“En deze ganse vergadering zal weten, dat de Heere niet door het zwaard, noch door de spies, verlost, want de krijg is des Heeren”
1 Samuel 17:47
“Degenen, die de meest plechtige boodschap brengen, die ooit aan onze wereld is gegeven, moeten de strijdbare wapenrusting afleggen en de wapenrusting van Christus’ gerechtigheid aandoen.” ¬–Evangelism, blz. 166.
Aanvullende studie:: -Testimonies 3, blz. 212-221
A. Hoe werkte David samen met Gods voorzienigheid om wijsheid en ervaring te verkrijgen om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden ?
1 Samuël 16:14-23.
“In de voorzienigheid van God werd David, als een bekwaam harpspeler, voor de koning gebracht. De herdersjongen werd aangesteld om voor de heerser van Israël te spelen en, indien mogelijk, om de sombere melancholie te bezweren, die zich als een donkere wolk over de geest van Saul had gevestigd.” –The Signs of the Times, 3 augustus, 1888.
“David nam toe in gunst bij God en bij de mensen. Hij was onderwezen in de weg des Heren, en nam zich nu voor meer dan ooit rekening te houden met Gods wil. Hij had nieuwe dingen om over na te denken. Hij was aan het hof van de koning geweest en had gezien, welke taken met het koningschap verbonden waren. Hij had enkele van de verleidingen ontdekt, waaraan Saul bloot stond… Maar als hij diep in gedachten verzonken was, en door onrust werd overvallen, nam hij zijn harp, en bracht tonen voort, die zijn gedachten richtten op de Bron van alle goeds, zodat de duistere wolken die de toekomst schenen te bedekken, werden verdreven.
God onderwees David in de les van vertrouwen. Zoals Mozes voor zijn taak werd opgeleid, maakte de Here de zoon van Isaï geschikt om de leidsman van Zijn uitverkoren volk te worden. Door zijn zorg voor de kudde kreeg hij een beter begrip van de zorg, die de grote Herder heeft voor de schapen Zijner weide.” –Patriarchen en Profeten, blz. 586-587.
A. Welk ernstig probleem trof geheel Israël in deze tijd?
1 Samuël 17:1-11.
“De Filistijnen stelden voor de oorlog op hun wijze te strijden, door iemand uit te kiezen, die heel groot en sterk was, ongeveer twaalf voet lang.” –Bijbelkommentaar, blz. 112.
“Veertig dagen lang had het leger van Israël gebeefd voor de trotse uitdaging van de Filistijnse reus. Hun harten bezweken, als ze zijn reuzengestalte zagen… Op zijn hoofd droeg hij een koperen helm, hij droeg een pantser van vijfduizend sikkels (ongeveer vijfenveertig kilo) en koperen scheenbeschermers. Het pantser was gemaakt van koperen plaatjes, die over elkaar lagen als schubben van een vis, en ze waren zo dicht, dat geen speerpunt of pijl er doorheen kon dringen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 589.
B. Wat was de grootste zorg van David tijdens de crisis? Verzen 21-26.
“Hij (David) was met ijver bezield om de eer van de levende God en het vertrouwen van de kinderen Israëls te bewaren. Hij kon het niet verdragen, dat deze stoutmoedige afgodendienaar dag in dag uit de uitverkorenen van de Heer mocht bespotten, zonder een poging te doen om zijn trotse hoogmoed en spot omver te werpen.” –The Signs of the Times, 3 augustus 1888.
C. Stel de houding van Davids oudste broer, Eliab, hier tegenover. Verzen 28-29.
“Eliab, de oudste broer van David, … kende goed de gevoelens, die de ziel van de jongeman roerden. Zelfs als herder van de kudden van Bethlehem had hij durf, moed en kracht getoond, die niet gemakkelijk te verklaren waren; en het mysterieuze bezoek van Samuël aan het huis van hun vader en zijn stille vertrek hadden in de hoofden van de broers vermoedens gewekt over het werkelijke doel van zijn bezoek. Hun jaloezie was gewekt, toen zij zagen, dat David boven hen geëerd werd, en ze beschouwden hem niet met het respect en de liefde vanwege zijn integriteit en broederlijke tederheid. Zij beschouwden hem slechts als een jonge herder, en nu werd de vraag, die hij stelde, door Eliab beschouwd als een afkeuring op zijn eigen lafheid door geen poging te doen om de reus van de Filistijnen het zwijgen op te leggen.” –The Signs of the Times, 3 augustus 1888.
A. Hoe kunnen wij het door David getoonde geloof in onze eigen leven opnemen?
1 Samuël 17:32-37.
“Wanneer wij op een bijzondere wijze uit moeilijkheden zijn gered, wanneer nieuwe of onverwachte gunstbewijzen ons deel geworden zijn, moeten we Gods goedheid erkennen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 158.
“Onze voorbereiding om tegenstanders het hoofd te bieden of om het volk te dienen moet van God worden verkregen bij de troon van hemelse genade. Hier, bij het ontvangen van de genade van God, wordt onze eigen onbekwaamheid gezien en erkend. De waardigheid en heerlijkheid van Christus is onze kracht.” –Evangelism, blz. 166-167.
B. Hoe openbaarde David het geheim van de overwinning? Verzen 38-40, 43-51.
“Goliath vertrouwde op zijn wapenrusting. Hij joeg de legers van Israël angst aan door zijn uitdagende, woeste opschepperij, terwijl hij een zeer indrukwekkend vertoon gaf van zijn wapenrusting, welke zijn kracht was. David, in zijn nederigheid en ijver voor God en zijn volk, stelde voor om deze opschepper tegemoet te treden. Saul stemde toe en liet zijn eigen koninklijke wapenrusting op David plaatsen. Maar hij wilde deze niet dragen. Hij legde de wapenrusting van de koning af, want het paste hem niet. Hij had God getest en had, door op Hem te vertrouwen, bijzondere overwinningen behaald. Het aantrekken van Sauls wapenrusting zou de indruk wekken, dat hij een krijger was, terwijl hij maar de kleine David was, die de schapen hoedde. Hij bedoelde niet, dat er enig vertrouwen zou worden gegeven aan de wapenrusting van Saul, want zijn vertrouwen was in de Heere de God van Israël. Hij koos een paar kiezelstenen uit de beek en met zijn slinger en staf, zijn enige wapens, ging hij uit in de naam van de God van Israël om de gewapende krijger tegemoet te treden.
Goliath minachtte David, want zijn uiterlijk was dat van slechts een jongere, die niet onderwezen was in de tactiek van oorlogvoering… Hij voelde, dat het een belediging van zijn waardigheid was, dat slechts een jonge jongen, zonder zelfs maar een wapenrusting, hem tegemoet trad. Hij schepte op over wat hij hem zou aandoen. David raakte niet geïrriteerd, omdat hij als zo minderwaardig werd beschouwd, noch beefde hij voor zijn vreselijke bedreigingen, maar antwoordde: ‘Gij komt tot mij met een zwaard en met een spies en met een schild; maar ik kom tot u in de Naam van de Heere der heerscharen’.” –Testimonies 3, blz. 218-219.
A. Wat kunnen wij leren van Davids diepe en blijvende vertrouwen in God en Zijn wet?
Psalm 19:8-12;
Psalmen 20:6-10.
“De Heere wil, dat wij ons bewust worden van onze werkelijke geestelijke toestand. Hij wil, dat ieder zijn hart en verstand voor Hem vernedert. De geïnspireerde woorden in de negentiende en twintigste Psalm zijn mij voorgehouden voor ons volk. Het is ons voorrecht om deze kostbare beloften te aanvaarden en de waarschuwingen te geloven…
’s Nachts scheen ik deze woorden voor onze leden te herhalen: Er is behoefte zichzelf te onderzoeken. Wij hebben geen tijd om deze te besteden aan het toegeven aan onze eigen neigingen. Als we met God verbonden zijn, zullen wij onze harten voor Hem verootmoedigen en er naar streven een christelijk karakter te volmaken. We hebben een groot, ernstig werk te doen, want de wereld moet verlicht worden betreffende de tijd, waarin we leven; en de wereld zal verlicht worden, als er duidelijk wordt getuigd. Dat zal leiden tot ernstig zelfonderzoek.” –Bijbelkommentaar, blz. 181-182.
“Wij moeten ons eigen hart onderzoeken en zien, dat alles, wat niet in overeenstemming is met Gods wil, van ons wordt gescheiden.” –The Review and Herald, 10 mei 1887.
B. Hoe bevestigde Jezus, dat Zijn volk door Zijn kracht de schijnbaar onoverwinbare reuzen van zonde en egoïsme kan overwinnen?
Markus 10:26-27;
Markus 11:22-23;
Filippensen 1:6.
“In Christus heeft God ons een middel gegeven om iedere zondige karaktertrek te overwinnen en om weerstand te bieden aan iedere verzoeking, hoe sterk die ook moge zijn. Maar velen menen, dat het geloof hun ontbreekt, en daarom blijven zij verwijderd van Christus. Laten deze zielen, in hun hulpeloze onwaardigheid, zichzelf overgeven aan de genade van hun barmhartige Heiland. Zie niet op uzelf, maar op Christus. Hij, Die de zieken heeft genezen en de boze geesten heeft uitgeworpen, toen Hij onder de mensen wandelde, is heden nog dezelfde machtige Verlosser. Het geloof komt tot ons door het Woord van God. Klem u dan vast aan Zijn belofte: ‘Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen’ (Johannes 6:37). Werp u aan Zijn voeten met de woorden: ‘Helpt U me, als mijn geloof te kort schiet’. U kunt nooit verloren gaan, wanneer u dit doet, nooit.” –De Wens der Eeuwen, blz. 373.
A. Hoe moeten allen, die in de laatste dagen met de tegenwoordige waarheid zijn belast, van Jezus leren en voorkomen, dat zij ten prooi vallen aan de geest van Goliath?
Judas 9.
“Bij de presentatie van niet populaire waarheid, waarbij een zwaar kruis betrokken is, moeten predikers voorzichtig zijn, dat elk woord is, zoals God het wil. Hun woorden mogen nooit snijden. Zij moeten de waarheid nederig presenteren, met de diepste liefde voor zielen en een oprecht verlangen naar hun redding, en de waarheid laten snijden. Zij moeten predikanten van andere geloofsrichtingen niet trotseren en proberen een debat uit te lokken… Het trotseren, het opscheppen en het honen moeten komen van de tegenstanders van de waarheid, die handelen als Goliath. Maar geen van deze geest mag worden gezien in degenen, die God heeft uitgezonden om de laatste waarschuwingsboodschap te verkondigen aan een verdoemde wereld.” –Testimonies 3, blz. 218.
B. Welke hoop biedt God Zijn kleine overblijfsel in de laatste dagen?
Zacharia 4:10 (eerste deel);
Lukas 17:6.
Wat moet de aarde verlichten?
Openbaring 18:1.
“En in deze laatste generatie zal de gelijkenis van het mosterdzaadje een veelzeggende en triomfantelijke vervulling hebben. Het zaadje zal een boom worden. De laatste waarschuwingsboodschap moet gaan naar ‘alle volk en stam en taal en natie om een volk voor Zijn naam uit de heidenen te vergaderen’ (Handelingen 15:14; Openbaring 18:1). De aarde zal verlicht worden met Zijn heerlijkheid.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 44.
“De openbaring van Zijn heerlijkheid in de gedaante van mensen zal de hemel zo dicht bij de mensen brengen, dat de schoonheid van de innerlijke tempel zichtbaar zal zijn in iedereen, in wie de Heiland woont. De mensen zullen gegrepen worden door de heerlijkheid van een Christus, die aanwezig is.” –Lessen uit het Leven van Alledag, blz. 260.
1. Hoe groeide David, terwijl hij Saul suste met zijn harp?
2. Hoe verschilde de houding van David van die van zijn broers?
3. Waarom weigerde David Sauls wapenrusting te dragen?
4. Hoe kunnen wij deze les toepassen bij de confrontatie met de figuurlijke ‘reuzen’ van vandaag?
5. Maak een onderscheid tussen de geest van David en die van de hedendaagse Goliath.