Tekst om te onthouden: “Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen, die Hem bidden?”
Lucas 11:13
“Wij zouden even oprecht om de Heilige Geest moeten bidden, als de discipelen baden op Pinksteren. Als zij het toen nodig hadden, dan hebben wij het vandaag nog meer nodig.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 131.
Aanvullende studie :: -Van Jeruzalem tot Rome, blz. 25-30;; Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 214-219.
A. Wat gebeurde er in antwoord op gebed, toen de discipelen één waren op één plek, en wat kunnen wij hiervan leren?
Lukas 11:13;
Handelingen 2:1-2.
“Let wel op, dat pas, nadat de discipelen tot een volnaakte eenheid waren gekomen, en zij niet langer twisten om de hoogste plaats, de Geest werd uitgestort. Zij waren één van zin. Alle geschillen waren uit de weg geruimd…
De discipelen vroegen niet om een zegen voor zichzelf. Zij voelden zich verantwoordelijk voor zielen…
Laten christenen alle tweedracht wegdoen en zichzelf aan God geven om te redden, die verloren zijn. Laten ze in het geloof om de beloofde zegen vragen en die zal dan ook komen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 3, blz. 216.
“Wij kunnen er veilig naar streven om eensgezind te zijn in leer en geest, en als dat zou gebeuren, zouden wij in harmonie zijn met Gods wil. Als egoïsme en trots en ijdelheid en kwade vermoedens weggedaan waren, zouden wij sterk worden in God, en zou de deur van ons hart openstaan voor de binnenkomst van Christus; de doop van de Heilige Geest zou op ons vallen, en wij zullen vervuld worden met alle volheid van God.” –The Review and Herald, 22 april 1890.
A. Welk wonder ervoeren de discipelen spoedig, en waarom was het nodig?
Handelingen 2:3-11.
Hoe was deze gebeurtenis geprofeteerd?
Markus 16:17.
“De Heilige Geest rustte in de vorm van vurige tongen op hen, die samengekomen waren. Dit was een symbool van de gave, die toen aan de discipelen werd geschonken, en die hen in staat stelde om talen, die hun voorheen onbekend waren, vloeiend te spreken. De verschijning van vuur kenmerkte de brandende ijver, waarmede de apostelen hun taak zouden verrichten, en de kracht, die hun werk zou begeleiden.
‘Nu waren er Joden te Jeruzalem woonachtig, vrome mannen uit alle volken onder de hemel’. Gedurende de verstrooiing waren de Joden over bijna elk deel van de bewoonde wereld verspreid, en tijdens hun verbanning hadden ze verschillende talen leren spreken. Velen van hen waren bij deze gelegenheid in Jeruzalem, om de godsdienstige feestelijkheden, die toen plaats hadden, bij te wonen. Alle bekende talen waren door de samengekomenen vertegenwoordigd. Deze verscheidenheid van talen zou een grote belemmering voor de verkondiging van het evangelie zijn geweest. God voorzag daarom op wonderbaarlijke wijze in de tekortkomingen van de apostelen. De Heilige Geest deed voor hen, wat zij in hun gehele leven niet tot stand hadden kunnen brengen. Zij konden de waarheden van het evangelie wijd en zijd verkondigen, nu zij de talen van hen, voor wie zij werkten, nauwkeurig konden spreken. Deze wonderbare gave was voor de wereld een sterk bewijs, dat hun opdracht het zegel van de Hemel droeg. Vanaf deze tijd was de taal der discipelen zuiver, eenvoudig en nauwkeurig, of zij nu in hun moedertaal of in een vreemde taal spraken.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 27-29.
B. Hoe was een Oudtestamentische profeet een gevaarlijke vervalsing van deze gave getoond?
Jesaja 8:19-20.
“Sommigen van die groep, (geleid door een geest van fanatisme) zijn in het bezit van wat zij gaven noemen, en zij beweren, dat de Heere die in de gemeente heeft geplaatst. Zij hebben een zinneloze brabbeltaal, hetgeen zij een vreemde tong noemen, welke onbekend is niet enkel bij de mens, maar bij de Heere en bij de gehele hemel. Zulke gaven zijn van de hand van mannen en vrouwen, geholpen door de grote aartsbedrieger.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 163.
A. Verklaar het verschil tussen goedkope, oppervlakkige schijn-godsdienstige opwinding en zuivere, door de Heilige Geest geleide opwekkingen.
Matthéüs 7:15-20;
Psalm 77:6.
“Fanatisme, valse opzweping, gebrabbel in vreemde tongen, diensten gepaard gaande met kabaal, dat alles werd beschouwd als gaven door God in de gemeente geplaatst. Sommigen zijn hier misleid. De vruchten van dit alles zijn niet goed geweest. ‘Aan hun vruchten zult gij hen kennen’. Fanatisme en lawaai zijn aanvaard als bijzondere bewijzen des geloofs. Sommigen zijn niet voldaan over een vergadering, wanneer dat niet met bijzondere krachten gepaard gaat. Daarop zijn ze gebrand en zij stellen zich in op een opzweping van het gevoel. Maar van zulke vergaderingen gaat geen zegen uit. Wanneer die extase voorbij is, zinken ze dieper weg dan vóór de vergadering, omdat hun gelukkig gevoel niet ontsproot uit de ware bron. De best geslaagde vergaderingen ten opzichte van de geestelijk wasdom zijn die, welke zich kenmerken door plechtigheid en diep onderzoek des harten; waar een ieder tot zelfkennis komt, en ernstig en ootmoedig Christus wil leren kennen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 163.
B. Wat identificeert duidelijk de ware volgelingen van Christus in deze wereld?
Jakobus 2:18;
Galaten 5:6.
“Wij moeten ons geloof door onze werken laten zien. Er moet een vuriger verlangen aan de dag worden gelegd, om een grote deel van de geest van Christus te kunnen hebben; want hierin zal de kracht van de kerk liggen. Het is Satan, die ernaar streeft om de kinderen uiteen te drijven. O, hoe weinig liefde hebben wij, liefde voor God en voor elkaar! Het woord en de geest van de waarheid, die in ons hart woont, zal ons van de wereld scheiden. De onveranderlijke principes van de waarheid en de liefde zal harten met elkaar verbinden, en de kracht, die van deze eenheid uitgaat, zal in verhouding staan tot de genade en de vreugde, die ervaren wordt. Het zou voor iedereen van ons goed zijn, eens voor de spiegel, de koninklijke wet van God, te gaan staan, en daarin de weerkaatsing van Zijn eigen karakter te zien. Laten wij voorzichtig zijn om niet de waarschuwende signalen en waarschuwingen, die in Zijn woord gegeven zijn, te negeren. Tenzij op deze waarschuwingen acht wordt geslagen, en gebreken in het karakter worden overwonnen door hen, die ze hebben, zullen zij vervallen tot dwalingen, ketterijen en openlijke zonde. De geest, die niet tot de hoogste maatstaf is verheven, zal mettertijd zijn kracht verliezen, die hij eens verworven had.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 438.
A. Welke twee antwoorden werden gehoord, toen de discipelen duidelijk door de Geest spraken, de ene onthulde belangstelling en de andere werd aangespoord door Satans typische tactiek van spot?
Handelingen 2:12-13.
“Wanneer de Heere op het punt staat een werk te verrichten, brengt Satan er iemand toe om tegen te werken.” –De Wens der Eeuwen, blz. 462.
“De Heer was op Zijn eigen manier aan het werk; maar als er zo’n manifestatie onder ons was geweest, over wie de einden van de wereld zijn gekomen, zouden sommigen dan niet hebben gespot, zoals bij die gelegenheid? Degenen, die niet onder de invloed van de Heilige Geest kwamen, wisten het niet. Voor deze klasse leken de discipelen dronken mannen.”–Testimonies to Ministers, blz. 66.
B. Wat kunnen wij leren van de manier, waarop Petrus vlug verduidelijkte, wat er gebeurde?
Handelingen 2:14-21.
C. Hoe zou de vervulling van de Oudtestamentische profetie, die de apostel aanhaalde, ook in onze tijd worden herhaald?
Joël 2:28-29.
“Met ernstig verlangen zie ik uit naar de dag, waarop de gebeurtenissen van het Pinksterfeest met groter kracht herhaald zullen worden dan bij die gelegenheid. Johannes zegt: ‘Ik zag een andere engel, die grote kracht had, nederdalen uit de hemel, en de aarde werd door zijn lichtglans verlicht’. Net als tijdens het Pinksterfeest zullen de mensen dan de waarheid tot hen horen spreken, ieder in zijn eigen taal.
God kan nieuw leven wekken in ieder mens, die oprecht Hem wil dienen, Hij kan de lippen aanraken met een gloeiende kool van het altaar, zodat zij welsprekend worden in het verkondigen van Zijn lof. Duizenden stemmen kunnen begiftigd worden met de macht om te spreken over de wondere verhalen van Gods Woord. De stamelende tong zal losgemaakt worden en wie verlegen is, zal sterk worden om moedig van de waarheid te getuigen.” –Bijbelkommentaar, blz. 435-436.
A. Hoe introduceerde Petrus de menigte bij Christus?
Handelingen 2:22-24.
“Deze gebeurtenis is zeer belangwekkend. Stel u de mensen voor, die uit alle richtingen komen om de discipelen te horen getuigen van de waarheid, zoals die in Jezus is. Zij dringen naar binnen; de tempel is overvol. Priesters en oversten zijn er, de donkere blik van boosaardigheid nog op het gelaat, hun harten nog steeds van haat jegens Christus vervuld, hun handen onrein van het bloedvergieten, toen zij de Verlosser der wereld kruisigden. Zij hadden verwacht, dat de apostelen, onder de strenge hand van verdrukking en moord, terneergeslagen zouden zijn door angst, maar zij zien hen, boven alle angst verheven en vervuld van de Geest, de godheid van Jezus van Nazareth met kracht verkondigen. Zij horen, hoe zij met alle vrijmoedigheid verklaren, dat de onlangs vernederde, bespotte, door wrede handen gegeselde en gekruisigde Mens de Vorst des Levens is, nu verhoogd aan de rechterhand van God.” –Van Jeruzalem tot Rome blz. 30.
B. Hoe bracht Petrus weer profetie in zijn toespraak?
Handelingen 2:25-36.
C. Beschrijf de verbazingwekkende werking van de Heilige Geest op dat moment.
Handelingen 2:37;
Johannes 16:7-8.
“Het is het werk van de Heilige Geest om aan de geest het karakter van de toewijding te openbaren, dat God zal aanvaarden. Door tussenkomst van de Heilige Geest wordt de ziel verlicht en wordt het karakter vernieuwd, geheiligd en verheven.” –Selected Messages 1, blz. 134.
1. Wat kan mij persoonlijk weerhouden van het volledig ontvangen van de Heilige Geest?
2. Voor welk praktisch doel hadden de apostelen de gave van tongen nodig?
3. Hoe is overdreven emotie een valstrik om een echte ervaring met Christus te hebben?
4. Wat moet ik bedenken, als God anders werkt dan ik verwacht?
5. Beschrijf de twee typen mensen, die naar Petrus’ toespraak luisterden.