Lessen uit het boek Handelingen (1) — SABBAT, 1 mei 2021

Les 5: Alleen God vrezen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “Oordeelt gij, of het recht is voor God, u meer te horen dan God. Want wij kunnen niet nalaten te spreken, wat wij gezien en gehoord hebben”

Handelingen 4:19–20

“Na de uitstorting van de Heilige Geest gingen de discipelen, bekleed met de goddelijke wapenrusting, erop uit als getuigen om het wonderbaarlijke verhaal van de kribbe en het kruis te vertellen. Zij waren nederige mannen, maar zij gingen uit met de waarheid.” –Testimonies to Ministers, blz. 66.

Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, 44-50;; -Testimonies for the Church 6, blz. 394-401.

ZONDAG — 25 april

1. Naar al het licht leven

A. Wat is onze roeping in de tijden van herstel nu, om te gebeuren vóór Christus’ wederkomst?

Handelingen 3:20-25.

Handelingen 3:20: En Hij gezonden zal hebben Jezus Christus, Die u tevoren gepredikt is; Handelingen 3:21: Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw. Handelingen 3:22: Want Mozes heeft tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken, uit uw broederen, gelijk mij; Dien zult gij horen, in alles, wat Hij tot u spreken zal. Handelingen 3:23: En het zal geschieden, dat alle ziel, die dezen Profeet niet zal gehoord hebben, uitgeroeid zal worden uit den volke. Handelingen 3:24: En ook al de profeten, van Samuel aan, en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er hebben gesproken, die hebben ook deze dagen te voren verkondigd. Handelingen 3:25: Gijlieden zijt kinderen der profeten, en des verbonds, hetwelk God met onze vaderen opgericht heeft, zeggende tot Abraham: En in uw zade zullen alle geslachten der aarde gezegend worden.

Leg onze plicht uit met betrekking tot het licht, dat aan een ieder van ons afzonderlijk is toevertrouwd. Vers 26.

“Wij dragen een grotere verantwoordelijkheid dan onze voorouders. Wij dienen rekenschap af te leggen voor het licht, dat zij hebben ontvangen, en aan ons hebben doorgegeven, maar wij zijn ook verantwoording verschuldigd voor het grotere licht, dat nu voor ons uit het woord van God schijnt.” ¬–De Grote Strijd, blz. 152.

“Als wij het getuigenis van Gods woord loslaten en dwaalleringen aannemen, omdat onze voorouders ze hebben onderwezen, vallen wij onder de veroordeling, die over Babylon is uitgesproken: wij drinken ‘van de wijn van de hartstocht zijner hoererij’.” –De Grote Strijd, blz. 493.

“U bent alleen verantwoordelijk voor de manier, waarop u, onafhankelijk van alle anderen, het licht gebruikt, dat op uw pad schijnt. Het gebrek aan toewijding bij anderen zal voor u geen excuus zijn. Het feit, dat zij de waarheid verdraaien door hun verkeerde handelwijze, omdat zij er niet door geheiligd zijn, zal u niet minder verantwoordelijk maken.” –Testimonies for the Church 2, blz. 490.

MAANDAG — 26 april

2. Gewonde trots

A. Hoe reageerden de leiders in de tempel op de krachtige boodschap, die Petrus had gebracht?

Handelingen 4:1-4.

Handelingen 4:1: En terwijl zij tot het volk spraken, kwamen daarover tot hen de priesters, en de hoofdman des tempels, en de Sadduceen; Handelingen 4:2: Zeer ontevreden zijnde, omdat zij het volk leerden, en verkondigden in Jezus de opstanding uit de doden. Handelingen 4:3: En zij sloegen de handen aan hen, en zetten ze in bewaring tot den anderen dag; want het was nu avond. Handelingen 4:4: En velen van degenen, die het woord gehoord hadden, geloofden; en het getal der mannen werd omtrent vijf duizend.

“Nadat Christus uit de dood was opgestaan, verspreidden de priesters wijd en zijd het leugenachtige bericht, dat Zijn lichaam was gestolen door de discipelen, terwijl de Romeinse wacht sliep… De voorman van de tempel en enkele andere functionarissen waren sadduceeën. Dezen waren heftig geprikkeld door de prediking van de discipelen. Zij voelden, dat hun favoriete leer in gevaar was, en dat hun reputatie op het spel stond…

De tegenstanders van de discipelen konden niet anders dan geloven, dat Christus uit de dood was opgestaan. Het bewijs was te overtuigend om betwijfeld te worden. Niettemin verhardden velen hun hart en weigerden berouw te hebben van de vreselijke daad, die zij hadden begaan door Jezus ter dood te brengen. Toen de kracht uit de hemel op zo’n opmerkelijke manier op de apostelen kwam, hield angst de Joodse leiders af van gewelddadigheid, maar hun bitterheid en boosaardigheid bleven onveranderd.

Vijfduizend personen hadden de door de discipelen verkondigde waarheid al aangenomen, en zowel de Farizeeën als de Sadduceeën waren het erover eens, dat als deze leraren ongehinderd doorgingen, hun eigen invloed in groter gevaar zou zijn dan, toen Jezus op aarde was.” –The Review and Herald, 8 juni 1911.

B. Hoe kunnen trots en opstandigheid leiden tot geestelijke blindheid?

2 Koningen 17:13-14.

2 Koningen 17:13: Als nu de HEERE tegen Israel en tegen Juda, door den dienst van alle profeten, van alle zieners, betuigd had, zeggende: Bekeert u van uw boze wegen en houdt Mijn geboden, en Mijn inzettingen, naar al de wet, die Ik uw vaderen geboden heb, en die Ik tot u door de hand van Mijn knechten, de profeten, gezonden heb; 2 Koningen 17:14: Zo hoorden zij niet, maar zij verhardden hun nek, gelijk de nek hunner vaderen geweest was, die aan den HEERE, hun God, niet geloofd hadden.

“De Heilige Geest wordt vaak afgewezen, omdat Hij op onverwachte manieren komt. Voldoende bewijs, dat de apostelen onder goddelijke inspiratie spraken en handelden, was aan de Joodse leiders gegeven, maar zij verzetten zich krachtig tegen de waarheidsboodschap. Christus was niet gekomen op de manier, die zij hadden verwacht, en hoewel zij soms ervan overtuigd waren, dat Hij de Zoon van God was, onderdrukten zij toch hun overtuiging en kruisigden Hem. In genade gaf God hun nog meer bewijs en nog een gelegenheid om zich tot Hem te wenden. Hij stuurde de discipelen om hun te vertellen, wat zij hadden gedaan, en in de verschrikkelijke beschuldiging, dat zij de Vorst des Levens hadden gedood, gaf Hij hun opnieuw een oproep tot berouw. Maar omdat zij zich veilig voelden in hun eigen gerechtigheid, waren de Joodse leraren niet bereid om toe te geven, dat de mannen, die hen beschuldigden van het kruisigen van Christus, spraken door de leiding van de Heilige Geest.” –The Review and Herald, 8 juni 1911.

DINSDAG — 27 april

3. De waarheid onthuld

A. Wat vroegen de Joodse leiders de volgende dag, en hoe kunnen wij echt geïnspireerd worden door Petrus’ moedige, veelomvattende woorden?

Handelingen 4:5-11.

Handelingen 4:5: En het geschiedde des anderen daags, dat hun oversten en ouderlingen en Schriftgeleerden te Jeruzalem vergaderden; Handelingen 4:6: En Annas, de hogepriester, en Kajafas, en Johannes, en Alexander, en zovele er van het hogepriesterlijk geslacht waren. Handelingen 4:7: En als zij hen in het midden gesteld hadden, vraagden zij: Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan? Handelingen 4:8: Toen zeide Petrus, vervuld zijnde met den Heiligen Geest, tot hen: Gij oversten des volks, en gij ouderlingen van Israel! Handelingen 4:9: Alzo wij heden rechterlijk onderzocht worden over de weldaad aan een krank mens geschied, waardoor hij gezond geworden is; Handelingen 4:10: Zo zij u allen kennelijk, en het ganse volk Israel, dat door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener, Dien gij gekruist hebt, Welken God van de doden heeft opgewekt, door Hem, zeg ik, staat deze hier voor u gezond. Handelingen 4:11: Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is.

“In deze zelfde ruimte en voor enigen van deze zelfde mensen had Petrus zijn Heer schandelijk verloochend. Duidelijk kwam hem dit voor de geest, nu hij verscheen om zelf verhoord te worden. Hij had thans een gelegenheid om zijn lafhartigheid goed te maken.

De aanwezigen, die zich de rol herinnerden, die Petrus bij het verhoor van zijn Meester had gespeeld, verlevendigden bij zichzelf de hoop, dat ze hem door bedreiging met gevangenschap en dood vrees konden aanjagen. Maar de Petrus, die Christus in het uur van Zijn grootste nood verloochende, was driftig en zelfgenoegzaam, en verschilde als zodanig hemelsbreed van de Petrus, die nu voor het Sanhedrin werd geleid om ondervraagd te worden. Sinds zijn val had hij zich bekeerd. Hij was niet langer trots en vol grootspraak, maar hij was bescheiden en vertrouwde niet meer op zichzelf. Hij was vervuld met de Heilige Geest en hij had besloten om met de hulp van deze kracht de schandvlek van zijn ontrouw uit te wissen door de naam van Hem, die hij eens had verloochend, te eren.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 45-46.

B. Wat was de gedenkwaardige climax van Petrus’ antwoord, en hoe houdt dit stand in het licht van gevaarlijke populaire theorieën van nu?

Handelingen 4:12.

Handelingen 4:12: En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.

“Er is slechts één kracht, die de harten der mensen kan bevrijden uit de greep van het kwade, en dat is de kracht van God in Jezus Christus. Alleen door het bloed van de Gekruisigde is er een reiniging van zonde. Zijn genade alleen kan ons in staat stellen de neigingen van onze natuur tegen te gaan en tot onderwerping te brengen. En nu wordt deze kracht door de spiritualistische theorieën aangaande God uitgeschakeld. Wanneer God een geest is, die de gehele natuur doordringt, dan woont Hij in alle mensen; en om de heiligheid te verkrijgen, behoeft de mens slechts de kracht, die binnen in hem is, te ontwikkelen…

Deze theorieën aangaande God maken, dat Zijn woord van nul en gener waarde wordt, en wie ze aannemen, lopen groot gevaar, dat ze de gehele Bijbel als een verzinsel gaan zien… Van zichzelf bezit de menselijke wil geen wezenlijke kracht om het boze te weerstaan en te overwinnen. De verdedigingsmuren van de ziel zijn neergehaald. De mens bezit geen verdediging tegen de zonde. Wanneer eenmaal de beteugelingen van Zijn Woord en van Zijn Geest zijn verworpen, weten we niet tot welke diepten iemand kan zinken.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 276-277.

WOENSDAG — 28 april

4. Een macht in het land

A. Waarom werden de Joodse leiders verbaasd door Petrus en Johannes, en wat moet dit veroorzaken bij ons allemaal, zowel predikanten als leken: om onder gebed na te denken?

Handelingen 4:13-14;

Handelingen 4:13: Zij nu, ziende de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes, en vernemende, dat zij ongeleerde en slechte mensen waren, verwonderden zich, en kenden hen, dat zij met Jezus geweest waren. Handelingen 4:14: En ziende den mens bij hen staan, die genezen was, hadden zij niets daartegen te zeggen.

1 Korinthe 1:27.

1 Korinthe 1:27: Maar het dwaze der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij de wijzen beschamen zou; en het zwakke der wereld heeft God uitverkoren, opdat Hij het sterke zou beschamen;

“Na de hemelvaart van Jezus luisterden artsen, wetgeleerden, priesters, leiders, Schriftgeleerden en theologen met verbazing naar woorden van wijsheid en macht van ongeletterde en nederige mannen. Deze wijze mannen verwonderden zich over het succes van de nederige discipelen, en tenslotte verklaarden zij het, tot hun eigen voldoening, door het feit dat zij met Jezus waren geweest en van Hem hadden geleerd. Hun karakter en de eenvoud van hun leringen waren vergelijkbaar met het karakter en de leringen van Christus…

IJdelheid en trots vullen de harten van mensen. Alleen Gods genade kan een hervorming bewerkstelligen.

Het is uw werk, mijn broeder, om uzelf te vernederen en niet te wachten tot God u vernedert. Gods hand drukt soms zwaar op de mensen om hen te vernederen en hen in een juiste positie voor Hem te brengen; maar hoeveel beter is het om het hart dagelijks nederig te houden voor God. Wij kunnen onszelf vernederen, of wij kunnen onszelf in hoogmoed opbouwen en wachten tot God ons vernedert. Predikers van het evangelie lijden tegenwoordig weinig ter wille van de waarheid. Als zij vervolgd zouden worden, net als de apostelen van Christus, en zoals in latere tijden heilige mannen van God waren, zou er een druk zijn om dichter aan de kant van Christus te komen, en deze nauwere band met de Heiland zou hun woorden tot een kracht maken in het land.” –Testimonies for the Church 4, blz. 378-379.

B. Waartoe voelden de priesters zich in hun verbijstering gedwongen om te doen?

Handelingen 4:15-18.

Handelingen 4:15: En hun geboden hebbende uit te gaan buiten den raad, overlegden zij met elkander, Handelingen 4:16: Zeggende: Wat zullen wij dezen mensen doen? Want dat er een bekend teken door hen geschied is, is openbaar aan allen, die te Jeruzalem wonen, en wij kunnen het niet loochenen. Handelingen 4:17: Maar opdat het niet meer en meer onder het volk verspreid worde, laat ons hen scherpelijk dreigen, dat zij niet meer tot enig mens in dezen Naam spreken. Handelingen 4:18: En als zij hen geroepen hadden, zeiden zij hun aan, dat zij ganselijk niet zouden spreken, noch leren, in den Naam van Jezus.

C. Wat was het moedige antwoord van de discipelen, en de enige keuze, die overbleef voor de priesters?

Handelingen 4:19-22.

Handelingen 4:19: Maar Petrus en Johannes, antwoordende, zeiden tot hen: Oordeelt gij, of het recht is voor God, ulieden meer te horen dan God. Handelingen 4:20: Want wij kunnen niet laten te spreken, hetgeen wij gezien en gehoord hebben. Handelingen 4:21: Maar zij dreigden hen nog meer, en lieten ze gaan, niets vindende, hoe zij hen straffen zouden, om des volks wil; want zij verheerlijkten allen God over hetgeen er geschied was. Handelingen 4:22: Want de mens was meer dan veertig jaren oud, aan welken dit teken der genezing geschied was.

“Gaarne hadden de priesters deze mannen voor hun onwankelbare trouw aan hun heilige roeping gestraft, maar zij vreesden het volk; ‘want allen verheerlijkten God om hetgeen er geschied was’. Zo werden de apostelen onder herhaalde bedreigingen en nadrukkelijke bevelen vrijgelaten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 48.

DONDERDAG — 29 april

5. Moedig om voor Christus te staan

A. Waar gingen de discipelen heen na hun vrijlating, en hoe kunnen wij door hun gebed geïnspireerd worden?

Handelingen 4:23-30.

Handelingen 4:23: En zij, losgelaten zijnde, kwamen tot de hunnen, en verkondigden al wat de overpriesters en de ouderlingen tot hen gezegd hadden. Handelingen 4:24: En als dezen dat hoorden, hieven zij eendrachtelijk hun stem op tot God, en zeiden: Heere! Gij zijt de God, Die gemaakt hebt den hemel, en de aarde, en de zee, en alle dingen, die in dezelve zijn. Handelingen 4:25: Die door den mond van David Uw knecht, gezegd hebt: Waarom woeden de heidenen, en hebben de volken ijdele dingen bedacht? Handelingen 4:26: De koningen der aarde zijn te zamen opgestaan, en de oversten zijn bijeenvergaderd tegen den Heere, en tegen Zijn Gezalfde. Handelingen 4:27: Want in der waarheid zijn vergaderd tegen Uw heilig Kind Jezus, Welken Gij gezalfd hebt, beiden Herodes en Pontius Pilatus, met de heidenen en de volken Israels; Handelingen 4:28: Om te doen al wat Uw hand en Uw raad te voren bepaald had, dat geschieden zou. Handelingen 4:29: En nu dan, Heere, zie op hun dreigingen, en geef Uw dienstknechten met alle vrijmoedigheid Uw woord te spreken; Handelingen 4:30: Daarin, dat Gij Uw hand uitstrekt tot genezing, en dat tekenen en wonderen geschieden door den Naam van Uw heilig Kind Jezus.

Wat gebeurde er als een gevolg?

Handelingen 4:31.

Handelingen 4:31: En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid.

B. Wat voor gebed moet het zijn van hen, aan wie de plechtige tegenwoordige waarheid is toevertrouwd, net als bij de hervormers in verleden tijden?

Psalm 60:4-6.

Psalmen 60:4: Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt. Psalmen 60:5: Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn. Psalmen 60:6: Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.

“Toen in 1529 de Duitse vorsten op de Rijksdag te Spiers bijeenkwamen, werd daar het keizerlijke decreet voorgelegd, dat de vrijheid van godsdienst beperkte en alle verdere verspreiding van de hervormde beginselen verbood. Het scheen, dat de hoop der wereld op het punt stond vernietigd te worden…. Zou het licht van het evangelie aan de grote menigte, die nog in duisternis waren, worden onthouden? Geweldige beslissingen stonden voor de wereld op het spel. Zij, die het hervormde geloof hadden aanvaard, beraadslaagden te zamen en hun eenparig besluit was: “Laten we dit decreet verwerpen. In gewetenszaken gaat het niet om de meerderheid”.

Dit beginsel moeten wij in onze tijd krachtig handhaven. De banier van de waarheid en de godsdienstvrijheid, door de stichters van de nieuwtestamentische gemeente en door Gods getuigen in de eeuwen daarna hoog gehouden, is in deze laatste strijd aan onze handen toevertrouwd. De verantwoordelijkheid voor deze grote gave rust op degenen, die God met de kennis van Zijn Woord heeft gezegend. Wij moeten dit Woord als het hoogste gezag aanvaarden. Wij moeten de menselijke regeringen als een goddelijke instelling erkennen, en gehoorzaamheid aan hen, zolang zij binnen hun wettelijke grenzen blijven, als een heilige plicht de mensen voorhouden. Maar wanneer hun aanspraken in tegenspraak komen met die van God, dan moeten wij Gode meer gehoorzaam zijn dan de mensen. Gods Woord moet als verheven boven alle menselijke wetgeving worden beschouwd. Een ‘zo zegt de Here’ mag niet ten achter worden gesteld bij een ‘zo zegt de kerk’ of een ‘zo zegt de staat’. De kroon van Christus moet boven de diademen van aardse machthebbers worden verheven.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 49-50.

VRIJDAG — 30 april

Terugblik

1. Wat is mijn plicht, ook wanneer andere gelovigen falen in hun christelijke plicht?

2. Welke verzoeking kan mij in gevaar brengen de Heilige Geest te verwerpen?

3. Hoe zou ik een kans krijgen om een nederlaag om te zetten in een overwinning, zoals Petrus deed?

4. Hoe kan ik moed putten uit de getuigenis van de apostelen tegenover bedreigingen?

5. Waarom is het leren van de Protestantse Reformatie een bron van kracht?

Eerste Sabbatgaven voor Wereld Zendingen

De woorden van Christus zijn Zijn volgelingen bekend: ‘Gaat heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle kreaturen’ (Markus 16:15).

Wat is hier zo opvallend aan dit krachtige commando? Het eeuwigdurende evangelie moet gaan naar HEEL de wereld, ‘aan hen, die op de aarde wonen, en aan alle natië, en geslacht, en taal en volk’ (Openbaring 14:6).

Het aantal christenen (van alle denominaties) wereldwijd is ongeveer 2,4 biljoen mensen, op een wereldbevolking van bijna 7,8 biljoen. Binnen deze enorme aantallen hebben velen kennis gemaakt met de tegenwoordige waarheid, maar de meerderheid niet.

‘Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in Wie zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven, van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen, zonder die hun predikt?’ (Romeinen 10:14). Zoveel dierbare zielen verkeren in diepe duisternis en totale verwarring! “Maar God heeft nog een volk in Babylon en vóór Zijn oordelen over deze wereld worden uitgestort, moeten deze getrouwen uit Babylon worden geroepen, ‘opdat ze geen gemeenschap hebben aan haar zonden en niet ontvangen van haar plagen’…

Niemand zal echter de gramschap van God ondergaan, voordat hij de gelegenheid heeft gehad de waarheid te leren kennen en haar heeft verworpen. Velen hebben nooit de kans gehad om de speciale waarheid voor deze tijd te horen. De juiste betekenis van het vierde gebod is hun nog nooit uitgelegd. God weet, wat er in elk hart omgaat en onderzoekt elk motief. Hij zal dan ook niet toestaan, dat iemand, die tot de kennis der waarheid wil komen, niet zou weten, wat de inzet is van deze strijd. Het bevel zal de mensen niet onverwachts treffen. Iedereen zal voldoende licht ontvangen om bewust te kiezen.” –De Grote Strijd, blz. 559.

Hoe zullen ze horen? We kunnen allemaal vrij contact opnemen met vrienden, familieleden, buren, kennissen en vreemden. Maar er is nog veel meer te doen op plaatsen buiten ons bereik: Onze geldelijke gaven kunnen worden gebruikt om zendingsactiviteiten in nieuwe gebieden op te zetten. Dus als de Eerste Sabbatgaven worden ingezameld voor Wereld Zendingen, denk dan alstublieft aan deze behoefte en geef gul, en moge uw geloof rijkelijk worden beloond!

De Zendingsafdeling van de Generale Conferentie