Lessen uit het boek Handelingen (1) — SABBAT, 3 april 2021

Les 1: Een boodschap voor iedereen

Tekst om te onthouden

Tekst om te onthouden: “En Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van de Heere, als druppels op het kruid, dat op geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt”

Micha 5:6

“Het hart, dat in harmonie is met God, heeft deel aan de vrede des hemels, en zal de gezegende invloed daarvan overal om zich heen verspreiden. De geest van vrede zal als dauw rusten op harten, die vermoeid en belast zijn door de strijd in de wereld.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 30-31.

Aanvullende studie :: -Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 384-397.

ZONDAG — 28 maart

1. Geroepen om een zegen te zijn

A. Wat is altijd Gods plan geweest voor de weinigen, die Hem aannemen?

Micha 5:6.

Micha 5:6: En Jakobs overblijfsel zal zijn in het midden van vele volken, als een dauw van den HEERE, als droppelen op het kruid, dat naar geen man wacht, noch mensenkinderen verbeidt.

“Toch had God Israël uitverkoren. Hij had hen geroepen om onder de mensen de kennis van Zijn Wet te bewaren, zowel als van de symbolen en profetieën, die heenwezen op de Heiland. Hij wenste, dat ze bronnen van heil voor de wereld zouden zijn. Wat Abraham was in het land van zijn vreemdelingschap, wat Jozef was in Egypte, en wat Daniël was aan het hof te Babel, moest het Hebreeuwse volk zijn onder volkeren. Ze moesten God aan de mensen openbaren.” –De Wens der Eeuwen, blz. 16.

B. Hoe beschreef Christus de manier, waarop de Hebreeuwse natie faalde in Zijn plan, en welke waarschuwing moeten wij ervan aannemen?

Lukas 20:9-18.

Lukas 20:9: En Hij begon tot het volk deze gelijkenis te zeggen: Een zeker mens plantte een wijngaard, en hij verhuurde dien aan landlieden, en trok een langen tijd buitenslands. Lukas 20:10: En als het de tijd was, zond hij tot de landlieden een dienstknecht, opdat zij hem van de vrucht des wijngaards geven zouden; maar de landlieden sloegen denzelven, en zonden hem ledig heen. Lukas 20:11: En wederom zond hij nog een anderen dienstknecht; maar ook dien geslagen en smadelijk behandeld hebbende, zonden zij hem ledig heen. Lukas 20:12: En wederom zond hij nog een derden; maar zij verwondden ook dezen, en wierpen hem uit. Lukas 20:13: En de heer des wijngaards zeide: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefden zoon zenden; mogelijk dezen ziende, zullen zij hem ontzien. Lukas 20:14: Maar als de landlieden hem zagen, overleiden zij onder elkander, en zeiden: Deze is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, opdat de erfenis onze worde. Lukas 20:15: En als zij hem buiten den wijngaard uitgeworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de heer des wijngaards hun doen? Lukas 20:16: Hij zal komen en deze landlieden verderven, en zal den wijngaard aan anderen geven. En als zij dat hoorden, zeiden zij: Dat zij verre! Lukas 20:17: Maar Hij zag hen aan, en zeide: Wat is dan dit, hetwelk geschreven staat: De steen, dien de bouwlieden verworpen hebben, deze is tot een hoofd des hoeks geworden? Lukas 20:18: Een iegelijk, die op dien steen valt, zal verpletterd worden, en op wien hij valt, dien zal hij vermorzelen.

“Wij moeten oppassen, dat wij niet hetzelfde lot ondergaan als het oude Israël. De geschiedenis van hun ongehoorzaamheid en ondergang is opgetekend om ons te onderrichten, zodat wij kunnen vermijden te doen, wat zij deden.” –The Review and Herald, 10 juli 1900.

MAANDAG — 29 maart

2. Eigenschappen van de gekozenen

A. Wat moeten wij leren over specifieke valstrikken, die vooral het oude Israël in de val hadden gelokt?

Spreuken 11:2;

Spreuken 11:2: Als de hovaardigheid komt, zal de schande ook komen; maar met de ootmoedigen is wijsheid.

Spreuken 29:23.

Spreuken 29:23: De hoogmoed des mensen zal hem vernederen; maar de nederige van geest zal de eer vasthouden.

“Wanneer afgodendienaars werden opgehitst om de waarheid te vernietigen, stelde de Here Zijn dienaars voor het aangezicht van koningen en heersers, opdat zij en hun volk het licht zouden mogen ontvangen. Keer op keer werden de grootste vorsten ertoe gebracht het oppergezag uit te roepen van de God, die door hun Hebreeuwse gevangenen gediend werd.

Door de Babylonische ballingschap werden de Israëlieten afdoende genezen van het aanbidden van gehouwen beelden. Gedurende de eeuwen, die daarop volgden, leden zij onder de druk van de heidense vijanden, tot zij de vaste overtuiging kregen, dat hun voorspoed afhing van hun gehoorzaamheid aan de wet van God. Bij zeer velen werd echter de gehoorzaamheid niet gedreven door liefde. Het motief was zelfzuchtig. Zij dienden God uiterlijk als middel tot het verkrijgen van nationale grootheid. Zij werden niet het licht der wereld, maar sloten zich van de wereld af om te ontkomen aan de verleiding weer afgoden te gaan dienen. In de aanwijzingen, die God hun door Mozes had gegeven, had Hij aan hen beperkingen opgelegd betreffende de omgang met afgodendienaars, maar deze leer werd verkeerd uitgelegd. De aanwijzingen waren gegeven om te voorkomen, dat ze zich zouden overgeven aan heidense gebruiken. Nu werden ze echter gebruikt om een scheidsmuur op te trekken tussen Israël en andere volken. De Joden beschouwden Jeruzalem als hun hemel, en ze waren afgunstig, uit vrees dat de Here aan de heidenen genade zou bewijzen.” –De Wens der Eeuwen, blz. 17-18.

B. Beschrijf de nederigheid en ernstig van geest, die nodig zijn om Gods roeping te aanvaarden.

Matthéüs 11:28-30.

Mattheüs 11:28: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Mattheüs 11:29: Neemt Mijn juk op u, en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Mattheüs 11:30: Want Mijn juk is zacht, en Mijn last is licht.

“De Joodse leiders vonden zich te geleerd om nog onderwijs te ontvangen, te rechtvaardig om verlossing van node te hebben, te hoog vereerd dan dat zij de eer, die van Christus komt, behoefden. De Heiland wendde Zich van hen af, om aan anderen de voorrechten, die zij hadden misbruikt en het werk, dat zij hadden geringschat, toe te vertrouwen. Gods heerlijkheid moet worden geopenbaard en Zijn Woord bevestigd. Christus’ koninkrijk moet in de wereld worden opgericht. Gods verlossingswerk moet in de steden der wildernis worden verkondigd; en de discipelen werden geroepen om het werk te doen, dat de Joodse leiders hadden nagelaten.” –Van Jeruzalem tot Rome, blz. 13.

DINSDAG — 30 maart

3. Een duidelijke opdracht

A. Wat is het doel van Gods kinderen op deze aarde, en waar beginnen wij het te voltooien?

Matthéüs 5:14-16.

Mattheüs 5:14: Gij zijt het licht der wereld; een stad boven op een berg liggende, kan niet verborgen zijn. Mattheüs 5:15: Noch steekt men een kaars aan, en zet die onder een koornmaat, maar op een kandelaar, en zij schijnt allen, die in het huis zijn; Mattheüs 5:16: Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

“Zo moet iedere medewerker van Christus beginnen op de plaats, waar hij zich bevindt. In onze eigen families zijn zielen, die hongeren naar medegevoel, naar het brood des levens. Het kan zijn, dat er kinderen zijn, die voor Christus moeten worden opgeleid. Er zijn heidenen aan onze eigen deur. Laat ons getrouw het werk doen, dat het meest voor de hand ligt. Laten onze pogingen daarna worden uitgebreid, zover als Gods hand ons zal leiden. Het werk van velen kan beperkt schijnen door de omstandigheden, maar, waar het ook wordt verricht, indien het wordt verricht met geloof en getrouwheid, zal het gestuwd worden naar de verste uithoeken der aarde.” –De Wens der Eeuwen, blz. 720-721.

B. Wat moet ons opschrikken om onze beweegredenen en prioriteiten in het leven opnieuw te onderzoeken?

1 Korinthe 9:16;

1 Korinthe 9:16: Want indien ik het Evangelie verkondige, het is mij geen roem; want de nood is mij opgelegd. En wee mij, indien ik het Evangelie niet verkondig!

2 Korinthe 10:16-18.

2 Korinthe 10:16: Om het Evangelie te verkondigen in de plaatsen, die op gene zijde van u gelegen zijn; niet om te roemen in eens anders regel over hetgeen alrede bereid is. 2 Korinthe 10:17: Doch wie roemt, die roeme in den Heere. 2 Korinthe 10:18: Want niet die zichzelven prijst, maar dien de Heere prijst, die is beproefd.

“Maar we mogen het gebod: ’Gaat heen in de gehele wereld’, niet uit het oog verliezen. Wij worden opgeroepen om onze ogen op te heffen naar de ’nog verder’ gelegen gebieden. Christus rukt de scheidsmuur neer, het verdeeldheid zaaiende vooroordeel van nationaliteit, en leert liefde voor heel het menselijk gezin. Hij heft de mensen uit boven de nauwe kring, die hun zelfzucht voorschrijft; Hij doet alle grensscheidingen en kunstmatige onderscheidingen in de samenleving ophouden. Hij maakt geen onderscheid tussen buren en vreemdelingen, vrienden en vijanden. Hij leert ons iedere ziel in nood te beschouwen als een broeder, en de wereld als ons arbeidsterrein.” –De Wens der Eeuwen, blz. 721.

“In plaats van extra gebouwen uit te breiden en op te richten … waar onze instellingen al zijn gevestigd, zou er een beperking moeten zijn aan de wensen. Laat de middelen en de werkers verspreid worden om de waarheid en de waarschuwende boodschap te verkondigen in ‘andere gebieden’.” –Testimonies for the Church 8, blz. 50.

“Terwijl u uw neiging om geld te verkrijgen hebt bevredigd, Gods geld, waarvoor u rekening moet afleggen, is het zendingswerk belemmerd en door gebrek aan middelen en werkers om de banier van de waarheid te planten op plaatsen, waar de mensen nooit de waarschuwingsboodschap hebben gehoord.” –Testimonies for the Church 8, blz. 51.

“Wie zullen aangename huizen en dierbare familiebanden verlaten, en het kostbare licht van de waarheid naar verre landen brengen?” –Testimonies for the Church 8, blz. 54.

WOENSDAG — 31 maart

4. Het geheim van kracht

A. Leg de betekenis uit van het visioen, dat aan de profeet Zacharia werd gegeven en het werk van God op deze aarde uitbeeldt.

Zacharia 4:1-3.

Zacharia 4:1: En de Engel, Die met mij sprak, kwam weder; en Hij wekte mij op, gelijk een man, die van zijn slaap opgewekt wordt. Zacharia 4:2: En Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? En ik zeide: Ik zie, en ziet, een geheel gouden kandelaar, en een oliekruikje boven deszelfs hoofd, en zijn zeven lampen daarop; die lampen hadden zeven en zeven pijpen, dewelke boven zijn hoofd waren; Zacharia 4:3: En twee olijfbomen daarnevens, een ter rechterzijde van het oliekruikje, en een tot deszelfs linkerzijde.

“Een groot werk moet gedaan worden door de mensen bekend te maken met de reddende waarheden van het Evangelie. Dit is het door God verordineerde middel om tegen de vloed van zedelijk verderf een dam op te werpen. Het is Zijn middel om Zijn zedelijk beeld in de mens te herstellen. Het is Zijn geneesmiddel tegen de algemene ontreddering…

Al het licht van het verleden, al het licht, dat schijnt in de tegenwoordige tijd en straalt in de toekomst, zoals geopenbaard in Gods Woord, is voor iedere ziel, die dat wil aannemen. De heerlijkheid van dit licht, dat juist de heerlijkheid is van Christus’ karakter, moet geopenbaard worden in de individuele christen, in het gezin, in de gemeente, in de bediening des Woords en in elke instelling, die opgericht is door Gods volk. Die allen zullen volgens ’s Heren bedoeling symbolen zijn, van wat voor de wereld gedaan kan worden. Zij moeten zinnebeelden zijn der reddende kracht van de waarheden van het Evangelie. Het zijn middelen in de vervulling van Gods grote plan ten aanzien van de mensheid.

De leden van Gods volk moeten kanalen zijn, waardoor de hoogste invloed kan uitwerken op het heelal. In het visioen van Zacharia worden de twee olijfbomen, die staan voor God, voorgesteld als stortende uit henzelf de gouden olie door gouden pijpen in het oliekruikje van het heiligdom. Van hieruit worden de lampen van het heiligdom gevoed, opdat ze aanhoudend een helder, schijnend licht zullen geven. Zo worden via de gezalfden, die staan in Gods tegenwoordigheid, de volheid van Goddelijk licht en liefde en kracht toebedeeld aan Zijn volk, opdat zij weer aan anderen licht en blijdschap en verkwikking zullen toebedelen. Zij moeten kanalen worden, waardoor Goddelijke werktuigen aan de wereld de stroom van Gods liefde doen toekomen.” –Uit de Schatkamer der Getuigenissen 2, blz. 385-387.

B. Wat is de energie toevoerende “batterij” voor de taak om de wereld te verlichten?

Zacharia 4:6.

Zacharia 4:6: Toen antwoordde Hij, en sprak tot mij, zeggende: Dit is het woord des HEEREN tot Zerubbabel, zeggende: Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen.

“Er wordt veel meer gedaan door het hemelse universum, dan wij beseffen, in het voorbereiden van de weg, zodat zielen kunnen worden bekeerd. Wij moeten in harmonie werken met de boodschappers van de hemel. Wij willen meer van God; wij moeten niet het gevoel hebben, dat praten en preken het werk kunnen doen. Tenzij de mensen bereikt worden door God, zullen zij nooit bereikt worden.” –Testimonies for the Church 6, blz. 50.

DONDERDAG — 1 april

5. Harten gloeien

A. Verklaar onze grootste behoefte in deze tijd.

Johannes 1:12-13;

Johannes 1:12: Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven; Johannes 1:13: Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

Johannes 3:5-8;

Johannes 3:5: Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Zo iemand niet geboren wordt uit water en Geest, hij kan in het Koninkrijk Gods niet ingaan. Johannes 3:6: Hetgeen uit het vlees geboren is, dat is vlees; en hetgeen uit den Geest geboren is, dat is geest. Johannes 3:7: Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. Johannes 3:8: De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid; maar gij weet niet, van waar hij komt, en waar hij heen gaat; alzo is een iegelijk, die uit den Geest geboren is.

Johannes 4:14.

Johannes 4:14: Maar zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten; maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden een fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.

“Medearbeiders, wij moeten Jezus, de dierbare Jezus, veel vollediger in ons eigen hart hebben, als wij willen slagen om Hem aan de mensen voor te stellen. Wij hebben grote behoefte aan de hemelse invloed, Gods Heilige Geest, om ons werk kracht en doeltreffendheid te geven. Wij moeten het hart openen voor Christus. Wij hebben veel standvastiger geloof en meer vurige toewijding nodig. Ons ik moet sterven, en in gedachten en hart een aanbiddende liefde voor onze Heiland koesteren. Als wij de Heer met ons hele hart zoeken, zullen wij Hem vinden, en ons hart zal helemaal gloeien van Zijn liefde. Het eigen ik zal wegzinken in onbeduidendheid, en Jezus zal alles en in allen voor de ziel zijn.” –Testimonies for the Church 6, blz. 51.

“De waarachtig bekeerde ziel wordt verlicht vanuit de hoge, en Christus is in die ziel ‘een fontein van water, die ontspringt ten eeuwigen leven’. Zijn woorden, zijn motieven, zijn daden kunnen verkeerd worden uitgelegd en verdraaid, maar dat vindt hij niet erg, omdat er grotere belangen op het spel staan. Hij vraagt zich niet af, wat hem op het moment het beste uitkomt, hij heeft geen belangstelling voor uiterlijk vertoon; hij is niet uit op de lof van mensen. Zijn hoop is in de hemel, en hij houdt het rechte spoor, met zijn oog op Jezus gericht. Hij doet het goede, omdat het goed is, en omdat uitsluitend zij, die het goede doen, toegang zullen hebben tot het koninkrijk van God. Hij is vriendelijk en nederig, en heeft oog voor het geluk van anderen. Hij zegt nooit: ‘Ben ik mijns broeders hoeder’, maar hij heeft zijn naaste lief als zichzelf. Hij is niet ruw en gebiedend van aard, zoals de goddelozen; maar hij weerspiegelt het licht uit de hemel op de mensen. Hij is een ware moedige strijder van het kruis van Christus, terwijl hij het woord des levens uitdraagt.” –Getuigenissen voor de Gemeente 5, blz. 463-464.

VRIJDAG — 2 april

Terugblik

1. Wat moet ik beseffen, als ik in de verleiding kom te denken, dat ik geen invloed op anderen heb?

2. Welk hoofdkenmerk kan mijn getuigenis voor Christus doeltreffender maken?

3. Wat moet in de ogen van God de hoogste prioriteit hebben voor Zijn volk?

4. Welke uitwerking heeft Zacharia’s visioen van de stromende olie op mij?

5. Beschrijf de werkelijk bekeerde christen.

Eerste Sabbatgaven voor het Spaanse zangboek

Geliefde broeders, zusters en vrienden over de hele wereld:

Muziek werd geboren in het hart van God om een ontmoetingsplaats te zijn tussen de Schepper en het schepsel, een moment van verbinding, waarin geschapen wezens hun aanbidding voor de grote Schepper tot uitdrukking konden brengen. De psalmist verklaart: ‘Zingt de Heere, looft Zijn Naam; boodschapt Zijn heil van dag tot dag. Vertelt onder de heidenen Zijn eer, onder alle volken Zijn wonderen… Geeft de Heere, gij geslachten der volken! Geeft de Heere eer en sterkte. Geeft de Heere de eer Zijns Naams; brengt offer, en komt in Zijn voorhoven. Aanbidt de Heere in de heerlijkheid van het heiligdom; schrikt voor Zijn aangezicht, gij ganse aarde’ (Psalm 96:2-3,7-9).

“Muziek maakt deel uit van de aanbidding van God in de hemel, en in onze liederen moeten we trachten, zoveel als mogelijk is, de harmonie van de hemelse koren te benaderen… Zingen is als deel van de eredienst evenzeer een vorm van aanbidding als het gebed.” –Patriarchen en Profeten, blz. 546.

Muziek kan het leren vergemakkelijken en “dit is een van de doelmatigste middelen om het hart te ontroeren door de geestelijke waarheid.” –Het Geloof Waardoor Ik Leef, blz. 273.

In gedachten houdend het belang van goede muziek en de context van aanbidding, onderwijs en evangelisatie presenteren we aan de Reformatie familie onze dringende behoefte aan het hebben van het eerste officiële zangboek in de Spaanse taal. Er zijn 21 landen met Spaans als hoofdtaal en naar schatting spreken tussen de 527 en 580 miljoen mensen Spaans wereldwijd, en de overgrote meerderheid hiervan zijn moedertaalsprekers.

Het proces van het voorbereiden van dit zangboek in het Spaans omvat uitvoerig vertaalwerk, juridische auteursrechtkwesties, het technische werk van de liederen opnieuw te harmoniseren, ze in nieuwe toonsoorten over te schrijven, de notatie invoegen in de respectievelijk partituren en bewerken in software.

Omdat het een kostbare onderneming is, roepen we alle Sabbatschoolstudenten vriendelijk op om ons te helpen met dit project, zodat we binnenkort onze officiële zangboek kunnen hebben, geschikt voor erediensten van onze God.

We bidden, dat de Heer u rijkelijk zal belonen voor het vrijelijk geven aan dit doel, en wij danken u bij voorbaat voor uw steun en genereuze bijdrage.

Uw broeders en zusters vanuit de Zuid-Amerikaanse Regio