Lessen uit het leven van David — SABBAT, 27 februari 2021

Les 9: GROEIEN IN GODS WIJSHEID

Tekst om te onthouden

“De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand”

Spreuken 9:10

“Hij (David) leerde, dat hij alleen door Gods kracht tot de troon zou kunnen komen; alleen in Zijn wijsheid kon hij met wijsheid regeren.” –Karaktervorming, blz. 152.

Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 644-650.

ZONDAG — 21 februari

1. Ontzag hebben voor het heilige

A. Wat leerde David, zoals een ieder van ons moet, over de heiligheid van Gods wet, nadat Uza was gedood voor het aanraken van de ark?

2 Samuël 6:8-10.

2 Samuël 6:8: En David ontstak, omdat de HEERE een scheur gescheurd had aan Uza; en hij noemde dezelve plaats Perez-Uza, tot op dezen dag. 2 Samuël 6:9: En David vreesde den HEERE ten zelven dage; en hij zeide: Hoe zal de ark des HEEREN tot mij komen? 2 Samuël 6:10: David dan wilde de ark des HEEREN niet tot zich laten overbrengen in de stad Davids; maar David deed ze afwijken in het huis van Obed-Edom, den Gethiet.

Hoe en waarom werd Obed-Edom beloond? Vers 11;

Spreuken 9:10.

Spreuken 9:10: De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand.

“David was verbaasd en opgeschrikt, en vroeg zich af of God rechtvaardig was. Hij had ernaar gestreefd de ark te eren als symbool van Gods tegenwoordigheid. Waarom was dan dat vreselijk oordeel gekomen om deze vreugdevolle gelegenheid te veranderen in een toneel van droefheid en rouw? …

Met het gevoel, dat zijn hart niet recht was voor God, was David bij het zien van Uzza’s dood bang geworden voor de ark en had gevreesd, dat een of andere zonde van hem Gods oordelen over hem zou brengen. Maar Obed-Edom verwelkomde het heilig symbool als bewijs van Gods zegen op de gehoorzamen, hoewel hij zich verheugde met beving. De aandacht van geheel Israël was nu gericht op de Gattiet en diens gezin. Allen wachtten af hoe het hem zou gaan… (Zie 2 Samuël 6:11).

Op David had Gods bestraffing de gewenste uitwerking. Hij besefte als nooit te voren de heiligheid van Gods wet en de noodzaak van strikte gehoorzaamheid…

Nu droeg hij zorg, dat Gods aanwijzingen nauwkeurig werden uitgevoerd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 644-645.

MAANDAG — 22 februari

2. Een tweede poging

A. Wat moeten wij leren van de manier, waarop David nu meer gehoorzame zorg en eerbied betoonde bij het vervoeren van de ark?

2 Samuël 6:12-13;

2 Samuël 6:12: Toen boodschapte men den koning David, zeggende: De HEERE heeft het huis van Obed-Edom, en al wat hij heeft, gezegend om der ark Gods wil; zo ging David heen en haalde de ark Gods uit het huis van Obed-Edom opwaarts in de stad Davids, met vreugde. 2 Samuël 6:13: En het geschiedde, als zij, die de ark des HEEREN droegen, zes treden voortgetreden waren, dat hij ossen en gemest vee offerde.

Jesaja 52:11.

Jesaja 52:11: Vertrekt, vertrekt, gaat uit van daar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van hen, reinigt u, gij, die de vaten des HEEREN draagt!

“Hij (David) besloot opnieuw de ark te verplaatsen, en nu droeg hij zorg, dat Gods aanwijzingen nauwkeurig werden uitgevoerd. Weer werden de voornaamsten in het land bijeengeroepen, en een grote menigte verzamelde zich bij het huis van de Gattiet. Eerbiedig werd de ark nu geplaatst op de schouders van mannen, die door God waren aangewezen; de menigte schaarde zich achter de ark, en met bevende harten zette de lange stoet zich in beweging. Na zes passen werd er halt geblazen. Op bevel van David werden runderen en kalveren geofferd.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645.

“Mannen en vrouwen kunnen dan wel goed onderlegd zijn in de Bijbel en de Schrift even goed kennen, als de Israëlieten vertrouwd waren met de ark, toch zal hun werk geen succes hebben, als hun hart niet recht is voor God. Zij zijn zich niet volkomen bewust van de verplichtingen van de Wet van God, en beseffen niet de heilige aard van de Waarheid, die ze onderrichten. De opdracht luidt: ‘Reinigt u, gij die de vaten des Heeren draagt’ (Jesaja 52:11).” –Bijbelkommentaar, blz. 77.

B. Beschrijf de manier, waarop David de plechtige processietocht leidde, en hoe hij zich bij deze gelegenheid kleedde.

2 Samuël 6:14.

2 Samuël 6:14: En David huppelde met alle macht voor het aangezicht des HEEREN; en David was omgord met een linnen lijfrok.

“De koning had zijn koninklijk gewaad afgelegd en zich gekleed in een eenvoudige linnen efod, zoals ook de priesters droegen. Hierdoor wilde hij niet te kennen geven, dat hij aanspraak maakte op de rechten van een priester, want de efod werd ook gedragen door anderen dan de priesters. Maar bij deze gelegenheid wilde hij voor het oog van God gelijk zijn aan zijn onderdanen. Op die dag moest de Here geëerd worden. Alleen Hij had recht op aanbidding.

Weer zette de lange stoet zich in beweging, en de muziek van harp en fluit, trompet en cymbaal weerklonk, begeleid door het gezang van vele stemmen. En David danste voor de Here vol blijdschap op de maat van het gezang.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645.

DINSDAG — 23 februari

3. Eerbiedige vreugde

A. Wat moeten wij beseffen over Davids ‘dansen’?

2 Samuël 6:14 (eerste deel);

[2Sam.6.14.a]

1 Thessalonicensen 5:5.

1 Thessalonicenzen 5:5: Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.

“Het gezang van David, in eerbiedige vreugde voor God, wordt door genotzoekers aangehaald als rechtvaardiging van de moderne dans, maar hierin schuilt geen enkel bewijs. Onze hedendaagse dans is verbonden met dwaasheid en genotzucht. Gezondheid en zeden worden opgeofferd aan genot. Door de gasten van de balzaal wordt God niet geëerd; bidden en lofzangen zouden hier niet op hun plaats zijn. Deze maatstaf moet doorslaggevend zijn. Vermaken, die ertoe leiden, dat liefde voor heilige zaken wordt verzwakt en onze blijdschap in het dienen van God vermindert, moeten niet door christenen worden gedeeld. Het dansen en de muziek tot eer van God bij het vervoeren van de ark hadden niet de minste overeenkomsten met de losbandigheid van de moderne dans. Het een is bedoeld om God en Zijn heilige naam te verheffen. Het ander is een uitvinding van Satan om de mens ertoe te brengen God te vergeten en Hem oneer aan te doen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 645-647.

B. Beschrijf het koor, de processie en de ceremonie, die gepaard gingen bij de intocht van de heilige ark door de poorten van Jeruzalem, en het bewijs van Davids genereuze gastvrijheid.

Psalm 24:7-10;

Psalmen 24:7: Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga! Psalmen 24:8: Wie is de Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in den strijd. Psalmen 24:9: Heft uw hoofden op, gij poorten, ja, heft op, gij eeuwige deuren! opdat de Koning der ere inga! Psalmen 24:10: Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE der heirscharen, Die is de Koning der ere. Sela.

2 Samuël 6:17-19.

2 Samuël 6:17: Toen zij nu de ark des HEEREN inbrachten, stelden zij die in haar plaats, in het midden der tent, die David voor haar gespannen had; en David offerde brandofferen voor des HEEREN aangezicht, en dankofferen. 2 Samuël 6:18: Als David geeindigd had het brandoffer en de dankofferen te offeren, zo zegende hij het volk in den Naam des HEEREN der heirscharen. 2 Samuël 6:19: En hij deelde uit aan het ganse volk, aan de ganse menigte van Israel, van de mannen tot de vrouwen toe, aan een iegelijk een broodkoek, en een schoon stuk vlees, en een fles wijn. Toen ging al dat volk heen, een iegelijk naar zijn huis.

“Toen werden de poorten wijd opengedaan, de stoet ging binnen, en eerbiedig werd de ark geplaatst in de tent, die daarvoor gereed was gemaakt. Voor het heiligdom waren altaren opgericht om daarop te offeren; de rook van zoenoffers en brandoffers, en de wolken wierook stegen met de lof en aanbidding van Israël omhoog naar de hemel. Toen de dienst geëindigd was, sprak de koning zelf de zegen uit over zijn volk. Daarna liet hij met koninklijke milddadigheid geschenken van brood en wijn verdelen onder het volk.

Alle stammen waren tegenwoordig geweest bij deze dienst, de viering van de heiligste gebeurtenis, die tot dusver de regering van David had gekenmerkt. De Geest van goddelijke inspiratie rustte op de koning, en toen de stralen van de ondergaande zon de tabernakel verlichtten, verhief zijn hart zich in dank tot God, dat het gezegend symbool van Zijn tegenwoordigheid zo dicht bij de troon van Israël was.” –Patriarchen en Profeten, blz. 647.

WOENSDAG — 24 februari

4. Trots tegenover vroomheid

A. Toen Sauls dochter Michal zag, dat David alle eer aan God schonk in plaats van het voor zichzelf als koning op te eisen, welke erfelijke eigenschap werd toen teweeggebracht, en hoe berispte God haar bitterheid?

2 Samuël 6:16,

2 Samuël 6:16: En het geschiedde, als de ark des HEEREN in de stad Davids kwam, dat Michal, Sauls dochter, door het venster uitzag. Als zij nu den koning David zag, springende en huppelende voor het aangezicht des HEEREN, verachtte zij hem in haar hart.

2 Samuel 6:20-23.

2 Samuël 6:20: Als nu David wederkwam, om zijn huis te zegenen, ging Michal, Sauls dochter, uit, David tegemoet, en zeide: Hoe is heden de koning van Israel verheerlijkt, die zich heden voor de ogen van de dienstmaagden zijner dienstknechten heeft ontbloot, gelijk een van de ijdele lieden zich onbeschaamdelijk ontbloot? 2 Samuël 6:21: Maar David zeide tot Michal: Voor het aangezicht des HEEREN, Die mij verkoren heeft voor uw vader en voor zijn ganse huis, mij instellende tot een voorganger over het volk des HEEREN, over Israel; ja, ik zal spelen voor het aangezicht des HEEREN. 2 Samuël 6:22: Ook zal ik mij nog geringer houden dan alzo, en zal nederig zijn in mijn ogen, en met de dienstmaagden, waarvan gij gezegd hebt, met dezelve zal ik verheerlijkt worden. 2 Samuël 6:23: Michal nu, Sauls dochter, had geen kind, tot den dag van haar dood toe.

“De waardigheid en trots van de dochter van koning Saul was geschokt, dat koning David zijn koninklijke klederen terzijde legde bij zijn koninklijke scepter, en gekleed ging met de eenvoudige linnen kledingstukken, die de priester droeg. Zij dacht, dat hij zichzelf enorm onteerde tegenover het volk van Israël. Maar God eerde David in de ogen van heel Israël door Zijn Geest op hem te laten blijven.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 112-113.

B. Waarmee wordt Davids heilige ceremonie door de ark tot het hart van de natie te brengen, vergeleken?

Openbaring 14:12-13;

Openbaring 14:12: Hier is de lijdzaamheid der heiligen; hier zijn zij, die de geboden Gods bewaren en het geloof van Jezus. Openbaring 14:13: En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen.

Daniël 12:2.

Daniël 12:2: En velen van die, die in het stof der aarde slapen, zullen ontwaken, dezen ten eeuwigen leven, en genen tot versmaadheden, en tot eeuwige afgrijzing.

“David vernederde zich, maar God verhoogde hem. Hij zong op een bevlogen manier, speelde op de harp en produceerde de meest bekorende muziek. Hij voelde in geringe mate die heilige vreugde, die alle heiligen zullen ervaren door de stem van God, wanneer hun gevangenschap wordt gekeerd, en God een vredesverbond maakt met allen, die Zijn geboden hebben onderhouden.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 113.

“(Zie Daniël 12:2) Alle doden, die tijdens hun leven geloofden in de boodschap van de derde engel, verrijzen met een verheerlijkt lichaam uit het graf om Gods vredesverbond met hen, die Zijn wet hebben onderhouden, te horen verkondigen.” –De Grote Strijd, blz. 588.

C. Nadat de ark op zijn plaats was, werd de troon van David bevestigd en kreeg de koning rust van zijn vijanden. Wat was zijn grote streven?

2 Samuël 7:1-3.

2 Samuël 7:1: En het geschiedde, als de koning in zijn huis zat, en de HEERE hem rust gegeven had van al zijn vijanden rondom, 2 Samuël 7:2: Zo zeide de koning tot den profeet Nathan: Zie toch, ik woon in een cederen huis, en de ark Gods woont in het midden der gordijnen. 2 Samuël 7:3: En Nathan zeide tot den koning: Ga heen, doe al wat in uw hart is, want de HEERE is met u.

D. Hoe beantwoordde de Heer Davids verlangen en waarom? Verzen 4-5, 12-13;

1 Kronieken 22:7-10.

1 Kronieken 22:7: En David zeide tot Salomo: Mijn zoon, wat mij aangaat, het was in mijn hart den Naam des HEEREN, mijns Gods, een huis te bouwen; 1 Kronieken 22:8: Doch het woord des HEEREN geschiedde tot mij, zeggende: Gij hebt bloed in menigte vergoten, want gij hebt grote krijgen gevoerd; gij zult Mijn Naam geen huis bouwen, dewijl gij veel bloeds op de aarde voor Mijn aangezicht vergoten hebt. 1 Kronieken 22:9: Zie, de zoon, die u geboren zal worden, die zal een man der rust zijn, want Ik zal hem rust geven van al zijn vijanden rondom henen; want zijn naam zal Salomo zijn, en Ik zal vrede en stilte over Israel geven in zijn dagen. 1 Kronieken 22:10: Die zal Mijn Naam een huis bouwen, en die zal Mij tot een zoon zijn, en Ik hem tot een Vader; en Ik zal den troon zijns rijks over Israel bevestigen tot in eeuwigheid.

DONDERDAG — 25 februari

5. Een droom aan een ander gegeven

A. Hoe antwoordde David op Gods beslissing?

2 Samuël 7:18-22.

2 Samuël 7:18: Toen ging de koning David in, en bleef voor het aangezicht des HEEREN, en hij zeide: Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt? 2 Samuël 7:19: Daartoe is dit in Uw ogen nog klein geweest, Heere HEERE, maar Gij hebt ook over het huis Uws knechts gesproken tot van verre heen; en dit naar de wet der mensen, Heere HEERE! 2 Samuël 7:20: En wat zal David nog meer tot U spreken? Want Gij kent Uw knecht, Heere HEERE! 2 Samuël 7:21: Om Uws woords wil, en naar Uw hart hebt Gij al deze grote dingen gedaan, om aan Uw knecht bekend te maken. 2 Samuël 7:22: Daarom zijt Gij groot, HEERE God! Want er is niemand gelijk Gij, en er is geen God dan alleen Gij, naar alles, wat wij met onze oren gehoord hebben.

“David wist, dat het voor zijn regering een eer zou zijn geweest het werk, dat hij zich in zijn hart had voorgenomen, te volbrengen, maar hij legde zich gewillig neer bij Gods besluit. Deze dankbare onderwerping ziet men zelfs bij christenen niet vaak. Hoe dikwijls koesteren degenen, die voorbij de middelbare leeftijd zijn, de hoop belangrijk werk te doen, waarop ze hun hart hebben gezet, hoewel ze daartoe niet geschikt zijn! Het is mogelijk, dat God tot hen spreekt, zoals Hij dat deed tot David, dat het werk, wat ze zo graag willen doen, niet voor hen bestemd is. Zij kunnen helpen voorbereidingen te treffen, zodat iemand anders het kan doen. Maar in plaats van zich dankbaar bij Gods bevel neer te leggen, voelen velen zich in hun eer aangetast en gepasseerd. Ze menen dan dat, als ze niet mogen doen, wat ze graag willen, ze beter niets kunnen doen. Velen klemmen zich krampachtig vast aan verantwoordelijkheden, die ze niet kunnen dragen, en trachten vergeefs een werk tot stand te brengen, waartoe ze niet in staat zijn, terwijl datgene, wat ze hadden kunnen doen, wordt nagelaten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 649-650.

B. Wat moeten wij begrijpen als God onze wensen afwijst?

Jesaja 55:8-9.

Jesaja 55:8: Want Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Jesaja 55:9: Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten.

“Onze plannen zijn niet altijd Gods plannen. Hij kan zien, wat het beste is voor ons én voor Zijn zaak, als Hij onze beste bedoelingen weigert, zoals Hij deed in het geval van David…

In Zijn liefdevolle zorg en belangstelling voor ons zal Hij, die ons beter kent dan wij onszelf begrijpen, weigeren ons iets toe te staan, waarin wij zoeken onze eigen eerzucht te bevredigen.” –De Weg tot Gezondheid, blz. 406.

VRIJDAG — 26 februari

Terugblik

1. Hoe kan God in Zijn Woord proberen mij naar een hoger niveau te brengen?

2. Zou God mij een tweede kans geven om dingen beter te doen dan voorheen?

3. Welk hoofdkenmerk valt ons op bij het vervoeren van de ark?

4. Hoe is het brengen van de ark gelijk aan de speciale opleving in Daniël?

5. Hoe kan ik Gods roeping veronachtzamen, terwijl ik druk op iets anders hoop?