Tekst om te onthouden: “En Petrus zeide tot hen: Bekeert u en een ieder van u worde gedoopt in de naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen”
Handelingen 2:38
“Als de vreugde van engelen is om zondaars berouw te zien hebben, zal het dan niet de vreugde van zondaars zijn, gered door het bloed van Christus, om anderen berouw te zien hebben en zich tot Christus te zien keren door hun bemiddeling? Als wij in harmonie met Christus en de heilige engelen werken, zullen wij een vreugde ervaren, die niet kan worden gerealiseerd los van dit werk.” –Testimonies for the Church 3, blz. 381-382.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 32-43.
A. Toen het geweten van de menigte wakker werd, over wie Christus werkelijk was, welke sterke oproep deed Petrus toen onmiddellijk, en hoe kan het ons moed geven?
Handelingen 2:38-40.
“Wij moeten niet terugschrikken en de wereld vergiffenis vragen, omdat wij hun de waarheid hebben verteld: wij moeten verzwijging minachten. Ontvouw uw kleuren om de zaak van mensen en engelen tegemoet te treden. Laat het begrepen worden, dat Zevende Dags Adventisten geen compromissen kunnen sluiten. In uw mening en geloof moet er niet de minste schijn van aarzeling zijn: de wereld heeft het recht te weten, wat men van ons kan verwachten…
De Heer wil, dat Zijn dienstknechten nu de oude evangelieleer prediken, verdriet om zonde, berouw en belijdenis. Wij willen ouderwetse preken, ouderwetse gewoonten, ouderwetse vaders en moeders in Israël. Voor de zondaar moet gewerkt worden, volhardend, ernstig en verstandig, totdat hij zal zien, dat hij een overtreder van Gods wet is, en berouw zal uitoefenen jegens God en geloof jegens de Heer Jezus Christus.” –Evangelism, blz. 179-180.
A. Welk verbazingwekkend werk werd tot stand gebracht door de Heilige Geest?
Handelingen 2:41.
“En Petrus stond op uit hun midden en sprak met grote kracht. Onder hen, die luisterden, bevonden zich vrome Joden, die oprecht waren in hun geloof. Maar de kracht, die gepaard ging aan de woorden van de spreker, overtuigde hen, dat Christus werkelijk de Messias was. Welk een machtig werk vond er plaats! Drieduizend mensen op één dag bekeerd.
Het zaad was gezaaid door de grootste Leraar, die de wereld ooit gekend had. Drie en een half jaar lang had de Zoon van God in het land Judea vertoefd, terwijl Hij de boodschap van het evangelie der waarheid had verkondigd en door vele machtige tekenen en wonderen had gewerkt. Het zaad was gezaaid en na Zijn hemelvaart vond een rijke oogst plaats. Er werden meer mensen bekeerd door één enkele prediking op de Pinksterdag dan in alle jaren van het werk van Christus. Zo machtig zal God werken, als de mensen zich overgeven aan de leiding van de Geest.” –Bijbelkommentaar, blz. 436.
B. Beschrijf de houding van de eerste gemeente, en wat moeten wij allemaal ervan leren.
Handelingen 2:42-47.
“Na de uitstorting van de Heilige Geest gingen de discipelen uit om een verrezen Heiland te verkondigen, terwijl het heil der zielen hun enige verlangen was. Zij verheugden zich in de blijdschap, die ligt in de omgang met heiligen. Zij waren vriendelijk, bedachtzaam, vol zelfverloochening, bereid om offers te brengen ter wille der waarheid. In hun dagelijkse omgang met elkander openbaarden ze de liefde, die zij in opdracht van Christus moesten openbaren. Door onzelfzuchtige woorden en daden probeerden ze deze liefde in de harten van anderen te doen ontvlammen.
De gelovigen moesten steeds de liefde koesteren, die na de uitstorting van de Heilige Geest de harten der apostelen had bezield. Zij moesten uitgaan in een gewillige gehoorzaamheid aan het nieuwe gebod: ‘Gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt’ (Johannes 13:34). Zó nauw moesten zij met Christus verbonden zijn, dat ze aan Zijn eisen konden voldoen. De kracht van een Heiland, Die hen kon rechtvaardigen door Zijn gerechtigheid, moest verheerlijkt worden.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 251.
A. Hoe gebruikte de Heer Petrus en Johannes om een wonderbaarlijk wonder te doen bij de Schone Poort van de tempel?
Handelingen 3:1-10.
“De discipelen predikten met grote kracht een gekruisigde en verrezen Heiland. Tekenen en wonderen werden door hen gewrocht in de naam van Jezus; de zieken werden genezen; en een man, die van zijn geboorte aan kreupel geweest was, werd tot volkomen gezondheid hersteld en ging met Petrus en Johannes in de tempel, wandelende en lovende God, ten aanschouwen van al het volk.” –Eerste Geschriften, blz. 226.
B. Hoe reageerden de mensen op het wonder, en wat verklaarde Petrus om de feitelijke bron te benadrukken?
Handelingen 3:11-16.
“Velen liepen tezamen, ten zeerste verbaasd zijnde over de genezing, die plaats had gehad.
Toen Jezus stierf, meenden de priesters, dat er geen wondertekenen meer in hun midden gewrocht zouden worden; dat de opwinding zou bedaren, en ook het volk wederom terug zou keren tot de overleveringen der mensen. Maar ziet! Nu deden de discipelen wonderen in hun midden, en werd het volk met verbaasdheid vervuld. Jezus was gekruisigd, en zij verwonderden er zich over, waar Zijn volgelingen deze macht verkregen hadden. Toen Hij nog leefde, dachten zij, dat Hij hun de macht gaf, maar toen Hij stierf, verwachtten zij, dat de wonderen tot een eind zouden komen.” –Eerste Geschriften, blz. 227.
C. Hoe gaf Petrus vriendelijk zijn toehoorders het voordeel van de twijfel?
Handelingen 3:17.
“’Ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld’, zei Petrus; maar deze onkunde was geen verontschuldiging voor de daad, want hun was een groot licht gegeven. De uitspraak wordt gedaan, dat als zij hadden geweten, dat Hij de Vorst des levens was, zij Hem niet zouden hebben gekruisigd. Maar waarom wisten zij het niet? Omdat zij het niet wilden weten. Zij toonden geen belangstelling om te onderzoeken en te bestuderen, en hun onkunde bleek hun eeuwige ondergang. Zij hadden de duidelijkste bewijzen, waarop zij hun geloof konden gronden, en zij waren het aan God verplicht om het bewijs, dat Hij hun gegeven had, aan te nemen. Hun ongeloof maakte hen schuldig aan het bloed van de eniggeboren Zoon van de oneindige God.” –Bijbelkommentaar, blz. 437.
A. Na de waarheid over Christus gebracht te hebben, welke oproep deed Petrus toen aan zijn toehoorders in de tempel?
Handelingen 3:18-19.
Hoe weerklinkt deze zelfde oproep nu aan ons met een nog grotere, dringende noodzaak?
“Deze woorden moeten nu met dringende ernst tot ons komen: Zie Handelingen 3:19. Veel van onze mensen ontbreekt het aan geestelijk inzicht en zij zullen, tenzij zij zich van ganser harte bekeren, zeker verloren gaan. Kunt u zich veroorloven dat risico te lopen? …
Als wij een ziekelijk geloofsleven wensen te vermijden, moeten wij zonder uitstel beginnen ernstig onze eigen zaligheid met vreze en beven uit te werken. Velen leggen geen beslist getuigenis af, dat zij trouw zijn aan hun doopbeloften. Hun ijver is verkoeld door vormelijkheid, wereldse eerzucht, hoogmoed en eigenliefde. Nu en dan wordt hun gevoel opgewekt, maar zij vallen niet op de Rots, Christus Jezus. Zij komen niet tot God met een hart, dat gebroken is door berouw en schuldbelijdenis. Zij, die ware bekering in hun hart ervaren, zullen de vruchten van de Geest in hun leven tonen. O, mochten zij, die zo weinig geestelijk leven hebben, beseffen, dat het eeuwige leven alleen hun geschonken kan worden, die de goddelijke natuur deelachtig zijn, en die het verderf ontvluchten, dat door begeerte in de wereld is!” –Getuigenissen voor de Gemeente 9, blz. 149-150.
B. Hoe alleen kunnen wij de “verkoeling” ervaren, waarnaar in
Handelingen 3:19
wordt verwezen?
Jesaja 43:25;
Jesaja 44:3,
Jesaja 44:22;
Jesaja 57:15;
Jesaja 60:1-2.
“Zoals de “vroege regen” werd gegeven door de uitstorting van de Heilige Geest aan het begin van de evangelieverkondiging om het kostbare zaad te doen ontkiemen, zal de “late regen” worden gegeven aan het einde van de evangelieverkondiging om de oogst te doen rijpen…
Het belangrijke werk van de evangelieverkondiging zal niet worden afgesloten met een mindere openbaring van Gods kracht, dan waarmee het begon. De profetieën, die werden vervuld door de uitstorting van de vroege regen in de begindagen van de gemeente, zullen opnieuw worden vervuld door de late regen aan het einde van de evangelieverkondiging. Dat bedoelde de apostel Petrus met “de tijden der verkoeling”, toen hij zei: ‘Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden (in het onderzoekend oordeel), wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren’.” –De Grote Strijd, blz. 565.
A. Wie alleen zal de “verkoeling” ontvangen, en wat is het heerlijke gevolg ervan?
Handelingen 3:19-20;
2 Korinthe 7:10.
“Deze woorden moeten nu tot ons komen met aanmoedigende kracht. (Zie 2 Korinthe 7:10-11). Dit is oprecht berouw. Het zal leiden tot een verandering in het leven. Het is de afwezigheid van dit ware verdriet over de zonde, dat veel bekeringen oppervlakkig maakt. Hervormingen vinden niet plaats in het leven. Maar als de zonde wordt gezien in het licht van de wet van God, en het ware karakter ervan wordt beseft, zal ze uit het hart en het leven worden verwijderd.
Echt verdriet over de zonde brengt de berouwvolle ziel aan de zijde van Jezus. Daar kan hij krachtig om vergeving smeken en genade verkrijgen om te overwinnen. Daar kan zijn verduisterd begrip worden verlicht, en het stenen hart veranderd worden in een hart van vlees. Daar wordt de opstandige zondaar onderworpen en wordt zijn wil in overeenstemming gebracht met de wil van God.” –The Review and Herald, 8 juni 1911.
“Ik zag, dat velen de voorbereiding, die zo zeer nodig is, verwaarloosden, en rekenden op de tijd der “verkoeling” en de “spade regen” om hen geschikt te maken om te staan in de dag des Heren en voor Zijn aangezicht te leven. O, hoe velen heb ik in de tijd der benauwdheid zonder beschutting gezien! Zij hadden de zo nodige voorbereiding verzuimd; derhalve konden zij de verkoeling niet ontvangen, die allen moeten hebben om hen geschikt te maken om voor het aangezicht van een heilige God te leven…. Ik zag, dat niemand deel kan nemen aan de “verkoeling”, tenzij hij de overwinning behaald heeft over iedere lievelingszonde, over hoogmoed, zelfzucht, liefde tot de wereld en over ieder verkeerd woord en iedere verkeerde daad. Wij moeten dus nader en nader tot de Heer komen, en ernstig die voorbereiding zoeken, die ons in staat zal stellen om staande te blijven in de dag des Heeren. Laat ons eraan gedenken, dat God heilig is, en dat alleen heilige wezens ooit in Zijn tegenwoordigheid kunnen verkeren.” –Eerste Geschriften, blz. 76-77.
1. Hoe kan ik meer moed ontwikkelen om voor Christus op te komen, zoals Hij dat voor mij doet?
2. Waarom waren de discipelen zo succesvol daar, waar zij begonnen te werken?
3. Hoe bevordert het geven van mensen het voordeel van de twijfel wederzijds respect?
4. Waarom vraagt God ons berouw te hebben, voordat Hij ons de kracht van de late regen toevertrouwt?
5. Wat zijn enkele steeds terugkerende zonden, die ik moet overwinnen om de verkoeling te ontvangen?