“Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dit geslacht verkondige Uw arm, alle nakomelingen Uw macht”
Psalm 71:18
“Heerlijk zijn de beloften, die aan David en zijn huis gedaan zijn, beloften die heenzien op de toekomst en die in Christus hun volledige vervulling hebben.” –Patriarchen en Profeten, blz. 691.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 676-691.
A. Wat was zijn grootste zorg, toen David zich op de strijd voorbereidde?
2 Samuël 18:1-5.
Hoe vond Absalom echter de dood? Verzen 9-10, 14-15.
“Toen de koning echter naar de tegenover elkaar staande legers keek, dacht hij niet in de eerste plaats aan de kroon en aan het rijk, of zelfs aan zijn eigen leven, dat afhing van de uitkomst van de strijd. Het hart van de vader ging in liefde en medelijden uit naar zijn opstandige zoon.” –Patriarchen en Profeten, blz. 679-680.
B. Waarom hield Joab Davids reactie tegen? Verzen 32-33; 19:1-8.
“God had alle reden gegeven om dankbaar en blij te zijn; de grootste opstand, die Israël ooit gekend had, was de kop ingedrukt; en toch werd deze grote overwinning veranderd in een weeklagen over hem, wiens misdaad het leven van duizenden dappere mannen had gekost…
Hoe hardvochtig en zelfs onmenselijk het verwijt ook was voor de diep bedroefde koning, toch gaf David er geen antwoord op. Hij zag in, dat zijn aanvoerder gelijk had, en ging naar beneden naar de poort, waar hij met lovende woorden zijn dappere krijgslieden begroette, toen ze hem voorbijgingen.” –Patriarchen en Profeten, blz. 681-682.
A. Geef enkele latere voorbeelden van Davids voortdurende nobele geest en Gods zorg voor hem.
2 Samuël 19:18-23;
2 Samuel 23:14-17.
“Na de dood van Absalom keerde God de harten van Israël, als het hart van één man, tot David. Simeï, die David had vervloekt in zijn nederigheid, uit vrees voor zijn leven, was een van de eersten van de opstandelingen, die David ontmoette bij zijn terugkeer naar Jeruzalem… Degenen, die getuigen waren van zijn verkeerde weg, drongen er bij David op aan zijn leven niet te sparen, omdat hij de gezalfde van de Heer vervloekte. Maar David bestrafte hen. Hij spaarde niet alleen het leven van Simeï, maar vergaf hem genadig.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 91.
B. Wat kon hij verklaren, hoewel het volledige herstel van Davids koninkrijk noch onmiddellijk noch gemakkelijk was? Hoofdstuk 22:1-3, 7, 18-19, 51.
C. Welke fout beging David later in zijn leven?
1 Kronieken 21:1-7.
“Trots en eerzucht dreven de koning hiertoe aan. Het tellen van het volk zou de tegenstelling aantonen tussen de zwakte van het koninkrijk op het moment, dat David de troon bestegen had en de kracht en voorspoed tijdens zijn regering. Hierdoor zou het zelfvertrouwen van koning en volk nog meer gesterkt worden…. (Zie 1 Kronieken 21:1). Israëls voorspoed onder Davids bestuur was te danken aan de zegen van God, en niet zozeer aan de kundigheid van de koning of de sterkte van het leger. Maar het vergroten van de strijdkrachten van het koninkrijk zou de indruk vestigen bij de omliggende volken, dat Israël zijn vertrouwen stelde op zijn leger en niet in de macht van God.” –Patriarchen en Profeten, blz. 684.
D. Wat besefte David nederig over de volkstelling?
2 Samuël 24:10.
Hoe koos hij uit de opties, die God hem gaf? Verzen 11-14.
“Toch hadden ze (het volk) dezelfde zonden gekoesterd, die aanleiding waren, dat David deze telling bevolen had. Zoals de Here door de zonden van Absalom het gericht voltrok over David, strafte Hij door Davids dwaling de zonden van het volk.” –Patriarchen en Profeten, blz. 685.
A. Waarom moesten zoveel mensen lijden en wat was het gevolg van Davids voorspraak?
2 Samuël 24:15-17,
2 Samuel 24:21,
2 Samuel 24:25.
“Een snelle vernietiging volgde. Zeventigduizend werden vernietigd door de pest. David en de oudsten van Israël waren in de diepste vernedering, rouwden voor de Heer. Terwijl de engel van de Heer op weg was om Jeruzalem te verwoesten, beveelt God hem zijn doodswerk te staken. Een medelijdend God houdt nog van Zijn volk, ondanks hun opstandigheid. De engel, gekleed in strijdlustige kleding, met een getrokken zwaard in zijn hand, uitgestrekt over Jeruzalem, wordt geopenbaard aan David en aan degenen, die bij hem waren. David is vreselijk bang, maar hij schreeuwt het uit in zijn benauwdheid en zijn medeleven met Israël. Hij smeekt God om de schapen te redden. Met pijn bekent hij: ‘Ik heb gezondigd en ik heb onrecht gedaan. Laat uw hand tegen mij zijn, en tegen het huis van mijn vader, en niet tegen het volk’. God spreekt tot David door Zijn profeet en gebiedt hem verzoening te doen voor zijn zonde. Davids hart was in het werk en zijn berouw werd aanvaard.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 92-93.
B. Hoe werden Davids gebeden om genade op zijn oude dag beantwoord in zijn laatste test?
Psalm 71:9,
Psalmen 71:18;
1 Koningen 1:5-6,
1 Koningen 1:15-21,
1 Koningen 1:32-35,
1 Koningen 1:39.
“Nu kwam hij (Adonia) in opstand tegen het gezag van God, die Salomo als troonopvolger had aangewezen. Zowel wat natuurlijke bekwaamheden als godsdienstige aard betreft was Salomo meer geschikt dan zijn oudere broeder om heerser over Israël te worden. Toch, hoewel God duidelijk zijn keus had bekendgemaakt, kreeg Adonia steun. Joab, die wel schuldig was geweest aan veel misdaden, was tot die tijd trouw gebleven aan de troon. Nu sloot hij zich echter aan bij de samenzweerders tegen Salomo, evenals Abjatar, de priester…
Onmiddellijk deed David afstand van de troon ten gunste van Salomo, die tot koning gezalfd en uitgeroepen werd. Het complot was verijdeld. De voornaamste deelnemers daaraan hadden de dood verdiend… Joab en Adonia werden op het ogenblik ook ontzien, maar na Davids dood ondergingen zij de straf voor hun misdaad. De voltrekking van het oordeel over de zoon van David maakte het viervoudig oordeel compleet, waardoor God zijn afschuw had betuigd over de zonde van de vader.” –Patriarchen en Profeten, blz. 686.
A. Verklaar Davids advies voor Salomo en zijn grootste zorg aan het einde van zijn leven.
1 Koningen 2:1-4;
1 Kronieken 28:9.
“David voelt de grootste zorg voor Salomo… Hij heeft uit ervaring geleerd, dat de Heer in geen geval verkeerd doen zal goedkeuren, of het nu gaat om de verheven prins of de nederigste onderdaan, maar de leider van Zijn volk zou bezoeken met een even zwaardere straf als zijn positie meer verantwoordelijk is dan de nederige onderdaan. De zonden, begaan door de leiders van Israël, zouden een invloed hebben om de gruwelijkheid van misdaad op de geest en het geweten van de mensen te verminderen, en zouden onder de aandacht worden gebracht van andere naties, die God niet vrezen, maar die Zijn gezag met voeten treden, en zij zouden worden geleid om de God van Israël te lasteren. David draagt zijn zoon plechtig op zich strikt te houden aan de wet van God en al Zijn inzettingen te onderhouden.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 94-95.
B. Waar richtte David zich nu nog meer op? Verzen 10, 20; 29:3, 9.
“De Heer gaf David aanwijzingen door Zijn engel en gaf hem een voorbeeld van het huis, dat Salomo voor Hem moest bouwen. Een engel kreeg de opdracht om David bij te staan, terwijl hij, ten behoeve van Salomo, de belangrijke richtlijnen met betrekking tot de inrichting van het huis opschreef. Davids hart was bij het werk. Hij gaf blijk van ernst en toewijding bij het maken van uitgebreide voorbereidingen voor de bouw, en spaarde kosten noch moeite, maar deed grote schenkingen uit zijn eigen schatkist, waarmee hij zijn volk een nobel voorbeeld gaf, welke zij niet aarzelden het met een gewillig hart na te volgen.” –Spiritual Gifts 4A, blz.94.
C. Hoe kan Davids voorbeeld de ouderen inspireren?
Psalm 71:1;
Psalmen 119:132-133.
“David geeft bij het regelen van zijn zaken een goed voorbeeld aan allen, die in jaren vergevorderd zijn, om hun zaken te regelen, zolang zij daartoe in staat zijn, zodat, wanneer zij de dood nabij zullen zijn en hun mentale vermogens minder worden, zij niets zullen hebben van een wereldse aard om hun geest van God af te leiden.” –Spiritual Gifts 4A, blz. 96.
A. Hoe is de belofte in
2 Samuël 7:16
vervuld?
Lukas 1:30-33;
Handelingen 2:29-36.
B. Welke door David opgeschreven boodschap is van onmiskenbaar belang in deze laatste dagen van de geschiedenis van de aarde?
Psalm 119:17-18,
Psalmen 119:33-40,
Psalmen 119:126-127.
“Het is mogelijk, dat mensen in hun boosheid zo ver gaan onder aanhoudend tegenspreken, dat God beseft, dat Hij moet opstaan om Zijn eer te rechtvaardigen. Dat is het geval in de huidige periode van de wereldgeschiedenis. Allerlei misdaden zijn steeds opvallender te zien. De aarde is vervuld met geweld van de mens tegen zijn medemens.
Wat zal de houding van de gemeente zijn? Zullen zij, die in het verleden respect hebben gehad voor Gods wet, meegesleept worden door de stroom van het kwaad? Zal de bijna universele overtreding en verachting van Gods wet de geestelijke atmosfeer van ieders ziel op dezelfde wijze verduisteren? Zal de verachting voor Gods wet de beschermende grenzen wegsleuren? Moet Gods wet minder hoog geacht worden, omdat de boosheid en wetteloosheid de overhand hebben? Zullen de weinige getrouwen gelijk worden aan allen, die ontrouw zijn en handelen als de goddelozen, omdat de wet teniet gedaan wordt door de grote meerderheid van hen, die op aarde leven? Moeten ze niet liever de bede van David opzenden: ‘Het is tijd voor de Heere om te handelen, zij hebben Uw wet verbroken’?” –Bijbelkommentaar, blz. 193-194.
“(Zie Psalm 119:17-18, 33-40). Gebeden als deze moeten Gods dienstknechten gedurig tot Hem richten. Dit gebed openbaart toewijding van verstand en hart jegens God; deze toewijding vraagt God van ons.” –Bijbelkommentaar, blz. 192.
1. Wat kunnen wij leren van Davids antwoord op Joabs bestraffing?
2. Op welke gebieden van het leven zou ik verleid kunnen worden om dezelfde zonde te begaan, als David deed in zijn volkstelling?
3. Noem het viervoudige oordeel over Davids zonen en hoe is dit een waarschuwing voor ons.
4. Hoe kunnen wij allen, net als David, het beste van onze oudere jaren maken?
5. Welke oproep doet David via de psalmen aan ons in deze tijd?