Lessen uit het boek Handelingen (1) — SABBAT, 5 juni 2021

Les 10: De overgave van Saulus

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet”

Handelingen 9:6

“Ons eeuwig heil en de zaligheid van andere mensen hangt af van de weg, die we nú inslaan. Wij moeten ons laten leiden door de Geest der waarheid. Elke volgeling van Christus moet zich in alle ernst afvragen: ‘Heere, wat wilt Gij, dat ik doe?’” –De Grote Strijd, blz. 556.

Aanvullende studie :: : -Testimonies for the Church 3, blz. 428-434.

ZONDAG — 30 mei

1. Een licht, dat verandert

A. Verklaar de lijdensweg van Saulus en hoe Christus zijn geestelijke blindheid van schoppen tegen de prikkels van het geweten stuitte.

Jeremia 17:5;

Jeremia 17:5: Zo zegt de HEERE: Vervloekt is de man, die op een mens vertrouwt, en vlees tot zijn arm stelt, en wiens hart van den HEERE afwijkt!

Handelingen 9:1-5.

Handelingen 9:1: En Saulus, blazende nog dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren, ging tot de hogepriester, Handelingen 9:2: En begeerde brieven van hem naar Damaskus, aan de synagogen, opdat, zo hij enigen, die van dien weg waren, vond, hij dezelve, beiden mannen en vrouwen, zou gebonden brengen naar Jeruzalem. Handelingen 9:3: En als hij reisde, is het geschied, dat hij nabij Damaskus kwam, en hem omscheen snellijk een licht van den hemel; Handelingen 9:4: En ter aarde gevallen zijnde, hoorde hij een stem, die tot hem zeide: Saul, Saul! wat vervolgt gij Mij? Handelingen 9:5: En hij zeide: Wie zijt Gij, Heere? En de Heere zeide: Ik ben Jezus, Dien gij vervolgt. Het is u hard, de verzenen tegen de prikkels te slaan.

“De geest, die weerstand biedt aan de waarheid, zal alles in een verdraaid licht zien. Die zal vastraken in de strikken van de vijand en de zaken zien in het licht van de vijand.

Saulus van Tarsen was hiervan een voorbeeld. Hij had niet het morele recht een ongelovige te zijn. Maar hij had verkozen de meningen van mensen boven de raad van God te aanvaarden. Hij bezat de profetieën, die naar de Messias heen wezen, maar de uitspraken van de rabbi’s, de woorden van mensen, kregen de voorkeur.” –Bijbelkommentaar, blz. 439-440.

“Hij (Saulus) was getuige geweest van Stefanus’ lankmoedigheid tegenover zijn vijanden en van zijn bede om vergiffenis voor hen. Hij was ook getuige geweest van de standvastigheid en blijmoedige lijdzaamheid van velen, die hij had laten pijnigen en leed had veroorzaakt. Hij had gezien, hoe sommigen om des geloofs wille met vreugde zelfs hun leven gaven.

Al deze dingen hadden krachtig tot Saulus gesproken, en bij tijden drong zich aan zijn geest de nagenoeg overweldigende overtuiging op, dat Jezus de beloofde Messias was.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 87.

MAANDAG — 31 mei

2. Een oproep, die nu herhaald wordt

A. Wat moeten wij allemaal leren van, hoe de Heer de levensloop abrupt kan veranderen om een oprechte ziel te redden?

Jeremia 10:23-24.

Jeremia 10:23: Ik weet, o HEERE! dat bij den mens zijn weg niet is; het is niet bij een man, die wandelt, dat hij zijn gang richte. Jeremia 10:24: Kastijd mij, HEERE! doch met mate; niet in Uw toorn, opdat Gij mij niet te niet maakt.

“Hij (Saulus) had naar zijn geweten vele dingen gedaan tegen de naam van Jezus van Nazareth. In zijn ijver was hij een vurig, volhardend vervolger van de gemeente geweest.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 405.

“De dienstknechten van Christus moeten zich niet laten hinderen door hen, die het evangelie tot een zaak van spot en twist maken.

Maar de Heiland ging nooit aan één ziel voorbij, hoe diep die in de zonde gezonken was, wanneer hij gewillig was de kostbare waarheden des hemels aan te nemen. Voor tollenaars en zondaars waren Zijn woorden het begin van een nieuw leven. Maria Magdalena, bij wie Hij zeven duivelen had uitgeworpen, was de laatste, die bij het graf van de Heiland stond, en de eerste die Hij begroette op de morgen van Zijn opstanding. Het was Saulus van Tarsen, een van de meest vastbesloten vijanden van het evangelie, die werd tot Paulus, de toegewijde dienaar van Christus. Onder een schijn van haat en verachting, zelfs onder misdaad en ontaarding, kan een ziel verborgen zijn, die de genade van Christus zal redden, om als edelgesteente te schitteren in de kroon van de Verlosser.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 113.

B. Met welke belangrijke vraag moeten wij allemaal buigen voor onze Meester, in diepe nederigheid en volledige overgave in elke fase van ons leven?

Handelingen 9:6.

Handelingen 9:6: En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.

“God roept u weer op. Hij probeert u te bereiken, zoals u omgord bent met zelfzucht, en bedekt met de zorgen van dit leven. Hij nodigt u uit om uw genegenheid van de wereld terug te trekken en deze te plaatsen op hemelse dingen. Om de wil van God te kennen moet u deze onderzoeken, beter dan uw neigingen en de natuurlijke neiging van uw eigen geest te volgen. ‘Wat wilt Gij, dat ik doen zal?’ moet de ernstige, verlangende vraag van uw hart zijn.” –Testimonies for the Church 4, blz.53-54.

“Vraag aan Hem, die smaad, belediging en spot voor u onderging: ‘Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?’ Niemand is te hoog opgeleid om een nederige discipel van Christus te worden. Zij, die het een voorrecht vinden om het beste van hun leven en opleiding aan Hem te geven, van wie zij het hebben ontvangen, zullen niet bang zijn voor hard werken, voor het brengen van offers, om aan God in de hoogste mate de hun toevertrouwde talenten terug te geven.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 476.

DINSDAG — 1 juni

3. Gezonden naar Gods gemeente

A. Wat moeten wij allen leren van de manier, waarop Saulus, een trotse godsdienstige man, diep vernederd werd voor zowel God als de mens?

Handelingen 9:7-8.

Handelingen 9:7: En de mannen, die met hem over weg reisden, stonden verbaasd, horende wel de stem, maar niemand ziende. Handelingen 9:8: En Saulus stond op van de aarde; en als hij zijn ogen opendeed, zag hij niemand. En zij, hem bij de hand leidende, brachten hem te Damaskus.

“Paulus meende inderdaad, dat het geloof in Jezus de wet van God, de religieuze dienst der heilige offeranden, de ritus der besnijdenis, die in al de afgelopen eeuwen de volle goedkeuring van God hadden weggedragen, van nul en gener waarde gemaakt had. Maar de miraculeuze openbaring van Christus brengt licht in de duistere hoeken van zijn verstand. De Jezus van Nazareth, tegen Wie hij blindelings ijvert, is inderdaad de Verlosser der wereld…

Christus stuurt hem juist naar de discipelen, die hij zo bitter had vervolgd, om van hen te leren. Het licht van de lichtstraal des hemels had Paulus blind genaakt; maar Jezus, de grote Heelmeester der blinden, herstelt dat niet.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 1, blz. 405-406.

“Wat een vernedering was het voor Paulus om te weten, dat hij al die tijd zijn krachten had gebruikt tegen de waarheid, dat hij, in de mening van Gods werk te doen, Christus had vervolgd… Zijn geweten, dat gewekt werd, werkte nu met een energie, die hem aanklaagde. De ijver van zijn werk, zijn hardnekkige weerstand tegen het licht, dat door middel van Gods boodschappers op hem viel, veroordeelde nu zijn ziel, en hij werd met bitter zelfverwijt vervuld. Niet langer beschouwde hij zichzelf als rechtvaardig, maar als veroordeeld door de wet, in denken, in geest en in het doen. Hij zag zich als een zondaar, absoluut verloren, zonder de Heiland, die hij had vervolgd.” –Bijbelkommentaar, blz. 440.

B. Beschrijf Saulus’ ervaring in zijn blindheid.

Handelingen 9:9.

Handelingen 9:9: En hij was drie dagen, dat hij niet zag, en at niet, en dronk niet.

“Deze dagen van nauwgezet zelfonderzoek en van verootmoediging des harten werden in eenzame afzondering doorgebracht…

Toen Saulus zich geheel aan de overtuigende kracht van de Heilige Geest overgaf, zag hij de dwalingen van zijn leven en erkende hij de verreikende eisen van Gods wet. Hij, die een trotse Farizeeër was geweest, vol zelfvertrouwen dat hij door zijn goede werken werd gerechtvaardigd, boog zich nu met de ootmoed en de eenvoud van een klein kind neer voor God, beleed zijn eigen onwaardigheden en pleitte op de genade van een gekruisigde en opgestane Heiland.“ –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 88-89.

WOENSDAG — 2 juni

4. Klaar voor actie

A. Let op de duidelijke gemeenschap tussen Christus en Ananías, en leg uit, waarom een alleenstaande gelovige erdoor kan worden bemoedigd.

Handelingen 9:10-16.

Handelingen 9:10: En er was een zeker discipel te Damaskus, met name Ananias; en de Heere zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heere! Handelingen 9:11: En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt. Handelingen 9:12: En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd. Handelingen 9:13: En Ananias antwoordde: Heere! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; Handelingen 9:14: En heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen. Handelingen 9:15: Maar de Heere zeide tot hem: Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen Israels. Handelingen 9:16: Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.

“Iedereen moet een persoonlijke ervaring hebben om onderwezen te worden door de Grote Leraar, en een persoonlijke verbinding met God.” –Testimonies to Ministers, blz. 486.

B. Beschrijf de tedere, Godvrezende manier, waarop Ananías en de gemeente in Damascus Saulus (nu Paulus genaamd) dienden als een nieuwe gelovige.

Handelingen 9:17-19.

Handelingen 9:17: En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: Saul, broeder! de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden. Handelingen 9:18: En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt. Handelingen 9:19: En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt. En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damaskus waren.

“Op deze wijze bekrachtigde Jezus het gezag van Zijn georganiseerde gemeente en bracht Hij Saulus in verbinding met Zijn geroepen vertegenwoordigers op aarde.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 90.

C. Noem Paulus’ stappen na de doop, en de beproevingen, die hij het hoofd moest bieden.

Handelingen 9:20-25.

Handelingen 9:20: En hij predikte terstond Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is. Handelingen 9:21: En zij ontzetten zich allen, die het hoorden, en zeiden: Is deze niet degene, die te Jeruzalem verstoorde, wie dezen Naam aanriepen, en die daarom hier gekomen is, opdat hij dezelve gebonden zou brengen tot de overpriesters? Handelingen 9:22: Doch Saulus werd meer en meer bekrachtigd, en overtuigde de Joden, die te Damaskus woonden, bewijzende, dat deze de Christus is. Handelingen 9:23: En als vele dagen verlopen waren, zo hielden de Joden te zamen raad, om hem te doden. Handelingen 9:24: Maar hun lage werd Saulus bekend; en zij bewaarden de poorten, beide des daags en des nachts, opdat zij hem doden mochten. Handelingen 9:25: Doch de discipelen namen hem des nachts, en lieten hem neder door den muur, hem aflatende in een mand.

“Paulus werd door Ananías gedoopt in de rivier van Damascus. Hij werd toen gesterkt door voedsel en begon onmiddellijk Jezus te prediken tot de gelovigen in de stad, juist degenen, die hij vanuit Jeruzalem had verlaten met het doel om te vernietigen. Hij leerde ook in de synagogen, dat Jezus, die ter dood gebracht was, inderdaad de Zoon van God was. Zijn argumenten vanuit de profetie waren zo overtuigend, en zijn inspanningen zo bijgestaan door de kracht van God, dat de Joodse tegenstanders in verwarring raakten en hem niet konden antwoorden.” –Sketches from the Life of Paul, blz. 32.

“Paulus verklaarde, dat zijn verandering van geloof niet door het toegeven aan een opwelling van het ogenblik of door dweepzucht was veroorzaakt, maar door overweldigende bewijzen tot stand was gebracht…

Doch velen verhardden hun harten en weigerden om aan zijn boodschap gehoor te geven. En spoedig veranderde hun verbazing in blinde haat, gelijk aan die welke ze Jezus hadden toegedragen.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 93.

“Zij (de overpriesters en leiders) kwamen overeen, dat de enige veilige weg was om Paulus te doden. Maar God kende hun plan, en engelen ontvingen last om hem te bewaken, ten einde hem in het leven te bewaren om zijn zending te volvoeren.” –Eerste Geschriften, blz. 239.

D. Waarom ging Paulus naar de woestijn?

Galaten 1:17;

Galaten 1:17: En ben niet wederom gegaan naar Jeruzalem, tot degenen, die voor mij apostelen waren; maar ik ging henen naar Arabie, en keerde wederom naar Damaskus.

Psalm 119:10 (eerste deel).

[Ps.119.10.a]

DONDERDAG — 3 juni

5. Beproevingen en de voorziening

A. Met welke onverwachte pijnlijke zaak kreeg Paulus te maken, na drie jaar alleen in Arabië te hebben doorgebracht in gebed, en wie gebruikte God om te helpen?

Handelingen 9:26-27.

Handelingen 9:26: Saulus nu, te Jeruzalem gekomen zijnde, poogde zich bij de discipelen te voegen; maar zij vreesden hem allen, niet gelovende, dat hij een discipel was. Handelingen 9:27: Maar Barnabas, hem tot zich nemende, leidde hem tot de apostelen, en verhaalde hun, hoe hij op den weg den Heere gezien had, en dat Hij tot hem gesproken had; en hoe hij te Damaskus vrijmoediglijk gesproken had in den Naam van Jezus.

“[Hij (Barnabas) geloofde Paulus volledig en ontving hem, nam hem bij de hand en leidde hem in de tegenwoordigheid van de apostelen. Hij vertelde over zijn ervaring, die hij zojuist had gehoord…

De apostelen aarzelden niet langer; zij konden God niet weerstaan. Petrus en Jakobus, die op dat moment de enige apostelen in Jeruzalem waren, gaven de rechterhand van gemeenschap aan de eens zo woeste vervolger van hun geloof; en hij was nu evenzeer geliefd en gerespecteerd als hij vroeger gevreesd en gemeden werd.” –The Spirit of Prophecy 3, blz. 321.

B. Wat was er spoedig nodig, met Paulus’ meeslepende, onbeantwoordbare oproepen, toch, hoe zien wij Gods liefdevolle hand erin?

Handelingen 9:28-31;

Handelingen 9:28: En hij was met hen ingaande en uitgaande te Jeruzalem; Handelingen 9:29: En vrijmoediglijk sprekende in den Naam van den Heere Jezus, sprak hij ook, en handelde tegen de Griekse Joden; maar deze trachtten hem te doden. Handelingen 9:30: Doch de broeders, dit verstaande geleidden hem tot Cesarea, en zonden hem af naar Tarsen. Handelingen 9:31: De Gemeenten dan, door geheel Judea, en Galilea, en Samaria, hadden vrede, en werden gesticht; en wandelende in de vreze des Heeren, en de vertroosting des Heiligen Geestes, werden vermenigvuldigd.

Handelingen 22:17-21.

Handelingen 22:17: En het gebeurde mij, als ik te Jeruzalem wedergekeerd was, en in den tempel bad, dat ik in een vertrekking van zinnen was; Handelingen 22:18: En dat ik Hem zag, en Hij tot mij zeide: Spoed u, en ga in der haast uit Jeruzalem; want zij zullen uw getuigenis van Mij niet aannemen. Handelingen 22:19: En ik zeide: Heere, zij weten, dat ik in de gevangenis wierp, en in de synagogen geselde, die in U geloofden; Handelingen 22:20: En toen het bloed van Stefanus, Uw getuige, vergoten werd, dat ik daar ook bij stond, en mede een welbehagen had in zijn dood, en de klederen bewaarde dergenen, die hem doodden. Handelingen 22:21: En Hij zeide tot mij: Ga heen; want Ik zal u ver tot de heidenen afzenden.

“Hij (Paulus) zag, dat hij zich van zijn broeders moest scheiden, en verdriet vervulde zijn hart. Hij zou bereidwillig zijn leven hebben opgegeven, als dat betekend had, dat zij tot kennis van de waarheid zouden zijn gekomen. De Joden begonnen plannen te maken om hem van het leven te beroven, en de discipelen drongen er bij hem op aan Jeruzalem te verlaten; maar hij draalde, niet bereid de plaats te verlaten en verlangend nog wat langer voor zijn Joodse broeders te werken…

Toen de broeders hoorden van het visioen van Paulus en de zorg, die God voor hem had, nam hun bezorgdheid voor hem toe; want zij beseften, dat hij inderdaad een uitverkoren vat van de Heer was om de waarheid aan de heidenen te brengen. Zij bespoedigden zijn geheime ontsnapping uit Jeruzalem, uit angst voor zijn dood.” –The Spirit of Prophecy 3, blz. 321-323.

VRIJDAG — 4 juni

Terugblik

1. Op welke gebieden van het leven zou ik tegen gewetensprikkels kunnen schoppen?

2. Wie in mijn contactwereld zou ik kunnen onderschatten?

3. Hoe kan God proberen mij te vernederen om een meer doeltreffend vat te worden?

4. Wat leert de verbinding van Saulus met Ananías ons over de gemeente?

5. Zou ik, net als Paulus, ergens kunnen dralen, als God mij ergens anders wil hebben?

Eerste Sabbatgaven voor een hoofdkantoor in DR Congo

De Democratische Republiek Congo (voorheen Zaïre geheten) is een uitgestrekt land in het midden van Afrika, met een oppervlakte van 2.345.410 km² (905.568 vierkante mijl), waardoor dit het grootste land werd bij de Sahara, het op een na grootste in Afrika en het 11de grootste in de wereld. Een land met veel biodiversiteit met ongeveer 80 miljoen hectare vruchtbare grond en meer dan 1.100 op de lijst geplaatste mineralen en edele metalen, grenst het aan negen landen: in het noorden door de republiek Centraal-Afrika en Soedan; in het oosten door Rwanda, Burundi, Tanzania en Oeganda, in het westen door de Republiek Congo en in het zuiden door Angola en Zambia.

De Congolese bevolking wordt geschat op bijna 90 miljoen, van wie, volgens Encyclopadia Britannica, ongeveer driekwart het Christendom belijdt, 33% zijn Rooms Katholieke gelovigen, 20% Protestanten, 22% Awakening Church/ Christian Revival, 2% Salutiste, 2% Moslims, 10% is andere religies, en 11% legt geen geloofsbelijdenis af.

De boodschap van de Reformatiebeweging begon hier in 1972 in de provincie Katanga, en ontwikkelde zich aanzienlijk in 1990 en verder in 2000, toen de Generale Conferentie het als Zending organiseerde. Later, in 2012, werd het een Unie van zendingen, en het werk vordert snel.

De DR Congo Unie heeft een hoofdkantoor nodig; de organisatie huurt momenteel een huis. Met het oog op deze werkelijke noodzaak bidden wij, dat de Heer uw hart mag raken om over onze situatie na te denken. Deel deze Sabbat alstublieft royaal van uw middelen door uw giften en donaties om ons in staat te stellen gepaste grond te bemachtigen in de hoofdstad Kinshasa en er een prachtig monument te bouwen voor het hoofdkantoor en de kerk, die representatief zullen zijn voor de Reformatie, tot eer van onze God.

U herinnerend aan de woorden van onze Heer Jezus: ‘Het is zaliger te geven, dan te ontvangen’ (Handelingen 20:35), roepen we onze broeders en zusters over de hele wereld op om te helpen bij dit project. We bidden, dat God uw vrijgevigheid voor het zendingswerk in de DRC bij voorbaat zal belonen.

Moge de God van mededogen en barmhartigheid u allen zegenen.

De broeders en zusters van de DR Congo Unie