“De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand”
Spreuken 9:10
“Hij (David) leerde, dat hij alleen door Gods kracht tot de troon zou kunnen komen; alleen in Zijn wijsheid kon hij met wijsheid regeren.” –Karaktervorming, blz. 152.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 644-650.
A. Wat leerde David, zoals een ieder van ons moet, over de heiligheid van Gods wet, nadat Uza was gedood voor het aanraken van de ark?
2 Samuël 6:8-10.
Hoe en waarom werd Obed-Edom beloond? Vers 11;
Spreuken 9:10.
“David was verbaasd en opgeschrikt, en vroeg zich af of God rechtvaardig was. Hij had ernaar gestreefd de ark te eren als symbool van Gods tegenwoordigheid. Waarom was dan dat vreselijk oordeel gekomen om deze vreugdevolle gelegenheid te veranderen in een toneel van droefheid en rouw? …
Met het gevoel, dat zijn hart niet recht was voor God, was David bij het zien van Uzza’s dood bang geworden voor de ark en had gevreesd, dat een of andere zonde van hem Gods oordelen over hem zou brengen. Maar Obed-Edom verwelkomde het heilig symbool als bewijs van Gods zegen op de gehoorzamen, hoewel hij zich verheugde met beving. De aandacht van geheel Israël was nu gericht op de Gattiet en diens gezin. Allen wachtten af hoe het hem zou gaan… (Zie 2 Samuël 6:11).
Op David had Gods bestraffing de gewenste uitwerking. Hij besefte als nooit te voren de heiligheid van Gods wet en de noodzaak van strikte gehoorzaamheid…
Nu droeg hij zorg, dat Gods aanwijzingen nauwkeurig werden uitgevoerd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 644-645.
A. Wat moeten wij leren van de manier, waarop David nu meer gehoorzame zorg en eerbied betoonde bij het vervoeren van de ark?
2 Samuël 6:12-13;
Jesaja 52:11.
“Hij (David) besloot opnieuw de ark te verplaatsen, en nu droeg hij zorg, dat Gods aanwijzingen nauwkeurig werden uitgevoerd. Weer werden de voornaamsten in het land bijeengeroepen, en een grote menigte verzamelde zich bij het huis van de Gattiet. Eerbiedig werd de ark nu geplaatst op de schouders van mannen, die door God waren aangewezen; de menigte schaarde zich achter de ark, en met bevende harten zette de lange stoet zich in beweging. Na zes passen werd er halt geblazen. Op bevel van David werden runderen en kalveren geofferd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645.
“Mannen en vrouwen kunnen dan wel goed onderlegd zijn in de Bijbel en de Schrift even goed kennen, als de Israëlieten vertrouwd waren met de ark, toch zal hun werk geen succes hebben, als hun hart niet recht is voor God. Zij zijn zich niet volkomen bewust van de verplichtingen van de Wet van God, en beseffen niet de heilige aard van de Waarheid, die ze onderrichten. De opdracht luidt: ‘Reinigt u, gij die de vaten des Heeren draagt’ (Jesaja 52:11).” –Bijbelkommentaar, blz. 77.
B. Beschrijf de manier, waarop David de plechtige processietocht leidde, en hoe hij zich bij deze gelegenheid kleedde.
2 Samuël 6:14.
“De koning had zijn koninklijk gewaad afgelegd en zich gekleed in een eenvoudige linnen efod, zoals ook de priesters droegen. Hierdoor wilde hij niet te kennen geven, dat hij aanspraak maakte op de rechten van een priester, want de efod werd ook gedragen door anderen dan de priesters. Maar bij deze gelegenheid wilde hij voor het oog van God gelijk zijn aan zijn onderdanen. Op die dag moest de Here geëerd worden. Alleen Hij had recht op aanbidding.
Weer zette de lange stoet zich in beweging, en de muziek van harp en fluit, trompet en cymbaal weerklonk, begeleid door het gezang van vele stemmen. En David danste voor de Here vol blijdschap op de maat van het gezang.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645.
A. Wat moeten wij beseffen over Davids ‘dansen’?
2 Samuël 6:14 (eerste deel);
1 Thessalonicensen 5:5.
“Het gezang van David, in eerbiedige vreugde voor God, wordt door genotzoekers aangehaald als rechtvaardiging van de moderne dans, maar hierin schuilt geen enkel bewijs. Onze hedendaagse dans is verbonden met dwaasheid en genotzucht. Gezondheid en zeden worden opgeofferd aan genot. Door de gasten van de balzaal wordt God niet geëerd; bidden en lofzangen zouden hier niet op hun plaats zijn. Deze maatstaf moet doorslaggevend zijn. Vermaken, die ertoe leiden, dat liefde voor heilige zaken wordt verzwakt en onze blijdschap in het dienen van God vermindert, moeten niet door christenen worden gedeeld. Het dansen en de muziek tot eer van God bij het vervoeren van de ark hadden niet de minste overeenkomsten met de losbandigheid van de moderne dans. Het een is bedoeld om God en Zijn heilige naam te verheffen. Het ander is een uitvinding van Satan om de mens ertoe te brengen God te vergeten en Hem oneer aan te doen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645-647.
B. Beschrijf het koor, de processie en de ceremonie, die gepaard gingen bij de intocht van de heilige ark door de poorten van Jeruzalem, en het bewijs van Davids genereuze gastvrijheid.
Psalm 24:7-10;
2 Samuël 6:17-19.
“Toen werden de poorten wijd opengedaan, de stoet ging binnen, en eerbiedig werd de ark geplaatst in de tent, die daarvoor gereed was gemaakt. Voor het heiligdom waren altaren opgericht om daarop te offeren; de rook van zoenoffers en brandoffers, en de wolken wierook stegen met de lof en aanbidding van Israël omhoog naar de hemel. Toen de dienst geëindigd was, sprak de koning zelf de zegen uit over zijn volk. Daarna liet hij met koninklijke milddadigheid geschenken van brood en wijn verdelen onder het volk.
Alle stammen waren tegenwoordig geweest bij deze dienst, de viering van de heiligste gebeurtenis, die tot dusver de regering van David had gekenmerkt. De Geest van goddelijke inspiratie rustte op de koning, en toen de stralen van de ondergaande zon de tabernakel verlichtten, verhief zijn hart zich in dank tot God, dat het gezegend symbool van Zijn tegenwoordigheid zo dicht bij de troon van Israël was.” –Patriarchen en Profeten, blz. 647.
A. Toen Sauls dochter Michal zag, dat David alle eer aan God schonk in plaats van het voor zichzelf als koning op te eisen, welke erfelijke eigenschap werd toen teweeggebracht, en hoe berispte God haar bitterheid?
2 Samuël 6:16,
2 Samuel 6:20-23.
“De waardigheid en trots van de dochter van koning Saul was geschokt, dat koning David zijn koninklijke klederen terzijde legde bij zijn koninklijke scepter, en gekleed ging met de eenvoudige linnen kledingstukken, die de priester droeg. Zij dacht, dat hij zichzelf enorm onteerde tegenover het volk van Israël. Maar God eerde David in de ogen van heel Israël door Zijn Geest op hem te laten blijven.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 112-113.
B. Waarmee wordt Davids heilige ceremonie door de ark tot het hart van de natie te brengen, vergeleken?
Openbaring 14:12-13;
Daniël 12:2.
“David vernederde zich, maar God verhoogde hem. Hij zong op een bevlogen manier, speelde op de harp en produceerde de meest bekorende muziek. Hij voelde in geringe mate die heilige vreugde, die alle heiligen zullen ervaren door de stem van God, wanneer hun gevangenschap wordt gekeerd, en God een vredesverbond maakt met allen, die Zijn geboden hebben onderhouden.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 113.
“(Zie Daniël 12:2) Alle doden, die tijdens hun leven geloofden in de boodschap van de derde engel, verrijzen met een verheerlijkt lichaam uit het graf om Gods vredesverbond met hen, die Zijn wet hebben onderhouden, te horen verkondigen.” –De Grote Strijd, blz. 588.
C. Nadat de ark op zijn plaats was, werd de troon van David bevestigd en kreeg de koning rust van zijn vijanden. Wat was zijn grote streven?
2 Samuël 7:1-3.
D. Hoe beantwoordde de Heer Davids verlangen en waarom? Verzen 4-5, 12-13;
1 Kronieken 22:7-10.
A. Hoe antwoordde David op Gods beslissing?
2 Samuël 7:18-22.
“David wist, dat het voor zijn regering een eer zou zijn geweest het werk, dat hij zich in zijn hart had voorgenomen, te volbrengen, maar hij legde zich gewillig neer bij Gods besluit. Deze dankbare onderwerping ziet men zelfs bij christenen niet vaak. Hoe dikwijls koesteren degenen, die voorbij de middelbare leeftijd zijn, de hoop belangrijk werk te doen, waarop ze hun hart hebben gezet, hoewel ze daartoe niet geschikt zijn! Het is mogelijk, dat God tot hen spreekt, zoals Hij dat deed tot David, dat het werk, wat ze zo graag willen doen, niet voor hen bestemd is. Zij kunnen helpen voorbereidingen te treffen, zodat iemand anders het kan doen. Maar in plaats van zich dankbaar bij Gods bevel neer te leggen, voelen velen zich in hun eer aangetast en gepasseerd. Ze menen dan dat, als ze niet mogen doen, wat ze graag willen, ze beter niets kunnen doen. Velen klemmen zich krampachtig vast aan verantwoordelijkheden, die ze niet kunnen dragen, en trachten vergeefs een werk tot stand te brengen, waartoe ze niet in staat zijn, terwijl datgene, wat ze hadden kunnen doen, wordt nagelaten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 649-650.
B. Wat moeten wij begrijpen als God onze wensen afwijst?
Jesaja 55:8-9.
“Onze plannen zijn niet altijd Gods plannen. Hij kan zien, wat het beste is voor ons én voor Zijn zaak, als Hij onze beste bedoelingen weigert, zoals Hij deed in het geval van David…
In Zijn liefdevolle zorg en belangstelling voor ons zal Hij, die ons beter kent dan wij onszelf begrijpen, weigeren ons iets toe te staan, waarin wij zoeken onze eigen eerzucht te bevredigen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 406.
1. Hoe kan God in Zijn Woord proberen mij naar een hoger niveau te brengen?
2. Zou God mij een tweede kans geven om dingen beter te doen dan voorheen?
3. Welk hoofdkenmerk valt ons op bij het vervoeren van de ark?
4. Hoe is het brengen van de ark gelijk aan de speciale opleving in Daniël?
5. Hoe kan ik Gods roeping veronachtzamen, terwijl ik druk op iets anders hoop?