“Verblijd u niet over mij, mijn vijandin! Wanneer ik gevallen ben, zal ik weer opstaan; wanneer ik in duisternis zal gezeten zijn, zal de Heere mij een licht zijn”
Micha 7:8
“Hij (God) strafte David, maar verdelgde hem niet; de oven is om te zuiveren, niet om te verteren.” –Patriarchen en Profeten, blz. 676.
Aanvullende studie:: -Patriarchen en Profeten, blz. 666-676.
A. Leg de veranderingen uit, die plaats vonden na de zonde van David.
Spreuken 6:32-33.
“Hoewel David berouw had over zijn zonde en werd vergeven en aanvaard door de Heer, plukte hij toch de vrucht van het zaad, dat hij zelf had gezaaid. De oordelen over hem en zijn huis laten zien, dat God zijn zonde verafschuwt…
Maar de zonde van David had deze verhouding tot God gewijzigd. Onder geen enkele voorwaarde kon de Here de zonde goedkeuren. Hij kon Zijn macht niet gebruiken om David te bewaren voor de gevolgen van zijn zonde, zoals Hij hem beschermd had voor de vijandschap van Saul.
In Davids leven had zich een grote verandering voltrokken. Zijn geest was gebroken door het bewustzijn van zijn zonde en de vèrstrekkende gevolgen daarvan. Hij voelde zich in het oog van zijn onderdanen vernederd. Zijn invloed was verzwakt. Tot dusver was zijn voorspoed toegeschreven aan zijn nauwlettende gehoorzaamheid aan Gods geboden. Nu echter zouden zijn onderdanen, die van zijn zonde op de hoogte waren, eerder tot zonde vervallen. Zijn invloed in zijn eigen gezin, zijn recht op respect en gehoorzaamheid van zijn zonen was verzwakt. Een gevoel van schuld deed hem zwijgen, als hij de zonde moest veroordelen; zijn arm was verzwakt in het handhaven van het recht in zijn gezin. Zijn verkeerde voorbeeld oefende zijn invloed uit op zijn zonen. God zou niets doen om de gevolgen daarvan weg te nemen. Hij zou alles zijn natuurlijke gang laten gaan. Op deze wijze werd David zwaar gestraft.” –Patriarchen en Profeten, blz. 662-663.
A. Wat is er geschreven over Amnon, Davids eerstgeboren zoon?
2 Samuël 13:1-2,
2 Samuel 13:10-16.
Waarom verzuimde David zijn overtuiging ten aanzien van Amnons gewelddadige daad uit te voeren? Vers 21;
Romeinen 2:1.
“De schandelijke misdaad van Amnon, de oudste zoon, werd door David niet bestraft. De wet veroordeelde de overspeler ter dood en de tegennatuurlijke misdaad van Amnon maakte hem dubbel schuldig. Maar David, die zich door zijn eigen zonde veroordeeld voelde, bracht de overtreder niet voor het gericht.” –Patriarchen en Profeten, blz. 666.
B. Wat moeten wij beseffen over de manier, waarop Amnon tot gerechtigheid moest worden gebracht?
2 Samuël 13:28-29,
2 Samuel 13:32;
Spreuken 29:15.
“Evenals de andere zonen van David had Amnon niet geleerd zich te beheersen. Hij had aan elke begeerte van zijn hart toegegeven, zonder rekening te houden met Gods geboden. Ondanks zijn grote zonde had God lang geduld met hem gehad. Gedurende twee jaar had hij gelegenheid gehad zich te bekeren. Maar hij bleef volharden in het kwaad, en werd, beladen met zijn zonde, ter dood gebracht, om eenmaal voor de ontzagwekkende vierschaar te worden gedaagd…
Als ouders of overheden nalaten het onrecht te bestraffen, zal God zelf de zaak in handen nemen. Tot op zekere hoogte zal Zijn weerhoudende macht worden weggenomen, zodat door een reeks van gebeurtenissen de zonde door andere zonden wordt gestraft.” –Patriarchen en Profeten, blz. 666-667.
C. Hoe ging David om met Absaloms misdaad?
2 Samuël 13:38-39;
2 Samuel 14:21-24,
2 Samuel 14:28.
“David weigerde, in het besef dat de misdaad van zijn zoon gestraft moest worden, toestemming om terug te keren…
Hoewel hij zijn aantrekkelijke en begaafde zoon lief had, vond hij (David) het noodzakelijk als een les, zowel voor Absalom als voor het volk, dat afschuw moest blijken voor zulk een misdaad. Twee jaar lang woonde Absalom in zijn eigen huis, verbannen van het hof.” –Patriarchen en Profeten, blz. 667-668.
A. Welke factoren maakten Absalom aantrekkelijk voor de mensen, en hoe gebruikte hij deze sluw in zijn voordeel, toen de nietsvermoedende koning hem stap voor stap verwelkomde?
2 Samuël 14:25-26;
2 Samuel 15:1-6.
“Zijn (Absaloms) zuster woonde bij hem, en door haar tegenwoordigheid kon hij niet vergeten, welk een onherstelbaar kwaad haar was aangedaan. Maar in de ogen van het volk was de prins eerder een held dan een misdadiger. Het was niet verstandig, dat de koning een man met de aard van Absalom, eerzuchtig, impulsief en hartstochtelijk, twee jaar lang liet broeden over vermeende grieven. En de beslissing van David om hem naar Jeruzalem te laten terugkeren zonder, dat hij hem wilde zien, bracht de sympathie van het volk aan Absaloms zijde.
Met de onuitwisbare herinnering aan zijn eigen zonde in het overtreden van Gods wet scheen David moreel verlamd. Hij was zwak en besluiteloos, terwijl hij vóór zijn zonde moedig en vastbesloten was geweest. Zijn invloed bij het volk was getaand…
Door invloed van Joab kreeg Absalom toestemming weer bij zijn vader te verschijnen; maar hoewel er voor het oog een verzoening had plaatsgevonden, ging hij door met zijn eerzuchtige plannen. Nu voerde hij een bijna koninklijke staat met paarden en wagens en vijftig mannen, die voor hem uitgingen. Terwijl de koning zich steeds meer terugtrok, legde Absalom het erop toe de gunst van het volk te verwerven.
De invloed van Davids lusteloosheid en onzekerheid werkte zijn plannen in de hand; onachtzaamheid en uitstel kenmerkten zijn bestuur. Handig maakte Absalom gebruik van elke oorzaak tot ontevredenheid. Dagelijks zag men deze man met zijn aantrekkelijk voorkomen in de stadspoort, waar een menigte smekelingen wachtte om hun beden aan de koning voor te leggen. Absalom begaf zich in hun midden en luisterde naar hun grieven, terwijl hij sympathie toonde voor hun lijden en hun grieven over de onbekwaamheid van het bestuur… (Zie 2 Samuël 15:3, 5).
Aangevuurd door de sluwe insinuaties van de prins, verbreidde de ontevredenheid over het bestuur zich snel. Absaloms lof was op aller lippen. Algemeen zag men hem als opvolger op de troon. Het volk zag trots op hem als iemand, die deze hoge positie waardig was, en de wens werd gehoord om hem koning te maken… (Zie 2 Samuël 15:6). Toch vermoedde de koning, die verblind was door liefde voor zijn zoon, niets van dit alles. De vorstelijke staat, die Absalom voerde, zag David als een eerbetoon aan zijn hof.” –Patriarchen en Profeten, blz. 668-669.
A. Verklaar het schijnheilige complot van Absalom.
2 Samuël 15:7-12;
Psalm 55:22.
“De daad, waarmee Absalom zijn huichelarij bekroonde, was niet alleen bedoeld om de koning een rad voor de ogen te draaien, maar ook om het vertrouwen van het volk te winnen en hen zo in opstand te brengen tegen de koning, die God verkoren had.” –Patriarchen en Profeten, blz. 669.
B. Vertel het alarmerende nieuws, dat aan David werd gebracht, en de strategische stappen die hij nam.
2 Samuël 15:13-17.
Wat was zijn nobele doel bij het ondernemen van deze actie?
“In deze tijd van gevaar schudde David de neerslachtigheid, waaronder hij zolang gebukt was geweest, van zich, en trof met de moed van eertijds voorbereidselen om aan deze vreselijke ramp het hoofd te bieden. Absalom monsterde zijn troepen te Hebron, op slechts dertig kilometer afstand. Spoedig zouden de opstandelingen voor de poorten van Jeruzalem staan.
Vanuit zijn paleis zag David op zijn hoofdstad, schoon door haar verhevenheid, ‘een vreugde voor de ganse aarde, … de stad van de grote Koning’ (Psalm 48:3). Hij huiverde bij de gedachte, dat de stad blootgesteld zou worden aan plundering en verwoesting. Zou hij zijn onderdanen, die hem trouw gebleven waren, vragen hem te helpen de stad te verdedigen? Zou hij toelaten, dat Jeruzalem vervuld zou worden met bloed? Zijn besluit was genomen. De verschrikkingen van de oorlog zouden de uitverkoren stad niet treffen. Hij zou Jeruzalem verlaten en de trouw van het volk op de proef stellen, door hen in de gelegenheid te stellen zich achter hem te scharen. In deze tijd van crisis was hij aan God en aan zijn volk verplicht het gezag, dat God hem gegeven had, te handhaven. De uitkomst van de strijd zou hij aan God overlaten.” –Patriarchen en Profeten, blz. 671.
C. Hoe werd David op dit tragische uur getroost, vooral door het geloof van mannen als Ithai de Gethiet? Verzen 18-23;
Micha 7:8.
“David was het er in zijn karakteristieke onzelfzuchtigheid echter niet mee eens, dat deze vreemdelingen, die zijn bescherming hadden gezocht, in dit ongeluk betrokken zouden raken… Deze mannen waren van het heidendom bekeerd tot de eredienst van Jehova, en nu betoonden ze op waardige wijze hun trouw aan hun God en aan hun koning. Dankbaar aanvaardde David hun toewijding aan zijn schijnbaar verloren zaak.” –Patriarchen en Profeten, blz. 671-672.
A. Welke onzelfzuchtige beslissing nam David, hoewel hij heel erg verlangde Gods heilige ark bij hem te houden?
2 Samuël 15:24-29.
“Als aangewezen leider van Gods erfdeel droeg hij ernstige verplichtingen... Zonder Gods toestemming had koning noch priester het recht het symbool van Zijn tegenwoordigheid daar weg te nemen. En David wist, dat zijn hart en leven in overeenstemming met Gods bevelen moesten zijn, anders zou de ark een oorzaak van tegenslag in plaats van succes betekenen. Zijn zonde was nog altijd voor hem. Hij zag in deze samenzwering Gods rechtvaardige oordeel.” –Patriarchen en Profeten, blz. 672.
B. Hoe kan elke zondaar worden getroost door de hoop, die David in dit donkere uur uitsprak? Vers 30; 16:5-12;
Psalm 3:1-4.
“David uit geen klacht. De meest welsprekende Psalm, die hij ooit zong (Psalm 3) was, toen hij de Olijfberg beklom.” –Conflict and Courage, blz. 181.
“Toen David de Olijfberg besteeg, … zag de Heere vol ontferming op hem neer. David was in zakken gekleed, en zijn geweten plaagde hem. De uiterlijke tekenen van vernedering getuigden van zijn berouw. Onder tranen, met gebroken hart, legde hij alles aan God voor, en de Heere verliet Zijn dienstknecht niet. Nooit was David dierbaarder voor het hart van Oneindige Liefde dan toen hij, geplaagd door zijn geweten, voor zijn leven vluchtte voor zijn vijanden, die tot opstand waren aangezet door zijn eigen zoon.” –Gedachten van de Berg der Zaligsprekingen, blz. 15.
1. Waarom leek David, normaal gesproken, sterk in een verlamde toestand te zijn?
2. Hoe kunnen wij voorkomen, dat wij de fouten van Davids gezinsleven herhalen?
3. Welke factoren kunnen een Absalom in de gemeente veroorzaken?
4. Vertel enkele bewijzen van Davids edelmoedigheid in deze periode.
5. Waarom kon David zelfs in deze pijnlijke tijd op God vertrouwen?