneer zij over deze dingen moeten beschikken. Dan zullen zij vrij zijn in de tijd der benauwdheid, en geen hindernissen hebben, die hen terughouden.

Ik zag, dat indien iemand zich aan zijn eigendom vastklemde, en niet aan de Heer vroeg, wat zijn plicht was, Hij hem zijn plicht niet bekend zou maken, en die persoon zijn bezittingen zou mogen houden; en dat zij in de tijd der benauwdheid als een berg voor hem zouden oprijzen om hem te verpletteren, en hij zou trachten om ze van de hand te zetten, maar het niet meer zou kunnen doen. Ik hoorde sommigen weeklagen op deze manier: ‘De zaak kwijnde, Gods volk kwam om van honger naar de waarheid en wij stelden geen poging in het werk om in de behoefte te voorzien; nu is ons eigendom nutteloos. O, dat wij het hadden laten gaan en schatten opgelegd hadden in de hemel!’” –Eerste Geschriften, blz. 57-58.

MAANDAG — 10 mei

2. Doorgaan met de geestelijke strijd

A. Waarom kunnen wij geïnspireerd worden door te zien, hoe de Heilige Geest in Jeruzalem werkte in de dagen van de eerste gemeente?

Handelingen 5:12-16.

Handelingen 5:12: En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtelijk in het voorhof van Salomo. Handelingen 5:13: En van de anderen durfde niemand zich bij hen voegen; maar het volk hield hen in grote achting. Handelingen 5:14: En er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen; Handelingen 5:15: Alzo dat zij de kranken uitdroegen op de straten, en legden op bedden en beddekens, opdat, als Petrus kwam, ook maar de schaduw iemand van hen beschaduwen mocht. Handelingen 5:16: En ook de menigte uit de omliggende steden kwamen gezamenlijk te Jeruzalem, brengende kranken, en die van onreine geesten gekweld waren; welke allen genezen werden.

“Wat nodig is, is dicht bij de mensen te komen door persoonlijke pogingen. Wanneer minder tijd werd gegeven aan toespraken en meer tijd besteed aan persoonlijk dienstwerk, zouden grotere resultaten geboekt worden. De armen moeten hulp krijgen, voor de zieken moet gezorgd worden, de bedroefden en achtergeblevenen moeten getroost worden, de onwetenden geleerd en de onervarenen raad gegeven worden. Wij moeten wenen met de wenenden en ons verblijden met de blijden. Vergezeld door kracht van overreding, de kracht van het gebed en de kracht van Gods liefde, zál en kán dit werk niet zonder vrucht blijven.

Wij moeten altijd bedenken, dat het doel van medisch zendingswerk is: mannen en vrouwen, die ziek van zonden zijn, te wijzen op de Man van Golgotha, die de zonden der wereld wegnam. Door op Hem te zien worden zij veranderd naar Zijn gelijkenis. Wij moeten de zieken en lijdenden bemoedigen om op Jezus te zien en te leven.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 111-112.

B. Wie bewoog de vijand van zielen om te vrezen en jaloers te zijn vanwege persoonlijke belangen om het werk te stoppen, en hoe gebeurt dit tegenwoordig?

Handelingen 5:17-18.

Handelingen 5:17: En de hogepriester stond op, en allen, die met hem waren (welke was de sekte der Sadduceen), en werden vervuld met nijdigheid. Handelingen 5:18: En sloegen hun handen aan de apostelen, en zetten hen in de gemene gevangenis.

“Een veelheid van mensen uit allerlei klassen kwamen luisteren naar de prediking van de apostelen, en werden genezen van hun ziekten in de naam van Jezus, de naam die zo gehaat werd door de Joden. De priesters en oversten waren razend, toen ze zagen, dat de zieken genezen werden en dat Jezus als de Vorst des levens werd verheven. Ze vreesden, dat spoedig heel de wereld in Hem zou geloven en dat zij dan beschuldigd zouden worden de Machtige Heelmeester te hebben gedood.” –Het geheiligde Leven, blz. 46.

“De vijand van alle gerechtigheid werkte en werkt nog steeds door elk middel, dat hij kan bedenken om het werk te verhinderen, dat gedaan behoord te worden in het verlichten en onderwijzen van het volk; zijn krachten nemen toe. Uitstellen hebben Satan voordeel gegeven van de situatie, en deze vertragingen hebben voor het verlies van vele zielen gezorgd. De Heer is niet blij met het vertragen van het werk.” –Evangelism, blz. 227.

DINSDAG — 11 mei

3. Goddelijke tussenkomst en actie

A. Hoe kwam de Heer tussenbeide, toen de apostelen gevangen werden voor het doen van Gods werk, en wat kunnen wij hiervan leren?

Handelingen 5:19-20.

Handelingen 5:19: Maar de engel des Heeren opende des nachts de deuren der gevangenis en leidde hen uit, en zeide: Handelingen 5:20: Gaat heen, en staat, en spreekt in den tempel tot het volk al de woorden dezes levens.

“De God des hemels, de machtige Heerser van het universum, nam het werk echter Zelf ter hand, want mensen voerden oorlog tegen Zijn werk. Hij liet hun duidelijk zien, dat er een Heerser is, die boven de mens staat, Wiens gezag gerespecteerd moet worden. ’s Nachts zond de Heer Zijn engel om de deuren van de gevangenis te openen, en hij gaf deze mensen, die God had opgedragen Zijn werk te doen, de vrijheid. De heersers bevalen hun ‘in het geheel niet meer te spreken over of te leren op gezag van de naam van Jezus’, maar de hemelse boodschapper van God zei: ‘Gaat heen, gaat in de tempel staan en spreekt tot het volk al deze woorden des levens’ (Handelingen 4:8; 5:20).

Zij, die mensen willen dwingen tot het gehoorzamen van pauselijke instellingen en Gods gezag te vertrappen, doen een soortgelijk werk als de Joodse leiders in de tijd van de apostelen. Wanneer de wetten van aardse heersers lijnrecht tegenover de wetten van de Opperheer van het universum komen te staan, zullen Gods getrouwe onderdanen Hem blijven gehoorzamen.

Wij hebben als volk het werk niet volbracht, dat God ons heeft opgedragen. Wij zijn niet klaar voor de situatie, waarin de kwestie van een dwingende Zondagswet ons zal brengen. Als wij de tekenen van het naderende gevaar zien, is het onze plicht in actie te komen. Laat niemand het kwaad gelaten afwachten, en zich troosten met de overtuiging, dat dit werk moet voortgaan, omdat de profetie het voorzegd heeft, en dat de Heer Zijn volk zal behoeden. Wij doen niet de wil van God, als wij gezapig afwachten, en niets doen om de vrijheid van geweten te beschermen. Er moet een vurig en hartgrondig smeken opstijgen naar de hemel, dat dit kwaad mag worden afgeremd, tot wij het werk hebben gedaan, dat zo lang verzuimd is. Laat er heel ernstig gebeden worden, en laten wij dan overeenkomstig ons gebed aan de slag gaan.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 150-151.

B. Hoe antwoordden de apostelen op Gods opdracht?

Handelingen 5:21 (eerste deel).

[Acts.5.21.a]

Wat was het gevolg? Verzen 21-26.

“Als de priesters en leiders uit hun eigen gevoelens jegens de apostelen hadden durven handelen, zou er een ander verslag zijn geweest; want de engel van God was bij die gelegenheid een wachter, om Zijn naam te verheerlijken als Zijn dienstknechten enig geweld was aangedaan.” –Testimonies to Ministers, blz. 71-72.

WOENSDAG — 12 mei

4. Opperste gehoorzaamheid betonen

A. Wat moeten wij leren van Petrus bij het zien van tegenstand?

Handelingen 5:27-29.

Handelingen 5:27: En als zij hen gebracht hadden, stelden zij hen voor den raad; en de hogepriester vraagde hun, en zeide: Handelingen 5:28: Hebben wij u niet ernstiglijk aangezegd, dat gij in dezen Naam niet zoudt leren? En ziet, gij hebt met deze uw leer Jeruzalem vervuld, en gij wilt het bloed van dezen Mens over ons brengen. Handelingen 5:29: Maar Petrus en de apostelen antwoordden, en zeiden: Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen.

“Toen zij (Petrus en Johannes) voor de tweede maal voor de mannen stonden, die het klaarblijkelijk op hun ondergang hadden gemunt, was er geen vrees of aarzeling in hun woorden of houding te bespeuren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 59.

“Het is in elk opzicht onze plicht om in de wetten van ons land te gehoorzamen, tenzij deze in conflict komen met de hogere wet, die God met luide stem verkondigd heeft van de Sinaï, en daarna met Zijn eigen vinger op steen heeft gegrift. ‘Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn’ (Hebreeën 8:10). Die Gods wet in het hart heeft, zal God eerder gehoorzamen dan mensen, en zal eerder ongehoorzaam zijn aan alle mensen dan ook maar iets af te wijken van Gods gebod.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 47.

“De tien voorschriften van Jehova zijn het fundament van alle rechtvaardige en goede wetten. Zij, die Gods geboden liefhebben, zullen elke goede wet van het land naleven. Maar als de geboden van de leiders zo zijn, dat zij in strijd zijn met de wetten van God, is de enige vraag, die moet worden gesteld: Zullen wij God of de mens gehoorzamen?” –Testimonies for the Church 1, blz. 361-362.

B. Wat verklaarde de apostel verder over het evangelie, en onthulde een belangrijk geheim van hoe de Heilige Geest te ontvangen ?

Handelingen 5:30-32.

Handelingen 5:30: De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, Welken gij omgebracht hebt, hangende Hem aan het hout. Handelingen 5:31: Deze heeft God door Zijn rechter hand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israel te geven bekering en vergeving der zonden. Handelingen 5:32: En wij zijn Zijn getuigen van deze woorden; en ook de Heilige Geest, Welken God gegeven heeft dengenen, die Hem gehoorzaam zijn.

“Degenen die ziel, lichaam en geest aan God wijden en hun gedachten zuiveren door gehoorzaamheid aan de wet van God, zullen voortdurend een nieuwe gave ontvangen van fysieke en mentale kracht. Er zal een hartsverlangen naar God zijn, en een ernstig gebed om een duidelijke waarneming om het ambt en werk van de Heilige Geest te onderscheiden. Het is niet aan ons om deze te gebruiken, maar aan de Heilige Geest om ons te gebruiken, te vormen, ieder kracht aan te passen.” –Counsels on Sabbath School Work, blz. 40.

‘Er ligt een groot werk voor ons om naar iedere gemeente uit te dragen. Gelovigen moeten grondig aan God toegewijd zijn, en zich gehoorzaam overgeven aan elke jota en tittel van Zijn heilige wet. Zo zullen zij medewerkers van Hem worden, vervuld met al de volheid van God. De verwaande, zelfzuchtige geest, die mensen leidt om naar meesterschap te streven, moet uit de ziel worden geworpen. Alle onheilige eerzucht moet terzijde worden gezet.”–Manuscript 162, 1905.

DONDERDAG — 13 mei

5. Goddelijke leiding

A. Hoe gebruikte de Heer de wijsheid van een volwassen Farizeeër om te redeneren met de raad in hun woede tegen de christenen?

Handelingen 5:33-39.

Handelingen 5:33: Als zij nu dit hoorden, barstte hun het hart, en zij hielden raad, om hen te doden. Handelingen 5:34: Maar een zeker Farizeer stond op in den raad, met name Gamaliel, een leraar der wet, in waarde gehouden bij al het volk, en gebood, dat men de apostelen een weinig zou doen buiten staan. Handelingen 5:35: En hij zeide tot hen: Gij Israelietische mannen, ziet voor u, wat gij doen zult aangaande deze mensen. Handelingen 5:36: Want voor deze dagen stond Theudas op, zeggende, dat hij wat was, dien een getal van omtrent vierhonderd mannen aanhing; welke is omgebracht, en allen, die hem gehoor gaven, zijn verstrooid en tot niet geworden. Handelingen 5:37: Na hem stond op Judas, de Galileer in de dagen der beschrijving, en maakte veel volks afvallig achter zich; en deze is ook vergaan, en allen, die hem gehoor gaven, zijn verstrooid geworden. Handelingen 5:38: En nu zeg ik ulieden: Houdt af van deze mensen, en laat hen gaan; want indien deze raad, of dit werk uit mensen is, zo zal het gebroken worden. Handelingen 5:39: Maar indien het uit God is, zo kunt gij dat niet breken; opdat gij niet misschien bevonden wordt ook tegen God te strijden.

Waarom kunnen wij echt geïnspireerd worden door het gevolg? Verzen 40-42.

“De discipelen waren slechts eenvoudige mensen, zonder rijkdom, en met geen ander wapen dan het woord van God. Toch gingen zij in Christus’ kracht voorwaarts om het wonderbare verhaal van kribbe en kruis te verkondigen, en alle tegenstand te overwinnen. Zonder aardse onderscheiding of erkenning waren zij helden des geloofs. Uit hun mond vloeiden woorden van goddelijke welsprekendheid, die de wereld beroerden.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 56.

“Waarin lag de kracht van degenen, die in het verleden ter wille van de zaak van Christus vervolging hebben ondergaan? Het was in de gemeenschap met God, de gemeenschap met de Heilige Geest, de gemeenschap met Christus. Smaad en vervolging heeft menigeen van aardse vrienden gescheiden, maar nimmer van de liefde van Christus. Nooit wordt de door de stormen geteisterde ziel door de Heiland tederder bemind dan, wanneer ze lijdt voor de zaak der waarheid. Christus zei: ‘Ik zal hem liefhebben, en Mijzelf aan hem openbaren’ (Johannes 14:21). Wanneer de gelovige in de beklaagdenbank van aardse rechtbanken staat om der waarheid wil, staat Christus aan zijn zijde. Als hij ingesloten is door gevangenismuren, openbaart Christus Zich aan hem en bemoedigt Hij hem door Zijn liefde. Als hij ter wille van Christus ter dood wordt gebracht, zegt de Heiland tot hem: Zij kunnen het lichaam doden, maar zij kunnen de ziel geen schade toebrengen. ‘Houdt goede moed; Ik heb de wereld overwonnen’ (Johannes 6:33).” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 61

“We kunnen alleen het licht van de hemel ontvangen, als we gewillig zijn om ons te ontledigen van het eigen-ik. We kunnen alleen het karakter van God onderscheiden en Christus door geloof aannemen, wanneer we ermee instemmen om iedere gedachte tot gehoorzaamheid aan Christus te brengen. Aan allen, die dit doen, wordt de Heilige Geest in onbegrensde mate gegeven.” –Maranatha, blz. 117.

VRIJDAG — 14 mei

Terugblik

1. Wat moeten wij allemaal beseffen over onze aardse bezittingen?

2. Beschrijf, afgezien van de prediking, ons werk als christelijke zendelingen.

3. Waarom bevrijdde de Heer de apostelen uit de gevangenis?

4. Verklaar onze plicht tegenover aardse autoriteiten, en tegenover onze Schepper.

5. Wat moeten wij altijd in gedachten houden in het licht van de toenemende vervolging?